Tagarchief: Het Nationale Toneel

Het Nationaal Toneel – Amadeus; Heel erg leuk!

Ik kan me niet meer herinneren of ik de film Amadeus voor het eerst in de bioscoop heb gezien of op video of DVD. Wat ik wel weet is dat de film een verpletterende indruk op me maakte. Het verhaal op zichzelf vond ik niet echt geloofwaardig; ik had niet het idee dat Salieri een rol gespeeld zou kunnen hebben in de dood van Mozart. Maar de prachtige beelden en het fantastische acteerwerk van de hoofdpersonen in combinatie met de muziek, deed het hem voor mij. In de openingsscène begint het al meteen met het geniale adagio uit de Grand Partita. Muziek die alles goed maakt. Troostende muziek. Muziek die op je emoties werkt maar juist helemaal niet sentimenteel is. De oud geworden Salieri legt uit wat hij zo bijzonder vindt aan de muziek. ‘Het begint haast als een roestig orgel en dan, plotseling, uit het niets, een hobo. Slechts één aangehouden toon. Vervolgens wordt het overgenomen door de klarinet.’ Hij vertelt dat hij Mozart heeft vermoord en dat hij als straf zijn muziek moet zien doodbloeden terwijl de muziek van Mozart alleen nog maar grootser en mooier en bekender wordt. Salieri vertelt dat hij er alles voor over had om muziek voor de eeuwigheid te schrijven. Dat hij daarvoor op zijn zestiende een pact met God gesloten heeft. In ruil daarvoor moest hij afzien van de liefde en een deugdzaam mens zijn. Maar God heeft hem verraden. Gods verheven klanken komen op aarde middels de vulgaire Mozart. Een scheten latende erop los levende infantiele man. Zonder er schijnbaar moeite voor te doen, componeert hij de mooiste muziek en vernedert hem.

Muziek en film horen doorgaans bij elkaar, maar film en hemelse muziek is voor mij echt een gouden combinatie. De muziek van Mozart is niet zomaar gewone mooie muziek, maar geniaal mooie muziek. Diezelfde mix vond ik in de films Ludwig en Dood in Venetië van Visconti waar achtereenvolgens de muziek van Wagner en Mahler een hoofdrol spelen. Het verhaal…ach het verhaal. Wat kan ik daarover zeggen. Speelt een prettige bijrol.

Amadeus is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shaffer. Martin van Amerongen ging nogal te keer tegen dit toneelstuk en de verfilming ervan. Het zou Antonio Salieri onterecht in een verkeerd daglicht hebben gezet. Ach, valt wel mee. Ik kan me de verhaallijn wel voorstellen. Ik denk niet dat Salieri een erg grote rol heeft gespeeld in het overlijden van het genie noch dat hij veel invloed heeft gehad op diens muziek. Maar het verhaal zoals Shaffer het opzette had heel erg goed gekund. Ze leefden tegelijkertijd op dezelfde plaats. De één verwierf absolute roem tijdens zijn leven en werd al tijdens zijn leven volkomen vergeten. De ander verwierf oneindig veel roem tijdens zijn leven en na zijn leven werd die roem alleen maar groter.

Amadeus was dus van oorsprong een toneelstuk en Toneelgroep Nationaal Toneel moet gedacht hebben dat je de film ook op het toneel kunt uitvoeren. En inderdaad, dat kan. En boeiend ook. En ook fantastisch geacteerd. De overgangen van de jonge naar de oude Salieri, bijvoorbeeld. Zag er echt fantastisch uit. Voor de muziek was een toneelorkest geformeerd dat Mozarts muziek goed over de planken bracht. Ook de mee-acterende sopraan – in dit geval Lucie Chartin – deed het acterend en muzikaal gezien erg goed. Een prachtige stem in een toneelzaal met een matige akoestiek.  Ik heb gewoon een heerlijke avond gehad. Laat ik dat maar meteen toegeven.

In de film een beetje maar op het toneel een boel, wordt de rol van Constanze neergezet als een wat naief meisje dat maar nauwelijks kan bevatten met welk genie ze getrouwd was. Ik denk echt dat het anders zat. Constanze Weber kwam uit een zeer muzikale familie. Voor zover ik weet was haar oudere zus een gevierde sopraan. Ze is de grote nicht van de componist Carl Maria von Weber. Ook niet de eerste de beste. Ik denk dat ook Constanze heel wat in d’r mars had en dat ze in het toneelstuk van Shaffner niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien als wel vele vrouwen in dat deel van de geschiedenis. In het toneelstuk speelt ze vooral een rol in het laten zien van de vulgariteit van Mozart. Verhaaltechnisch staat dat dan mooi tegenover de deugdzame Salieri.

Leuk om te zien dat Amadeus raakvlakken met het heden krijgt. De #metoo beweging bijvoorbeeld. Als Salieri uit wraak op God zijn deugdzaam laat varen, misbruikt hij zijn macht als gevierd en belangrijk en machtig persoon, door van vrouwen seks in ruil voor een carriere te bieden. Salieri wordt fantastisch neergezet door Mark Rietman. Verder vielen de kleren van Esther Scheldwacht op die de rol van de Italiaanse intendant van de opera speelde. Leken die kleren niet verdomd veel op de wat extravagante kleren van ex-stedelijk museumdirecteur Betrix Ruf? En…wat heeft dat dan voor betekenis?  De pompeuze opkomst telkens van Vincent Linthorst als de Oostenrijkse keizer Jozef was behoorlijk hilarisch. Sander Plukaard kon, als Mozart, Tom Hulce helaas op geen enkele manier doen vergeten.

Al met al heb ik een erg leuke avond gehad.

Jeanne d’Arc – Friedrich Schiller door het Nationale Toneel

Gezien op 25 maart 2017 in de Stadsschouwburg Amsterdam

Een historisch toneelstuk geschreven door een man die in het verre verleden leefde en nu uitgevoerd wordt door een tegenwoordig theatergezelschap. En ik keek ernaar vanuit mijn eenentwintigste-eeuwse referentiekader waarin de geschiedenis van Jeanne d’Arc een plaats heeft gekregen. Het verhaal dat Schiller vertelt over een historisch personage komt niet overeen met het personage dat hij op het toneel schept. Voor mij als kijker is dat een eerste barrière om te overwinnen. Het levensverhaal van Jeanne d’Arc is bijna onlosmakelijk verbonden met het proces dat tegen haar gevoerd is en wat haar uiteindelijk op de brandstapel deed belanden. Het verhaal van Jeanne d’Arc komt samen met de schroeilucht van menselijk vlees. Maar juist dat gedeelte vervangt Schiller door iets anders. Het meisje weet te ontsnappen aan de mensen die haar in het ‘echt’ zouden veroordelen en wint alsnog op het slagveld. Daar wordt ze tijdens het gevecht ingehaald door haar hormonen en sterft ze min of meer op het slagveld en eindigt ze als heilige. Het laatste klopt weer met de werkelijkheid; Jeanne d’Arc werd een heilige.

Een problematisch stuk en ik kan me voorstellen dat men aardig met de materie geworsteld heeft. Helemaal omdat het de geschiedenis van de honderd jarige oorlog weer wel probeert te volgen. Dan zit je al snel met complexe bondgenootschappen die steeds wisselen. Je zit met landsgrenzen en Engelsen en Bourgondiers en met de koning en de neef van de koning; eigenlijk allemaal te ingewikkeld om dat zomaar uit te leggen. Daar zat wat mij betreft een zwakke plek; het was behoorlijk moeilijk om het verhaal te volgen. Toen ik me meer op één persoon, Jeanne d’Arc dus, ging focussen, toen werd het geheel wat behapbaarder. In tegenstelling tot de verhalen die ik ken over deze Franse heldin waarin ze meer als mascotte dienst deed en de troepen aanvoerde en inspireerde, vervult ze in het toneelstuk de rol van engel des doods. We zien haar in verschillende gevechten waarin de stoere vijand het onderspit moet delven tegen het ongetrainde zeventienjarige herderinnetje. Gelukkig werd ze gespeeld door de groot en sterk ogende Sally Harmsen!

Alles bij elkaar kwam het verhaal maar moeilijk tot leven. Jeanne verwerd meer een symbool op het toneel dan een levend mens. Daardoor werd de stijlbreuk des te groter toen Jeanne uit het niets getroffen werd door de kracht van de liefde. Op het moment dat ze als een dolle furie over het slagveld ging en links en rechts dood en verderf zaait, raakt ze in een gevecht verwikkeld met de Engelse officier Lionel. Ze verslaat hem in het gevecht maar op het moment dat ze hem de strot wil afsnijden, wordt ze door zijn blik getroffen en smelt ze als sneeuw voor de zon. Dit ervaart ze zelf alsof ze de slag verloren heeft. Ze kan de man niet doden en omdat ze een eed tot kuisheid gezworen heeft, ervaart ze haar oprispende hormonen als verraad van die eed.

Theu Boermans doet in Jeanne d’Arc een onderzoek naar de jeugd en haar hang naar extreme daden, zo lees ik in het programmaboekje. Hij ziet Jeanne als een IS-strijdster avant la lettre die met de bomgordel van destijds om haar middel, de vijand te lijf gaat. Die in nietsontziende vernietigzucht streeft naar haar ideaal. Die aan haar ideaal en haar zelfopofferende strijd vasthoudt zelfs als ze ziet dat het ideaal helemaal niet zo mooi is en het maar de vraag is wat haar opoffering zal brengen. Uiteindelijk zal ze prooi worden van het gewone leven. Je kan nog zoveel je idealen koesteren, uiteindelijk komt het gewone leven je halen en ga je gewoon, als ieder ander, voor de liefde. Ik zie het verhaal zich wel ontspinnen, maar makkelijk is het niet. Het glijdt er niet makkelijk in. Ik vond het verhaal moeilijk te verteren en somtijds ook behoorlijk saai. Laat ik het anders zeggen, af en toe sukkelde ik weg en werd wakker omdat de zoveelste veldslag tegen de wand geprojecteerd werd met bijbehorende heftige geluiden.

Maar er waren ook lichtpuntjes in de voorstelling. Het decor was fantastisch. Een grote wand van grove planken die op diverse manieren heen en weer geschoven kon worden, en met luiken en onverwachte nissen. Erg sprekend! Het gaf het geheel wel wat dynamisch en het veranderde de ruimte in wat het moest voorstellen; het benauwde dorpje waar Jeanne opgroeit, of het hof van de koning. Een ander lichtpuntje was Sally Harmsen als Jeanne d’Arc. Geen makkelijke rol, maar ze bracht het er goed vanaf. Hoewel ik veel moeite had om over te stappen van de bloeddorstige furie op het slagveld naar het verliefde kleine meisje, deed ze dat toch best goed. Dat ik haar niet kon volgen betekent nog niet dat ze het slecht speelde. Vincent Linthorst viel op door hoe hij de egocentrisch slappe dauphin speelde. Hij confronteerde de toeschouwer meteen met het valse ideaal dat Jeanne nastreefde, want je gaat je afvragen waarom Jeanne nou zo graag deze slappe en egocentrische man op de troon wil… Tamar van den Dop viel op door de overtuigende twijfel die ze had over het schipperen tussen het lands- en het persoonlijke belang.

Van sommige acteurs weet je: Dat is een grote naam. Stefan de Walle. Probleem is dat ik hem desalniettemin nauwelijks te volgen vond. Heus wel de grote lijn van wat hij dacht en voelde op het toneel, maar de details van wat hij zei gingen volkomen langs mij heen omdat hij onverstaanbaar was. Stefan de Walle vind ik vooral sterk als hij in alle rust iets doet. Helaas doet hij dat maar zelden. Hij speelt vaak het opgewonden standje en is dan eigenlijk niet meer goed te verstaan. Dat hij geëmotioneerd is, komt goed over, maar wat hij nou precies zegt en roept…geen idee. Ik vind dat jammer want hij straalt wel verdomd veel uit. Als hij op het toneel staat, dan staat er wel iemand.

Al met al een moeilijke voorstelling. Er valt achteraf een hoop te piekeren. Echt ‘in’ het toneelstuk ben ik zelden geweest. Ik sukkelde regelmatig een beetje in. Ik kan me ook herinneren dat ik me afvroeg of ze nou elke voorstelling weer met een nieuwe broek begonnen voor Sally Harmsen en dat ze die broek steeds bloederiger maakten of dat ze verschillende broeken had in stadia van een beetje bloed naar een boel bloed toe. Dingen die je je helemaal niet moet afvragen tijdens een voorstelling. Ik weet niet of ik een hele interessante avond heb gehad. De desastreuze nederlaag van het Nederlandse elftal tegen Bulgarije heb ik gelukkig niet hoeven meemaken…