P.C. Emmer – De Nederlandse slavenhandel; 1500 – 1850.

Ik heb het boek ‘De Nederlandse slavenhandel 1500-1850’ van P.C.Emmer even terzijde gelegd. Het is vakantie, en lees je dit boek voor je plezier? Ja, toch wel. Ik heb het weliswaar niet helemaal uit, maar toch heb ik er voldoende in gelezen om er wat over te kunnen zeggen. Ik kan me voorstellen dat velen zich beledigd voelen door dit boek. Dat komt omdat P.C. Emmer onder het mom van wetenschap, toch ook veel waardeoordelen geeft. Als historicus zou je dat, zeker bij zo’n gevoelig onderwerp als dit, moeten vermijden. Hou je aan de feiten die je gevonden hebt en laat het waardeoordeel over aan de lezer, lijkt hier het devies. Hoewel, dat zal een niet zo heel makkelijke opgave zijn. Vergelijk je het aantal slaven binnen Afrika met het aantal mensen dat vanuit Afrika naar Amerika is vervoerd als slaaf, dan spreek je al min of meer een oordeel uit. Want het aantal slaven dat in Afrika bleef was vele malen groter dan het aantal slaven dat werd vervoerd naar Amerika. Als je die vergelijking maakt, zeg je eigenlijk al meteen dat die slavenhandel dus wel mee viel. Moeilijke zaak. Ik ben blij dat ik dit boek niet heb hoeven schrijven!

Als je je achtergesteld voelt, heb je de neiging om de oorzaak bij een ander te leggen. Dat maakt je tot slachtoffer en geeft je het morele recht om eisen te stellen. Dat die eisen worden ingewilligd is afhankelijk van de benoemde dader. Als hij de eisen niet inwilligt dan mag hij misschien als een slechterik worden beschouwd, maar veel gevolgen heeft dat niet. Slachtofferschap is daarom nooit productief. Als slachtoffer voeg je je naar de luimen van de ander. Op dit moment hebben sommige mensen die afstammen van de slaven uit het Nederlandse koloniale verleden de neiging om zich als slachtoffer op te stellen. Dat wordt momenteel zelfs wetenschappelijk onderbouwd door Gloria Wekker. Een slechte, contraproductieve zaak. Emancipatie, dat is het enige wat de mens vooruithelpt. Emancipatie en verheffing!

P.C. Emmer wordt verguisd. Mensen voelen zich gekrenkt door deze historicus. Terecht. Maar aan de andere kant doet Emmer ook verslag van zijn zoektocht in verschillende historische bronnen. En dat verslag is mateloos interessant. Dat verslag ontdoet ons beeld over slaverihouders en slavenhandelaars van onterechte denkbeelden. We hebben ons een voorstelling gemaakt van hoe het daaraantoe ging. Het is zonder meer verhelderend om naar de waarheid te zoeken. Maar waardeoordelen, die moet je laten.

Wat voor een beeld had ik van slavernij? Daar moet ik mee beginnen. Ik zie vredige Afrikaanse dorpjes voor me. Mannen die even niet opletten worden overvallen en zonder dat ze afscheid kunnen nemen van hun geliefden, worden ze door wrede mannen weggevoerd. Na een lang mars komen ze terecht in een slavenfort. Daar worden ze geketend in donkere kerkers. Vandaaruit massaal in slavenschippen geladen en in het ruim vastgeketend. Zo worden ze naar de nieuwe wereld vervoerd. In de nieuwe wereld worden ze op een slavenmarkt verkocht en daarna te werk gesteld op een plantage. Discipline, orde en werklust worden er met zware lijfstraffen ingeramd. Dat is mijn beeld.

Dat beeld van mij blijkt genuanceerder en zonder historische context. Tegen de achtergrond van een tijd waarin lijfeigenschap, willekeur van bazen, doodstraf en marteling nog zaken waren waar geen mens wakker van lag, moeten we slavernij beschouwen. In onze tijd met cao’s en professionele rechtsspraak en regels die voor iedereen gelden en een zwaar gelijkheidsbeginsel, komt het verleden als barbaars over. De slavernij is om die reden dan ook afgeschaft, destijds. Maar willen we slavernij en slavenhandel begrijpen, dan zullen we moeten aanvaarden hoe mensen van toen dachten en deden. Dat probeert Piet Emmer te doen. Dan kan je alleen maar concluderen dat we de slavernij als te slecht zien. Dat we de slechtheid van de slavenhandelaar en slavenhouder zwaar overtrokken hebben. Dat veel vergelijkingen mankgaan. Maar toch, als we toch een moreel oordeel moeten vellen, dan hadden onze voorouders met het verbieden van slaven en slavenhandel gelijk. Slaven zijn immoreel…nu…op dit moment. Maar goed, is dat geen open deur?

Voor mensen die met veel passie de slachtofferrol hebben gekozen mag je de slavenhandel en -houderij niet in het juiste historische perspectief zetten. De slechtheid van dit bedrijf kan nauwelijks voldoen aan het beeld dat ik er (als bleekscheet) van heb. Voor hun komt deze relativering aan als een klap in het gezicht. Dat geloof ik zeker. Maar afgezien daarvan; ook een logische beredenering had al eerder tot de conclusie moeten leiden dat het beeld wat ik ervan heb, niet klopt.

Bovendien, en dat is het meest kwalijke, voelen zij zichzelf als slachtoffer en de blanke mens, wie het ook is, als dader. Daar kom je geen steek mee verder. In tegendeel; alle partijen zetten fanatiek de hakken in het zand.

Terug naar de slavenhandel. Wat ik me zelden realiseerden, maar wat je zonder meer had kunnen beredeneren, was dat slaven waarde vertegenwoordigden. Slaven zijn goedkoper dan betaalde arbeidskrachten, maar ook weer niet zoveel goedkoper. Ook slaven moeten gehuisvest, moeten hun natje en hun droogje hebben. Bovendien moeten ze worden aangeschaft. Zet je dat af tegen een betaalde arbeider dan verschilt de economische waarde niet zoveel. Ons (terechte) gevoel dat de een vrij is en de ander niet, is absoluut doorslaggevend. Zelfs als je bedenkt dat de Indiase opvolger van de Afrikaanse slaaf in Suriname het echt niet zoveel beter hadden.

Moeilijk die slavernij; vooral omdat het zo verschrikkelijk veel negatieve gevoelens opwekt.

Reizen

Vandaag (27 juni) zijn we dan eindelijk op weg gegaan. Op reis. We hebben onszelf doelen gesteld, en die blijken heilig. Zelfs terwijl we dat helemaal niet zo willen! Vakantie betekent voor mij: Vrijheid. Vrijheid om te gaan en te staan waar ik wil. Ook om op te staan wanneer ik wil. Maar daar heeft mijn bioritme al zelf een stokje voor gestoken. Ik sta om zes uur op. Hoe graag ik het ook zou willen veranderen, mijn geest wikt maar mijn lichaam beschikt. Maar dat maakt niet uit want ik ben van de vroege ochtenden gaan houden. Thuis, maar ook op de camping of in het gehuurde appartement of het hotel. Josien en ik hebben allerhande manieren bedacht, en in praktijk gebracht, waardoor zij kan uitslapen terwijl ik mijn wakkere gangetje ga.

Gaan en staan waar je wil en doelen stellen zijn tegenstrijdig aan elkaar. Dat merk ik elke vakantie weer. Daarom hebben we daarvoor een middenweg gekozen; de eerste camping bepalen we thuis en de rest zien we vanzelf wel. Gezien het feit dat we vier dagen op dezelfde camping al verschrikkelijk lang vinden, zwerven we na die eerste camping er lustig op los. Merkwaardig genoeg valt de eerste camping altijd een beetje tegen, maar de campings waar we daarna toevallig komen, blijken fantastisch. Zo geven we onze ideale vakantie vorm, Josien en ik.

We waren altijd gebonden aan de schoolvakanties. Nu niet. Vandaar dat we een paar weken voor het hoogseizoen zijn weggegaan. Lekker rustig. Vandaag maakten we een stop toen we Antwerpen gepasseerd waren. Het was behoorlijk druk op de weg. Veel vrachtverkeer. Veel wegwerkzaamheden. Even een koffie en moed voor het vervolg verzamelen. Het uitgekozen wegrestaurant bleek drukker dan tijdens het hoogtepunt van het hoogseizoen. Het is schoolreisjestijd. Het hele wegrestaurant afgeladen met schooljeugd. Met stoer stappende jongens die zich helemaal nergens iets van aantrokken. Met giebelende meisjes die samenhokten. Maar ook elkaar lokkende meisjes en jongens die elkaar dan weer hard lachend wegduwden. Je zag het allemaal gebeuren… Maar vooral plassende meisjes en jongens. Je zag dat wel niet, want de jongeren die ik zag, waren netjes opgevoed, maar de rij voor het toilet was enorm. Ik moest eigenlijk ook wel. Dat heb je zo, als je een flink eind gereden hebt.

Na de koffie ging ik in de rij staan. Gelukkig waren er wat schoolreisjesbussen weggereden. Het was wat rustiger. Wat meer bescheidenere mensen zoals bijvoorbeeld ik, moesten nu echt nodig. Voor mij zat een meisje in een rolstoel. Eindelijk was het wat rustiger, moet ook zij gedacht hebben. Ze gooide haar vijftig eurocentjes in de automaat en ze kreeg haar kaartje. Maar ze kon met geen mogelijkheid door de tourniquet. Ik zag aan haar gezicht hoe hoog de nood was. Arm kind. Ik had haar wel naar het toilet willen dragen maar wist meteen dat ze dit nooit op prijs kon stellen.

Reizen!

Jamilla

Ik heb het weleens vaker gehad over misdaadverslaggever Peter R. de Vries en zijn nieuwe programma over internetpesters. Het is een programma waarin Peter R. de Vries immer het gelijk aan zijn zijde heeft. Dat zou natuurlijk hoogst irritant kunnen zijn, maar dat is het niet omdat zijn morele verontwaardiging doorgaans ook de onze is. Wat de internetpesters doen, dat mag niet en dat kan niet en dat moet gestraft. Oké, dat is wel duidelijk. Ik moet toegeven dat ik enigszins verslaafd ben geraakt aan dat programma. Het kost me ook mijn nachtrust, want het origineel wordt weliswaar op een christelijke tijd uitgezonden, maar de herhaling laat op de avond. Je voelt hem al, ik wil ze beiden zien.

Wat is het algemene stramien van het programma. Een prinsesje wordt belaagd door een booswicht. Een onbekende booswicht. Via Internet. Vol wanhoop, met grote kijkers vol tranen, wordt ons duidelijk gemaakt wat er zoal speelt. Ridder Peter mag de jonkvrouw redden. Hij spoort langs slinkse wegen de dader op en vervolgens confronteert hij de booswicht op indringende wijze. Tenslotte krijgt de booswicht de kans om diep door het stof te gaan voor dat lieflijke prinsesje. Eind goed, al goed.

Toch heb ik wel wat bedenkingen bij het programma en voel ik me niet helemaal kies met mijn verslaving. De booswicht blijkt meestal een booswichtje. Zonder enige voorbereiding wordt hij voor het volksgericht gesleept. Zijn verdediging moet hij ter plekke verzinnen. Doorgaans gaar het om een minderbegaafde booswicht die ook nog eens ter plekke zijn verdediging moet verzinnen. Hij staat tegenover de betrekkelijk hoogbegaafde Peter R. die zijn aanval minutieus heeft voorbereid. Je kan daar allemaal best wat kanttekeningen over maken, denk ik.

Afgelopen aflevering was speciaal. Jamilla was het slachtoffer. Jamilla is zo te zien een vrouw van een hoopvolle toekomst; namelijk gemixt qua afkomst. Bloedmooi. Daar valt weinig op af te dingen. Een prachtige krullenbos omvat haar gebronsde hoofd. Met diepzwarte ogen. Volle lippen. Jamilla brengt menig huisvader het hoofd op hol, laat staan wat ze bij huwbare jongens teweegbrengt! Waar Jamilla is, daar kwijlen de mannen. En Jamilla weet dat. Ze cultiveert dat ook. Natuurlijk was ze slachtoffer, maar deze kans om op de tv te komen laat ze niet zo makkelijk aan zich voorbijgaan. Niet zo maar een interviewtje, nee, ze neemt poses in. Ze laat zich van zo gunstig mogelijke kanten zien en filmen. De camera is van haar. En ze geniet. Maar ze was ook een belaagd prinsesje. Dat ook.

Wat was er zeven jaar eerder gebeurd? Een jongen ging uit eten in een restaurant. Wellicht op zoek naar een lieve meid om straks samen mee oud te worden. Wie weet en wie ook niet, op die leeftijd? Toen werd hem de menukaart gebracht, zo stel ik het me voor. Door Jamilla. En zijn adem stokte. Zoiets had hij nog nooit gezien. Zoiets moois. Alsof de bliksem insloeg. Hij werd verpletterd onder haar schoonheid. Haar geilheid (daar wilde hij nog geeneens aan denken). Wat zij bij hem teweegbracht! Zijn wereld stortte in en werd rond haar herbouwd. Jamilla! Toen hij ’s avonds het restaurant uitliep leek hij in een droomwereld terecht te zijn gekomen. Hij zag dat de zon was ondergegaan, en dat de mensen snel naar huis gingen. Alsof er niets aan de hand was. Maar dat was er wel! Hij was niet meer degene die hij was.

Hij wist haar naam. Jamilla. Maar verder? Niets. Hoe kon hij met haar in contact komen? Via Facebook, via Instagram, via schoolbank, desnoods. ‘Nee’ had’íe en ‘ja’ kon’ie, krijgen moet hij gedacht hebben. En hij ging maar door en hij ging maar door. Zeven jaar lang… En toen kreeg hij misdaadverslaggever Peter R. de Vries aan de deur.

Uiteindelijk gaat het om wij en zij

Doet je stem ertoe of niet? De fundamentele vraag in een democratie. Als de meerderheid iets anders wil dan jij, ben je dan niet gehoord? In Groot-Brittannië heeft 52% gestemd vóór uittreding uit Europa. De meest gehoorde argumenten: ‘We willen de controle terug’. ‘Europa mag geen besluiten nemen voor Groot-Brittannië.’ ‘Europa is niet democratisch, en we willen terug naar de democratie’.

Ik begrijp deze argumenten. Het is verschrikkelijk als anderen beslissen over wat goed of slecht voor je is.

De Schotten: Ook al is het eeuwen geleden dat zij controle hadden over hun land; ook zij willen de controle terug. Groot-Brittannië mag geen besluiten nemen voor Schotland. Groot-Brittannië is niet democratisch; Schotland wil terug naar de democratie.

Ik begrijp deze argumenten want het is verschrikkelijk als anderen bepalen wat jij al of niet mag doen.

Het gemor op Gibraltar is niet van de de lucht. Hoezo bepalen anderen, Groot-Brittanie, wat goed is voor Gibraltar? Gibraltar wil de controle terug…

Mijn vraag is: Krijgen de Britten de controle terug als ze uit Europa gaan? Worden er besluiten genomen waar de burgers van Groot-Brittannië invloed op kunnen uitoefenen? Is Groot-Brittannië democratischer dan Europa?

Het gaat altijd over uitsluiten. Democratie betekent niet alleen maar: De macht aan het volk. Macht heeft een betrekkelijk duidelijke betekenis, maar ‘volk’ niet. Wie horen er wel en wie horen er niet tot het ‘volk’. Dat is de vraag. En er is geen pijl op te trekken; die vraag is niet te beantwoorden; het lijkt aan de luimen van de spreker en zijn gehoor te liggen.

Het gaat om emoties. Niets meer en niets minder. Er komt weinig ratio aan te pas. Wie vind je er wel bijhoren en wie niet. Horen Friezen wel bij jou maar Roemenen niet? Waarom dan wel? Horen de Schotten wel bij de Britten? Het Europees parlement is een democratisch instituut. Zonder meer. De leden van dat parlement zijn gekozen en de politieke verhoudingen weerspiegelen de keus van de (Europese) kiezer. Daarin verschilt het niet van het Britse lagerhuis of van onze tweede kamer. De invloed van de doorsnee burger op het beleid in Europa is gering. Maar ook de invloed van de Britse burger op de besluiten van de Britse regering zijn gering. Zelfs invloed op de besluitvorming in je eigen gemeente is uiteindelijk moeizaam. Niks ‘controle terug’. Het gaat om de definitie van ‘wij’… en van ‘zij’.

Van het ‘wij-zij’ gevoel, maken foute politici graag gebruik. Het zit emotioneel namelijk als volgt in elkaar: ‘Wij’ leven fijn samen. We worden bedreigd door ‘zij’. Politici moeten ervoor zorgen dat de groep ‘wij’ steeds groter wordt; Dat is hun taak! Wilders probeert de groep ‘wij’ zo klein mogelijk te houden. Het lijkt me duidelijk wat ik over Wilders denk.

Santiago de Compostella

Ik heb net een mailtje naar mijn werk gestuurd. Mijn eigen e-mail-werk-adres. Yes! Ik kreeg een mailtje terug. Dat ik helaas op vakantie ben en dat ik na de vakantie contact op zal nemen. Yes! Vakantie! Vandaag de eerste dag. Brexit interesseert me geen moer. Vakantie. We zijn nog niet weg. We moeten onze eerste bestemming nog bepalen. Ik geloof dat Josien en ik het er nu wel over eens zijn waar de reis naar toe gaat. Naar Spanje. Naar Joke en José. We willen ze zo graag nog een keer zien. Ze wonen in een uithoek van Spanje, ten westen van Santiago de Compostella.

121_2144

Ik heb een foto gemaakt van Josien die het plaatsnamenbordje van Santiago voorbijrijdt. We waren zo enorm gelukkig op weg gegaan die dag. We wisten ineens zeker dat er ‘iets’ was wat ons hielp. Dat zat namelijk zo: De vorige middag waren we aangekomen in Arzua. De Camino was inmiddels gaan lijken op de Kalverstraat. In ons boekje werd een ‘soort-van’ camping genoemd, maar die was niet te vinden. Hoe we ook zochten. We besloten een hotel te zoeken. Maar dat zou ons weldra wanhopig maken. Er was geen hotelkamer te vinden. Ook alle herbergen met stapelbedden waren vol. We hadden honger. We wilden een plekje! Aan eten kom je wel, maar een slaapplek, hoe vind je dat? Arzua, bekend van haar kaas in de vorm van een tietje, was gewoon vol. Helemaal vol. We besloten een stuk terug te fietsen en in het bos ons tentje op te zetten. Maar het geluk was ons ineens welgezind. De vrouw van de bakker, waar we naartoe gestuurd waren, had wat voor ons. Ze bracht ons naar een appartementje met uitzicht over Arzua. Vijfentwintig euro voor een nacht. Sindsdien ben ik soms, een heel klein beetje, gelovig (maar dat mag geen naam hebben).

arzua kaas

Vanuit dat appartementje hadden we Joke gebeld dat we de volgende dag zouden aankomen. Joke en José waren vrienden van Josien d’r grote zus. Zij wilden ons graag ontvangen in Santiago. We waren een beetje verlegen met dat aanbod, maar accepteerden het toch.

Na dat fantastische appartementje in Arzua reden we Santiago in. Wat een triomf! Ik voelde een boost. Geen idee van wat. Maar het stroomde door mijn aderen. Na het bordje Santiago zijn we een stil straatje ingereden en hebben we heerlijk staan zoenen, mijn geliefde en ik. We hadden iets volbracht. Een enorm project. We hadden duizend jaar cultuur opgezogen en we waren een heilige weg gegaan die miljoenen vervulde mensen voor ons ook waren gegaan. We waren echt aangekomen en elke centimeter van ons huis tot aan deze plaats in het uiterste westen van Spanje hadden we gefietst. We hadden geen centimeter overgeslagen.

We vervolgde onze weg. Dat kon maar één kant uit; naar de kathedraal. We kwamen op het plein voor de kathedraal en keken naar het bouwwerk dat we van de plaatjes zo goed kenden. That was it! ‘Jullie moeten Josien en Frits zijn’, hoorden we ineens achter ons. En daar stond Joke! Onze verlegenheid was meteen over want bij Joke voel je je thuis. Ook bij José, maar die was nog aan het werk. Op dat plein voor de kathedraal ontmoette we 50% van de liefste en prettigste mensen van Spanje. Eigenlijk is het een schande dat we zolang zijn weggebleven!

Toch nog even een slag om de arm. Vakantie is vrijheid. Je kunt wel wat plannen, maar dat wil nog niet helemaal zeggen dat het ook gebeurt. Maar…onze intentie is om deze fantastische mensen te gaan opzoeken. We reizen deze keer met de auto…trouwens.

Brexit: De ratio verliest van de emotie

Brexit is een feit. Groot-Brittannië heeft in een referendum gekozen om uit Europa te stappen. Het is nu realiteit; de schreeuwers hebben gekregen waar ze om vroegen. Een land dat altijd al matig pro-Europa was, stapt er nu definitief uit. Ik dacht een tijdje dat ik hoopte dat de Britten zwaar gestraft zouden worden. Dat de pond naar een historisch dieptepunt zou devalueren; dat de effectenbeurs van Londen volledig in zou storten, dat de niet-Engelse banken massaal Londen zouden verlaten. Maar ik denk niet zo. Het is nu een historisch feit. Het is niet anders; we moeten ermee leren leven.

Eén van de redenen om in Europa zo strak te gaan samenwerken was, dat men, met de dramatische eerste helft van de twintigste eeuw voor ogen, hoopte dat hele sterke economische banden tussen de landen de kans op een blijvende vrede groter achtte dan zonder die samenwerking. Laten we niet vergeten dat de laatste stuiptrekkingen van een onverenigd Europa een ramp waren. Zelden zo veel misdadige nationalistische politici die tegelijk aan de macht waren als in de eerste helft van de twintigste eeuw. Nationalisme heeft zelden tot iets positiefs geleid. Daarom maak ik me wel zorgen. Ineens overal nationalisme in Europa. Frankrijk voor de Fransen; Nederland voor de Nederlanders. Zelfs binnen landen zie ik weer bewegingen opkomen voor afscheiding. Ik vind niet dat het er vrolijker op wordt.

In een commentaar op een mogelijk uittreding van de Britten las ik dat dat weleens grote gevolgen kan hebben op de stabiliteit van Groot-Brittannië. De Schotten zouden erg pro-Europa zijn. Een Britse uittrede uit Europa zou het kamp van nationalistische Schotten die Groot-Brittannië willen verlaten wellicht een enorme boost kunnen geven. Zijn we blij met een uiteenvallend Groot-Brittannië?

Men wilde een betere wereld creëren. Dat was het argument waarom het uitdijende Europa toen zoveel succes had. Dat argument is helemaal niet meer koosjer. ‘Europa’ staat niet meer voor een betere wereld. Politiek/emotionele argumenten pro Europa worden weggezet als bangmakerij. Daarom zie je dat alle argumenten pro Europese samenwerking, economische argumenten zijn. ‘Een uittrede uit de EU gaat ons kapitalen kosten.’ ‘Een handelsland zoals Nederland is compleet afhankelijk van Europese samenwerking.’ Wordt er daarentegen een emotioneel politiek argument gebruikt (Een verenigd Europa heeft tientallen jaren gezorgd voor een vreedzaam Europa) dan wordt dat weggewuifd.

Economische argumenten boeien de tegenstanders niet. De tegenstander maakt eigenlijk alleen maar gebruik van politieke emotioneel geladen argumenten. Nationalistische argumenten. Daarom gaan de tegenstanders van Europa winnen. De tegenstanders hebben de argumenten in handen waarmee ze het stomme volk kunnen manipuleren. De ratio verliest van de emotie. Daarmee is maar weer gezegd dat de geldigheid van argumenten worden bepaald binnen een de historische context. Wat nu waar is hoeft dat morgen niet meer te zijn.

Het Google art project

Ik was al compleet verslaafd geraakt aan Google Earth. Vooral aan streetview. Ben ik dus helemaal gek op. Ik correspondeerde veel met mensen in het buitenland, want ik deed nog veel met social media. Aan degene met wie ik correspondeerde vroeg ik het adres. Vervolgens wandelde ik naar dat adres met Google streetview. Dan stuurde ik een plaatje op van de huisdeur. Dat lukte overigens niet zo heel vaak. Ik zat meestal berichtjes uit te wisselen met mensen van mindere komaf. In landen van mindere komaf. Of gewoon, plekken waar Google weinig toegang toe had. Neem Oeganda. Ik heb een paar jaar regelmatig gecorrespondeerd met Sarah. Ze liet het voorkomen alsof ze best aardig woonde, maar al met al kreeg ik toch een ander beeld. Ze bewoonde ergens een krot. Zonder specifieke adresaanduiding. Ergens daarzo, woonde ze.

Arme Sarah. Zoals zoveel mensen in mijn leven, ben ik haar definitief uit het oog verloren. Ze werkte twaalf uur per dag, zeven dagen per week en verdiende honderd dollar. Daar kon ze net niet mee rondkomen. Een vrouw alleen met een kind. En haar baas wilde dat zij zijn minnares werd. Best dwingend. Ik wilde haar een cadeautje sturen. Maar omdat ze geen vastgesteld adres had, gaf ze het adres van ‘vrienden’ op. Weg pakje.

Voor Sarah d’r straat had Google geen belangstelling. Ik heb nooit in haar krottenwijk kunnen rondbanjeren. Maar wel in Madrid, Brussel, Parijs of Londen. Ook in Rotterdam, Den Haag of Gilbert in Arkansas. Ik geniet ervan. Soms vind ik van mezelf, in mijn luie stoel, dat ik een wereldreiziger ben!

Maar Google heeft er iets nog veel verslavenders aan toegevoegd; Kunst. Je kunt nu niet alleen langs de gevels van het Rijksmuseum streetview-wandelen, maar ook binnen de muren van het museum. Wandelen in een museum kan voorlopig, heb ik begrepen, alleen in het Rijks. Maar als ik me niet vergis, gaan vele musea volgen. Ik weet niet of ik ernaar uit moet kijken. Ik wil zoveel doen en virtueel door een museum wandelen is zo verslavend! Vanochtend heb ik een tijd stil gestaan voor een schilderij van Pieter Aertsen. De aanbidding van de koningen (hoewel er maar één koning zichtbaar is). Maria zit naast een mand. Ik heb lang getwijfeld over wat er in de mand zit terwijl ik het eigenlijk al meteen zeker wist. Josien ook. Zij zei het meteen hardop… Een mand vol met opgevouwen luiers. Voor het kindeke Jezus dat vrolijk in zijn blote piemeltje op schoot van Maria zich de aanbidding laat aanleunen. Pieter Aertsen wilde kennelijk het aardse van het Jezus kindje benadrukken. Zelfs Jezus deed het in luiers. Tegenvaller. Van Jezus hadden we toch wel verwacht dat hij meteen zindelijk was.

2016-01-10 13.21.12(zelf gefotografeerd…)

Vanochtend heb ik al mijn tijd verdaan met door het Rijks wandelen. Ik heb de middeleeuwen (tot aan Pieter Aertsen) inmiddels gehad. Ik moet nog een verdieping of vier. In de Volkskrant van vandaag staat ook nog dat ik eindeloos kunt inzoomen op de nachtwacht. Zo ver, dat je de penseelstreken op de neus van Frans Banninck Cocq kunt zien. Heb ik nog niet gedaan. Ga ik zo nog even doen.

(Wandel ze!)

Wat doet Google mij aan?

 

Klauwbekappen

Een bijna paginagrote foto laat vandaag in de krant een koe zonder poten zien. Een grote machine zien we met aan de voorkant een koeienkop. Ze kijkt ons aan of ze er heel gewoon uitziet. Of ze net lekker stond te grazen toen de fotograaf haar met zijn klikkende fototoestel kwam storen. ‘Heb ik soms iets van je aan’ lijkt ze een beertje snibbig te denken of: ‘Kijk naar je eige!’. Inderdaad wel beschouwd zit alles waar het hoort. De uier hangt tussen de achterpoten, maar de achterpoten en de voorpoten zijn juist de poten van de machine.

Het is een klauwbekapbox waar de koe in hangt. Haar poten zijn van de grond zodat de klauwbekapper de koe kan klauwbekappen. Ja…proef die woorden maar eens! De spellingscontrole slaat rood uit. Hoe zitten deze woorden in elkaar en waar komt de klemtoon en hoe zitten de lettergrepen? En… wat betekent het woord precies.

Sinds de crisis jaren geleden met mond-en-klauwzeer waarvoor duizenden koeien moesten worden vernietigd (dat betekent dus doodgemaakt en gecremeerd en niet geslacht en opgegeten), weet ik dat koeien klauwen hebben. Niet alleen onze poes Ida heeft klauwtjes. Klauwtjes zijn niet die scherpe nageltjes die de kat in je dijvlees drijft op het moment dat ze het erg naar d’r zin heeft. Klauwen zijn ook de hoeven van het koebeest.

Is het klauwbek-appen en dus een klauwbek-appbox? Dat is wat ik in eerste instantie las. Maar dan gaat je brein met het woord aan de haal. Dan wordt het al snel een blauwbek-appbox. Maar de koe heeft helemaal geen last van de kou. Bovendien appt een koe niet; Whats-Appen doen eigenlijk alleen mensen…dacht ik. Natuurlijk gaat het hier om een klauwbekap-box. Wie weet dat nou niet! Maar als je het werkwoord klauwbekappen niet kent…

Klauwbekappen

Klauwbekappen blijkt al eeuwen praktijk. Het is het schoonmaken en bijsnijden van de hoeven van de koe. Dit ter voorkoming van ziektes als stinkpoot en zoolbloeding. De koe op de foto berust in haar vernederende houding, zo lijkt het. Ze kan er helemaal niets aan veranderen. Ze werd de box in gelokt en op het moment dat ze op precies de juiste plaats stond werd ze van de grond getild en werden haar poten in behandelbare posities gewrongen. Met mes en borstel worden haar poten van stront en andere viezigheid ontdaan. Vervolgens pakt de klauwbekapper de slijptol en slijpt hij haar hoeven aan alle kanten bij. Ik neem aan dat hij tot slot de hoef polijst…maar dat wordt niet verteld. Als de klauwbekapper (wat een heerlijk woord!!!) zijn werk gedaan heeft, wordt ze weer op de grond gezet en kan ze met frisse voeten de wei in. Toch wel fijn dat er een klauwbekapper is en dat voorkomen wordt dat ze aan de italiaanse stinkpoot gaat lijden!

Waarom ben ik zo gek op koeien? Bijna vakantie! Lekker Kamperen. Dicht bij de natuur en de koeien!

 

Geen joods monument!

Er is een nieuw monument gepland in Amsterdam om de joodse slachtoffers van de tweede wereldoorlog te herdenken. Een monument om deze ramp in de geschiedenis te herdenken, wie kan daar nou tegen zijn. Honderdduizend mensen zijn vermoord… maar wat zegt een getal ons nou helemaal. Klopt. Een getal is een getal en verder niets. Schrijf hun namen op de muur. Honderdduizend namen is een hele lange lijst. Dat zegt wel degelijk wat. Met het noemen van een naam krijgt een element van die honderdduizend ineens een identiteit; je gaat beseffen dat het een vader, een moeder, een dochter of een zoon was. Met mensen om hen heen die van hen hielden. Een geliefd persoon of in ieder geval een persoon die destijds emoties opriep.

Als een geliefd persoon door geweld is overleden dan wil je herdenken. Je wilt langs het monument lopen en dan de persoon voor je zien. Je geliefde gebeiteld in steen. Daarmee zegt de gemeenschap dat niet alleen jij, als nabestaande, de gevallene waardeert, maar dat heel veel mensen die waardering hebben. De maatschappij zegt daarmee dat een waardevol persoon is overleden.

Zo’n monument had je voor de weggevoerde joodse bevolking ook willen hebben. In Amsterdam omdat daar de grootste joodse gemeenschap woonde. Dat had iedere weggevoerde een identiteit gegeven. Dat had de solidariteit aangetoond van de Amsterdammers met het leed van de nabestaanden. Maar dat monument kwam er niet. Daarvoor in de plaats werd de joodse gemeenschap na de oorlog opgedragen hun dankbaarheid te tonen voor alles dat gedaan was om zoveel joodse Nederlanders te redden… Tsja. Het dankbaarheidsmonument…

Nu dus eindelijk een echt monument met gebeitelde namen. Wie kan daar nou tegen zijn? Ik! Ik ben ertegen. En ik heb medestanders in Abram de Swaan en Hans van Houwelingen die daarover afgelopen zaterdag een opiniestuk in de krant schreven. Namen op een monument hebben nu geen betekenis meer. Het is te laat. We hebben prachtige monumenten laten maken zonder namen maar wel met een bijzondere gedachte. We hebben de kans gehad om onze gevallen joodse medeburgers in steen te beitelen maar die hebben we laten lopen. Nu nog zo’n monument oprichten is mosterd na de maaltijd. Niet alleen de joodse slachtoffers zijn dood, maar ook hun nabestaanden. De mensen die een onmogelijk verdriet voelden toen de oorlog afgelopen was en de weggevoerden niet meer terugkwamen zijn inmiddels zelf overleden. Voor de generatie nu hebben die namen geen enkele betekenis meer. Voor de generaties vanaf nu is de tweede wereldoorlog geschiedenis. Misschien zeggen ze ‘oh’ of ‘ah’ bij het horen over de gruweldaden, maar het blijft een ver-van-hun-bed-show. We zullen dat moeten aanvaarden. Een megalomaan monument verandert daar helemaal niets aan.

In Amsterdam moeten we het doen met wat we hebben. Vol schaamte zullen we steeds moeten kijken naar het onterechte en afgedwongen dankbaarheidsmonument. Het moet ons de kracht geven om kritisch te blijven denken over het verleden. Het dankbaarheidsmonument is een waarschuwing voor toekomstige generaties. Verder hebben we het onvolprezen Auschwitzmonument. In plaats van de namen van de overledenen, heeft het de ziel gevangen. Laten we het daarbij laten!

District Marsabit in het noorden van Kenia

Vorig jaar heb ik voor onze tuinvereniging een middag over permacultuur georganiseerd. Ik had Linder van den Heerik uitgenodigd om ons meer te vertellen over dit onderwerp. Het werd een fijne middag met veel discussie over zin en onzin van tuinieren volgens de permacultuur methode. Wat bij mij vooral bleef hangen was dat men bij permacultuur kijkt hoe de natuur het doet. De natuur heeft eenjarige en meerjarige planten. Eenjarige planten groeien doorgaans op plekken waar nog niets staat. Doorgaans zijn eenjarige planten pioniersplanten. De natuur streeft naar vaste planten. In permacultuur zie je ook dat het aantal eenjarige planten relatief erg klein is. Eenjarige planten groeien het best op vernietigde grond; het zijn de eerste planten die de grond weer willen herstellen. Permacultuur ziet spitten en ploegen als het vernielen van de structuur. Vandaar dat eenjarige planten als worteltjes, bietjes, sperziebonen, aardappels en kolen het goed doen op de geploegde aarde. Maar je moet streven naar meerjarige planten. Eeuwig moes of rabarber zijn bijzonder populair in permacultuur-kringen.

Natuurlijk zakte de discussie met Linder naar het niveau van: ‘Maar kan je de wereldbevolking ermee voeden?’. Een onzinnige vraag en een discussie die altijd weer opkomt als het over duurzame landbouw gaat. We weten het niet. Dat is het juiste antwoord, denk ik. En…als we massaal overgaan op duurzamere landbouw dan hebben we steeds problemen op te lossen. Bij wat je ook doet aan vernieuwing, je moet altijd heel veel problemen oplossen.

Maar Linder ging wel in op de problemen die in woestijnachtige gebieden spelen. Woestijn is extreem kapotgemaakte grond, betoogde hij. Als je om een stuk semi-woestijn (want heel afentoe water heb je nodig…anders groeit er niets) een hek zet en het enkele jaren met rust laat, zal je zien dat de vegetatie terugkeert en er op den duur vruchtbare grond ontstaat; dat de aarde zichzelf herstelt.

In de krant van vandaag een troosteloos artikel met een troosteloze foto erbij. De foto toont weliswaar een lachende, bijzonder mooi geklede, vrouw, maar in een desolaat landschap. Een nomadenvrouw in het noorden van Kenia. Op de achtergrond wat armzalige hutjes en een jongetje. De vrouw loopt in een zanderige omgeving met jerrycans te zeulen. Op weg naar de plek waar wat water te vinden is. Op de achtergrond ook wat vaag groen. Eigenlijk krijg je al dorst als je naar de foto kijkt.

Het artikel beschrijft de problemen waar de arme nomaden mee te maken hebben. Ze trekken met hun kuddes vee van grasspriet naar grasspriet en kunnen hun hoofd amper boven water houden. Maar hun vee is hun alles. Hoe meer vee, hoe trotser en hoe meer waarde je bezit. Rijkdom wordt uitgedrukt in vee. Betaald wordt er met vee. De hele cultuur is opgebouwd rond vee. In het artikel wordt gepleit voor subsidie om deze cultuur te ondersteunen. Ik denk daar heel anders over… De Keniaanse regering zou het met subsidies mogelijk moeten maken om te stoppen met dit nomadenbestaan met vee. Als veehouder heb je geen andere keus dan steeds van grasspriet naar grasspriet te trekken en al het beschikbare water aan je vee te geven. Met dat kaalvreten van de aarde maak je het land kapot.

Zorg voor slim omgaan met het beschikbare water en zet een groot hek om grote stukken land. Laat het vijf jaar compleet met rust en je zal zien dat woestijn verandert in een groene oase. Het lost vast niet alle problemen op… Maar nu zou ik echt niet willen wonen in het district Marsabit in het noorden van Kenia. Wat een trieste boel!

(deze documentaire laat zien hoe woestijn in een oase verandert!)