P.C. Emmer – De Nederlandse slavenhandel; 1500 – 1850.

Ik heb het boek ‘De Nederlandse slavenhandel 1500-1850’ van P.C.Emmer even terzijde gelegd. Het is vakantie, en lees je dit boek voor je plezier? Ja, toch wel. Ik heb het weliswaar niet helemaal uit, maar toch heb ik er voldoende in gelezen om er wat over te kunnen zeggen. Ik kan me voorstellen dat velen zich beledigd voelen door dit boek. Dat komt omdat P.C. Emmer onder het mom van wetenschap, toch ook veel waardeoordelen geeft. Als historicus zou je dat, zeker bij zo’n gevoelig onderwerp als dit, moeten vermijden. Hou je aan de feiten die je gevonden hebt en laat het waardeoordeel over aan de lezer, lijkt hier het devies. Hoewel, dat zal een niet zo heel makkelijke opgave zijn. Vergelijk je het aantal slaven binnen Afrika met het aantal mensen dat vanuit Afrika naar Amerika is vervoerd als slaaf, dan spreek je al min of meer een oordeel uit. Want het aantal slaven dat in Afrika bleef was vele malen groter dan het aantal slaven dat werd vervoerd naar Amerika. Als je die vergelijking maakt, zeg je eigenlijk al meteen dat die slavenhandel dus wel mee viel. Moeilijke zaak. Ik ben blij dat ik dit boek niet heb hoeven schrijven!

Als je je achtergesteld voelt, heb je de neiging om de oorzaak bij een ander te leggen. Dat maakt je tot slachtoffer en geeft je het morele recht om eisen te stellen. Dat die eisen worden ingewilligd is afhankelijk van de benoemde dader. Als hij de eisen niet inwilligt dan mag hij misschien als een slechterik worden beschouwd, maar veel gevolgen heeft dat niet. Slachtofferschap is daarom nooit productief. Als slachtoffer voeg je je naar de luimen van de ander. Op dit moment hebben sommige mensen die afstammen van de slaven uit het Nederlandse koloniale verleden de neiging om zich als slachtoffer op te stellen. Dat wordt momenteel zelfs wetenschappelijk onderbouwd door Gloria Wekker. Een slechte, contraproductieve zaak. Emancipatie, dat is het enige wat de mens vooruithelpt. Emancipatie en verheffing!

P.C. Emmer wordt verguisd. Mensen voelen zich gekrenkt door deze historicus. Terecht. Maar aan de andere kant doet Emmer ook verslag van zijn zoektocht in verschillende historische bronnen. En dat verslag is mateloos interessant. Dat verslag ontdoet ons beeld over slaverihouders en slavenhandelaars van onterechte denkbeelden. We hebben ons een voorstelling gemaakt van hoe het daaraantoe ging. Het is zonder meer verhelderend om naar de waarheid te zoeken. Maar waardeoordelen, die moet je laten.

Wat voor een beeld had ik van slavernij? Daar moet ik mee beginnen. Ik zie vredige Afrikaanse dorpjes voor me. Mannen die even niet opletten worden overvallen en zonder dat ze afscheid kunnen nemen van hun geliefden, worden ze door wrede mannen weggevoerd. Na een lang mars komen ze terecht in een slavenfort. Daar worden ze geketend in donkere kerkers. Vandaaruit massaal in slavenschippen geladen en in het ruim vastgeketend. Zo worden ze naar de nieuwe wereld vervoerd. In de nieuwe wereld worden ze op een slavenmarkt verkocht en daarna te werk gesteld op een plantage. Discipline, orde en werklust worden er met zware lijfstraffen ingeramd. Dat is mijn beeld.

Dat beeld van mij blijkt genuanceerder en zonder historische context. Tegen de achtergrond van een tijd waarin lijfeigenschap, willekeur van bazen, doodstraf en marteling nog zaken waren waar geen mens wakker van lag, moeten we slavernij beschouwen. In onze tijd met cao’s en professionele rechtsspraak en regels die voor iedereen gelden en een zwaar gelijkheidsbeginsel, komt het verleden als barbaars over. De slavernij is om die reden dan ook afgeschaft, destijds. Maar willen we slavernij en slavenhandel begrijpen, dan zullen we moeten aanvaarden hoe mensen van toen dachten en deden. Dat probeert Piet Emmer te doen. Dan kan je alleen maar concluderen dat we de slavernij als te slecht zien. Dat we de slechtheid van de slavenhandelaar en slavenhouder zwaar overtrokken hebben. Dat veel vergelijkingen mankgaan. Maar toch, als we toch een moreel oordeel moeten vellen, dan hadden onze voorouders met het verbieden van slaven en slavenhandel gelijk. Slaven zijn immoreel…nu…op dit moment. Maar goed, is dat geen open deur?

Voor mensen die met veel passie de slachtofferrol hebben gekozen mag je de slavenhandel en -houderij niet in het juiste historische perspectief zetten. De slechtheid van dit bedrijf kan nauwelijks voldoen aan het beeld dat ik er (als bleekscheet) van heb. Voor hun komt deze relativering aan als een klap in het gezicht. Dat geloof ik zeker. Maar afgezien daarvan; ook een logische beredenering had al eerder tot de conclusie moeten leiden dat het beeld wat ik ervan heb, niet klopt.

Bovendien, en dat is het meest kwalijke, voelen zij zichzelf als slachtoffer en de blanke mens, wie het ook is, als dader. Daar kom je geen steek mee verder. In tegendeel; alle partijen zetten fanatiek de hakken in het zand.

Terug naar de slavenhandel. Wat ik me zelden realiseerden, maar wat je zonder meer had kunnen beredeneren, was dat slaven waarde vertegenwoordigden. Slaven zijn goedkoper dan betaalde arbeidskrachten, maar ook weer niet zoveel goedkoper. Ook slaven moeten gehuisvest, moeten hun natje en hun droogje hebben. Bovendien moeten ze worden aangeschaft. Zet je dat af tegen een betaalde arbeider dan verschilt de economische waarde niet zoveel. Ons (terechte) gevoel dat de een vrij is en de ander niet, is absoluut doorslaggevend. Zelfs als je bedenkt dat de Indiase opvolger van de Afrikaanse slaaf in Suriname het echt niet zoveel beter hadden.

Moeilijk die slavernij; vooral omdat het zo verschrikkelijk veel negatieve gevoelens opwekt.

Reizen

Vandaag (27 juni) zijn we dan eindelijk op weg gegaan. Op reis. We hebben onszelf doelen gesteld, en die blijken heilig. Zelfs terwijl we dat helemaal niet zo willen! Vakantie betekent voor mij: Vrijheid. Vrijheid om te gaan en te staan waar ik wil. Ook om op te staan wanneer ik wil. Maar daar heeft mijn bioritme al zelf een stokje voor gestoken. Ik sta om zes uur op. Hoe graag ik het ook zou willen veranderen, mijn geest wikt maar mijn lichaam beschikt. Maar dat maakt niet uit want ik ben van de vroege ochtenden gaan houden. Thuis, maar ook op de camping of in het gehuurde appartement of het hotel. Josien en ik hebben allerhande manieren bedacht, en in praktijk gebracht, waardoor zij kan uitslapen terwijl ik mijn wakkere gangetje ga.

Gaan en staan waar je wil en doelen stellen zijn tegenstrijdig aan elkaar. Dat merk ik elke vakantie weer. Daarom hebben we daarvoor een middenweg gekozen; de eerste camping bepalen we thuis en de rest zien we vanzelf wel. Gezien het feit dat we vier dagen op dezelfde camping al verschrikkelijk lang vinden, zwerven we na die eerste camping er lustig op los. Merkwaardig genoeg valt de eerste camping altijd een beetje tegen, maar de campings waar we daarna toevallig komen, blijken fantastisch. Zo geven we onze ideale vakantie vorm, Josien en ik.

We waren altijd gebonden aan de schoolvakanties. Nu niet. Vandaar dat we een paar weken voor het hoogseizoen zijn weggegaan. Lekker rustig. Vandaag maakten we een stop toen we Antwerpen gepasseerd waren. Het was behoorlijk druk op de weg. Veel vrachtverkeer. Veel wegwerkzaamheden. Even een koffie en moed voor het vervolg verzamelen. Het uitgekozen wegrestaurant bleek drukker dan tijdens het hoogtepunt van het hoogseizoen. Het is schoolreisjestijd. Het hele wegrestaurant afgeladen met schooljeugd. Met stoer stappende jongens die zich helemaal nergens iets van aantrokken. Met giebelende meisjes die samenhokten. Maar ook elkaar lokkende meisjes en jongens die elkaar dan weer hard lachend wegduwden. Je zag het allemaal gebeuren… Maar vooral plassende meisjes en jongens. Je zag dat wel niet, want de jongeren die ik zag, waren netjes opgevoed, maar de rij voor het toilet was enorm. Ik moest eigenlijk ook wel. Dat heb je zo, als je een flink eind gereden hebt.

Na de koffie ging ik in de rij staan. Gelukkig waren er wat schoolreisjesbussen weggereden. Het was wat rustiger. Wat meer bescheidenere mensen zoals bijvoorbeeld ik, moesten nu echt nodig. Voor mij zat een meisje in een rolstoel. Eindelijk was het wat rustiger, moet ook zij gedacht hebben. Ze gooide haar vijftig eurocentjes in de automaat en ze kreeg haar kaartje. Maar ze kon met geen mogelijkheid door de tourniquet. Ik zag aan haar gezicht hoe hoog de nood was. Arm kind. Ik had haar wel naar het toilet willen dragen maar wist meteen dat ze dit nooit op prijs kon stellen.

Reizen!

Jamilla

Ik heb het weleens vaker gehad over misdaadverslaggever Peter R. de Vries en zijn nieuwe programma over internetpesters. Het is een programma waarin Peter R. de Vries immer het gelijk aan zijn zijde heeft. Dat zou natuurlijk hoogst irritant kunnen zijn, maar dat is het niet omdat zijn morele verontwaardiging doorgaans ook de onze is. Wat de internetpesters doen, dat mag niet en dat kan niet en dat moet gestraft. Oké, dat is wel duidelijk. Ik moet toegeven dat ik enigszins verslaafd ben geraakt aan dat programma. Het kost me ook mijn nachtrust, want het origineel wordt weliswaar op een christelijke tijd uitgezonden, maar de herhaling laat op de avond. Je voelt hem al, ik wil ze beiden zien.

Wat is het algemene stramien van het programma. Een prinsesje wordt belaagd door een booswicht. Een onbekende booswicht. Via Internet. Vol wanhoop, met grote kijkers vol tranen, wordt ons duidelijk gemaakt wat er zoal speelt. Ridder Peter mag de jonkvrouw redden. Hij spoort langs slinkse wegen de dader op en vervolgens confronteert hij de booswicht op indringende wijze. Tenslotte krijgt de booswicht de kans om diep door het stof te gaan voor dat lieflijke prinsesje. Eind goed, al goed.

Toch heb ik wel wat bedenkingen bij het programma en voel ik me niet helemaal kies met mijn verslaving. De booswicht blijkt meestal een booswichtje. Zonder enige voorbereiding wordt hij voor het volksgericht gesleept. Zijn verdediging moet hij ter plekke verzinnen. Doorgaans gaar het om een minderbegaafde booswicht die ook nog eens ter plekke zijn verdediging moet verzinnen. Hij staat tegenover de betrekkelijk hoogbegaafde Peter R. die zijn aanval minutieus heeft voorbereid. Je kan daar allemaal best wat kanttekeningen over maken, denk ik.

Afgelopen aflevering was speciaal. Jamilla was het slachtoffer. Jamilla is zo te zien een vrouw van een hoopvolle toekomst; namelijk gemixt qua afkomst. Bloedmooi. Daar valt weinig op af te dingen. Een prachtige krullenbos omvat haar gebronsde hoofd. Met diepzwarte ogen. Volle lippen. Jamilla brengt menig huisvader het hoofd op hol, laat staan wat ze bij huwbare jongens teweegbrengt! Waar Jamilla is, daar kwijlen de mannen. En Jamilla weet dat. Ze cultiveert dat ook. Natuurlijk was ze slachtoffer, maar deze kans om op de tv te komen laat ze niet zo makkelijk aan zich voorbijgaan. Niet zo maar een interviewtje, nee, ze neemt poses in. Ze laat zich van zo gunstig mogelijke kanten zien en filmen. De camera is van haar. En ze geniet. Maar ze was ook een belaagd prinsesje. Dat ook.

Wat was er zeven jaar eerder gebeurd? Een jongen ging uit eten in een restaurant. Wellicht op zoek naar een lieve meid om straks samen mee oud te worden. Wie weet en wie ook niet, op die leeftijd? Toen werd hem de menukaart gebracht, zo stel ik het me voor. Door Jamilla. En zijn adem stokte. Zoiets had hij nog nooit gezien. Zoiets moois. Alsof de bliksem insloeg. Hij werd verpletterd onder haar schoonheid. Haar geilheid (daar wilde hij nog geeneens aan denken). Wat zij bij hem teweegbracht! Zijn wereld stortte in en werd rond haar herbouwd. Jamilla! Toen hij ’s avonds het restaurant uitliep leek hij in een droomwereld terecht te zijn gekomen. Hij zag dat de zon was ondergegaan, en dat de mensen snel naar huis gingen. Alsof er niets aan de hand was. Maar dat was er wel! Hij was niet meer degene die hij was.

Hij wist haar naam. Jamilla. Maar verder? Niets. Hoe kon hij met haar in contact komen? Via Facebook, via Instagram, via schoolbank, desnoods. ‘Nee’ had’íe en ‘ja’ kon’ie, krijgen moet hij gedacht hebben. En hij ging maar door en hij ging maar door. Zeven jaar lang… En toen kreeg hij misdaadverslaggever Peter R. de Vries aan de deur.