Zomergast Van der Laan

Ik kreeg gisteren een uitnodiging van de PvdA om in een café te gaan kijken naar zomergasten. Burgemeester Eberhard van der Laan was de gast. “De PvdA Amsterdam is ontzettend trots op ‘onze’ burgervader” stond in de uitnodiging. Ik ging niet. Ik weet het niet, maar ik heb wat tegen persoonsverheerlijking en ik heb ook al wat tegen tv kijken in de kroeg en emoties met een groep delen vind ik ook al niet fijn. Kortom ik ben best wel een beetje saai. Maar gisterenavond zaten Josien en ik wel aan de buis gekluisterd. Van der Laan kan niet meer stuk bij ons nadat hij Josien persoonlijk een pluim had gegeven in zijn bedankbrief. Om de kracht van taal te laten voelen had Josien haar analfabetenklas voorgesteld om de burgemeester te bedanken voor het mogelijk maken van de cursus die ze volgden en om hem een hart onder de riem te steken bij zijn ziekte. Haar cursisten waren meteen wild enthousiast en schreven in zo sierlijk mogelijke letters hun goede wensen voor de burgemeester. Toen hij ook nog echt antwoordde, kon hun geluk niet op. Dat was honderd procent meer dan ze hadden verwacht. De brief werd gekopieerd en in menig gezin ingelijst en aan de muur gehangen. Die burgemeester van ons! En Josien? Die voelde zich dan weer ongemakkelijk en dan weer trots. Zoals dat gaat bij mensen die onverwacht een pluim krijgen van een belangrijk persoon.

Gisterenavond zagen we een bewogen burgemeester en een verliefde Janine Abbring. Daarin niets verwijtends maar ik constateer het wel. Ik denk dat het moeilijk is om iemand die zo begeesterd is door zijn werk en zo veel tot stand weet te brengen en aan de andere kant zo verschrikkelijk ziek is, kritisch te benaderen. Bovendien was Van der Laan buitengewoon charmant. Maar toch moest ik ook denken aan een andere Van der Laan. De Van der laan van: ‘Van der Laan je pikt mijn baan’. Een kreet die op menig raam op de Wallen hangt.

Burgemeester van der Laan en wethouder Lodewijk Asscher constateerden dat het mooiste en oudste stukje Amsterdam, de Wallen, in handen was gevallen van pooiers, drugshandelaren en seksslavinnenhouders. Ze zagen dat het mooiste deel van de stad werd ontsierd door criminelen en menselijk leed waar men toen nauwelijks oog voor had. Er werd een stevig beleid ingezet om ook dit deel van de stad weer leefbaar te krijgen. Dat riep veel weerstand op want ‘de Wallen moesten de Wallen blijven’. En…hoeren horen daar nu eenmaal thuis. En Asscher antwoordde dat op een gemiddelde kroket tien keer zoveel toezicht was als op die Oost-Europese vrouw die (vaak gedwongen) mannen bevredigde. Daarom kocht de gemeente hoerententen op om ze een andere bestemming te geven. Dat opkopen maakte een louche persoon schathemeltje rijk en de vraag was of een gemeente de portemonnee van een crimineel moet spekken.

Van der Laan werd daarover geïnterviewd en ook best wel ter verantwoording geroepen. Ik heb de goede man zelden zo kwaad zien worden op een journalist.

Maar gisteren niet. Gisteren was Van der Laan charmant en bevlogen. En dat hij een traan wegpinkte bij Appie Nouri pleitte alleen maar voor hem.

Overvloedige oogst

Onze groentetuin staat er boven verwachting florissant bij. Sterker nog, we weten bij God niet hoe we alles op moeten krijgen. We geven veel weg. Maar omdat de oogst overal behoorlijk overweldigend is, kunnen we veel aan de straatstenen niet kwijt. Inmaken dus, zodat we er later van kunnen genieten. Dat gaat niet altijd goed. Ik had zes weckpotten gevuld met de heerlijkste sperziebonen op aarde. Mals, zoet, echt heerlijk. Zelfs na een lange tijd pasteuriseren/steriliseren in de oven gingen de bonen na een dag of vier gisten. Gistende bonen ruiken niet lekker. Ook de courgettes groeien ons haast boven het hoofd. Voor de zekerheid had ik drie plantjes gezet. Dan kan er één probleemloos sterven, was de gedachte. Maar geen van drieën wilde dood. En ze produceren me toch een hoop courgettes! Van een aantal ga ik soep maken en die vries ik als eenpersoons porties in. Verder bereid ik ze in eindeloze variaties. Gebakken, gepureerd, geraspt, gevuld, in de soep in de pastasaus en in de curry. Dan te bedenken dat we ook nog elke week een courgette of drie, vier aan de kippen voeren. Die zijn zo groot geworden dat er geen land meer mee te bezeilen valt. Ook mijn veel geprezen koolveld groeit dat het een lieve lust is. De boerenkool en de spruitjes torenen hoog op uit de aarde. Van de witte kolen hebben een paar planten het opgegeven. Dat wil niet zeggen dat we kool te kort komen. De witte kolen die er nog staan zijn zo groot en sappig; we zullen zuurkool in overvloed hebben aankomende winter in ons eigen huis!

Een speciaal plekje nemen de gele komkommers bij mij in. Ik heb er een zwak voor gekregen. Zeker nadat ik ze op de werelderfgoedlijst van lekker eten heb gekregen! Een komkommersoort die je nergens meer kunt kopen maar die ik me nog in de schappen van de supermarkt kan herinneren. En ik weet dat mijn moeder ook een stevige bijdrage heeft geleverd aan het verdwijnen van deze soort; die bittere komkommer wilde ze niet. Wel die lange dunne zoete groene komkommers. Niet dat ze altijd bitter zijn, maar er hoeft maar niet dat te gebeuren en ze zijn voor rauwe consumptie haast niet meer geschikt. Voor amateur tuinders is er gele komkommerzaad in overvloed en dat behoedt ze zeker voor uitsterven. De gele komkommer heeft nogal wat voordelen boven zijn populaire groene broertje; gele komkommers hebben geen kas nodig en zijn heerlijk om in te maken. In zoetzuur. Dat gebeurt op heel kleine schaal nog wel professioneel. Tafelzuurmaker De Leeuw aan de Vrijheidslaan bijvoorbeeld. De ingelegde komkommer van De Leeuw zijn een omrit waard. Ook Kesbeke maakt ze in. Maar op nog kleinere schaal.

Gisteren oogstten we komkommers.  Een imposante berg. Terwijl ik ook al een bergje in de koelkast heb liggen en er, zo te zien, ook nog een heleboel nieuwe aan gaan komen. Ik heb zoetzuur gemaakt: Een pond suiker, een halve liter water en anderhalve liter biologische witte natuurazijn. Dat is de basis. Ik heb er twee knoflooktenen en een ui in gesneden en een mengsel mosterdzaad, korianderzaad, dillezaad en laurier aan toegevoegd. Dat staat lekker samen smaak en geur te integreren. De lege potten staan klaar. Nog even en dan gaat het grote vullen van start. Oh ja, suiker/diabetes/Frits… Tsja, ik heb al een pot komkommer met stevia gezoet. Ik weet niet of ik daar zo blij van word. Misschien dat ik nog wat met mijn gewone zoetjes probeer. Ik zie wel. Eerste de grote bulk!

Nageltje aan mijn doodskist

De discussies met mijn jongste, zo verschillend van mij denkende zoon, geeft gelegenheid tot zelfreflectie. Hoe sterk zijn mijn standpunten eigenlijk en hoe vastgeroest. Soms is dat confronterend. Wat je jarenlang vol overtuiging verkondigde blijkt lang niet zo zeker als je dacht. Pijnlijk. Vaak is het ook verfrissend. Soms denk ik, had die en die ook maar een jongste zoon die zo heftig verschillend denkt. De omgekeerde spiegel die je voorgehouden wordt brengt je nieuwe inzichten. Neem bijvoorbeeld de jodenvervolging in de tweede wereldoorlog. Ik ben er helemaal mee opgegroeid. Mijn moeder, mijn omaatje, mijn opa, mijn tantes…de oorlog de oorlog en de oorlog. Vergassing, concentratiekampen, honger. Ik ben er mee groot gegroeid en in mijn stelligste overtuiging is alles wat er over geschreven is, alles wat er over gefilmd is, uitermate belangrijk. Daar denkt mijn jongste zoon dus heel anders over. Heus hij is geen holocaust ontkenner ofzo en hij staat zeker niet te wachten om iets uit die tweede wereldoorlog goed te praten, maar hij beschouwt het wel als geschiedenis. Iets dat ooit geweest is. Iets dat nu voorbij is. Heel erg verschrikkelijk, heus wel, maar het past in het rijtje van andere heel verschrikkelijke dingen die de mensheid is overkomen. En hij zegt dat we zo’n holocaust moeten voorkomen, maar dan ook net zo goed de uitroeiing van de Tutsi’s door de Hutu’s, of de Armeniërs door de Turken. En daar heeft die jongste van mij helemaal gelijk in. Zo uniek was die holocaust niet. Wel misschien de manier waarop de holocaust is uitgevoerd, maar niet als fenomeen. Zo leer ik door mijn zoon de wereld herontdekken en vaste waarheden ter discussie stellen. Ik gun anderen ook wel zo’n zoon. Mensen die denken dat ze de waarheid in pacht hebben.

Neem bijvoorbeeld Asha ten Broeke. Ik gun haar echt mijn zoon. Laat haar eens een paar avonden discussiëren met mijn nageltje aan mijn doodskist. Ja, ik kwalificeer hem nu even negatief want tijdens zo’n discussie verwens je hem vaak. Je moet iets masochistisch hebben om zo’n trap op je ziel fijn te vinden. De catharsis komt pas na afloop, als je alles nog eens overweegt wat het rotjoch je voor de voeten heeft geworpen. Dan denk je…mmmm. En soms…tsja… En dan zit er best wat in.

Asha ten Broeke heeft heel erg vaststaande waarheden. Dat blijkt ook weer uit haar column van vandaag. Natuurlijk heeft ze het over de SIRE-reclame en beweert ze dat de makers een ‘Mars-en-Venus-kloof van spelende kinderen uit hun duim zuigen’. Voor haar heb je geslachtloze mensen die allemaal zo ongeveer dezelfde behoeftes hebben. Dat jongens op dit moment stelselmatig slechter presteren in het onderwijs kan dus niet aan het feit liggen dat ze jongens zijn maar…ja, aan wat dan wel? Laten we zeggen dat het eraan ligt dat ze een piemel hebben.

Maar ook Ten Broekes standpunt in de racisme discussie en de nauwelijks serieus te nemen Gloria Wekker. Asha ten Broeke weet alles zeker en haar columns kan je haast van tevoren uittekenen. Nee, ik gun Asha ten Broeke een paar daagjes met mijn jongste. Ik hoop dat het haar goed doet. Nou maar hopen dat mijn jongste ook met haar aan de praat wil.

Het onderwijs en lastige jongetjes

SIRE heeft een filmpje uitgebracht dat nogal veel teweegbrengt. Het gaat over jongens. In het filmpje wordt gesteld dat jongens zich anders ontwikkelen dan meisjes en dat het daarom noodzakelijk is dat ze op een andere manier opgevoed moeten worden. Meer zelf ontdekken, meer avontuur, meer kattenkwaad, meer stoeien, meer experimenteren. Ze zouden daar de ruimte voor moeten krijgen. Het filmpje is een reclamefilmpje en een reclamefilmpje brengt, als het een goed filmpje is, in korte tijd een duidelijke boodschap over. Dus zien we twee jochies die hun scheet aansteken en jongens die ravotten en jongens die wild zijn. We zien lastige jongetjes.

Als ex-opvoeder van drie jongens kan ik het beamen dat het niet zo goed gaat met de jongetjes in het onderwijs. Mijn mannen hadden het best zwaar op lagere- en middelbare school. Over de hele linie zie je dat jongetjes het slechter doen binnen het onderwijs. Zonder dat je kunt zeggen dat meisjes zoveel slimmer zijn dan jongens, is de instroom van meisjes in het hoger onderwijs groter dan die van jongens. Topfuncties in bedrijfsleven of het hoger onderwijs worden nog steeds gedomineerd door mannen. Maar dat is een kwestie van tijd. In het bedrijfsleven zie ik heel veel managementfuncties ingevuld worden door jonge vrouwen. Veel meer dan door mannen. Dat betekent dat vrouwen over een tijdje veel meer kans hebben om door te dringen tot het hogere management. Zo’n zelfde beweging zie ik in het hoger onderwijs. In mijn ogen is het een kwestie van tijd en dat dan het hogere segment gedomineerd wordt door vrouwen. Is dat erg? Ja, dat vind ik erg, want ik wil graag dat mannen en vrouwen dezelfde kansen hebben en dat de machtsposities evenwichtig verdeeld zijn over de seksen. Ik denk dat mannen en vrouwen ietsje anders in elkaar zitten; dat ze de wereld – statistisch gezien – op een iets andere manier benaderen en andere talenten hebben. Statistisch, omdat de verschillen in de grote aantallen pas gaan opvallen. Ik denk dat onze maatschappij er wel bij vaart als er een evenwichtige verdeling is van werk en macht tussen mannen en vrouwen.

Maar goed, dat SIRE filmpje heeft een storm van reacties teweeg gebracht. Als je het mij vraagt lijken de reacties van veel vrouwen verdomd veel op de reacties van mannen op de feministische golf in de jaren zeventig. Regelrechte afwijzing en een ontkenning van de problemen. De reacties doen me soms denken aan die Saoedische man die beweert dat vrouwen het fantastisch hebben in zijn land en dat ze als prinsesjes behandeld worden. De mooiste reactie kwam van Judi Mesman, hoogleraar pedagogie, afgelopen maandag. Ze beweerde dat het SIRE-filmpje een terugkeer was naar oude tijden en dat het filmpje rolbevestigend was. Ze draaide de boodschap om: Geef meisjes de ruimte om te borduren, te breien of te punniken. Die boodschap zou toch verschrikkelijk zijn? Volgens haar laat dat zien hoe rolbevestigend het SIRE-filmpje is.  Hoe erg kan je de plank misslaan! Wie legt meisjes (en jongens) een strobreed in de weg om te breien en te punniken? Niemand dus. Maar ondertussen worden jongetjes in het onderwijs wel voortdurend aangesproken en bestraft voor hun ‘ongewenste’ gedrag en daar wil het SIRE-filmpje de aandacht op vestigen.

‘Small Wonders’ in het Rijksmuseum

Ik weet niet wat voor bril ik had moeten meenemen, maar op de fraaie kunstwerken ter grootte van een walnoot kon ik moeilijk focussen. Ik had moeite om ze te zien. Ook de vergrootglazen die het Rijks als hulpmiddelen had neergelegd maakte het niet eenvoudig om alles te zien wat er te zien viel. Zelden kunst gezien waar ik zo van onder de indruk was. Niet alleen dat alles onnoemelijk klein was, maar ook nog eens van een superieure artistieke kwaliteit. Het werk van uitmuntende beeldhouwers op de kubieke millimeter. De tentoonstelling ‘Small Wonders’ bezorgt je hoofdpijn, want je wilt alles zien en dat is onmogelijk, en het maakt je gelukkig want uitvergroot op de muur blijkt dat zelfs een handje van een fractie van een millimeter nog herkenbaar als een echte hand. Ongelofelijk!

Als je de tentoonstelling bezoekt loop je eerst langs beeldjes van zo’n slordige vijftien centimeter groot. Klein, maar klein zoals je ze wel vaker ziet. Bij die beeldjes gaat het om de kwaliteit en de detaillering. Die is enorm. Beeldjes van Maria Magdalena bijvoorbeeld van zo’n tien centimeter groot. Een prachtig uitgesneden jurk die in plooien om haar heen valt. Devoot kijkt ze naar de hemel. Maar ook een uit buxushout gesneden kerststalletje. Zo trefzeker zie je ze zelden. Adam en Eva als gladde jonge goden met gewelfde buikjes. Klein maar fijn. Wat opvalt is dat de beeldensnijder Eva een echte vrouw laat zijn. Niet alleen het piemeltje van Adam is bloot, maar ook de schaamlippen van Eva. Dat zie je zelden. Vrouwen zijn in oudere kunst glad tussen hun benen; alsof daar helemaal niets zit. Bij deze Eva een uitgewerkte vulva. Eerlijke kunst; ik hou daar wel van. Bij een ander beeldje van net vijftien centimeter hoog, heeft de devote heilige handschoenen aan. Wat een wonder om te zien hoe de beeldensnijder het gelukt is om een beeldje van maar zo groot handschoenen aan te geven. Ik word daar stil van. Aan het eind van deze kamer van kleine beeldjes een klein vertrek met een gebedsnoot. Op de muur uitvergroot wat je in de vitrine zou moeten kunnen zien.

Eva als vrouw; met alles erop en d’r aan…

Je tuurt naar dat kleine bolletje ter grootte van een walnoot en je ziet een voorstelling in een notendop maar je hebt moeite om je ogen scherp te krijgen op zoveel kleins. Je ziet tal van personen op miniatuurformaat. Je ziet paarden. Een gekruisigde Jezus. En ja, op de uitvergroting op de muur constateer je dat Jezus herkenbare handen heeft die aan een kruis zijn gespijkerd. Of verzin ik de spijkers? In ieder geval is er de suggestie van spijkers. Ook lansen zie je. Je vraagt je af hoe iemand zoiets heeft kunnen maken. Je moet niet alleen heel erg artistiek begaafd zijn, maar je moet ook nog eens over hele goede ogen beschikken en over hele vaste handen. Een lans is niet veel minder dan een splinter hout. Maar deze lans lijkt niet op een splinter, maar op een lans. Hoe krijg je dat voor elkaar. Ik stond een lange tijd vol bewondering naar die ene noot te kijken. Toen ik de ruimte verliet ontdekte ik dat er nog een ruimte was…vol met gebedsnoten. En rozenkransen en andere miniatuur beeldjes.

Men vermoedt dat al dat kleins uit één en hetzelfde atelier afkomstig is. Uit wat summiere gegevens denkt men te weten, met heel veel slagen om de arm, dat de Delftse beeldhouwer Adam Dircksz de maker is van al het tentoongestelde kleins. Men weet het absoluut niet zeker. Het lijkt wel duidelijk dat de beeldjes en gebedsnoten afkomstig zijn uit één atelier. Qua stijl lijken ze erg op elkaar.

Aan het eind van de tentoonstelling staat één van de hoogtepunten. Uit één stuk hout een beeld met verschillende scenes uit het verhaal van Sint Joris en de Draak. Zo verfijnd en zo gedetailleerd…en…je moet zelf maar gaan kijken!

Tenslotte mijn strategie om meer te zien dan ik met het bebrilde en door een loep geholpen blote oog…foto’s maken. Hopen dat die foto’s zo scherp zijn dat alle details thuis duidelijk worden. Dat is me dus maar één keer gelukt. De rest was scherp genoeg als kiekje, maar niet om de details naar voren te brengen.

Mijn zelf gefotografeerde gebedsnoot.

Emoties tegenover de wetenschap

Ik kijk graag naar zomergasten. Na de fantastische serie met onze man in Iran, Thomas Erdbrink, nu een nieuwe presentator en interviewer: Janine Abbring. Gisterenavond ontving ze haar eerste gast: Rosanne Herzberger. Beiden moesten door een grote laag zenuwen heen die tot in mijn huiskamer voelbaar was. Dat leidde wat mij betreft tot verschillende uitglijders. Vooral Abbring zat regelmatig op het verkeerde spoor. Maar ook Herzberger kon er wat van. De vlucht naar micro-organismen en stofjes dit of dat volgde steevast als de interviewster ietsje te dichtbij kwam. Het werd een betrekkelijk moeilijke avond terwijl Herzberger een fantastische lijn in de fragmenten had aangebracht: Wetenschap en feiten en de verhouding met emoties en prettig samenleven. Hoewel Herzberger graag in haar veilige maar voor leken moeilijk toegankelijke vakgebied dook, was de lijn voor mij helder. Niet altijd voor Abbring. Ik weet niet in hoeverre zo’n avond voor te bereiden is voor een presentator.

Het eerste fragment dat Herzberger liet zien, werd ingeleid door een volkomen misplaatste opmerking van Abbring. Om een bepaalde reden wilde Herzberger een fragment laten zien uit de film ‘Dances with wolves’. Abbring kondigde de film als een ‘drakerige’ film aan. Dat is een kwalificatie waar Herzberger zichtbaar niet mee eens was. De opmerking kwam plompverloren en dreigde Herzbergers verhaal in het honderd te laten lopen. De geïnterviewde wist Abbring te redden door in te zoomen op wat ze werkelijk wilde laten zien: Ons idee over iets als het ideale samenleven en de ‘edele wilde’ (tegenover de slechte westerling). De ‘natuurmens’ die slechts zoveel bizons doodde als hij nodig had voor zijn voortbestaan.  Herzberger zette dat idee tegenover het werkelijke, wetenschappelijke verhaal. Ze vertelde dat de ‘edele wilde’ niet bestaat of bestond. Ook de ‘natuurmens’ rust niet voordat de laatste bizon op zijn bord ligt. Wij en zij zijn uit hetzelfde hout gesneden. Herzberger vertelde dat ‘edele wilden’ over de hele wereld diersoorten hebben uitgeroeid en dat dat niet per se iets is dat kleeft aan de moderne westerling die vaak zo negatief in beeld komt. Emoties ten opzichte van de zakelijkheid van de wetenschap.

Herzberger liet twee fragmenten zien van dieetvloggers. Green happiness en het paleodieet. De twee vrouwen van Green Happiness doen de gekste beweringen over verschillende soorten suikers en lijken die met wetenschappelijke inzichten te ondersteunen. Vervolgens het paleodieet; een dieet dat zou moeten aansluiten op ons oorspronkelijke dieet in de oertijd. Heel veel vlees en vis en juist weinig graan- of melkproducten. Herzberger verweet de vloggers dat ze geen verstand hebben van wat ze verkondigen en dat ze een soort pseudowetenschap aanroepen om hun idiote beweringen te staven. Aan de andere kant de emoties en het prettige samenleven; de vloggers wijzen de onzekere mens de weg. Ze geven de twijfelende mens een richting. Weliswaar een verkeerde, maar het draagt wel bij aan fijn samenleven. Aan dat laatste levert de wetenschap geen enkele bijdrage; de wetenschap is niet in staat om de mensheid te sturen.

Diezelfde tegenstelling zag ik ook terugkomen in haar eigen bestaan waarin ze haar eigen religieuze leven stelde tegenover haar wetenschappelijke leven. Religie zorgt ervoor dat ze fijn kan leven en emotioneel in balans is terwijl de wetenschap het leven verklaart en naar bewijzen zoekt.

Dunkirk: Een aardig verhaal-experiment

Na afloop van de film Dunkirk moesten mijn oren erg wennen aan geluid op gewoon niveau. Dunkirk is een film waarin bommen aan één stuk door ontploffen. De bioscoop zorgt ervoor dat het geluidsniveau realistisch is. Je voelt de ontploffingen tot in je maag. Dat is een heftige ervaring. Maar het went en op het laatst, na anderhalf uur knallen, wordt het behoorlijk saai. Ik ben niet kapot van Dunkirk. Er zat een zeer ingewikkelde verhaalstructuur achter waardoor je je soms een verdwaalde voelde in tijd en ruimte. De door elkaar gevlochten verhaallijnen met een verschillende tijdsdichtheid waren bovendien erg dun: Twee helden en een wanhopige. De helden vind je in het verhaaltje van de Engelse piloten die bereid waren hun leven te offeren om de mannen daar op het strand en de boten op zee te beschermen tegen vijandige vliegtuigen. Daarin waren ze, in deze film, buitengewoon succesvol. De tweede held was de eigenaar van een plezierjacht die de oversteek naar Duinkerken waagt om de omsingelde Engelse soldaten op te halen. Zijn onverzettelijkheid moet ongetwijfeld staan voor de Britse onverzettelijkheid. Tenslotte waren er de wanhopigen. De Engelse soldaten op het strand. Van het feit dat ze geen kant op konden, merkte je relatief weinig. Wel dat ze voortdurend werden aangevallen door vijandige bommenwerpers. Aangevallen met bommen en kogels.

Verzuipen in Dunkirk

De film begint in een stadje waar een groep soldaten rondzwerft. Een regen van pamfletten dwarrelt naar beneden. Als de hoofdpersoon een pamflet opvangt, begrijpen we wat er aan de hand is. Het is een door de vijand verspreid pamflet met de mededeling dat de Engelsen en Fransen zichzelf beter kunnen overgeven omdat hun omsingeling volledig is. En dan worden ze ineens, vanuit het niets, beschoten. De soldaten vallen. Op één na. Hij weet op miraculeuze wijze aan de kogels te ontkomen. Maar dan wordt hij onder vuur genomen door Franse soldaten die een barrière verdedigen. Natuurlijk lukt het de soldaat om langs de Franse post te komen en daarmee relatief veilig gebied te bereiken. Het strand. Rijen soldaten staan daar te wachten om geëvacueerd te worden. Dan onheilspellend gebrom in de verte. Soldaten kijken waar het geluid vandaan komt. En daarna…ontploffende bommen en vliegende lichamen. Aan de rand van het strand ziet onze soldaat een andere soldaat die ogenschijnlijk een gevallen strijdmakker begraaft. Samen met deze zich stom houdende andere soldaat proberen ze van het strand in een boot te komen zodat ze overgevaren worden naar Engeland. Om het maar te verklappen: Eén van de twee zal het niet halen.

Dan is er het verhaaltje dat aan de Engelse kust begint. Een eigenaar van een pleziervaartuig vertelt aan zijn twee zonen (?) dat zijn jacht door de Engelse marine is gevorderd. De inboedel van de boot wordt ingewisseld voor zwemvesten. Dan kiest het plezierjacht het ruime sop richting Duinkerken. Het heeft er alle schijn van dat onze pleziermarinier te vroeg en op eigen houtje vertrekt want hij laat een stel officieren met open mond achter. Halverwege hun overtocht pikken ze een soldaat op die op een boven het water uit piepende getorpedeerde boot zijn einde afwacht. Zelfs de smeekbeden van deze soldaat om niet naar Duinkerken te gaan, weerhoudt de pleziervarende onverzettelijke kapitein niet om zijn tocht richting oorlog en gevaar voort te zetten. Uiteindelijk vist hij een groot aantal een soldaten op uit de golven; Zij zijn afkomstig van een getorpedeerde oorlogsbodem.

Het laatste verhaaltje is het verhaal van drie Britse vliegtuigen die het tegen de vijand opnemen. Steeds worden we eraan herinnerd hoeveel brandstof er nodig is om weer terug te kunnen vliegen naar Engeland. Neem van mij aan, uiteindelijk hebben ze lak aan terugvliegen naar Engeland; ze willen hun manschappen op de grond beschermen tegen de vijandelijke bommenwerpers. Het eerste vliegtuig van de drie valt al bij de eerste schermutseling met de vijand. De tweede weet nog best wat ‘goed’ werk te doen voordat hij een zachte buiklanding op de golven maakt. De derde zal de held van de avond blijken. Hij vecht door tot hij uiteindelijk in een zweefvlucht zijn kist netjes aan de grond zet en dan, nadat hij zijn vliegtuig met eigen hand heeft vernietigd, in handen van de anonieme vijand valt. Maar dan heeft hij wel al de halve vijandelijke luchtmacht uit de lucht geschoten.

Het eerste verhaal van de soldaten aan het strand is een verhaal dat meerdere dagen duurt. Het verhaal van het heen en weer varende jacht duurt wellicht een etmaal terwijl vliegtuigen hoogstens een paar uur in de lucht zijn. Toch beginnen alle verhaaltjes in de film tegelijkertijd en eindigen ze samen op hetzelfde tijdstip. In de vertelde tijd wordt het verhaal van de soldaten op het strand in grotere tijdseenheden verteld dan het verhaal van de plezierjacht of van de vliegenier. Om dit te benadrukken zien we ook hele abrupte overgangen van nacht naar dag en omgekeerd. Deze verwevenheid van verhaallijnen maakt het best wat verwarrend. Het is wel een interessant verhaal-experiment.

De doodsangst weet de regisseur goed te vangen. Je bent in de bioscoop getuige van de ene na de andere aanval. Als er geen bommen met een enorm geluid ontploffen dan zijn het wel de torpedo’s die je ziet aankomen en die met onmogelijk veel geweld de veilige wereld aan stukken rijt. Een film die de toeschouwer kennelijk wil laten voelen wat oorlogsgeweld is. Dat doet me terugdenken aan Spielbergs ‘Saving private Ryan’. De landing in Normandië. Ik schat de manier waarom daar het geweld en de ellende in beeld is gebracht een stuk hoger in dan wat de film Dunkirk brengt. Ik vind Dunkirk een aardig (vertel-)experiment maar geen echt heel erg goed geslaagde film. Regisseur Christopher Nolan mist het genie van Steven Spielberg om het oorlogsgeweld voor de toeschouwer voelbaar te maken. De overgang algehele teloorgang en naar de algehele triomf aan de Engelse kliffen kust vond ik erg abrupt en kon ik gevoelsmatig niet echt volgen. De meeste boten werden tot zinken gebracht, zo liet de film ons geloven, maar uiteindelijk waren er ruim 300.000 mannen gered. Een gekke en plotselinge overgang.

Waarom ben ik geen conservator geworden?

Treft wit blaam als het om slavernij gaat? Volgens Harriet Duurvoort vandaag in de Volkskrant is het een gotspe als je dat ontkent. Volgens haar kan die ontkenning uitsluitend uit de koker van boos rechts komen. Ik ben dat helemaal niet met haar eens. Een wereld verdelen in wit en zwart vind ik fundamenteel fout. Blaam treft degene die schuld heeft en slechts een uitzondering heeft schuld aan slavernij. Mensen die zich op dit moment wel schuldig maken aan slavenhandel, worden veroordeeld en komen in het gevang. Voor het legaal houden van slaven afkomstig uit donker Afrika treft niemand blaam want de slavernij werd, goddank, heel lang geleden afgeschaft en niemand die zich daaraan schuldig maakte, leeft nog. Ben ik dan tegen een slavernij museum? Nee, helemaal niet. Maar ik zou wel tegen een museum zijn dat ons, witte mensen, zou moeten laten voelen hoe slecht we wel niet zijn. Dat zou een onterecht signaal zijn en brengt ons als maatschappij niet verder.

Het idee dat een mens eigendom kan zijn van een ander mens is totaal verwerpelijk. Toch is het in de geschiedenis van de mensheid eeuwenlang de gewoonste zaak van de wereld geweest. De economie van bijvoorbeeld de klassieke oudheid draaide op slaven. Slaven werden niet alleen overal te werk gesteld; ze dienden met lijf en leden ter beschikking te staan aan hun eigenaars. En echt niet alleen wit over zwart, om het maar eens zo uit te drukken. Lijfeigenschap heeft tot aan de Russische revolutie in Rusland bestaan.

Natuurlijk heeft Duurvoort gelijk als ze zegt dat de diaspora uit Afrika op een akelige manier met de slavenhandel begonnen is. Maar de uittocht is nog niet afgelopen. Nauwelijks te stoppen stromen mensen proberen vanuit Afrika naar Europa te komen. Ze hebben hun leven ervoor over om hier in Europa te kunnen wonen. Liever hier in Europa de onderklasse dan daar honger en gebrek. De diaspora van Afrikanen ophangen aan de slavernij is maar ten dele terecht. Dat er racisme heerst en dat die in zekere zin zorgt voor een achterstelling van groepen, ja, daar geloof ik wel in, maar wat zegt dat nou helemaal?

Dat Nederland een historische schuld heeft omdat men niets ondernam tegen de slavenhandel die onder Nederlandse vlag werd bedreven, ontken ik niet. Dat is, helaas, een wassen neus. Overal werden slaven verhandeld en overal was het de gewoonste zaak van de wereld dat de ene mens eigenaar was van een ander mens. Geen enkel land deed daar wat tegen. Als iedereen schuld heeft, heeft niemand schuld. Uiteindelijk kwam het besef dat de ene mens niet een ander mens kan bezitten. Dat unieke, innovatieve idee ontstond in de westerse wereld en werd door de westerse wereld als norm aanvaard. Hoe onterecht misschien ook; ik ben er een beetje trots op dat dat idee onder Europeanen is ontstaan.

Als gesjeesd historicus in spé, maar zeker als geschiedkundige hobbyist lijkt me een slavernij museum niet verkeerd. Ik zelf dacht aan het Tropenmuseum. Op dit moment een zieltogend museum maar met een belangrijke collectie uit de voormalige koloniën. Laten ze eerst eens beginnen om een mooie en interessante tentoonstelling te maken over slavernij. En dan niet met een beschuldigend vingertje maar objectief: Over onze veranderende ideeën over slavernij; over de slavenhandel, de winsten, de plantages etc. etc. En eindigen met moderne vormen van slavernij. Ik zie zo’n tentoonstelling helemaal voor me. Waarom ben ik geen conservator geworden?

Democratie en Poexit

Met mijn jongste zoon discussieer ik graag over van alles en nog wat. Hij houdt ervan om mij het vuur aan de schenen te leggen en ik hou ervan om hem te prikkelen en uit te dagen. Niet alleen in discussies aan tafel zoeken we elkaars grenzen op, ook in ons stemgedrag. Meneer stemde laatst op…Thierry B. Toen was ik wel even los. Maar aan de andere kant komt Thierry B.’s opvatting over democratie wel degelijk in de buurt van zijn visie op democratie. Ik moet het toegeven, op veel punten geloof ik niet zo in de macht van het volk. Ik geloof erin dat je veel zaken over moet laten aan beroepspolitici en ambtenaren omdat wij, als gewone stervelingen daar geen enkele kijk op hebben. De kans dat je in zo’n geval achter een demagoog aanloopt met een compleet andere agenda is dan levensgroot. Neem bijvoorbeeld dat Oekraïne referendum. De zaak zelf was veel te complex voor de meesten. Ik had er wel een mening over, heb ik ook vaak geventileerd, maar veel geopolitieke belangen kon ik gewoon niet laten meewegen, omdat ik er te weinig van afwist. Het referendum had, bij de organisatoren, niet het tegenhouden van dat associatieverdrag als doel, zij hadden een andere agenda; ze wilden zand strooien in de machine die Europa heet. Maar als zoonlief op Thierry B. wil stemmen en zijn ijdeltuiterige kompaan Hiddema; mijn zegen heeft hij.

Gaat het in een democratie altijd om de meerderheid die beslist? Ik denk het niet. Ik denk dat een democratie alleen maar kan bestaan als de minderheid wordt beschermd en haar rechten worden gewaarborgd. In een democratie beslist de meerderheid en wordt de minderheid beschermt. Als dat niet zo is, dan is er geen sprake van democratie. Je loopt dan namelijk de kans dat de minderheid zó onderdrukt wordt dat ze nooit meer een meerderheid kan worden. Democratie is namelijk ook dat je aanvaardt dat je vandaag een meerderheid hebt, maar dat je morgen weer tot een minderheid kan behoren. Zelfs als de stemming over hetzelfde onderwerp gaat. Daarom moet je in de democratie een waarborg bouwen die niet omvergetrokken mag worden. Die waarborg werd bedacht tijdens de verlichting in Frankrijk: De Trias Politica.  De uitvoerende macht (regering) moet ondergeschikt zijn aan de controlerende macht (het parlement). De onafhankelijke onaantastbare rechterlijke macht (rechters) moet de minderheden beschermen.

Overal waar men dit principe loslaat is men de democratie aan het ondergraven. Ik denk dat we het er allemaal wel over eens zijn dat in Turkije geen sprake meer is van democratie. Het ontslaan van duizenden rechters heeft de democratie aldaar de das om gedaan. Zelfs als negentig procent van het volk achter het ontslaan van de rechters staat, is daarmee het lot van de democratie bezegeld. Minderheden kunnen niet meer beschermd worden. Dat minderheden in Turkije vogelvrij zijn verklaard, is een open deur die ik graag intrap. Ik denk dat alleen democratieën lid kunnen zijn van Europa. Turkije valt dan volledig af. Maar Polen balanceert nu ook op het randje. In Polen heeft de PIS partij het voor het zeggen. De PIS partij vindt dat de rechterlijke macht bestaat uit relieken uit het communistische tijdperk. Daarom acht zij zichzelf gerechtigd om de hakbijl erin te zetten. Of het nou waar is of niet, dat doet er niet toe. Als je als regering de rechterlijk aan je onderwerpt, gooi je de democratie om. Als je de democratie omver gooit, dan heb je niets meer te zoeken in de Europese gemeenschap… Poexit? Maar wie gaat na de Poexit onze aardbeien plukken?

Walter van den Berg – Schuld: De zelfkant in Osdorp.

Een heel klein beetje krijg ik het idee dat de selectie van de shortlist van de Libris literatuurprijs jaarlijks eenzelfde soort mix van boeken moet hebben. Ook dit jaar weer een roman over de zelfkant. Nu niet superieur geschreven en spelend in de Rotterdamse onderklasse, maar een matig boeiend verhaal dat zich afspeelt in de westelijke buitengebieden van Amsterdam: Osdorp en Geuzenveld. Werd je in de roman van Alex Boogers de onderklasse ingesleurd, bij Walter van den Berg blijft het allemaal wat oppervlakkiger. Dat komt niet in de laatste plaats doordat de roman steeds vanuit een ander perspectief geschreven is en bovendien niet chronologisch verteld wordt. Dat hoeft niet direct een bezwaar te zijn en kan grootse boeken opleveren, maar ‘Schuld’ van Walter van den Berg is geen groots boek. Ik vind het wel boeiend maar ook niet veel meer dan dat.

Misschien komt het doordat de personages in de roman zo weinig positiefs hebben. Ze hebben nauwelijks een doel en klooien maar wat aan. Op de één of andere manier staat dat me tegen. Neem Kevin, bijvoorbeeld. Een opgroeiende puber. Intelligent maar totaal psychopatisch. Hij is heler en houdt zich bezig met gestolen telefoons. Als een soort tijdverdrijf pest hij eigenaressen van gestolen telefoons die op hun simkaart geile filmpjes van zichzelf hebben opgenomen. Pesten en achtervolgen zonder doel anders dan tijdverdrijf. Een absolute etterbak waar je weinig gevoel voor krijgt.

Ook voor de vader van Kevin, Ron, krijg je weinig warme gevoelens. Een man die zichzelf verbeeldt dat hij zanger is. Hij zingt nauwelijks, laat staan voor geld maar neemt wel ieders schuld op zich. Tot het uitzitten van gevangenisstraf aan toe. Alles neemt hij op zich en hij laat er zijn asociale zoon Kevin voor opdraaien. Ron probeert op diverse manieren geld te verdienen, maar dat lijkt er altijd op uit te draaien dat hij geen geld verdiend, maar juist geld moet betalen. Omdat hij altijd schulden heeft, leiden hij en zijn zoon  een zwervend bestaan. Zijn huis heeft hij onderverhuurd aan een louche figuur die er een groep Polen illegaal huisvest. Dan verdwijnt Ron in de gevangenis, en moet Kevin het alleen zien te rooien.

Hoewel je niet helemaal zeker weet hoe de man van Sandra vermoord is, heeft het er alle schijn van dat Sandra het gedaan heeft. Haar vermoordde echtgenoot was een gewelddadige Afghanistanveteraan. Op het moment dat Ron op de proppen komt, wordt de man dood gevonden. Ondanks dat Ron zijn zoon Kevin te verzorgen heeft, neemt hij de schuld op zich en verdwijnt hij in de gevangenis. Ook Sandra kan je maar moeilijk een sprankelend persoon noemen. Ook bij haar heb je het idee dat ze toevallig op de aardkloot rondloopt. Zonder perspectief, zonder passie. Ze existeert. Het staat mij tegen. Of er nu sprake is van liefde tussen Ron en haar…geen idee. Iets houdt hen bij elkaar. De schuld die Ron op zich nam houdt hen bij elkaar. Meer niet, zo lijkt het. Het lijkt alsof het Ron meer om de veroverde slaapplaats gaat dan om de liefde. Ik word niet echt vrolijk van Sandra.

Dan is er nog Cor. ‘Mister VWO’, zoals zijn broer Ron hem steevast noemt. Hij schrijft. Cor lijkt een personage dat zich aan de zelfkant wil onttrekken. Hij lijkt, in zekere zin, aan de touwtjes te trekken. Maar ook weer niet echt. Nee, zelfs voor Cor voel ik weinig sympathie. Moeilijk!

Ik heb de roman uitgelezen en heus, zo hier en daar boeit hij wel degelijk. Maar deze roman kan nooit hoog eindigen in mijn persoonlijke Librisliteratuurprijs. Over het relatieve dunne boekje heb ik verschrikkelijk lang gedaan. Ik werd te weinig meegenomen om er enthousiast over te worden en dan gaat het lezen langzaam. Nee, Schuld is niet mijn boek.