Tagarchief: Gustav Mahler

Karin Strobos in het Muziekgebouw en Thierry Baudet

Het Europa zoals het eens was. Ik verlang er ook af en toe naar. Net als Thierry Baudet. Zie de toespraak die hij hield nadat zijn overwinning voor de provinciale staten 2019 onomstreden bleek. De dagen van weleer. Het paradijs op aarde. Toen alles nog ‘gewoon’ was. Toen het grootste deel van Europa nog vrijwel in z’n geheel bewoond werd door blanke mensen. Toen we kritiekloos onze feesten vierden. Toen we van Pasen tot Kerst precies wisten waar de feesten over gingen. Laten we zeggen de wereld rond 1900. Een mooie tijd. Novecento. Thierry Baudet. Maar dat is een leugen. Eigenlijk verlang ik niet terug naar die tijd. Afgemeten aan factoren als gezondheid, rijkdom, verschillen tussen arm en rijk en vrijheid kan je tot geen enkele andere conclusie komen dan dat het nu heel verschrikkelijk goed gaat met Nederland in tegenstelling tot in 1900. We zitten zeker niet te midden van brokstukken van een ineengestorte beschaving. In tegendeel; we zijn nog steeds aan het herstellen wat er in de twintigste eeuw tijdens verschrikkelijke oorlogen kapot gemaakt is. Thierry Baudet liegt als hij beweert dat het vroeger, laten we zeggen zo rond 1900, beter was dan nu. Dat is gewoon niet zo.

Maar desalniettemin ken ik dat verlangen toch ook. Het verlangen naar de tijd van Frederik van Eeden, Willem Kloos, Herman Gorter en Louis Couperus. De ruisende rokken. De ratelende koetsen langs de grachten van Amsterdam. Dat alles wordt opgeroepen door de klanken van Gustav Mahler. Vooral het langzame deel uit de vijfde symfonie. Dat romantische schmieren, je hebt het gewoon soms nodig. Wegdromen op de diepromantische klanken. Naar honderd jaar terug. Toen de dames nog heel tevreden leken met hun ruisende rokken en culturele soirees. Waar de jonge huwbare dames aanbeden werden en met fraaie muziek het hof werden gemaakt als de jongeheren op visite kwamen in de salons van weleer. Gisteren zat ik niet in een salon maar in het Muziekgebouw aan het IJ. Het Nederlands Kamerorkest speelde onder leiding van concertmeester en artistiek leider Gordan Nikolić. Het klonk zo intens en het was zo intiem. Naar mijn gevoel heel veel langzamer dan ik doorgaans gewend ben, maar zo mooi! Ik ervaarde hoe de klanken tot stand kwamen en zich in harmonie over de zaal verspreidde. Dan te bedenken dat het Adagietto uit de vijfde symfonie van Mahler nog maar de opmaat was van het concert. Het zorgde ervoor dat ik diep ontroerd klaar zat voor de rest die ging komen.

Een deel van de rest was Karin Strobos. Ik heb haar nu een paar keer tijdens een concert of opera gehoord. Altijd een belevenis. In Michelintermen is ze het waard om voor om te rijden en omdat ze inmiddels een vaste kracht is in het operagezelschap van Essen, ben ik heel erg van plan om daar weer eens een opera te gaan horen. Met haar. Karin Strobos, een wereldster in wording, waarvan ik hoop dat ze niet alleen nog maar in exclusieve theaters in landen ver weg zal gaan zingen. Het Nederlands kamerorkest werd teruggebracht tot het ensemble zoals Arnold Schönberg dat bedacht heeft in zijn arrangement van Lieder eines fahrenden Gesellen van Gustav Mahler. In dat ensemble naast strijkers, klarinet en fluit ook een harmonium en een piano. En Karin Strobos. Ik zat op rij drie en kon zien hoe deze fantastische zangeres haar podiumangst wegslikte en overwon en meteen vanaf de eerste inzet de sterren van de hemel zong. Met zo’n soepele stem met zoveel expressie. Ik heb genoten.

Na de pauze Verklärte Nacht van Arnold Schönberg. Ook een belevenis. Omdat ik Schönberg vooral associeerde met zijn twaalftoons atonale muziek en ik daar nauwelijks een touw aan kan vastknopen, kwam ik er niet makkelijk toe om muziek van Schönberg te beluisteren. Maar Verklärte Nacht kreeg ik cadeau op een CD die ik voor andere muziek, die er ook op stond, had gekocht. Meteen toen ik het de eerste keer hoorde was ik verkocht. Onmogelijk doorwrochte muziek. Ik ervaar het als een filosofische manier om depressie in muziek weer te geven. Echter, de componist bedoelde er, naar ik later las, iets heel anders en heel veel vrolijkers mee. Een liefdesgedicht die de diverse fasen van twee individuen naar een koppel bezingt, heeft Schönberg op muziek gezet. Deze kennis laat mij de muziek niet anders ervaren; ik geniet er op mijn manier van met het verhaal dat ik ervoor gekozen heb. Dat mag met muziek! Ik heb een heerlijke avond gehad die me voor even naar de mooiste kant van het begin van de twintigste eeuw voerde.

Toen het concert afgelopen was en ik weer met beide benen op de grond stond realiseerde ik me dat de eerste helft van de twintigste eeuw een waardeloze tijd was voor de Europese mens. Dat het een tijd was die weliswaar de mooiste kunst opleverde, maar waarin ook miljoenen mensen onder erbarmelijke omstandigheden stierven. Geen tijd om naar terug te verlangen. In het tweede deel van de twintigste eeuw hebben we in Europa langzaam geleerd hoe het moet. Samenleven. Er een mooie samenleving van maken. We hebben ervaren dat onze techniek tot van alles in staat is. Hele slechte dingen maar ook heel mooie dingen. De mensheid heeft zoveel ellende overwonnen! In de eenentwintigste eeuw zouden we dat mooie samenleven moeten vormgeven. Wat kleine problemen oplossen en dan genieten. Maar Thierry Baudet ziet kennelijk in het verleden het paradijs en in het heden de brokstukken van dat verloren gegane paradijs. Raar.

Muziek voor overleden meisjes.

Vioolconcert ‘Dem Andenken eines Engel’ van Alban Berg en de Negende Symfonie van Gustav Mahler, Uitgevoerd door het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw op 10 juni 2017. Dirigent: Mark Albrecht;  Viool: Christian Tetzlaff

De Engel van Alban Berg en de dochter van Alma Mahler: Manon Gropius

In 1907 overleed de oudste dochter van Alma en Gustav Mahler. Hadden de Kindertotenlieder die Mahler in 1904 voltooide, het noodlot getart? Gustav Mahler was diep in de rouw toen hij zijn negende symfonie componeerde.Ook wist hij sinds enige tijd dat hij aan een levensbedreigende hartziekte leed en juist op dat moment verliep zijn huwelijk bovendien moeizaam. De achtergrond van de negende symfonie is tragisch. Gisteren werd deze symfonie uitgevoerd onder leiding Marc Albrecht. Deze symfonie werd voorafgegaan door het minstens zo tragische vioolconcert van Alban Berg. ‘Dem Andenken eines Engels’ kreeg het concert als titel en daarmee werd het opgedragen aan een andere dochter van Alma Mahler die toen net was overleden: Manon. Geen dochter van Gustav maar voortgekomen uit Alma’s huwelijk met architect Gropius. Een concert vol dood. De negende symfonie werd het laatste voltooide werk van Mahler; de tiende symfonie bleef onvoltooid. Het vioolconcert was het laatst voltooide werk van Berg want zijn opera Lulu bleef onvoltooid. Veel overeenkomsten tussen de werken die door het Nederlands Filharmonisch Orkest werden uitgevoerd maar ook veel verschillen. Hoewel…Ik vond de negende veel atonaler dan het meest werk van Mahler terwijl ik het vioolconcert van Berg weer veel minder atonaal vond dan al het andere werk dat ik van hem ken.

Met Wozzek en Lulu voor ogen, had ik het vioolconcert van Alban Berg niet vooraf beluisterd. Zijn twee opera’s kende ik. Het zijn fantastische opera’s waarbij je de muziek en de inhoud moet beleven. Ik kan de muziek niet loskoppelen van wat op het toneel gebeurd. Losgekoppeld bestaat de muziek uit nauwelijks thuis te brengen klanken waarin je al snel de weg kwijtraakt. Zie je tegelijkertijd wat er op het toneel gebeurd en kan je het verhaal volgen, dan krijgt de muziek een nieuwe dimensie. Op dat moment krijgt de muziek betekenis en past het naadloos bij het verhaal. Ik had gedacht dat het vioolconcert ongeveer vergelijkbaar was met de opera’s en daarom wachtte ik op de uitvoering van gisteren. Toen hoorde ik het concert voor het eerst. Maar gek genoeg was het vioolconcert niet precies wat ik ervan verwachtte. Ik hoorde soms zelfs harmonie. En…soms dacht ik ook melodie te horen. Ik hoorde het voor het eerst en raakte absoluut de weg niet kwijt. Echt een mooi vioolconcert.

Op de negende symfonie had ik me wel degelijk voorbereid, maar de uitvoering live in het concertgebouw is zo verschillend met het beluisteren van opgenomen muziek dat ik toch nog blij verrast werd. Vooral het laatste deel. Maar daar was de meesterhand van Marc Albrecht vast ook debet aan. Muziek als bijna-dood-ervaring. Het orkest ging het heel diep. Dood, dood en nog eens dood. Eindigend in een eindeloos diepe stilte. Iedereen hield zijn adem in. Het leek minuten te duren en iedereen respecteerde die stilte. Een groot dirigent gaat over de muziek maar ook over de stilte. Echt heel erg spannend. Heel erg mooi. Ik heb ervan genoten.

Heel erg opvallend is de opbouw van Mahler. Ik ken Mahler als groot vernieuwer in composities. Een heel erg eigen stijl, maar toch nog betrekkelijk ouderwets en traditioneel als je kijkt naar de harmonie en melodie. Juist omdat Mahler zo eigenzinnig is, maar tegelijkertijd ook zo gewoon vind ik het moeilijk om hem het begin van de modernistische muziek te vinden. Maar hij is het wel. De negende is precies die overgangssymfonie. Muziek bestaat vaak uit vraag en antwoord. Er wordt een muzikale vraag gesteld en die vraag wordt ook muzikaal beantwoord. Ik hoorde in de vraag vaak de traditionele Mahler muziek terwijl het antwoord iets nieuws is. Chaos zou je het kunnen noemen of atonaal. Niet zo atonaal als Wozzek van Berg, maar toch niet helemaal meer volgens de regels van de harmonie. Ik meende in de vragen zelfs wel melodielijnen te ontdekken die ik al uit andere symfonieën kende terwijl het antwoord dus in chaos atonaal verging. Fascinerend!

Ik vond het vioolconcert van Alban Berg en de negende van Mahler erg goed bij elkaar passen. Een concert op een mooie en warme lenteavond. Na het concert fietsten we in onze zomerkleren naar huis en genoten na van de muziek die eigenlijk niet na te zingen is. Het concert was sfeer en sfeer alleen. En de sfeer bleef hangen. Toch niet echt alleen maar dood. Ook het mooie leven. De inspiratiebron van de componist bracht ze wel over, maar voor mij was het mooie muziek en een mooi gevoel. Muziek voor overleden meisjes. Hoe actueel is het nu er een week geleden op nagenoeg dezelfde plaats twee veertienjarige meisjes doodgingen.

Roukens en Brahms – Het Nederlands Philharmonisch Orkest

Gehoord op 18 juni in het Concertgebouw in Amsterdam. Dirigent: Marc Albrecht

Gustav Mahler! Als de nieuwe seizoenbrochure uitkomt streep ik rücksichtslos alles van Mahler aan. Die gaan we sowieso bijwonen! In November de Kindertotenlieder en gisteren de Rückertlieder. Beide cycli gezongen door de Engelse zangeres Alice Coote. De Kindertotenlieder in november waren fantastisch, maar de nastoot van het concert verliep voor ons dramatisch. Het concert in november kreeg de titel ‘Mahler’s voorgevoel’; enige tijd na het componeren van de Kindertotenlieder overleed Mahler’s dochter. Maar ook voor ons had het concert een voorgevoel moeten zijn. Josien kletterde van haar fiets in de stromende reken en brak vijf ribben plus haar elleboog en revalideert tot op de dag van vandaag. Gisteren volgde, na de Kindertotenlieder, de tweede Mahler cyclus. De gedichten voor beide liederencycli zijn door Friedrich Rückert geschreven.

Als de mezzosopraan Alice Coote op het podium staat, dan staat er iemand. Ze heeft een enorme acte de présence. Bovendien een dito stem. Niets warmlopen of wennen aan de zaal, vanaf de eerste toon die haar keel verlaat trekt ze alles naar zich toe en staat ze er. Een prima eigenschap voor een zangeres. In de brochure wordt genoemd dat ze geschikt is voor barokopera. Dat kan zo zijn, maar ik denk dat ze zeker ook op haar plaats zou zijn in Wagner- of Strauss opera’s. Een dijk van een stem! Ik heb genoten. Wederom! Hoewel ik het eerste lied (Ich atmet’ einen Linden Duft) ietsje te sloom vond. Het tempo lag wat mij betreft net even ietsje te laag. Daardoor werd het wat stroperig. Maar dat werd weer ruimschoots goedgemaakt door de andere liederen. Apart wil ik nog noemen het laatste lied. Ich bin der Welt abhanden gekommen. Dat dringt door tot in de vezels van je wezen. Wat mooi. En zeker hoe het gisteren werd uitgevoerd. Zangeres en orkest vloeiden ineen. Maar toch bleef Alice Coote dominant op de voorgrond. Zo moet Mahler het hebben bedoeld!

Had Alice Coote een acte de présence op het podium, Joey Roukens heeft dat achter de tafel waaraan hij componeert. Roukens is geen podiumdier. Zelden iemand gezien die zo gestrest het applaus in ontvangst neemt. Ik kreeg haast medelijden met hem daar op het podium; hij wilde daar helemaal niet zijn. Terwijl hij het zeker verdiend had want zijn compositie Morphic Waves mocht er zijn. Ik heb met open mond geluisterd. Ik hoorde echt nieuwe klanken. Ik weet dat ‘prettige klanken’ niet direct een aanbeveling zijn voor een componist van hedendaagse muziek, maar zo was het wel. ‘Prettig’ in de zin van goed te volgen. Maar naast goed te volgen, was het gewoon goede muziek, mooie muziek, vernieuwende muziek. Ik hoorde wat invloeden van de minimal music van Glass, maar toch weer zo eigen, dat ik het er niet mee vergelijken kon. Vooral het eerste deel van steeds repeterende noten. Hoewel bij Roukens dat repeteren vooral vanuit het ritme kwam. De muziek ontwikkelde zich naar een lekkere swing. Invloeden van de popmuziek? Geen idee. Maar waar een componist uit de negentiende eeuw terugvalt op de dansen die hij kende (wals, mazurka, polka), zo valt een hedendaagse componist terug op de dansritmes van deze tijd. Gezien het feit dat Joey Roukens nog maar net de dertig is gepasseerd, verwacht ik nog veel moois! Morphic Waves belooft heel veel terwijl het op zichzelf al een belofte inlost. Wat moet het fantastisch zijn om een symfonieorkest op deze manier te kunnen besturen!

Tot slot speelde het Nederlands Philharmonisch Orkest de vierde symfonie van Johannes Brahms. Personlijk vind ik dat de makkelijkst te verteren symfonie die Brahms geschreven heeft. Het eerste deel loopt als een klaterend beekje door de bergen op een zonnige dag in de vakantie. Fris en helder. Geen moeilijke watervallen of stroomversnellingen. Prettig om tegen te komen want het water lest je dorst en het stromende heldere water brengt je in een heerlijk hypnotische roes. Nee, geen problemen bij het verteren van de vierde symfonie van Johannes Brahms. Een erg mooie afsluiting van het programma dat met Mahler en Roukens begon.

Josien en ik kwamen heelhuids na het concert thuis. Godzijdank!

Het laatste Lezte Lied

Hoe gaat het verhaal… Richard Strauss was in 1948 vierentachtig jaar. Hij was klaar met componeren, vond hij. Hij had een leven vol triomfen achter zich, maar ook dieptepunten. Maar toen kreeg hij het gedicht ‘Im Abendrot’ van Josef von Eichendorff onder ogen en besefte dat dit gedicht muziek verdiende. Hij pakte zijn pen en schreef een van de mooiste liederen ooit. Voor sopraan, natuurlijk. Zijn mooiste werken zijn geschreven voor sopraan. Voor zijn vrouw Pauline, eigenlijk, die destijds een wereldberoemde zangeres was.

Alma Mahler kende het echtpaar Strauss goed. Vooral in de tijd dat ze met Gustav Mahler getrouwd was. In haar dagboek komen Richard en Pauline vaak voor. Niet echt vleiend zoals Alma hen neerzet. Richard verdenkt ze van een commerciële inslag. Een doodzonde in het kunstenaarsmilieu van het Wenen rond het jaar 1900. Maar, en dat moet wel gezegd, ze ziet Richard Strauss wel als een groot musicus. Weliswaar in de schaduw van haar man, maar toch een groot musicus. Ook over Pauline schrijft ze. Iemand met sterallures en een slecht karakter. Eigenlijk niet mee om te gaan. Alma beschrijft dat Pauline Richard Strauss regelmatig uitfoeterde en sloeg. Volgens Alma een slecht huwelijk.

Maar…Richard en Pauline werden samen heel erg oud en ik kan me niet anders voorstellen dan dat hij toch verschrikkelijk van haar gehouden heeft. De mooiste liederen en aria’s zijn voor sopraan geschreven…voor zijn vrouw. Tot op zijn vierentachtigste schreef hij ze.

Im Abendrot is een gedicht over een oud echtpaar dat terugkijkt op het leven dat ze samen hebben geleid. Een leven als een lange wandeling. Ze zitten samen te rusten van de wandeling en kijken naar de zon die rood ondergaat.

Strauss was een componist die als geen ander concrete dingen om kon zetten naar muziek. In Im Abendrot begint dat met een hele lange wandeling. Voordat de zangeres begint is er een intro waar haast geen einde aan komt. Waar je ook eigenlijk geen einde aan wilt hebben. Als een wandelpad kronkelt het zich over heuvels en door dalen. Steeds veranderend maar toch ook een beetje hetzelfde. Dan moduleert de muziek weer naar mineur en dan weer naar majeur. Van de ene toonsoort naar de andere. Een zacht glooiend landschap en een wandelpad daar dwars doorheen ontvouwt zich voor je geestesoog, opgeroepen door de muziek. Het intro is al een sensatie. Dan begint pas het lied. Dat wat de muziek al opgeroepen heeft, wordt bezongen. Twee oude mensen die samen de lange wandeling van het leven hebben gelopen. Ze rusten uit en kijken over het landschap. Ze kijken naar de weg die achter hen ligt. En ze kijken voor zich; naar het avondrood; De zon die ondergaat. Leeuweriken hoor je zingen.

Kijkend naar het avondrood voelt het stel zich zo moe van het wandelen en vragen ze zich af of dat de naderende dood is… Het einde van het lied, maar nog niet het einde van de muziek. Want zachtjes meandert de muziek verder. In alle toonkleuren, maar zachtjes. Stervend…maar zo verschrikkelijk mooi. Totdat de muziek wegsterft. En zelfs na de duizendste keer dat je het lied hebt gehoord, wil je het meteen nog een keer horen. Wellicht met een andere dirigent en met een andere zangeres.

Im Abendrot werd in de liederencyclus Vier Letzte Lieder opgenomen. Het wordt als laatste gespeeld. Het laatste Lezte Lied.

(Naar Youtube: Im Abendrot gezongen door Charlotte Margiono in het concertgebouw)