Turks Fruit op de planken

Turks Fruit van Jan Wolkers heeft er, in een ver verleden, voor gezorgd dat ik van Nederlandse literatuur ben gaan houden. Toen ik het boek uit had destijds, wilde ik het meteen opnieuw lezen. Ik was een paar weken in de rouw omdat de hoofdpersonen zomaar uit mijn leven verdwenen waren. Ik was er echt kapot van. Wolkers was voor mij een liefdesgoeroe. Op schrijversgebied imiteerde ik Wolkers en kon maar niet vatten waarom alles wat ik opschreef op geen enkele manier voelde zoals hij het schreef. Ik bedacht dat dat misschien aan de liefde lag die ik op dat moment nog nooit als zodanig had gesmaakt. Ik was gewoon een klein jongetje. Maar hoe dan ook, Turks Fruit maakte heel erg veel in mij los. Hier op deze site heb ik er al best veel over geschreven.

Ik ben in de tussentijd opgegroeid, volwassen geworden. Ik geniet de liefde met volle teugen. Ik heb kinderen gekregen en grootgebracht en ik heb veel gelezen. Turks Fruit is hetzelfde gebleven. Als je de eerste bladzijde opslaat ligt de ik-figuur nog steeds op bed en trekt zich vervolgens af bij een foto van zijn geliefde Olga die hem verlaten heeft… De letters, de woorden, de zinnen, de hoofdstukken en de roman is onveranderd gebleven, maar toch ook weer niet. Bij het lezen van de roman spelen zowel de roman als de lezer een cruciale rol. De roman brengt wat teweeg in het brein van de lezer. Turks Fruit heeft op mij nu een andere invloed dan toen ik het halverwege de jaren zeventig voor het eerst las. Ik vraag me nu andere dingen af als ik de roman lees dan dat ik toen deed. Niet alleen ik ben heel erg veel jaartjes ouder geworden, de maatschappij is in die tussenliggende jaren ook nogal verandert.

Turks Fruit is niet alleen voor mij een mijlpaal geweest, ook voor de maatschappij. De roman was de verwoording van een ongekend gevoel van bevrijding. Power Flower ten top. Daarom werd de roman verfilmd en daarom werd de film ook nog eens, in de volledige westerse wereld, een ongekend succes. In de film, die enkele jaren na het verschijnen van de roman werd gemaakt, zie je al enkele verschuivingen. Aanpassingen aan de tijdgeest. In 2005 werd van Turks Fruit een musical gemaakt. De kern van de roman bleef overeind (zeg maar: boy meets girl), maar verder werd alles zo’n beetje aan de tijdgeest aangepast. De verschillen die ontstaan in mijn brein tussen hoe ik toen, als vijftienjarige de roman las of nu als zestigjarige, zien we bijna op dezelfde manier terug in hoe de maatschappij de roman beleeft en ermee omgaat. Over de perceptie van de roman door de jaren heen, heeft Margot van Riel een bijzonder leesbare masterstudie gedaan en die heb ik op onverklaarbare manier in mijn bezit gekregen.

Ze zou weer aan de bak kunnen want er is nu een toneelbewerking op de planken gebracht van Turks Fruit. Ik las van het weekend het interview met de makers. Nu lees ik de recensie. Was het zo dat Olga in de roman regelmatig half in slaap, ‘genomen’ werd en mocht ze van de hoofdpersoon zoveel taartjes maken en eten als ze wilde, in de toneelbewerking bepaalt ze dat wel zelf. Olga is geëmancipeerd. Zij wil seks…of niet. Over de taartjes heeft hij geen enkele zeggenschap (denk ik, want dat staat niet in de recensie).

Eén ding is de constante door alle jaren heen, dat is de liefde. Maar jongens wat is de man-vrouw verhouding verschrikkelijk positief gewijzigd door de jaren heen!

De piemelparade in het Archeologische museum

In het Nationaal Archeologisch Museum in Athene zitten archeologen klaar om je vragen te beantwoorden. Echt heel sympathiek, want loop je door de zalen van dit museum, dan komt de ene na de andere vraag bij je op. Er is zoveel moois te zien, maar van zo lang geleden dat je een grote culturele stap moet maken om te begrijpen wat je ziet. En natuurlijk zat ook deze jongen vol met vragen toen hij anderhalve week geleden door dat museum dwaalde. Er is veel vraag naar archeologische bijstand, dat was wel duidelijk, want het is mij niet gelukt om mijn vragen te stellen omdat de archeologe van dienst het heel erg druk had.

Als je in Athene bent en je houdt van antieke kunst, dan kan je echt niet om dit museum heen. Het enige bezwaar dat je in kunt brengen is dat ze er zo waanzinnig veel hebben. Je kijkt je ogen uit en na afloop ben je compleet uitgewoond en heb je nog geen kwart gezien. Ben je in het Rijksmuseum van Amsterdam – ook met een overweldigende en grote collectie – dan kan je makkelijk het advies van Wieteke van Zeil opvolgen: Neem je voor om maar een paar werken in een van tevoren bepaald hoekje van het museum te bekijken en neem daar dan rustig de tijd voor. Maar in het buitenland gaat dat gewoon niet lukken. Je kunt de volgende dag niet even teruggaan om een volgende stukje van het museum te bekijken. Dat betekent dus dat je als kunstliefhebber, doorgaat tot het gaatje. Na het Prado konden we ons uitsluitend nog schuifelend voortbewegen; het Louvre verlieten we met zware migraine en het Nationaal Archeologische museum van Athene liet ik depressief achter me. Zoveel moois niet gezien en datgene wat ik gezien had, had ik eigenlijk maar half gezien en mijn vragen voor de archeologen had ik niet kunnen stellen en ik was zo moe…zo verschrikkelijk moe. Met een dikke jas aan heb ik een tijdlang in het schrale winterzonnetje zitten bijkomen. Zo gaat dat.

Als je het museum inloopt, dan loop je direct aan tegen de meest beroemde opgravingen aller tijden aan; de opgraving bij de stad Troje. Van Schliemann. Het gouden masker van Agamemnon. De sieraden van de mooie Helena die de hele oorlog van destijds veroorzaakt heeft. Je ziet het allemaal voor je! Hoewel ik wel een beetje in verwarring was omdat ik de Ilias en Odysseus associeer met het klassieke Athene. Maar dat is uiteraard niet zo; alle gebeurtenissen uit die oorlog werden doorverteld en uiteindelijk door Homerus op schrift gesteld. De Trojaanse oorlog vond ver voor de grote tijd van Athene plaats, ver voor Plato en Aristoteles. En dat ligt daar zomaar! Dat gouden masker waarvan in elk geschiedenisboek wel een plaatje staat. Wat opvalt is hoe dun het is. Dat masker lijkt wel van papier.

Need for speed

Op de benedenverdieping voornamelijk beeldhouwwerken. Het viel mij op dat bronzen beelden de tijd beter hebben overleefd dan de marmeren beelden. Ik raakte helemaal van mijn stuk van het ruiterjongetje op dat voortsnellende paard. Alles straalt snelheid uit. Ook veel opgejaagde drang om te winnen. Het enige dat de tand des tijds, kennelijk, niet heeft overleefd, het rechterarmpje en de teugels. Voor de rest helemaal compleet. Zo’n slordige 2500 jaar oud! Die compleetheid gold ook voor het prachtige Zeus- of Poseidon beeld (waarom niet gewoon gekozen voor Poseidon als ze het niet zeker weten; het beeld werd per ongeluk door vissers uit zee opgevist; dan kan je toch alleen maar een zeegod zijn?). Bij het beeld van de schone jongeling (bordje vergeten te fotograferen…) ontbreken zelfs de ogen niet. Het beeld kijkt je met zijn strakblauwe ogen haast eng aan.

Maar waar ik veel van wilde zien, zo had ik me voorgenomen toen ik het museum betrad, was het prachtig beschilderde aardewerk. Ik wilde de afbeeldingen van de goden zien en van de verhalen van de Trojaanse oorlog en van het leven van alledag in het oude Athene. In eerste instantie kon ik ze niet vinden. Ja een paar, tussen de beeldhouwwerken op de begane grond. Maar toen ontdekte ik de eerste etage… My God, zoveel vazen en schotels had ik zelden van dichtbij gezien. Honderden. Uit alle periodes van de Griekse beschaving. Om moedeloos van te worden. En dat werd ik ook. Zoveel moois te zien terwijl het al eigenlijk nauwelijks meer lukt.

De vraag die ik had willen stellen aan de archeologe was waarom de Grieken zo verschrikkelijk van het mannelijk naakt hielden. Tot op de kleinste details precies. Piemeltjes absoluut realistisch. De balzak lekker groot (was zeker lekker warm voor het model in kwestie) waarin de ballen qua vorm realistisch zijn (geen zak met twee knikkers, dus). De spieren…ik hoef maar in de spiegel (veertig jaar geleden) te kijken en ik zie mijn eigen torso in de beelden weerspiegeld. Maar geen vrouwelijk naakt. Dat ontbreekt vrijwel geheel in het Archeologische museum. Een mooie blote vrouw met lekkere zachte maar toch stevige billen en borsten. Ze zijn er niet. Wel een piemelparade, maar niks geen tieten. Hoe zat dat nou in het oude Griekenland? Terwijl de beeldhouwers toch voor het overgrote deel mannen waren. Hielden die allemaal van mannen? Waren die niet even gek op vrouwen als…ik?

Jammer, ik heb het niet kunnen vragen. Maar…wat een museum!

Uit Schatkamers vol lekkers in de Hermitage Amsterdam

Een tentoonstelling waarin de tentoongestelde zaken niets anders met elkaar gemeen hebben, dan dat het topstukken zijn. Geen schilderijen van een bepaalde stroming, geen schatten uit een bepaalde streek, uit een bepaalde periode in de geschiedenis. Niets van dat alles. Gewoon bij elkaar genomen omdat het mooie werken zijn en allemaal uit de Hermitage in Sint-Petersburg komen. Ik hou er eigenlijk wel van. Je komt niet zozeer iets te weten over de stukken, maar meer over de collectie die kennelijk in de Hermitage is. Ook leuk.

Zo’n diverse tentoonstelling, maakt het niet makkelijk om er iets over te zeggen. Eigenlijk kan ik beter op papier (cyberspace, dus) door de tentoonstelling wandelen en laten zien wat ik zo mooi vond.

Misschien dat ik niet helemaal tevreden ben over de oren van het Christuskind en het ouwelijke koppie, maar voor de rest; Wat een schoonheid deze Granach!

De eerste zaal was wat mij betreft meteen fantastisch. Een madonna met kind van Granach. Prachtig qua kleur. En zo’n knappe madonna! Geen wijze, vrome of oudere vrouw, maar het meisje dat Maria moet zijn geweest, als je de bijbel serieus neemt. Een piepjonge moeder. Zo sereen. Het jezuskindje heeft wel een wat ouwelijk koppetje. Maar zo mooi. Directeur van de Hermitage Amsterdam Cathelijne Broers, leidt ons in de audiotour langs de kunstwerken. Naast de Granach eenzelfde tafereel van Italiaanse tijdgenoot Lorenzo Lotto. Veel meer drama, dan zie ik ook wel, maar jongens wat valt dat schilderij in het niet bij de Granach! Met heel subtiele krasjes heeft de Duitse meester een netje over haar hoofd gedrapeerd. Of zijn het toch penseelstreekjes?

Aan het eind van de eerste tentoonstellingszaal objecten van een heel andere orde maar waar je oog wel meteen op valt. Twee levensgrote paardmodellen. Op het ene paard zit een geharnaste man. Een Ottomaanse soldaat. De volledige wapenuitrusting weegt 450 kilo. Arm dier! Het paard kan moeilijk gewond raken want niet alleen de strijder is van top tot teen in ijzer gehuld, ook het paard. De lans wijst dreigend naar voren. Naast de Ottomaanse strijder een paard met een tuigage van heel veel oudere datering. Dit tuigage stamt uit de derde eeuw voor Christus en is uit het ijs naar boven gekomen. Het moet het rituele tuigage geweest zijn van een Scythisch stamhoofd. Het leer, hout en de wol waarvan het gemaakt is, is door het ijs goed geconserveerd. Het tuig maakt het paard tot een mythisch wezen met een gewei en een extra vogelkop. Op de tentoonstelling zijn de Scythen trouwens in meerdere objecten vertegenwoordigd.

Op zich had ik nog nooit van de steensoort malachiet gehoord. Dat is nu wel even anders. De eerste opstelling als je de trap opgelopen bent is een opstelling van een negentiende eeuws interieur. Wat je naast de ruisende baljurk opvalt is de harde kleur groen van de objecten. Een tafelblad, vazen, klokje, brievenbak. Allemaal gemaakt van een gemarmerd soort hardgroen gekleurd steen; malachiet. Schijnt heel kostbaar te zijn. Op het plaatje van de Hermitage in Sint-Petersburg zien we zuilen van malachiet. Ik vind het leuker om me een knappe dame in de negentiende-eeuwse baljurk te fantaseren. Hoe zou ze gelopen hebben en hoe gedanst…en waarop? De wals?

Sla ik weer van alles over. Ook aan een buste van de hand van Bernini loop ik voorbij. Kom ik bij de typische romantische Duitse schilder Caspar David Friedrich. Nooit van gehoord. Briljant door eenvoud. Twee achttiende-eeuwse heren, herkenbaar aan hun hoeden, staan te kijken naar de zonsondergang. Ik ben het met Cathelijne Broers eens, je kan jezelf makkelijk verliezen in de eindeloze diepte en de sobere kleuren. In mei naar Berlijn en dan hoop ik veel van Friedrichs schilderijen te zien.

Deze tentoonstelling is een ware dwaaltocht door de schatkamers van een museum met een heel erg diverse collectie. Niet alleen beeldende kunst, maar ook archeologische schatten en gebruiksvoorwerpen. Allemaal van een uitzonderlijke schoonheid. Hoewel…dat harnas is eigenlijk weer heel gewoon. Wel mateloos interessant, maar niet buitengewoon mooi.

Ik heb genoten van deze tentoonstelling!

Wat ik wat lastig vond was de manier van kaartjes kopen. Soms kan er voor de kassa van de Hermitage Amsterdam een lange rij staan. Om die rij te vermijden kocht ik kaartjes via de webshop. Dat haalde dus niets uit want ik moest toch in de rij gaan staan om mijn museumjaarkaart te laten scannen. Zonde. Wellicht dat je bij het kopen van je kaartje met museumjaarkaart, volgende keer je museumjaarkaartnummer kan opgeven zodat je meteen kunt doorlopen. Een tip.

Mijn wereldverbeteraar…

Ze doen er alles aan om ons goed met elkaar te laten samenwerken, tegenwoordig. Dus kregen we op het werk allemaal een lange vragenlijst in te vullen en daaruit werden conclusies getrokken over wat je drijft en met wie je goed en graag kunt samenwerken. En met wie je probleempjes krijgt, dus. Dat alles werd uitgedrukt in kleuren. Collega T. bijvoorbeeld, die van niet-lullen-maar-poetsen is en graag heel erg direct is en best af en toe een beetje bot, werd gekenmerkt als knalrood. Hem maakte we voorzitter van onze vele overlegjes en sindsdien waren de vergaderingen heerlijk efficiënt. Om maar eens iets te noemen. Er was ook een kleur voor de wereldverbeteraar. Ik dacht dat dat turquoise was. Daarop scoorde niet veel mensen in ons team erg hoog. Ik een beetje. Niet zo gek als socialist. Hoort er een beetje bij. Had mijn geliefde J. echter meegedaan, dan weet ik dat we een hard turquoise iemand hadden gehad. Mijn liefje is wereldverbeteraar op en top. Daarom zat ik laatst in mijn uppie in Athene; zij wilde niet vliegen terwijl mijn nieuwsgierigheid naar verre oorden mijn vliegschaamte met zekere regelmaat overstemd. Want, natuurlijk maak ik me ook erg druk over het milieu en vind ik dat vliegen minder moet. Maar aan de andere kant zou ik zo verschrikkelijk graag door Kyoto willen lopen, zou ik zo graag de klaagmuur willen aanraken, zou ik zo graag Timesquare met eigen ogen willen zien of over de grote muur willen wandelen. Het idee dat De Grote Muur voor mij alleen maar een chinees restaurant om de hoek blijft, vind ik haast onverdraaglijk. We zullen dus een evenwicht moeten zien te vinden.

Begin april heb ik een vakantiehuisje in Berlijn geboekt. Ik hoefde gelukkig geen discussie te voeren over al of niet vliegen; Berlijn is goed bereikbaar. Geen discussie…dus. Nou mooi wel…DUS. Berlijn is een goede reden om de trein te nemen in plaats van de auto vindt mijn tederbeminde J. Meteen dreef er een zwart wolkje boven mijn lekkere trip naar Berlijn. Koffers slepen. Niet alles mee kunnen nemen wat je wilt. Treinkaartjes kopen. De trein halen. Gaat er wel openbaar vervoer naar die uithoek van Berlijn? Allemaal dingen die ik me niet dacht te hoeven afvragen. En…is de trein niet veel duurder dan die paar tanks benzine die je nodig hebt om heen en weer te rijden? En dan nog de reistijd… Ik opperde meteen mijn laatste twee argumenten want qua milieu had ik natuurlijk geen poot om op te staan; autorijden is veel milieuonvriendelijker dan op de trein stappen. Bijna per omgaande WhatsAppte ze me alle berekeningen terug waaruit bleek dat de trein ietsje goedkoper was dan autorijden en dat het ietsje meer reistijd kostte. ‘Maar’, appte ze: ’Dan kunnen we heerlijk onderweg van alles doen en komen we helemaal ontspannen aan.’ Wat had deze jongen toen nog voor argumenten? Niets dus.

Ik word er wel wat dwars van, van al dat wereldverbeteren van d’r. Vanochtend kon ik het niet laten en was ik mijn eenzaamheid tijdens de maaltijden in Athene vergeten. Een lekker vliegreisje naar Marrakesh? Ik wil wel eens een Arabisch land zien. Die markt die ’s avonds spontaan verandert in één groot vreetfestijn. Van die sfeer wil ik graag eens proeven en me de hapjes lekker laten smaken. Of wellicht Sint Petersburg. Ronddwalen in de Hermitage. Of Jeruzalem en Tel Aviv. Warschau misschien. Allemaal leuke uitstapjes. Nieuwe dingen beleven. Nieuwe dingen zien. Ik verlang er zo naar. Dan maar in mijn eentje…Wat hoop ik dat ze de vliegtuigen binnenkort op duurzame energie kunnen laten vliegen. Wat hoop ik daar verschrikkelijk op! Dan wil mijn liefste J. met me mee. Samen is toch echt het leukste. Als ik alleen ga, dan voel ik me ook nog eens een heel erg stout jongetje…

Jaap Robben – Zomervacht; een asociaal mooie roman.

Ik heb een prachtig boek inmiddels al een week geleden uitgelezen. Ik zou er graag over schrijven en de wereld laten weten hoe mooi ik het vind. Inmiddels is dit de vierde poging om over dit boek iets op te schrijven. Ik heb het er erg moeilijk mee. Het boek is fantastisch geschreven, daar niet van. De personages zijn levensecht. De plot is indrukwekkend. Wat houdt mij tegen? De vader in het boek. Die houdt mij tegen. Dat karakter is echt puur negatief en lijkt als twee druppels water op mijn eigen pa. Behalve dat mijn pa nog heel veel meer zoop en nog veel grensoverschrijdender was en we best blij mogen zijn dat hij al heel lang dood is. Andere kwalijke eigenschappen, zoals het nooit nemen van verantwoordelijkheid, doelgericht achter geld aanjagen waarbij enige moraal geen enkele rol van betekenis speelt, er nooit zijn als je nodig bent, het naar beneden halen van andere mensen; ik herken het. Het maakte me misselijk. Met horten en stoten heb ik me door het boek heengelezen. Ik kon die romanfiguur wel wurgen. Ik had er zoveel moeite mee. Misschien juist wel doordat het zo superieur geschreven is. Misschien wel juist doordat de karakters zo goed zijn gaan leven. In die zin is de roman ‘Zomervacht’ van Jaap Robben een absolute aanrader.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van puber Brian die samen met zijn asociale pa en twee honden op een soort semi industrieel stacaravanterrein woont. Zijn moeder is van pa gescheiden en gaat op huwelijksreis met haar nieuwe partner. Juist op dat moment kan het tehuis waar meervoudig gehandicapte broer Lucien verblijft hem twee weken niet verzorgen. Omdat er een vergoeding tegenover staat, wil pa de verzorging wel even overnemen. Die verzorging gaat pa, uiteraard, niet zelf doen, maar laat hij over aan puberzoon en hoofdpersoon Brian. Ondertussen komt leraar Emile ook op het terrein wonen; het lijkt erop alsof hij grote relatieproblemen heeft en uit huis gezet is. Pa int via Brian de huur. Emile wordt, volgens pa, hun ‘pinautomaat’. Er ontstaat een soort vriendschap tussen Emile en Brian. Emile is behulpzaam en invoelend voor Brian; hij ziet voor welke onmogelijke taak hij gesteld is en probeert hem bij die taak te helpen en te begeleiden. Het loyaliteitsconflict van Brian tussen pa en Emile zie je groeien.

Brian is in het tehuis van broer een beetje verliefd geworden op een bewoonster. Misschien is hij meer pubergeil dan verliefd. Een verboden liefde die hij stiekem smaakt terwijl broer Lucien aan zijn bed vastgebonden alleen thuis ligt. Het drama zie je zich langzaam voltrekken. Als invoelend mens is dat nauwelijks te verdragen. Tenminste, ik had er behoorlijk wat moeite mee. Helemaal omdat pa alleen opdaagt als hij er voordeel uit kan halen. Zogenaamd is hij de hele dag aan het werk, maar wat hij in het echt doet, komen wij niet te weten. Er is in ieder geval altijd een groot tekort aan geld. Als de financiële nood echt aan de man komt – pa betaalt de huur niet en heeft de huur die hij bij Emile inde ook in eigen zak gestoken – dan probeert hij alles wat los en vast zit te verkopen. Vooral de spullen van Brian.

In het vorige boek – Birk – dat ik van Robben gelezen heb, ging het om de gemankeerde verhouding tussen moeder en zoon, in ‘zomervacht’ om de foute verhouding tussen vader en zoon. Over ‘Birk’ was ik zeer te spreken. Bij ‘Zomervacht’ lijk ik zelf betrokken. De problemen waar de moederfiguur in ‘Birk’ te maken had, verschilt compleet van de problematiek van de vaderfiguur in ‘Zomervacht’.

Zo, heb ik toch wat opgeschreven over deze zware, maar heel erg fantastische roman. Ik MOET gewoon elk boek van Jaap Robben lezen. Fijn dat hij ons zijn verhalen schenkt! LEZEN!!!

Een bak met geld

De Brexit lijkt een grote ramp te worden. Lijkt, want, wie weet. Alles is in principe nog mogelijk. Duidelijk is wel dat Groot-Brittannië onbestuurbaar is geworden. De traditionele partijen worden verscheurd in verschillende kampen en niemand heeft meer een idee over waar men met z’n allen eigenlijk naartoe wil. De Engelse politiek verkeert in het luchtledige. Op een paar politici na die denken dat Brittain nog steeds de waves ruled en vaak ook qua uiterlijk nog leven in het Victoriaanse tijdperk en die gewoon alle banden met de Europese gemeenschap radicaal wil doorsnijden, denkt iedereen ietsje anders over de Brexit en lijkt er nooit een plan te kunnen komen waar een meerderheid zich min of meer, met hier en daar wat tegenzin en ook wel wat euforie in kan vinden. Hoe dus verder? Nu de situatie volkomen hopeloos is geworden denk ik dat uitsluitend een nieuw referendum een oplossing kan bieden. Doorgaans ben ik tegen een referendum omdat ik denk dat een compromis veel beter werkt. Maar hier lijkt geen compromis mogelijk en zal je de vragen en oplossingen moeten versimpelen om een besluit te kunnen nemen. Ik denk dat de oplossing is om de Britten een keuze te geven uit drie mogelijkheden: Toch lid van Europa blijven, een harde Brexit of kiezen voor het uit onderhandelde akkoord van Theresa May. Volgens mij zijn dat de keuzemogelijkheden. Alles ertussenin lijkt niet meer mogelijk.

Brittania-rules-the-waves Brexiteer Rees-Mogg

Ik vind het jammer dat Engeland uit de Europese gemeenschap wil. De Europese gemeenschap heeft ervoor gezorgd dat we met z’n allen, Engeland incluis, onwaarschijnlijk rijk zijn geworden. Vooral het bedrijfsleven lijkt enorm te profiteren van de manier waarop Europa zichzelf georganiseerd heeft. Wat de Europese gemeenschap zich te weinig beseft, vind ik, is dat de Europese gemeenschap een gemeenschap is van mensen. Mensen die weliswaar erg blij worden van rijkdom, maar die ook beseffen dat geld niet alleenzaligmakend is. De Brexit is geen rationele beslissing van het Engelse volk maar een emotionele. Europa is geen verbindende factor. Cultuur, taal en geschiedenis wel. Die verbinding vind je wel in de natiestaten maar niet in Europa en daardoor loopt elk Europees besluit het risico om ervaren te worden als het besluit van een ander. Een besluit dus, dat een land wordt opgelegd.

Toch hebben we in Europa wel gemeenschappelijke waarden. Als een land lid wil worden, dan moet dat land aan een aantal voorwaarden voldoen en die voorwaarden staan allemaal in lijn met de gemeenschappelijke waarden. Democratie, bijvoorbeeld en überhaupt hoe een land het bestuur en de handhaving regelt. Een land met een dictatoriaal regime zal nooit lid kunnen worden van Europa. Een land dat drijft op corruptie kan een lidmaatschap wel vergeten. Een land dat de trias politica niet in acht neemt heeft helemaal niets te zoeken in de Europese Gemeenschap…

Maar stel dat een land aan alle voorwaarden voldeed en volwaardig lid is geworden. Daarna komt er een regering aan de macht die ‘orde op zaken stelt’. Dat wil zeggen een autoritair regime vormt en die de voorwaarden om lid te worden aan zijn laars lapt en bijvoorbeeld de trias politica afschaft of die alle EU subsidies in eigen zak steekt. Wat voor mogelijkheden heeft Europa dan? Zelfs met het rampzalige Brexit in mijn achterhoofd, zou ik er best voor zijn dat landen die niet meer voldoen aan de voorwaarden om lid te worden, vanzelf weer uit de EU worden gezet. In dit verband denk ik aan Hongarije, Polen, Bulgarije en Roemenië. Als Europa ergens in verbindt, dan zouden het de waarden moeten zijn die een open en democratische samenleving vormgeeft. Als Europa dat niet handhaaft, ja, wat is Europa dan meer dan een bak met geld waar niemand eigenlijk bij wil horen?

Sylvana Simons en Geert Wilders

Sylvana Simons…wie? Nou, Sylvana Simons. Nou en. Wat wil je daarmee zeggen? Ik vind haar apart. Ze volgt dezelfde weg als Geert Wilders.  Dat is toch apart? Racisme, dat is hun beider ding. Tegengesteld, misschien, maar hetzelfde in de diepste kern. Kuzu en Öztürk? Nee, die hebben daar helemaal niets mee te maken. Die leven in hun eigen Turks/Marokkaanse islam bubbel. Ik hoop dat ze net als de SGP hun hoogste aantal zetels bereikt hebben en dan vanuit de marge blijven roepen. Bij Sylvana Simons is dat wel even anders en bij Geert Wilders ook. Beiden doen ze een beroep op de moraal. Wij hebben geleerd dat discriminatie en racisme fout is. Dat mag niet. Als Sylvana Simons haar politieke issues op tafel gooit, dan voelen we ons als netjes opgevoede witte mensen meteen al schuldig. Daardoor krijgt die knappe zwarte vrouw van alles van ons gedaan. Aan de andere kant willen we vaak ook graag tegen onze goede opvoeding ingaan. Dan zijn we bij onze geblondeerde heer aan het goede adres. Hoezo mogen we niet discrimineren; we wonen toch in ons eigen land? Baas in eigen land…

Zowel Sylvana Simons als Geert Wilders hebben een vergelijkbare weg bewandeld van heel gewoon en weinig opvallend naar extreem en steeds in het middelpunt van de belangstelling.  Geert Wilders begon als keurig VVD Kamerlid. Heel verschrikkelijk lang geleden werd er door de EU onderhandeld met Turkije over haar mogelijke toekomstige lidmaatschap. Dat vlotte niet. Er was een moment waarop besloten moest worden: Doorgaan met onderhandelen of stoppen. De VVD wilde doorgaan met onderhandelen maar Wilders niet en dus werd hij uit de fractie gezet. Vanaf dat moment ontwikkelde hij zich tot de racist die hij nu geworden is. Sylvana Simons begon al VJ maar bleek zo goed gebekt dat ze al snel een televisiepersoonlijkheid werd. Volgens mij werd haar antiracisme standpunt getriggerd door een gesprek waar ze aanzat met onder anderen Martin Simec. Hij nam het woord ‘zwartjes in zijn mond. Vanaf dat moment is ze zich gaan ontwikkelen tot de antiracisme activiste die ze nu is. Beiden worden extreem bejegend: Op handen gedragen of diep gehaat. Beiden hebben constante beveiliging nodig.

Je zou zeggen dat deze linkse jongen meer op heeft met Sylvana Simons dan met Geert Wilders.  De laatste is mijn natuurlijke tegenstander en dat blijft hij voorlopig. Met Sylvana Simons ligt het ingewikkelder, maar toch eenvoudig. Iemand die antiracisme predikt maar de joodse gemeenschap in de kou laat staan die kan mijn vriend niet zijn. Bij1 en Denk zijn de twee partijen die categorisch weigeren de joodse gemeenschap in bescherming te nemen. Wat antiracisme! En dat heb ik het nog niet gehad over het spreken over politiegeweld terwijl niemand nog precies weet wat er is gebeurd, zoals nu aan de hand is.

Heeft het zin om Geert Wilders en Sylvana Simons met argumenten te bestrijden? Nee. Helemaal niet. Dat lijkt misschien zo, maar men bereikt het tegenovergestelde van wat men bereiken wilde. Volgelingen van die twee doen dat niet op basis van de ratio maar op basis van emotie. Hoe meer ze in de hoek gedrukt worden en uitgekotst worden door de andere politieke partijen hoe populairder ze in sommige kringen worden. De rebel tegen het establishment. Het devies is wat mij betreft: Oppikken van issues waar de maatschappij wat mee kan (Turkije niet in de EU, Zwarte Piet laten veranderen), verder een soort van negeren. Dat denk ik.  Maar ja, ik heb ook de wijsheid niet in pacht.

Mijn partij, wat moet ik ermee?

Het laatste kabinet waar de PvdA – mijn partijtje, dus – deel van uit maakte, is rampzalig geweest. De kiezer heeft dat ook zo ervaren. De partij is gemarginaliseerd. Haar stem wordt nauwelijks meer gehoord. Dat kabinet was een puur kapitalistisch kabinet. Het laatst kabinet met PvdA-ministers heeft ervoor gezorgd dat de grote graaiers niet gestraft worden voor wat ze de wereld aandeden, maar er juist voor werden beloond. Waarom moest juist mijn partij eraan meedoen. Sinds dat kabinet klinken alle anti-kapitalisten argumenten uit de mond van PvdA’ers volkomen ongeloofwaardig. Wie gelooft er nou in samen alles delen als je een groep van superrijken zo bevoordeelt? Ik heb mijn geloof in de goede afloop laten varen. Ik ga, denk ik, mijn partij verlaten. Misschien is Groenlinks toch wel een beter alternatief. Mijn partij heeft weinig gebracht en heel veel fout gedaan. Misschien is het opheffen van de studiefinanciering wel mijn grootste verdriet. Dacht ik altijd dat Jet Bussemaker het hart op de juiste plek had. Zij heeft ervoor gezorgd dat de arbeidersklasse haar kinderen niet meer kan laten studeren. Hoe heeft ze zo’n beleid kunnen neerzetten? Ik schaam mij ervoor dat ik lid ben van de partij namens wie Jet Bussenmaker minister was; het schaamrood komt op mijn kaken; niet goed te praten! In plaats dat ze de studiebeurs en een renteloos voorschot weer uitsluitend beschikbaar stelt voor degenen wiens ouders te weinig geld hebben om hun kinderen te laten studeren, schaft ze alle goedkope financiering voor iedereen af en zadelt ze studenten uit de arbeidersklasse op met torenhoge schulden. Hoe kan mijn partij daarachter staan? Hoe hebben ze dat verdedigd? Nog zie ik Jet Bussemaker voor de televisie verkondigen dat een rentedragende studielening een goede investering in je toekomst is. Hoe kon ze! Onder mijn partij zijn de mogelijkheden voor mensen met een smalle beurs er razendsnel op achteruit gegaan. De bestuurdersgeneratie Asscher willen we niet meer aan de macht hebben! Ze hebben de partij en de maatschappij geen goed gedaan. Shame on them!

Jeroen Dijsselbloem als schoothondje van de banken op de muren van Athene.

Hier in Athene, waar ik nu ben, zijn ze dat rampzalige kabinet ook nog niet vergeten. Zonder veel gene hoor ik ‘onze’ minister Dijsselbloem destijds verkondigen dat men in Griekenland veel te veel geld uitgeeft zonder dat daar inkomsten tegenover staan en dat ze minder geld moeten uitgeven en dat ze dus flink moeten bezuinigen. En in Nederland maar grappen maken over het luxe leventje van de Grieken en dat ze op ‘onze centen’ leefden. Wilders met zijn ‘geen geld naar de Grieken maar naar onze zieken’ deed het natuurlijk helemaal goed. En ‘mijn’ politici stelden daar niets voor in de plaats. Inderdaad zeg, wat had die Wilders gelijk… Maar Wilders had natuurlijk helemaal geen gelijk. Wij betaalden niet voor de Grieken. Wij betaalden onze banken in Nederland. Die banken hadden er namelijk massaal van geprofiteerd dat de rente zo hoog was voor de destijds corrupte Griekse overheid. Miljarden hadden ze uitgeleend tegen draconische rentes; miljarden hadden ze uitstaan tegen miljarden euro’s rente. Wat denk je dat er zou gebeuren als de Grieken die rente niet meer konden opbrengen? Onze graaiende banken waren massaal omgevallen en was dat gebeurd, dan hadden wij ook naar ons geld kunnen fluiten. Onze maatschappij was als een kaartenhuis in elkaar gezakt. Het geld dat wij aan de Grieken uitleenden, kwam via de andere kant weer net zo hard Nederland binnen en daar verdween het zo in het vestzakje van de Rijkman Groeninkjes van dit land.

Jeroen Dijsselbloem is hier in Athene nog steeds een gehaat persoon. Miljoenen Grieken raakten aan de bedelstaf door het beleid waarvan hij het boegbeeld was. Mijn partij, wat moet ik ermee? Misschien een tijdlang mijn lidmaatschap opzeggen? Wachten op een volgende, meer verstandige generatie? Jongens, wat ben ik teleurgesteld in mijn partij. Ik wil er eigenlijk niet meer bijhoren, bij die falende partij…

Nou vooruit, een teugje likeur…

Het is heel erg lang geleden dat ik niet de menukaart scande om te kijken of er voldoende vegetarische mogelijkheden waren in het restaurant. Eigenlijk geen idee of het restaurant waar ik gisterenavond at vegetarische gerechten serveerde. Ja, salades. Maar verder? Ik weet het niet. Dat is dan ook precies het enige voordeel om zonder J. uit eten te gaan. Overal hebben ze alles wat mijn tong en mond en maag verlangt en ik hoef geen rekening te houden met mijn liefde. Heerlijk. Fantastisch! Meet het maar breed uit, want veel andere voordelen zijn er niet. Maar misschien ligt het toch ook aan mezelf. Denk ik dat andere mensen denken dat ik zielig ben zo zonder partner. Nee, heus niet. Zo zielig voel ik me niet en wat andere mensen van me denken, kan me niet zo heel veel schelen. Wat ik verschrikkelijk mis is gezamenlijke plannen en gezamenlijke ervaringen. Dat je dat kunt delen. Dat je samen voorpret hebt en lekker kunt na genieten. Nu moet ik dat alleen doen. Ook leuk, maar wel even wennen. Maar vooral uit eten gaan; dat valt niet mee.

Wat een overwinning moest ik gisteren halen. Zal ik toch maar niet even wat verse pasta uit de supermarkt halen en een gebraden kip of een stuk kant en klaar moussaka. Dan hoeft er heel veel niet. Maar ik wilde het juist toch. Ik was zo verschrikkelijk moe na onze fiets- en wandeltocht en het uurtje tijdsverschil en het nog even lekker zwerven door de stad. Ik had me voorgenomen om in de buurt van het Monasterikiplein te gaan eten en daar wilde ik mezelf aan houden. Maar jongens wat was de verleiding groot om thuis te blijven. Dus stapte ik op de metro naar het station op dat beroemde plein. Het was inmiddels al donker geworden en de Akropolis was prachtig verlicht. Ik stond er ademloos naar te kijken. En foto’s te maken natuurlijk; dat soort prachtige plaatjes wil je zelf vastleggen. Duizenden plaatjes op internet met zo ongeveer dezelfde afbeelding als die jij op het schermpje van je mobieltje ziet, maar het gaat juist om die ene die jij gemaakt hebt. Als ultiem bewijs dat jij het echt gezien hebt. Na nog wat ronddwalen langs de restaurantjes die er in de buurt gevestigd zijn, uiteindelijk de eerste de beste genomen, en dat was goed.

Je kan beter een plaatje van Internet bekijken, maar deze heb ik wel zelf gemaakt!

Of ik op businessreis was, vroeg de ober. Nee, man, deze jongen is alleen op pad. Deze jongen is soms zijn eigen gezelschap en dan laat hij zijn vrouwelijke evenknie thuis. Dat was dus even een slikmomentje. Ik kon op de een of andere manier niet trots zeggen dat ik lekker alleen op stap was. Intussen ging er een Italiaans echtpaar vlak naast mij zitten. Over het dipsausje dat bij het voorafbrood werd gegeven meteen de vraag of er knoflook in zat want zijn vrouw kon dat niet verdragen. Grote tieten, strak geconserveerde billen en weggeplamuurde oneffenheden. Nuffig wuifde ze bevestigend. De ober haalde het bakje dip weer weg. En toen kregen man en vrouw in rap Italiaans ruzie…denk ik.

Ondertussen kwam ik over mijn eenzamigheid heen want het bandje begon te spelen. Vrij hard. Mijn lief zou dat wellicht niet fijn gevonden hebben. Maar misschien ook wel. Waarom zou ik me er druk over maken? Ik ben alleen. De muziek is erg Grieks. Een heerlijke salade wordt opgediend. Daarna een bord met inktvis, gamba’s en mosselen. En toen was mijn buikje vol. De aardige toegift (ijs met een likeurtje) moest ik weigeren. Nou vooruit, een teugje likeur…

Zij in Amsterdam, ik in Athene

Valentijnsdag, dus. Een mooie dag om alleen op reis te gaan. Niet, dus! Op de een of andere manier voelde ik me sowieso niet zo senang om alleen op reis te gaan, maar toen ik besefte dat ik mijn valentijn juist op haar dag alleen zou laten, zakte even mijn broek af. Stom. Vanochtend had ik natuurlijk ook al geeneens bloemen of chocola voor d’r. Oke, zij ook niet voor mij, maar dat doet er niet toe; ik had er iets op moeten verzinnen. Vanochtend namen we afscheid alsof het voor tijden was. Maar dat is gelukkig niet zo. Ik ga maar een paar dagen weg. Athene is de bestemming. Vanochtend ging zij naar d’r werk en bleef ik thuis. Een ochtendje thuiswerken en dan…wegwezen. Maar ik had gisterenavond al een uur gewerkt en vrijwel meteen toen ik wakker was ook. Dus om tien uur gaf ik er de brui aan en toen zat ik thuis met mijn ziel onder mijn arm. Alles gepakt en niets vergeten. Om het Valentijnsleed te stelpen kocht ik een mooie bos rozen en vertrok.

Deze jongen is een beetje een schijtlaars. Zo vaak ga hij ook niet alleen naar het buitenland. Zeker niet vliegen. Maar omdat ik graag meer van de wereld wil zien en mijn geliefde, naast dat ze mijn geliefde is, ook nog eens wereldverbeteraar is, moest ik wel alleen gaan. J. wilde niet nog een keer dit jaar vliegen. We waren al naar Thailand geweest en zodoende vond ze haar ecologische voetstap op aarde al wel groot genoeg. Ik ook wel, maar ik vind dat als een ander ergens recht op heeft, dat ik het dan automatisch ook heb. Fout! Ik weet het, maar wat moet ik anders zeggen? Ik wil zo graag wat meer van de wereld zien. Helemaal nu ik het allemaal kan betalen. Ik heb echt het gevoel dat ik mezelf van alles onhoud als ik niet van mijn welstand gebruik maak en afentoe het vliegtuig neem naar een wat verdere bestemming. (Wat een verschrikkelijk slap gelul! De Klerk, laat naar je kijken). (Dus zat ik vanochtend, in mijn zenuwen, voor ik vertrok, nog wat youtube te kijken en stuitte ik op Wilders die de voorman Jette van d’66 ervan langs gaf. De man had zijn mond vol over vliegen en het milieu, maar Wilders had op de Instagram van zijn milieuvriendelijke politieke opponent gekeken en confronteerde hem met zijn eigen vlieggedrag…dat was dus niet mals. Per jaar vloog Jette de milieuactivist zo’n beetje rondjes rond de aarde. Maar dit allemaal tussen haakjes)

Ik zit nu op Schiphol te wachten….en te wachten…en te wachten. Mijn lief is aan het werk. Ze komt straks thuis en vindt mijn bos rozen. Voor haar. Waarschijnlijk ziet ze mijn rozen op het moment dat mijn vliegtuig aanstalten maakt om de landing in te zetten. Mijn Valentijn. Zij in Amsterdam en ik in Athene.