Tagarchief: Nationale opera

Salome; een herkansing in de Stopera

Vraag je mij naar het mooiste lied dat ooit is geschreven, dan twijfel ik daar niet lang over: Het laatste Letzte Lied van Richard Strauss; Im Abendrot. Er bestaat echt geen lied dat mooier is. Ik zeg dat inmiddels al zo’n jaar of twintig, dan kan je aannemen dat ik het meen. Richard Strauss schreef goddelijke muziek voor sopraan. Zijn liederen en rollen voor mannenstemmen…nou ja, daar wil ik het nog weleens over hebben…ik ben er in ieder geval niet zo gek op. Maar wat hij voor sopranen schreef is echt doorgaans absoluut de top. De man was dan ook getrouwd met één van de beroemdste sopranen die destijds op de wereld rondliep. Best een goed huwelijk want ze bleven bij elkaar tot de dood er een einde aan maakte. Een waardeloos huwelijk als je de memoires van Alma Mahler mag geloven. Het doet er niet toe; Het beste schreef hij voor sopraan. In Der Rosenkavelier laat hij zelfs de rol van het testosteron mannetje zingen door een sopraan. Dat resulteert in een prachtig sopraan-sopraan liefdesduet waar de stemmen tegen elkaar aan leunen, om elkaar heen dansen en tegen elkaar aan schuren. Heerlijk. Een duet dat je door moeilijke tijden heen helpt.

Als de Nationale Opera een opera van Strauss uitvoert, dan ben ik erbij. Ik ben gek op Der Rosenkavelier met het testosteron-sopraan-mannetje maar ook op twee vroege opera’s Elektra en Salome. Van alle drie de opera’s heb ik uitvoeringen in de Stopera gezien. Ik heb wat met vrouwen, maar Richard Strauss had nog veel meer met vrouwen. Elektra en Salome stammen uit dezelfde periode. De vroege Strauss. In die periode was de componist gecharmeerd van wat experimentelere muziek die soms wat atonaal aandoet.

De laatste keer dat ik kaartjes kocht voor Salome is een paar jaar geleden. Enkele weken voor de uitvoering kregen wij een brief thuis die ons waarschuwde voor wat we te zien zouden krijgen. Ik koester mijzelf als een ruimdenkend mens dus wuifde de waarschuwing weg. Josien ook trouwens. Maar de voorstelling bleek niet zozeer schokkend, maar dodelijk saai. Een wanvertoning. Geregisseerd door een man die juist hersteld was van een diepe psychiatrische inzinking. Waarom had de nationale opera deze man de opdracht gegeven om Salome te regisseren? Wij begrepen er niets van. De muziek leed onder de dramatische regie. Het was echt niet om aan te zien en dat leidde zo verschrikkelijk af, dat de muziek niet meer klonk. Een afgang van jewelste.

Dit seizoen een nieuwe enscenering en uitvoering van Salome. Omzichtig meldde ik dat aan Josien. Ze reageerde zoals ik verwachtte: Dat nooit meer. Maar, begon ik, met een nieuwe enscenering. Kijk, dat vond ze wel leuk. Van wie dan precies? Van Ivo van Hove. Shit! Shit! En nog eens shit! Dat is die regisseur die zijn actrices op het toneel laat schijten en die zijn actrices door de blauwe verf laat rollen. Dat is die regisseur waarbij je na een kwartier al compleet de draad kwijt bent en waarvan de acteurs dan zeggen: De man moet dit maken om zichzelf te ontwikkelen als regisseur.”  Die regisseur dus. Maar…probeerde ik, Ivo van Hove is wereldvermaard…

Ik weet niet of ik Josien zo ver kan krijgen dat ze nog een keer zo’n Salome avontuur met mij aangaat. Zeker niet nu Ivo van Hove in de picture is. Jammer, want de muziek is zo mooi!

Het hele Spaanse leger!

Ik moet steeds aan een opera denken, hier in Spanje. Een opera die de Nationale Opera dit jaar gaat uitvoeren maar waarvoor ik geen kaartjes zal kopen. Nee, niet Carmen. Zou voor de hand liggen. Le nozze di Figaro. Van Mozart. Klinkt gek, maar toch is het zo. Dat heeft met het Spaanse leger te maken. Het is een van de opera’s die ik het vaakst gezien heb. Ook trouwens de allereerste opera die ik gezien heb. In de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Ik moet een jaar of twaalf geweest zijn toen mijn oma ziek was op de dag dat mijn opa en oma kaartjes hadden voor Le nozze di Figaro. Ik mocht met opa mee in plaats van oma. Twee plaatsen op het midden-zij balkon. Het leek op een loge. Helemaal vooraan. Ik had het gevoel dat het vast de duurste plaatsen waren in de hele schouwburg. Ik voelde me erg bevoorrecht. Zo vaak kwamen we niet in de schouwburg. Boventiteling kan ik me niet herinneren. Wel dat ik het programmaboekje had gelezen met een korte samenvatting per acte. Maar desalniettemin kon ik de opera maar moeilijk volgen. Ik zag wat verkleedpartijen op het toneel terwijl het sowieso al een erg kostumerige aangelegenheid was. De heren droegen bijna allemaal pruiken en de dames lange jurken. Het toneel ademde de achttiende eeuw. Ik kan niet zeggen dat hier mijn liefde voor deze opera begon, maar fascinerend vond ik het wel allemaal.

Later werd het een van mijn favorieten. Misschien omdat ik de lol zag. De lol die Mozart moet hebben gehad toen hij de opera componeerde. Met het beeld van Milos Formans Amadeus op mijn netvlies, zie ik Mozart aan zijn bureautje zitten terwijl hij rap zit op te pennen wat hij binnen in zijn hoofd hoort. Soms loopt hij naar zijn hammerklavier om even in het echt te horen wat hij opgeschreven heeft. Af en toe een schaterlach. Het is zo komisch! Hoe kan je een opera laten beginnen met een man die meet of zijn huwelijksbed in de kamer past…Wolfgang Amadeus Mozart, dus. Dat zou echt niemand durven. Alleen Mozart en Lorenzo Da Ponte natuurlijk, de librettist. En dan komt Mozart aan de scene van Susanna en Marcellina… Wat moet Mozart gelachen hebben! Een echt bitch-fight! En niet zomaar een; met kijven en schelden gaan ze tot het uiterste. De grootste belediging is aan het adres van Marcellina: Ze heeft het volledige Spaanse leger over zich heen gehad. Dat brengt me dus in Spanje. Daarom komt juist hier, in Leon, Le nozze di Figaro bij me op. Ik hoor het duet van de twee elkaar beschimpende en beledigende vrouwen. Ik zie Mozart voor me. Met zijn ganzenveer krassend op het papier. Noot voor noot maar in hoog tempo zet hij het gevecht op muziek. Na elke maat schatert hij het uit.

Maar behalve deze scene waarbij Susanne Marcellina ervan beschuldigd dat ze het met het hele Spaanse leger gedaan heeft, is de opera één brok humor. Misschien heb ik de opera nu wel tien keer gezien en iedere keer ligt de zaal plat. Maar naast de humor ook zulke diepdroevige en verschrikkelijk mooie aria’s duetten, trio’s, etcetera… Echt een hele mooie opera. Tot mijn verbazing lukte het de Nationale opera om al het moois en al het leuks uit de Da Ponte opera’s te verwijderen. Dodelijk saai voltrok zich opera na opera van Mozart.

Maar wees gerust, de opera wordt vaak opgevoerd en dan zal je mij weer in de zaal zien zitten. Samen met Josien.

Kijk, luister en geniet!