Tagarchief: Mozart

Het Nationaal Toneel – Amadeus; Heel erg leuk!

Ik kan me niet meer herinneren of ik de film Amadeus voor het eerst in de bioscoop heb gezien of op video of DVD. Wat ik wel weet is dat de film een verpletterende indruk op me maakte. Het verhaal op zichzelf vond ik niet echt geloofwaardig; ik had niet het idee dat Salieri een rol gespeeld zou kunnen hebben in de dood van Mozart. Maar de prachtige beelden en het fantastische acteerwerk van de hoofdpersonen in combinatie met de muziek, deed het hem voor mij. In de openingsscène begint het al meteen met het geniale adagio uit de Grand Partita. Muziek die alles goed maakt. Troostende muziek. Muziek die op je emoties werkt maar juist helemaal niet sentimenteel is. De oud geworden Salieri legt uit wat hij zo bijzonder vindt aan de muziek. ‘Het begint haast als een roestig orgel en dan, plotseling, uit het niets, een hobo. Slechts één aangehouden toon. Vervolgens wordt het overgenomen door de klarinet.’ Hij vertelt dat hij Mozart heeft vermoord en dat hij als straf zijn muziek moet zien doodbloeden terwijl de muziek van Mozart alleen nog maar grootser en mooier en bekender wordt. Salieri vertelt dat hij er alles voor over had om muziek voor de eeuwigheid te schrijven. Dat hij daarvoor op zijn zestiende een pact met God gesloten heeft. In ruil daarvoor moest hij afzien van de liefde en een deugdzaam mens zijn. Maar God heeft hem verraden. Gods verheven klanken komen op aarde middels de vulgaire Mozart. Een scheten latende erop los levende infantiele man. Zonder er schijnbaar moeite voor te doen, componeert hij de mooiste muziek en vernedert hem.

Muziek en film horen doorgaans bij elkaar, maar film en hemelse muziek is voor mij echt een gouden combinatie. De muziek van Mozart is niet zomaar gewone mooie muziek, maar geniaal mooie muziek. Diezelfde mix vond ik in de films Ludwig en Dood in Venetië van Visconti waar achtereenvolgens de muziek van Wagner en Mahler een hoofdrol spelen. Het verhaal…ach het verhaal. Wat kan ik daarover zeggen. Speelt een prettige bijrol.

Amadeus is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shaffer. Martin van Amerongen ging nogal te keer tegen dit toneelstuk en de verfilming ervan. Het zou Antonio Salieri onterecht in een verkeerd daglicht hebben gezet. Ach, valt wel mee. Ik kan me de verhaallijn wel voorstellen. Ik denk niet dat Salieri een erg grote rol heeft gespeeld in het overlijden van het genie noch dat hij veel invloed heeft gehad op diens muziek. Maar het verhaal zoals Shaffer het opzette had heel erg goed gekund. Ze leefden tegelijkertijd op dezelfde plaats. De één verwierf absolute roem tijdens zijn leven en werd al tijdens zijn leven volkomen vergeten. De ander verwierf oneindig veel roem tijdens zijn leven en na zijn leven werd die roem alleen maar groter.

Amadeus was dus van oorsprong een toneelstuk en Toneelgroep Nationaal Toneel moet gedacht hebben dat je de film ook op het toneel kunt uitvoeren. En inderdaad, dat kan. En boeiend ook. En ook fantastisch geacteerd. De overgangen van de jonge naar de oude Salieri, bijvoorbeeld. Zag er echt fantastisch uit. Voor de muziek was een toneelorkest geformeerd dat Mozarts muziek goed over de planken bracht. Ook de mee-acterende sopraan – in dit geval Lucie Chartin – deed het acterend en muzikaal gezien erg goed. Een prachtige stem in een toneelzaal met een matige akoestiek.  Ik heb gewoon een heerlijke avond gehad. Laat ik dat maar meteen toegeven.

In de film een beetje maar op het toneel een boel, wordt de rol van Constanze neergezet als een wat naief meisje dat maar nauwelijks kan bevatten met welk genie ze getrouwd was. Ik denk echt dat het anders zat. Constanze Weber kwam uit een zeer muzikale familie. Voor zover ik weet was haar oudere zus een gevierde sopraan. Ze is de grote nicht van de componist Carl Maria von Weber. Ook niet de eerste de beste. Ik denk dat ook Constanze heel wat in d’r mars had en dat ze in het toneelstuk van Shaffner niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien als wel vele vrouwen in dat deel van de geschiedenis. In het toneelstuk speelt ze vooral een rol in het laten zien van de vulgariteit van Mozart. Verhaaltechnisch staat dat dan mooi tegenover de deugdzame Salieri.

Leuk om te zien dat Amadeus raakvlakken met het heden krijgt. De #metoo beweging bijvoorbeeld. Als Salieri uit wraak op God zijn deugdzaam laat varen, misbruikt hij zijn macht als gevierd en belangrijk en machtig persoon, door van vrouwen seks in ruil voor een carriere te bieden. Salieri wordt fantastisch neergezet door Mark Rietman. Verder vielen de kleren van Esther Scheldwacht op die de rol van de Italiaanse intendant van de opera speelde. Leken die kleren niet verdomd veel op de wat extravagante kleren van ex-stedelijk museumdirecteur Betrix Ruf? En…wat heeft dat dan voor betekenis?  De pompeuze opkomst telkens van Vincent Linthorst als de Oostenrijkse keizer Jozef was behoorlijk hilarisch. Sander Plukaard kon, als Mozart, Tom Hulce helaas op geen enkele manier doen vergeten.

Al met al heb ik een erg leuke avond gehad.

Mozart – Don Giovanni – De Nederlandse Reisopera.

Gezien en gehoord in theater Carré op 9 maart.

Don Giovanni is een opera waar je niet veel aan kunt verknallen, dachten wij toen we in 2011 naar de Stopera gingen. De muziek is zo geniaal; zo tragisch en komisch tegelijkertijd; wat kan er misgaan. Nou, een heleboel. De Nationale Opera wist van één van de geniaalste opera’s een draak te maken; niet om aan te zien. Het is dat hun Salomé in 2009 het nog overtrof, maar anders was Don Giovanni wel de allerslechtste productie die ik ooit gezien heb. Wat een drama! Een toneel vol bedden. Alle zangers lagen in bed en stonden even op als ze een aria moesten zingen. Waar haal je het vandaan! Een saaie concertante uitvoering. Don Giovanni verkracht donna Anna, de Nationale Opera Don Giovanni. Verschrikkelijk. Bovendien was het behoorlijk schaamteloos omdat ik achteraf las dat de enscenering al eerder was uitgevoerd met precies dezelfde recensies als gevolg. De Nationale Opera lijdt vaak aan een teveel aan pretenties. Dat in tegenstelling tot de Nederlandse Reisopera. Ook pretenties, maar pretenties die waar te maken zijn. Vandaar dat hun uitvoeringen doorgaans in het lijstje van publieksfavorieten voorkomt. Volkomen terecht!

Eergisteren heb ik een Don Giovanni gezien en gehoord waarvan ik nu al weet dat het hoge ogen zal gooien als het erop aankomt om de publiekslieveling onder de opera’s van 2017 te kiezen. Een uitvoering om van te smullen. Muzikaal bijzonder hoogstaand en een enscenering die naast een boeiend schouwspel, ook iets toevoegde aan de interpretatie van Don Giovanni. Laat ik het maar meteen zeggen: We hebben een heerlijke avond gehad. In het akoestisch maar matige Carré. Alleen dat al, is een enorme pluim waard. Carré heeft een droge akoestiek. Niet te vergelijken met het Concertgebouw of de Stopera. Toen mijn verwende oren eenmaal gegrepen werden door wat er op het toneel en in de orkestbak gebeurde, speelde de matige akoestiek van Carré nauwelijks nog een rol.

De regisseur had Don Giovanni verplaatst naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Naar de tijd toen ik nog met grote dromen als puber in de brugklas zat. Er zit een risico in het verplaatsen van een opera naar een andere tijd. Een opera is theater met een veel strakker taalcorset dan bijvoorbeeld toneel. Bij een toneelstuk kan je makkelijk tijd en ruimteaspecten in de tekst aanpassen zonder dat dat storend is. Bij opera kan dat niet. Gaat het over een schalkse graaf, dan kan je die graaf niet even omtoveren naar een garagehouder. In dat geval gaat de tekst akelig schuren en zie je op het toneel iets anders dan wat uit de tekst blijkt.  Dat was dus helemaal niet het geval bij de enscenering van Jo Davies voor de Reisopera. Ik heb geen enkele keer gedacht dat er iets niet klopte in wat ik zag en wat ik aan tekst hoorde. Echt een enorme prestatie want daarmee stelde Jo Davies zichzelf meteen ook in staat om haar visie op het verhaal in de relatie tot het huidige tijdsgewricht neer te zetten. Vrouwen niet als willoze slachtoffers maar vrouwen als daders; als actieve spelers in wat hun overkomt. Elvira het zwakke, aan haar emoties overgeleverde vrouwtje uit de meeste producties tegenover de Elvira die willens en wetens voor haar ongeluk kiest door Don Giovanni steeds weer op te zoeken. Hem bovendien op te eisen. Vrouwen spelen een actieve rol; geen geslachtoffer meer, geen gejeremieer maar actie en het lot (ook al is dat een soort ondergang) in eigen hand nemen.

Als we het toch over interpretatie en muziek hebben: Wat dacht Mozart eigenlijk over de relaties in zijn opera’s. Komt het verhaal zoals wij het nu jaren uitvoeren wel overeen met wat Mozart en Del Ponte erin gelegd hebben? Aan de ene kant is er de maatschappelijke moraal en aan de andere kant muziek en tekst die emoties uitdrukken. Vaak hebben regisseurs de neiging om bij hun enscenering aan te sluiten bij de geldende moraal en niet helemaal bij wat de muziek of de tekst zegt. Een leuk voorbeeld is La Nozze de Figaro. Eigenlijk zit er in die opera maar één liefdesduet: Crudel! Perche Finora. Het duet waarin de graaf Suzanne probeert te verleiden. Suzanne en de muziek zeggen onontkomelijk tegen de graaf: Laat het want ik heb het zo graag. In de meeste interpretaties wordt dat ‘ik heb het zo graag’ er snel vanaf gehaald, omdat dat past in de geldende moraal. Zo’n zelfde moeizame verhouding zien we in Don Giovanni tussen Donna Anna, Don Giovanni en de verloofde van Donna Anna, Don Ottavio. In de meeste interpretaties zien we Don Ottavio terug als de trouwe en toegewijde toekomstige echtgenoot. Volgens mij wisten Mozart  en Del Ponte wel beter; Als hij niet haar vader had vermoord dan was ze zeker voor Don Giovanni gegaan. In Don Ottavio ziet ze helemaal niets. Als hij haar ten huwelijk vraagt, wil ze dat nog even een jaartje uitstellen… vanwege de rouw om haar vader…maar eigenlijk wilde ze gewoon een andere Don Giovanni! Maar het blijft interpreteren. Jo Davies laat het hier een beetje in het midden.

Hoe speelt Jo Davies met de historische tijd…Elvira is gekleed als Judy Garland in de Sound of Music. Dat maakt het allemaal zo verschrikkelijk leuk: Een oudere jonge juffrouw in een tijd van seksuele bevrijding; de jaren zeventig. Je weet gewoon dat de van de seksuele revolutie vol genietende Don Giovanni helemaal niets ziet in het brave meisje van de jaren zestig wiens maagdelijkheid hij met list en bedrog genomen heeft! Don Giovanni is de man waar de vrouwen op vallen en de mannetjes waarmee de verleide vrouwen getrouwd of verloofd zijn, zijn Jan Jurken met een kort lontje. Don Ottavio is voor de liefde van Donna Anna irrelevant, maar Masetto als de kersverse echtgenoot van de makkelijk te verleiden Zerlina spant de kroon; uiteindelijk een jaloers watje die er in de liefde nauwelijks iets van terecht brengt.

Op het huwelijksbal van Masetto en Zerlina zien we op de muziek van Mozart Saturday Night Fever langs komen. Met de danspasjes en -gebaartjes uit die kraker uit de jaren zeventig. Zoals bijna alles in de opera maakte dat allerlei emoties los maar vooral veel lol. Als feest der herkenning maar ook vanwege de incongruentie van het beeld: De danspasjes met juist die muziek.

Het Orkest van het Oosten werd gedirigeerd door Julia Jones. Een vrouwelijke dirigent zie je nog steeds niet zo vaak. Ik vroeg me af of er iets in de uitvoering was waaruit je kon opmaken dat het een vrouw was die dirigeerde. Nee dus. Niet te horen. Wel dirigeren vrouwen (die ik gezien heb) over het algemeen iets anders dan hun mannelijke collega’s. Dan heb ik het over de gebaren. Maar dat maakt niet uit want de gebaren zijn er om het orkest te leiden naar de interpretatie van de dirigent. Het resultaat was fantastisch.

Zijn er zangers in rollen positief of negatief opgevallen? George Humphreys als Leporello acteerde fantastisch en had een mooie stem. Alleen wat weinig volume. Daardoor verdween hij vaak achter het muziekgordijn dat door het orkest werd opgehangen. Maar met zijn wat slierterige uiterlijk en zijn bangige motoriek was hij ongetwijfeld het komische middelpunt van de opera. Ales Jenis als Don Giovanni had wel wat duiveligs in zich. Hij verleidde geloofwaardig; hij heeft, denk ik, zijn uiterlijk mee. Anna Grevelius als Elvira was geweldig.

Kortom: Ik heb een fantastische avond gehad en zal er nog lang aan denken!

Mozart; Haffner & Linzer, C.Ph.E. Bach celloconcert nr. 3 in A. Nederlands Kamerorkest.

Gezien en gehoord op 28 januari 2017 in het Concertgebouw Amsterdam

De laatste keer dat ik kaartjes kocht voor het Nederlands KamerOrkest omdat ze een celloconcert van C.Ph.E. BACH gingen uitvoeren, werd een zeperd. Het zou uitgevoerd door een Russische, absolute meester celliste. Niet dat ik ooit van haar gehoord had, maar zoveel meestercellisten ken ik nou ook weer niet. In de verwachting dat ik een celliste a la Rostropovitsch zou gaan zien en horen, viel alles in het water. De celliste voerde, bij nader inzien, toch maar niet het celloconcert van zoon Bach uit. De smoes waarom ze het niet deed, kan ik me niet meer herinneren. Maar toen er een zeer oude dame het podium op schuifelde, kon ik me daar wel iets bij voorstellen. De cello moest door een ander gedragen worden. Toen ze haar eerste noten streek wist ik dat alles een tegenvaller zou worden. Wellicht had ze ooit, in het verleden, de lier bovenop het concertgebouw doen trillen van verrukking, maar nu niet meer. Niets bracht ze voort. Ze kon het gewoonweg niet. Als je je verheugd hebt op het celloconcert in A klein van C.P.E. Bach en je krijgt een reutelende oude dame voor je die er echt helemaal niets meer van terecht brengt dan ben je pas echt treurig. Want, de celloconcerten van zoon Bach behoren tot de mooiste celloconcerten die er ooit zijn geschreven. Ik durf dat zomaar te zeggen!

In de tijd dat drogisterij Het Kruidvat nog klassieke Cd’s verkocht, schafte ik me een cassette aan met celloconcerten. Daaronder ook de drie wonderschone concerten van C.Ph.E. Bach. Ik heb ze compleet grijsgedraaid. Voor mij waren deze concerten echt de ontdekking van de eeuw. De concerten zijn zo verschrikkelijk niet Johan Sebastiaan Bach dat ze toch weer tegen het werk van de oude meester aanschurken; ze lijken helemaal niet op het werk van Johan Sebastiaan, maar toch ook weer wel. Ik moet altijd aan de gamba’s denken in het 6e Brandenburgse concert. Ik ontwikkelde voorkeuren voor bepaalde delen. Het eerste deel van het concert in A klein is absoluut mijn favoriet. Van de langzame delen voel ik het meeste bij het Largo, con sordini, mesto uit het concert in A Groot. De diepe tragiek die daaruit spreekt…fantastisch. Gisteren kreeg ik niet dat fantastische eerste deel van het concert in A Klein, maar wel het concert met het mooiste langzame deel. Sietse-Jan Weijenberg kweet zich prima van zijn taak. Hij speelde het concert vol vuur. Het eerste deel ging wellicht wat te snel. De tonen werden niet helemaal uitgespeeld, vond ik. Maar dat maakte hij in het tweede deel weer helemaal goed. De toch al vrij lange solist was op een klein podiumpje gezet. Daardoor torende hij hoog boven het orkest uit. Ik had in zijn geval niet snel voor een podium gekozen. Het Nederlands KamerOrkest speelt zonder dirigent maar met een leidende concertmeester. Orkest, solist en concertmeester moeten optimaal met elkaar kunnen communiceren. In de communicatie ging niet veel mis, dat niet, maar doordat de solist zo hoog zat nam hij wat mij betreft een té aparte positie in.

Voorafgaand aan, en volgend op het celloconcert, een symfonie van Mozart. Ervoor de Haffner symfonie en erna de Linzer symfonie; de 35e en de 36e symfonie. Beiden geschreven toen hij absoluut op het hoogtepunt van zijn kunnen was gekomen. Hoewel…in hoeverre kan je daarvan spreken in het geval van de geniale Mozart. In elke noot hoor je het plezier dat hij gehad moet hebben toen hij de muziek componeerde. Heerlijke muziek die me meteen ook weer terugbrengt naar onze vakanties in Salzburg en Wenen. Salzburg dat helemaal in het teken staat van de beroemde telg. De Mozartkugeln schreeuwen je vanuit elke toeristenwinkel tegemoet. En dan het tot museum verbouwde geboortehuis van het muziekgenie. Twee keer ben ik er geweest; één keer met een ziek en brakend kind (dat was helemaal niet fijn) en één keer met Josien. We bekeken de vele portretten die zo verdomd weinig op elkaar leken; wat was nou het meest gelijkende portret van die beroemde Mozart?

De afgelopen jaren heb ik vooral opera’s van hem gezien en gehoord. Een lust voor elk zintuig. Bij zijn symfonieën had ik daarom misschien wel steeds het gevoel dat een zangstem zou invallen. Maar de symfonieën zijn op zichzelf al mooi genoeg. In de brochure het verhaal van de Linzer symfonie. Mozart kwam aan in de stad Linz en werd bij de stadspoort opgewacht door de bediende van graaf Thun. Eén van zijn vele bewonderaars. De bediende nam de Mozarts mee naar het paleis van de graaf waar ze konden logeren. De gastvrije graaf had toch minstens een nieuwe symfonie verwacht. Die had Mozart toen niet bij zich en daarom schreef hij ter plekke de Linzer symfonie. Een bijna ongeloofwaardig verhaal. Zulke complexe muziek zomaar even uit je mouw schudden.

Ik heb gisteren een heerlijke avond gehad. Twee fantastische Mozart symfonieën en een heerlijk celloconcert. Alles prachtig uitgevoerd!

Toch heb je de neiging om je dingen af te vragen over Bach en zijn zoon. De celloconcerten van Carel Philip Emanuel zijn echt mooi, maar verder staat hij toch echt in de schaduw van zijn beroemde vader, vinden we nu. Hoe zou hij dat ‘in de schaduw staan’ zelf hebben ervaren? Ik vraag me dat steeds weer af terwijl ik het antwoord al weet. Maar met de kennis die we nu hebben over de familie Bach is het gewoon moeilijk voor te stellen dat Bachs zonen in hun tijd absoluut heel veel beroemder waren dan hun vader.

Mozart, Brahms en Beethoven – Nederlands kamerorkest

Gezien en gehoord op 22 oktober 2016 in het concertgebouw

Het Nederlands Kamerorkest speelde gisteren zonder dirigent. Dat doet dat orkest wel vaker. Maar, aan de andere kant, gebeurt het ook regelmatig dat er wél een dirigent op het verhoginkje staat. Ik had altijd het idee dat er een dirigent ingehuurd werd als de muziek erom vroeg. De muziek vraagt erom zodra de muziek geschreven is in een periode dat het gebruikelijk was dat er een dirigent voor het orkest stond, dacht ik. Zo was het in de barok en classisme ongebruikelijk om een aparte dirigent te hebben. Tenminste een dirigent zoals wij hem nu kennen. Soms was er wel iemand die de maat sloeg, maar die gebruikte dan een stok die er wezen mocht. Een echte. De componist Lully verbrijzelde zijn teen met zo’n stok en overleed vervolgens aan koudvuur. Probeer dat maar eens met zo’n moderne baton… Langzamerhand, zo rond Beethoven, kwam de moderne dirigent op. Met als eerste hoogtepunt Richard Wagner. Over zijn uitvoering van de negende van Beethoven zijn boeken volgeschreven. Hij schijnt de eerste te zijn die hele melodielijnen in de lucht tekende. Hij zwaaide het orkest, volgens de overlevering, naar grote hoogte. Vanaf toen stond er eigenlijk altijd een dirigent voor een orkest, ook als er, bijvoorbeeld, muziek uit de barok gespeeld werd.

Het Nederlands Kamerorkest lijkt weer terug te gaan in de tijd en de dirigeertraditie over te nemen van de periode waarin de muziek die zij spelen, ontstond. Vanuit dat standpunt zou je verwachten dat het Nederlands Kamerorkest zich laat dirigeren vanaf de muziek van Beethoven. Dat was gisterenavond niet zo. Gordan Nicolić, als concertmeester en als solist, leidde het orkest terwijl ze Beethoven en Brahms speelde. Zonder baton maar met zijn viool. En met zijn lichaam. Is een dirigent dan eigenlijk helemaal niet nodig?

Het concert opende met de Ouverture van Don Giovanni van Mozart. Juist die Ouverture kwam bij mij vaak wat rommelig over terwijl een aparte dirigent in Mozarts tijd niet altijd gebruikelijk was. Maar hoe dan ook, wat een fantastische muziek. Dreigend en humoristisch tegelijkertijd. Met kleine verwijzinkjes naar de muziek die komen gaat. Ondanks die rommelige indruk een mooie binnenkomer.

Daarna Brahms. Ik lees het programmaboekje altijd met veel plezier. Kees Wisse vertelt een anekdote over de ontstaansgeschiedenis van het dubbelconcert. Violist en innige vriend Joseph Joachim, voor wie hij zijn vioolconcert geschreven had, lag in echtscheiding. Met de beste bedoelingen ging Brahms ‘helpen’. Gevolg was een breuk tussen componist en violist. Jaren later lukte het Brahms de vriendschap te herstellen met het dubbelconcert. De opdracht: ‘Aan hem voor wie het werd geschreven’ zal voor Joseph Joachim voldoende duidelijk zijn geweest, want vanaf dat moment waren ze weer vrienden. Gordan Nicolić dirigeerde dit dubbelconcert als een ouderwetse Stehgeiger. Mario Brunello nam de cello partij voor zijn rekening.

Het concert begint met twee maten orkest gevolgd door de cadans van de cello. Lijkt me uitermate moeilijk. Je krijgt geen gelegenheid om de zaal aan te voelen, je geluid te voelen vibreren in een ruimte met zoveel mensen en met zo’n akoestiek. Je moet er meteen staan. Helder en duidelijk. Dat mislukte, vond ik. Brunello had tijd nodig die hij niet had. Zijn eerste cadens voelde niet goed, alsof hij zichzelf en zijn klanken nog moest vinden. De rust om alles uit te strijken en met sonore klanken zijn instrument te laten zingen. Dat lukte gewoon niet in die eerste cadans die er zo snel was. Gelukkig haalde hij later alles weer in, maar het begin stond er gewoon niet. Nicolić daarentegen, stond er wel. Hij was de onbetwiste leider en bracht het geheel naar grote hoogte. Bewonderenswaardig! Hoewel hij regelmatig zijn strijkstok als dirigeerstok gebruikte, kon dat natuurlijk niet op het moment dat hij speelde. Dan gebruikte hij de rest van zijn lichaam om de nuances in het concert te krijgen. De versnellingen en de vertragingen, de timing van de inzetten, het zat er allemaal in en kennelijk reageerde het orkest op het lichaam van Nicolić. Wij begrepen niet hoe, maar het klonk perfect. Kennelijk is een aparte dirigent bij Brahms niet nodig, of… lukte het Nicolić om dat goed te combineren met de solopartij. Knap…razend knap…denk ik.

Na de pauze de tweede symfonie van Beethoven. Ook zonder dirigent. Nicolić als concertmeester. Ook hier veel lichaamstaal. Maar daarvan vraag je je af of iedereen in dat orkest dat lichaam kan zien. Ik betwijfel of de blazers überhaupt Nicolić konden zien. Hoe weten zij dan het tempo? Hoe weten zij wanneer precies in te zetten? Ik weet het niet, maar het klonk fantastisch. Ik heb gewoon zitten genieten. Ik kan niet anders zeggen. Voor mij was Beethovens symfonie het hoogtepunt. Inderdaad, zoals Van Wisse in het programmaboekje schrijft, vol van verlangen, vol van levenslust, niks woeste kop maar een nog lachende Beethoven. De Beethoven die weliswaar door de demon van zijn beschonken vader achtervolgd werd, maar nog betoverd kon worden door de geluiden om hem heen. De nog horende Beethoven.

Het laatste deel vind ik iets heel speciaals hebben. Aan de het hoofdthema gaat iedere keer een soort oprisping vooraf. Het voelt merkwaardig maar brengt de muziek wel in evenwicht. Mooi, erg mooi.

Tenslotte dan de vraag: Is een dirigent dan eigenlijk helemaal niet nodig? Geen idee, als je het mij vraagt. Gisterenavond was het kennelijk niet nodig. Dat kan ik wel concluderen!

Het hele Spaanse leger!

Ik moet steeds aan een opera denken, hier in Spanje. Een opera die de Nationale Opera dit jaar gaat uitvoeren maar waarvoor ik geen kaartjes zal kopen. Nee, niet Carmen. Zou voor de hand liggen. Le nozze di Figaro. Van Mozart. Klinkt gek, maar toch is het zo. Dat heeft met het Spaanse leger te maken. Het is een van de opera’s die ik het vaakst gezien heb. Ook trouwens de allereerste opera die ik gezien heb. In de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Ik moet een jaar of twaalf geweest zijn toen mijn oma ziek was op de dag dat mijn opa en oma kaartjes hadden voor Le nozze di Figaro. Ik mocht met opa mee in plaats van oma. Twee plaatsen op het midden-zij balkon. Het leek op een loge. Helemaal vooraan. Ik had het gevoel dat het vast de duurste plaatsen waren in de hele schouwburg. Ik voelde me erg bevoorrecht. Zo vaak kwamen we niet in de schouwburg. Boventiteling kan ik me niet herinneren. Wel dat ik het programmaboekje had gelezen met een korte samenvatting per acte. Maar desalniettemin kon ik de opera maar moeilijk volgen. Ik zag wat verkleedpartijen op het toneel terwijl het sowieso al een erg kostumerige aangelegenheid was. De heren droegen bijna allemaal pruiken en de dames lange jurken. Het toneel ademde de achttiende eeuw. Ik kan niet zeggen dat hier mijn liefde voor deze opera begon, maar fascinerend vond ik het wel allemaal.

Later werd het een van mijn favorieten. Misschien omdat ik de lol zag. De lol die Mozart moet hebben gehad toen hij de opera componeerde. Met het beeld van Milos Formans Amadeus op mijn netvlies, zie ik Mozart aan zijn bureautje zitten terwijl hij rap zit op te pennen wat hij binnen in zijn hoofd hoort. Soms loopt hij naar zijn hammerklavier om even in het echt te horen wat hij opgeschreven heeft. Af en toe een schaterlach. Het is zo komisch! Hoe kan je een opera laten beginnen met een man die meet of zijn huwelijksbed in de kamer past…Wolfgang Amadeus Mozart, dus. Dat zou echt niemand durven. Alleen Mozart en Lorenzo Da Ponte natuurlijk, de librettist. En dan komt Mozart aan de scene van Susanna en Marcellina… Wat moet Mozart gelachen hebben! Een echt bitch-fight! En niet zomaar een; met kijven en schelden gaan ze tot het uiterste. De grootste belediging is aan het adres van Marcellina: Ze heeft het volledige Spaanse leger over zich heen gehad. Dat brengt me dus in Spanje. Daarom komt juist hier, in Leon, Le nozze di Figaro bij me op. Ik hoor het duet van de twee elkaar beschimpende en beledigende vrouwen. Ik zie Mozart voor me. Met zijn ganzenveer krassend op het papier. Noot voor noot maar in hoog tempo zet hij het gevecht op muziek. Na elke maat schatert hij het uit.

Maar behalve deze scene waarbij Susanne Marcellina ervan beschuldigd dat ze het met het hele Spaanse leger gedaan heeft, is de opera één brok humor. Misschien heb ik de opera nu wel tien keer gezien en iedere keer ligt de zaal plat. Maar naast de humor ook zulke diepdroevige en verschrikkelijk mooie aria’s duetten, trio’s, etcetera… Echt een hele mooie opera. Tot mijn verbazing lukte het de Nationale opera om al het moois en al het leuks uit de Da Ponte opera’s te verwijderen. Dodelijk saai voltrok zich opera na opera van Mozart.

Maar wees gerust, de opera wordt vaak opgevoerd en dan zal je mij weer in de zaal zien zitten. Samen met Josien.

Kijk, luister en geniet!