Tagarchief: Staatsloterij

Rijkdom

Ik koop al jaren elke maand een lot in de Staatsloterij. Niet bewust; het gaat helemaal automatisch. De zeldzame keer dat ik iets win, wordt het bedrag, zonder dat ik er iets voor hoef te doen, op mijn rekening bijgeschreven. Je kunt nauwelijks zeggen dat ik meespeel in de Staatsloterij, want ik doe er helemaal niets voor. Een bedrag verdwijnt van mijn rekening en soms komt er een bedragje bij. Zo gaat het al jaren. Logischerwijs is de kans verschrikkelijk klein dat ik een klapper maak, maar desalniettemin wil ik mij dat uitzicht op die klapper niet afhandig maken. Als iemand mij erop wees hoe klein de kans was dat ik iets won, leek me dat overdreven. Ik had het idee dat op de tiende van de maand een kopietje van alle verkochte loten in een mand werden gegooid en dat een notaris dan uit die mand een lootje trok. Een beetje zoals dat vroeger op de voetbalclub ging. Maar nee. Ook de niet verkocht loten worden in de mand gegooid en daardoor is de kans dat je wint nog heel veel kleiner. ‘De Jackpot is niet gevallen’… Ik had beter over dat zinnetje moeten nadenken, dan had ik misschien eerder begrepen dat de Staatsloterij een ietsje aan oplichting deed, want volgens mijn logika zou de jackpot ALTIJD moeten vallen. Maar desalniettemin heb ik het spelen in de loterij niet stopgezet. Ergens in mijn achterhoofd blijf ik denken…wie weet…tegen beter weten in.

Toen ik met meespelen begon wist ik nog niet beter. Ik zat toen in een onmogelijke situatie op mijn werk. Ik was nog redelijk jong en geloofde nauwelijks in eigen kunnen. Ik was zomaar door mijn detacherende baas bij een hele grote bank tewerkgesteld. Een afdeling waar ik werkte bewoonde een betrekkelijk grote kantoortuin. ‘Process Design’ heette de afdeling en eigenlijk kan ik pas nu een beetje begrijpen waarom die afdeling zo heette…maar niet echt. Een heus bureau en computer waren er de eerste week nog niet, daarom werd ik met wat systeemdocumentatie midden in de kantoortuin aan de vergadertafels gezet: ‘Hier lees dit maar even door’. Lectuur waar geen touw aan vast te knopen was. Mijn direct leidinggevende zat achter mij. Ik dus met mijn rug naar hem toe. Ik voelde me onzeker. Ik was hier voor duur geld (een uurtarief waar ik toen helemaal benauwd van werd) neergezet, en wat presteerde ik nou helemaal. Ik bladerde door een boel paperassen en ontdekte kop noch staart. Ondertussen bleek mijn leidinggevende (die dus achter mij zat) een hardop pratende chagrijn. ‘Wat een klootzak, moet je nou eens kijken wat een prutcode. Kan ik helemaal overnieuw beginnen. Ze sturen ons de ene klojo na de andere.’ Ik moet zeggen dat dat niet bemoedigend was. Ik sliep er nauwelijks van. Toen besefte ik dat als ik de jackpot zou winnen en ik zette het bedrag tegen 4% op een rekening, dat ik en mijn geliefden dan makkelijk van de rente konden leven en dat ik dan helemaal baas was over wat ik zelf deed. Dat ik me met al mijn heerlijke hobby’s kon gaan vermaken, en niet meer naar deze bank hoefde. Joepie!

Dus nam ik een abonnement (wist Josien niet, want verstandig als ze is, had ze het weggegooid geld gevonden) en de eerste keer zat ik gespannen voor de buis. Stel je eens voor dat ik de jackpot won! Ik zou een normaal huis kopen met een abnormaal lap grond eromheen. Een deel zou bos worden en op dat andere deel ging ik mijn eigen groente telen. Ik zou leuke programmaatjes programmeren voor de lol. Ik kon helemaal mijn gang gaan… Maar ik won helemaal niets. En de keer daarop ook niet. Maar een jaar lang bleef ik dromen van onmetelijke rijkdom. Ik heb dromen gekocht in een tijd dat het wat moeilijk ging. Laat ik het daarop houden. En nu…nu ben ik te lui om het op te zeggen en wie weet…win ik de jackpot…dan krijgen alle drie mijn mannen een huis cadeau van hun pa…

Staatsloterij en de jackpot.

Ik verdiende inmiddels wat meer. We konden ons wel wat permitteren. Niet rijk. Heus niet. Maar we konden ons ineens, na jaren van armoede, wel wat permitteren. Tegelijkertijd was ik door mijn detacherende werkgever op een opdracht gezet bij een grote bank. Ik zat daar toen nog niet lekker. Een bureau had men even niet voor me en ik was daarom, met een stapel mappen met documentatie, aan wat vergadertafels in het midden van de kantoortuin gezet. Met mappen documentatie kan je eigenlijk helemaal niets. Maar ik zat daar al een week of twee. Ik deed al een week of twee helemaal niets. Dat voelde helemaal niet fijn omdat ik daar voor een behoorlijk uurtarief was weggezet. Achter mij zat de man die mij aanstuurde (aansturen…een woord voor mijn lelijke woorden lijst, jekkie!). Hij vloekte en tierde de hele dag. “Hij kan er helemaal niets van! Wat een etterbak! Op wat voor school heeft hij gezeten?” Ik dacht dat het over mij ging. Ik zat daar echt niet lekker terwijl ik wel goed verdiende.

Ik nam een abonnement op de staatsloterij. Dat betekende dat ik elke maand automatisch een lot kocht en dat ik dan kans maakte op de jackpot. De jackpot is een bedrag van miljoenen. Toen ik de eerste keer meedeed was dat twaalf miljoen. En met mijn eerste eigen lot werd het de negende van de maand en ik zat verschrikkelijk niet op mijn plaats op mijn werk en ik hoopte dat ik ervan verlost zou worden. Op de tiende van de maand vond de trekking plaats. Toen ik ’s avonds in bed wakker lag en Josien al lekker sliep naast me, bedacht ik wat ik allemaal kon doen met twaalf miljoen gulden. Zodra ik wist dat ik gewonnen had, zou ik opstaan bij mijn opdrachtgever, even zwaaien met mijn hand en weglopen. Ik zou mijn detacheerder opbellen dat ik per direct ontslag nam. Ik zou een huis kopen voor ons. Geen groot huis. Een passend huis met een gigantische tuin. Echt enorm. Eigenlijk meer een huis met een natuurgebied rondom. Ondoordringbaar voor anderen. Met een grote moestuin waar wij ons eigen groente teelden. En ik zou eindeloos door mijn eigen privébossen kunnen dwalen. Met een rugzak met tentje. En ik zou mijn tentje opzetten in het bos. Mijn eigen bos. En ik zou een konijn vangen en villen en roosteren boven een vuurtje. En dan kroop ik mijn tent in. Diep in de nacht want ik zag wel wanneer ik de volgende ochtend wakker werd; ik hoefde niets en ik moest niets. En daar lag mijn geliefde, want wat is dromen van een mooi leven zonder geile seks? En zo dromend kreeg ik mezelf in slaap.

Maar de volgende dag…geeneens een klein prijsje. Helemaal niets. Nada. Weg droom. De jackpot was niet gevallen. Niet dat ik dat begreep want in mijn naïeve beeld van de werkelijkheid werden alle verkochte loten in een grote pot gegooid, geroerd en er dan één uitgehaald en dus kon hij logischerwijs nooit niet vallen. De jackpot werd wel aanzienlijk groter. Nieuwe kans volgende maand. Maar de volgende maand won ik weer niets. Ik begon ik te beseffen dat ik eigenlijk maar een heel kleine kans maakte om iets te winnen. 0,000000016% Kans. Ja, wel een kans….maar wel een heel erg kleine. En ik verzoende me ermee. En ik was te lamlendig om mijn abonnement op te zeggen. Daardoor won ik gisteren een prijs! Zeven euro vijftig! Yes!

Die vloekende chef bij mijn opdrachtgever? Hij had het moeilijk met iedereen en bovenal met zichzelf. Na enkele weken wilde hij geen chef meer zijn. Ik kon best goed met hem opschieten, later; chef of niet.