Alle berichten van Frits de Klerk

Isaac Israels (1865-1934) – Transport der Kolonialen (1884)

transportderkolonialen

Toen ik dit schilderij voor het eerst zag heb ik er misschien wel een kwartier naar gekeken. Er valt zoveel te zien! Arme sloebers, dat zijn het. Dat heeft Israels ook willen schilderen. De onderkant van de samenleving. Stumperds, slecht vermomd als soldaten, klaar om uit onze maatschappij weggevoerd te worden. In de miezerregen op een brug in Rotterdam. Is dit nou sociaal realisme? Voor mij in optima forma!

Isaac Israels was 18 jaar toen hij dit schilderij maakte. Geheel onder invloed van zijn vader Jozef. Dit schilderij blijkt een van de laatste in deze stijl. Daarna is de schilder zich gaan ontwikkelen tot impressionist. In het Kroller-Muller hangt ook Mata Hari van zijn hand. Impressionistisch. Ook indrukwekkend, maar het heeft niet de kracht van het transport van de kolonialen, vind ik.

Het decor van het tafereel is een stuk binnenstad van Rotterdam dat (waarschijnlijk) sinds de tweede wereldoorlog niet meer bestaat. Het is de Koningsbrug. Een brug met (Nederlandse konings-) leeuwen naast de toegang naar de brug. Het lijkt droog, maar het heeft wel geregend; de plassen staan op straat. De mensen zijn warm aangekleed; het lijkt een herfstdag. De bomen hebben nog wat gele blaadjes maar tonen kaal. De toeschouwers aan de rechterkant van het schilderij hebben een rode neus, dikke sjaal en handen in de zakken van een schijnbaar dikke overjas. Geen best weer!

Wat verwacht je van soldaten en hoe wordt dat hier weergegeven? Je verwacht van soldaten dat ze in het gelid lopen met onberispelijke uniformen en gepoetste laarzen. Dat is dus hier helemaal niet het geval. Je zou zelfs kunnen vermoeden dat deze soldaten niet vrijwillig gaan. Het lijkt erop dat er twee groepen soldaten geschilderd zijn; een paar soldaten met rode epauletten en een heleboel zonder. Lijkt wel alsof de epauletten de niet-epauletten bewaken. De epauletten zijn ook gewapend in tegenstelling tot de niet-epauletten. Dat versterkt bij mij het gevoel dat de kolonialen weggevoerd worden als schooiers; ongewensten in de samenleving.

Recht onder de poot van rechter leeuw loopt een dikke man. Hij ontkracht het bovenstaande verhaal. Hoewel hij duidelijk bij de niet-epauletten hoort, ziet hij er goed doorvoed uit, heeft hij onderscheidingen op zijn borst en gouden strepen op zijn mouw. Is hij de bevelhebber? Waarom loopt hij dan niet voorop in de buurt van de trommelslager en de fluitist? Hoewel hij zich onderscheidt van de rest, lijkt hij geen rol te pakken maar zich, zoals de rest, mee te laten voeren.

Rechts een jongetje met een (bakkers?)mand over zijn schouder. Het jongetje roept naar iemand. Die ‘iemand’ lijkt de zwaaiende soldaat in het midden van het schilderij. Deze soldaat ziet er qua uniform dramatisch uit; Openhangende jas zonder riem, een slobberbroek en kapotte schoenen. Ik fantaseer dat het zijn vader is die vertrekt. Hoe moet dat jongetje het zonder vader gaan redden?

Naast de zwaaiende man aan de linkerkant een bleek jochie. Ook hij mist onderdelen van zijn uniform. Je krijgt het gevoel dat hij de eerste kilometers van de lange reis al niet gaat overleven.

Het Kroller-Muller museum wijst op de rechterkant van de zwaaiende soldaat waar een wat gezette man praat met een haveloze vrouw met kind aan de hand. In de beschrijving staat dat het zijn vrouw is die afscheid neemt. Dat zal ingegeven zijn doordat ze een kind aan de hand heeft. Ik denk daar toch anders over. Ik vind de vrouw te oud om zijn vrouw te zijn. Stukken ouder dan de soldaat waarmee ze praat. Ik denk in eerste instantie veel meer aan een moeder die afscheid neemt van haar zoon. Hoe zit het dan met het kind? Zou dat een nichtje of nakomertje/zusje kunnen zijn?

De kolonialen nemen hier voor altijd afscheid van het rijke Nederland; van de regen, van de miezerige herfst. Ze gaan niet vrijwillig. De hoogste man in rang is tussen fluitist en trommelaar weergegeven; hij ziet toe dat het zootje ongeregeld op de boot komt en voorgoed vertrekt.

Albrecht Dürer (1471-1528) – The Great Piece of Turf/ Das große Rasenstück (1503)

DeGroteGraspol

Deze aquarel van Albrecht Dürer vond ik op een website van The National Gallery of Art in Washington. Daar was een tentoonstelling geweest (maart tot juni 2013) waarin een groot aantal werken van Albrecht Dürer aan het publiek werden getoond. Deze werken zijn afkomstig uit het Albertina Museum in Wenen. Dit museum herbergt een van de grootste verzamelingen van Albrecht Dürer’s werk ter wereld.

Gek genoeg kan ik de titel van het werk niet goed vertalen. Google translate blijft in gebreke. ‘De grote graspol’ komt denk ik het dichtst in de buurt.

Als ik naar deze aquarel kijk zie ik harmonie en tijdloosheid. De graspol kan gisteren geschilderd zijn. Of…is hij wel geschilderd. Onbevooroordeeld en niet gehinderd door kennis stuitte ik op dit werk toen ik op zoek was naar een geschikte plaat voor de nieuwsbrief van onze moestuin vereniging. Ik was er in eerste instantie van overtuigd dat het een foto was. Een hele mooie foto, dat wel, maar toch een foto. Zo precies als elk stengeltje is geschilderd. Ongelofelijk! Pas toen ik de foto isoleerde in Google en ik iets van een beschrijving zag, begreep ik dat het een werk van deze 15e / 16e eeuwse meester was. Dacht ik eerst nog dat het een olieverf schilderij op paneel was, maar bleek het later een aquarel. Deze aquarel is anders dan zo’n beetje alle aquarellen die ik verder ken. De precisie van de lijnen bijvoorbeeld. In de meeste aquarellen gaat het niet om het detail. In deze aquarel is juist het detail het belangrijkst.

Ik denk dat deze aquareltechniek het werk zo’n doorschijnend broze uitstraling geeft. Bescheiden tussen de olieverfschilderijen; bijna doorzichtig. Geen schilderij waarvoor iedereen meteen naar het museum holt. Niet sensationeel. Alsof het stilletjes in een hoekje zit te genieten van eigen schoonheid. Zo tevreden met zichzelf en zo erop uit om niet opvallend te zijn. Misschien dat ik er daarom zo ongegeneerd van kan genieten. Ik heb haar schoonheid in al haar eenvoud ontdekt! Niemand hoefde mij te vertellen dat dit het beroemde werk van Dürer was; ik viel er gewoon voor; liefde op het eerste gezicht. Als het toen, bij die eerste ervaring een foto had gebleken in plaats van een aquarel, dan was ik er net zo hard voor gevallen. Anderen lopen er zo voorbij.

 

Toch vind ik het fijn dat anderen ook de schoonheid zien van dit werkje. Op de omslag van de tentoonstellingscatalogus staat dit werk uitvergroot. Daardoor wordt de kaft groener maar gaat de harmonie van het schilderij achteruit.

Met harmonie bedoel ik de compositie. Die is subliem. De planten vormen een puntige skyline, waarbij het hoogste punt ietsje naar links staat. Vanaf dat hoogste punt loopt de lijn stijl naar beneden aan de linkerkant en minder stijl aan de rechterkant. Het tegenovergestelde geldt voor de onderkant daar loopt een geleidelijke lijn van boven naar beneden aan de linkerkant en een stijlere lijn aan de rechterkant. Hierdoor staat de afbeelding in een ruit en zit er een soort spiegeling in de compositie.

 

Elk plantje is zo precies geschilderd, met zoveel oog voor detail, dat ik denk dat een gemiddelde veldbioloog elk afgebeeld plantje kan determineren. Dat maakt het schilderij ook zo tijdloos; de plantjes zou je nu ook nog tegen kunnen komen (denk ik) terwijl het schilder toch al 500 jaar oud is!