Tagarchief: Meesterwerken

Een meesterwerktentoonstelling zonder meesterwerk

Is slechts één schilderij niet een beetje mager? De Nieuwe Kerk in Amsterdam stelt jaarlijks een meesterwerk uit een bepaald museum ten toon. Eén schilderij. Dat moet dus haast wel een meesterwerk zijn want waarom zou je anders, zoals ik, weer en wind trotseren om het te zien? In dezelfde serie zag ik jaren geleden een schilderij van El Greco. Indrukwekkend. Alle schilderijen van El Greco zijn indrukwekkend. Ze doen heel modern aan maar zijn al eeuwen oud. Maar zelfs van dat schilderij heb ik me afgevraagd in hoeverre het een meesterwerk was. Nu dus het schilderij Aartsengel Michaël van Luca Giordano. Een meesterwerk. Ik zelf had eigenlijk nog nooit van Giordano gehoord. Op zich zegt dat nog niet zo heel veel, want ik ben geen kunsthistoricus. Maar wel kunstliefhebber. En ik ken heus een hele zwik schilders uit deze periode. Ook Italiaanse. Van Giordano had ik nog nooit gehoord. Volgens de website van de Nieuwe Kerk zou het schilderij de bezoeker imponeren door zijn enorme formaat, schoonheid, zeggingskracht en overweldigende dynamiek. Tsja… Verder staat er op diezelfde website, en daar wordt in de Nieuwe Kerk ook verder op ingegaan, bewonderde de schilder Dürer, Rafaël, Rubens, Titiaan en Rembrandt. In mijn ogen zijn dat nou juist de schilders die eigenlijk alleen maar meesterwerken afleverden. Giordano? Meesterwerken? Nou, nee.

Wat ik zie is een suikerzoet gevleugeld watje (een roze mantel…) die een satéprikker in een gillend duiveltje prikt. Ik zie geen gevecht. Ik zie geen strijd. Ik zie geen dynamiek. Meer een ballerina met zwanenvleugels…Tussen de strijdende partijen zie ik geen relatie. Dat kunnen schilders als Rembrandt of Rubens beter. Eerlijk gezegd vind ik één penseelstreek van één van die twee al veel boeiender dan dit hele schilderij. Bij Rembrandt zou Michaël een strijder zijn geweest die een gevecht op leven en dood leverde. Michaël zou de speer in het lichaam van de duivel hebben geramd. Je zou beseffen dat als Michaël de strijd zou verliezen, de wereld zou verliezen. De bloedspetters zou je haast op je gezicht voelen als Rembrandt dit tafereel had geschilderd. Bij Rubens zou de pijn van de binnendringende lans voelbaar zijn geweest en had de Aartsengel kracht uitgestraald. Bij Giordano, niets van dat alles. Ach, geen slecht schilderij, maar een meesterwerk; dat wil er bij mij niet in. Ik heb er met belangstelling naar gekeken en de uitleg op de audiotour gehoord. Interessant allemaal zonder dat ik daar nou echt warm of koud van werd.

Vond ik dan helemaal niets leuk aan deze tentoonstelling? Wel! Van de nazit heb ik genoten. De audiotour gaat op zoek naar de engelen in de Nieuwe Kerk. Steeds als er een Engel gevonden is een prachtig stuk muziek om dat te vieren. De kerk is ooit begonnen als katholieke kerk en werd al snel overgenomen door de protestanten. Daarom werden veel van de beelden en schilderijen die de katholieke geloofsbelevenis ondersteunden, weggehaald zodat de sobere protestantse ruimte ervoor in de plaats kwam. Maar gelukkig kon men niet alle schilderijen en beelden weghalen. Bijvoorbeeld op het koorhek. Rijk versiert met cherubijntjes. In de dakconstructie van de kerk, waar de dakbalken gedragen worden door engelen met van inspanning vertrokken gezichten. Ook engelen die nu weer zichtbaar zijn geworden na de restauratie. Op de toegang tot het sacristiehuis bijvoorbeeld mooie muurschilderingen. Na de restauratie weer tevoorschijn gehaald vanonder een dikke stuclaag. De makers van de audiotour hadden voor elke gevonden engel in de kerk een bijpassend engelenkoor uitgezocht; van Fauré tot Bach. Zo was het genieten van prachtige muziek terwijl je van de ene kerkengel naar de andere liep. Eén van de laatste stops – hoewel je vrij was om je eigen volgorde te kiezen – was bij de preekstoel. De stoel is zeer rijk versierd en wordt gedragen door engelen. Maar ook bovenop engelen. De stoel kan je het best bekijken vanuit de herenbanken; de plek waar vroeger de burgemeesters zaten tijdens de dienst. Die uitnodiging kon ik moeilijk aan mij voorbij laten gaan en dus vleide ik mijn kont op de bank die zeer waarschijnlijk ook Six en Bicker gedragen heeft en inderdaad, daarvandaan heb je het mooiste uitzicht op die fantastisch gedecoreerde preekstoel.

Wat mij betreft is het schilderij van Giordano geen meesterwerk, maar de engelenspeurtocht toch zo leuk en interessant dat ik de tocht naar de nieuwe kerk een aanrader vind. Een meesterwerktentoonstelling zonder meesterwerk! Maar…met een interessante nazit.

Helga

Gisteren zapte ik langs het programma ‘Meesterwerken’ van Paul Witteman. Gast en VIP, Janine Abbring mocht vertellen wat haar de culturele hoogtepunten zijn. Abbring kende ik nergens van maar ik hoorde dat ze Zomergasten gaat presenteren. Als je Zomergasten gaat presenteren dan ben je iemand. Dan treedt je in het voetspoor van Adriaan van Dis en Joost Zwagerman. (Overigens denk ik nog regelmatig aan Joost Zwagerman. Als er iemand is die ik mis op de tv dan is hij het wel. Maar ook al zijn romans heb ik met plezier gelezen. Maar dat allemaal terzijde.) Janine Abbring wees de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth aan als haar favoriete schilder. Van de man had ik nog nooit gehoord. Tot gisteren dus in het programma ‘Meesterwerken’.

Abbring vertelde van de fascinerende reeks schilderijen die Wyeth maakte van zijn buurvrouw Helga. Ik bekeek de werken op Internet en ze zijn inderdaad fascinerend. Nog leuker was het interview met de schilder zelf en met zijn dochter. De schilderijen van Helga ontstonden namelijk op een speciale manier. Helga was de buurvrouw van de schilder. Niet meer dan dat. Wyeth had een gezin met kinderen. In het geheim werkte hij aan de schilderijenreeks met Helga. De buitenwereld wist er niets vanaf. Hij bracht de schilderijen onder bij een vriend en pas vele jaren later kwamen ze tevoorschijn. Hij tekende en schilderde de vrouw met en zonder kleren aan in alle standen. Bijzonder is dat hij ook in diverse stijlen portretten van de vrouw maakte. Dan weer het superrealisme dan weer iets dat een beetje op de impressionisten leek. Eigenlijk geen peil op te trekken hoewel ze allemaal even intensief zijn. Je kan je haast niet voorstellen dat er tussen schilder en model niet een passionele verhouding is geweest. Elk schilderij getuigt van een ontembare liefde en een groot verlangen.

Gisteren werd er ook een stukje van een interview getoond met zijn dochter. Vrouw en dochter kwamen er heel laat achter dat de schilderijen bestonden en dat hij ze gemaakt had in de periode dat ze een (gelukkig?) gezin vormden. Ze vertelde hoe geschokt ze waren geweest toen de schilderijen opdoken en meteen een doorslaand succes werden. Ze voelde zich verraden door haar vader. Vooral alle naakten die hij van Helga geschilderd had, onthutsten haar. Abbring en Witteman lachte dat een beetje weg; dat is nou eenmaal de consequentie als je een groot kunstenaar als vader hebt. Maar ik voel wel met dochter Wyeth mee. Ik kan het me wel voorstellen. Als ik naar de schilderijen kijk dan spreekt er zo veel passie uit en als kind heb je er recht op dat de passie van je vader zich op je moeder en jou en je broers en zussen richt. Dat is gewoon zo; dus van mij mag dochterlief beweren dat ze haar vader liever bomen had zien schilderen dan, zoals nu het geval was, Helga.

Ik heb één van de mooiste portretten van Internet geplukt. Tenminste dat vind ik. Hyperrealistisch; elke afzonderlijke haar zie je. Een zedig portret van de vrouw maar met zoveel verborgen passie. De vlechten, haar hoge col, haar grof geschapen neus en stevige kaaklijn. Helga is niet direct een schoonheid en ook niet zo verschrikkelijk sexy. Objectief gezien. Maar een schilderij is geen objectief te beschouwen object. Het vuur en de passie spat uit elke penseelstreek. Ik denk dat dit schilderij één van mijn favorieten is geworden sinds gisterenavond. Dank Janine Abbring!

Helga van Andrew Wyeth