Geloofde ik maar in kabouters!

Laat ik het toegeven; ik ben geen alfa-mannetje. Helaas! Ik had het graag gewild en in mijn dromen zie ik mezelf graag zo terug, maar het zit er niet in. Ik ben niet dominant. Ik wil zelden de baas zijn die het ook voor het zeggen heeft. Ik luister graag naar anderen en heb nauwelijks neiging om mijn mening als absolute waarheid op te leggen. Ik hou van de nuance en het geheel. Maar ik zeg dit allemaal met spijt in mijn hart want de beloning voor alfa-mannetjes is best groot. Ze maken makkelijker carrière, hebben veel minder last van fouten die ze zelf maken en vrijen met meer vrouwen. Dat zijn de leuke zaken. Aan de andere kant vrijen ze niet met de liefste en de leukste meid van de klas, want dat doe ik!

Maar dat niet alles lekker kan aflopen met een dominante blanke heteroman, bewijst Dick. Ik moest laatst aan Dick denken toen ik onze uitgedunde boekenkast (want we lezen tegenwoordig digitaal) bekeek en daar een verloren werkje over aardwezens zag staan. Daardoor kwam ik op Dick. Dick was een uitermate dominante kerel. Maar hij eindigde nogal vreemd.

Eind jaren zeventig deed ik veel aan natuur- en milieubescherming. Ik vond dat belangrijk, toen, want het dreigde helemaal mis te gaan. Aan alles was meer geld te verdienen dan te zorgen voor een schoner milieu. Voor elke maatregel stonden de industriëlen in de rij om te vertellen hoeveel zo’n maatregel hun ging kosten en wat dat voor invloed had op hun concurrentiepositie. Toch hebben we veel bereikt. Ik durf te beweren dat zonder ons, de wereld veel viezer was geworden en dat de industriëlen dan nu niet in de rij hadden gestaan om juist veel geld te gaan verdienen aan duurzaamheid. Dat denk ik.

Destijds discussieerden wij veel om onze standpunten duidelijker te krijgen en elkaar te overtuigen van de noodzaak van onze acties. Bij die discussies was Dick van den Dool vaak aanwezig. Een grote kerel die, in mijn herinnering, mijn naam nogal lijzig uitsprak. Dick was vaak aan het woord. Dick was lang aan het woord. Dick was dominant aan het woord. Enkele van de aanwezige vrouwen (die ook nog fanatiek meededen in de tweede emancipatiegolf) namen de tijd die Dick aan het woord was, op. Ze constateerden dat hij, als MAN, driekwart van de tijd opeiste…en dat was niet eerlijk… Maar in plaats dat hij het als een corrigerende tik ervaarde, zag hij het als compliment.

Deze Dick kwam ik laatst tegen op de televisie. Een programma over vreemde mensen die gekke dingen doen. Zeg maar, een freakshow. Dick bleek  kaboutergoeroe geworden. Hij had contact met kabouters. Die kabouters leefden in het bos en daar werd Dick gefilmd. Samen met een stuk of wat vrouwen. Zij geloofden ook in kabouters, maar konden, om de een of andere reden, geen contact met ze onderhouden. Dat deed Dick dus voor ze. Met veel liefde! De wijfjes zwermden rondom Dick en namen zijn woorden in als honing. ‘Daar, tegen die boom. Hij lacht om je. Die kabouter houdt van je!’ Het vrouwmenswijfje smolt van genot. Haast vloeibaar in Dick’s handen. Hoe zou ze ’s nachts in bed zijn in Dicks zalvende omhelsing? Ik kan daar alleen maar van dromen. Wat een leven! Was ik maar een alfa-mannetje! Geloofde ik maar in kabouters!

Oké, effe serieus. Kabouters bestaan niet en Dick is een oplichter! Ik ben wel geen alfa-mannetje maar heus ook erg appetijtelijk!

2 gedachten over “Geloofde ik maar in kabouters!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code