Tagarchief: gevangenis

Zware Jongens

Op woensdag kwam altijd de Donald Duck. Vechten wie hem als eerste mocht. De Donald Duck kwam niet via de gewone post. Er was een speciale Donald Duckman. Hij bracht tijdschriften rond. Kennelijk was het in het pre-digitale en pre-liberaal-kapitalistische tijdperk nog lucratief om tijdschriften via een eigen dienst te verspreiden. Ik kan me de Donald Duckman herinneren als een man in een beige regenjas achter een modern postkarretje met één handvat. Maar mijn herinnering kan vertroebeld zijn. Onze Donald Duckman wordt overschaduwd door die andere Donald Duckman. De man die kinderen van mijn leeftijd meelokte, verkrachte en wurgde en tenslotte gewikkeld in een deken dumpte. Toen daarvan overal de affiches hingen en mijn moeder bezorgd naar ons keek, wist niemand nog dat het de Donald Duckman was. Maar toen dat uitkwam, keek men ineens heel anders naar de man die de tijdschriften rondbracht. Achteraf…misschien…wellicht was ónze Donald Duckman wel dé Donald Duckman, wie zal het zeggen?

Onder al die figuurtjes in ons favoriete tijdschrift namen de Zware Jongens wel een speciaal plaatsje in. Op Katrien Duck en Minni Muis na droegen alle karakters eigenlijk altijd dezelfde kleren. Ook de Zware Jongens. Ze hadden altijd een gestreept gevangenispak aan en ze waren gemaskerd. Eigenlijk een combinatie die niet kan. De Jongens zaten al in de gevangenis terwijl ze rotzooi uithaalden. Als ik het me goed herinner waren de Jongens altijd bezig met ontsnappen. In hun plaats zou ik na een ontsnapping eerst van mijn gestreepte gevangenispakje proberen af te komen. De Jongens in de Donald Duck hadden dat wel heel laag op hun prioriteitenlijst staan want in andere kleren dan die gestreepte trui heb ik ze nooit gezien.

In Nederlandse gevangenissen hebben de boeven gewoon hun eigen kleren aan. Wat dat betreft lijkt de bajes best op een ziekenhuis; de familie brengt een plastic tas met kleren voor de zware jongen in kwestie. Ik vind niet dat een gevangenis hier een gratis hotel is. Aan de borreltafel wordt daar gretig over gesproken. Als het bewakend personeel het verstandig acht, wordt de boef naar een kamertje geleid waar hij al zijn kleren uit moet doen. Vervolgens wordt er in alle lichaamsopeningen gekeken of er niets verbodens in zit. Helemaal niet leuk als er een kerel in je hol kijkt. In de gevangenis bestaat privacy niet en omdat ik daar nogal aan gehecht ben, zorg ik dat ik niet in het gevang kom.

In de krant van vandaag een plaatje uit Amerika. Daar bereidt men zich voor op orkaan Irma. De storm die een deeltje van ons koninkrijk Sint-Maarten wegwoei en -spoelde en nu onderweg is om een deeltje Amerika plat te walsen. Om levens te sparen zijn inmiddels veel mensen geëvacueerd. Huis en haard zijn zo goed mogelijk beschermd. Op het plaatje twee echte Zware Jongens in een boevenpakkie die zandzakken staan vol te scheppen die de stad tegen het aanstormende water moeten beschermen. Op de achtergrond kijken twee te dikke dames toe. De boeven hebben kennelijk een taakstraf. Ik ben erg voor taakstraffen maar ik heb het liever zoals wij dat in Nederland doen; in eigen kleren. Deze mannen worden wel erg gestigmatiseerd. Maar toch ook wel een beetje grappig; hun maskers ontbreken, anders hadden ze zo in de Donald Duck gekund!

De bajesbibliotheek

Als alles gegaan was zoals ik het destijds eventjes gewild had, dan was ik nu werkeloos geweest. Ik wilde namelijk bibliothecaris worden in de bajes. Ik lees dat de gevangenisbibliotheek slachtoffer is geworden van de vooruitgang. Boeken zijn geen bundeltjes papier meer met een kaft erom. Oké, dat zijn ook wel boeken, maar die staan stof te vangen in een kast; daar doe je niets meer mee. Boeken zijn nu niets meer dan een verzameling georkestreerde bits en bytes die hun geheim prijsgeven als je ze van de opslagruimte van een computer in het werkgeheugen laadt. In de opslagruimte van een gemiddelde computer kan je een hoeveelheid elektronische boeken kwijt die makkelijk in de hoofdbibliotheek van Amsterdam past. En de ontwikkelingen met betrekking tot het boek zijn nog lang niet klaar. Omdat je overal met je computer in contact staat met de wereld zien we nu een trend naar het streamen van boeken. Je hoeft geen e-boek meer te kopen, je neem een abonnement op een streamingsdienst. Waarvoor heb je dan nog een bibliotheek nodig? Waarvoor een gevangenisbibliotheek? Die verdwijnen nu dus.

Ik was, door allerlei redenen behoorlijk vastgelopen in mijn studies. Ik had een aantal jaren Nederlands en Geschiedenis gestudeerd aan de lerarenopleiding, maar ik moest stage lopen. Dus kwam ik voor een klas kinderen te staan. Dat vond ik op dat moment helemaal niet leuk. Ik voelde me er niet op zijn plaats. Toen was ik Nederlandse taal en letterkunde gaan studeren aan de universiteit. Ook daar kon ik helemaal niet aarden en na een jaar of twee hield ik ook daarmee op. Toen zat ik thuis met mijn geliefde en twee piepkleine jongetjes. Wat te doen. Twee onafgemaakte studies…kon ik daar nog wat mee? Via, via kreeg ik te horen dat de bajes een onderwijskracht zocht. Daar ben ik op af gestapt en werd meteen aangenomen. Frits als bajesonderwijzer. Ik vond het prachtig en spannend tegelijkertijd. Maar op een dag vonden ze wel dat ik mijn studie af moest maken. Ik begreep dat wel, maar wilde dat niet. Ik had echt geen zin meer om naar de lerarenopleiding terug te gaan. Dat kondigde het einde aan van mijn carrière als gevangenisonderwijzer. Op dat moment was het behoorlijk hommeles in de bieb. Daar werkte twee mensen die elkaar niet konden luchten of zien. Eén van de twee moest weg. Die vacature wilde ik wel vervullen, dacht ik. Dus ik solliciteerde.

Ik zat veel in de bieb omdat de slimste gevangenen daar een baantje kregen. Nieuwe boeken kaften en in het systeem brengen, dat was hun taak. In de tussenuurtjes heb ik veel gesproken met een bijzonder aardige man wiens naam ik al eeuwen geleden vergeten ben. Hij werd er van verdacht bankier te zijn van de maffia. Hij had zich helemaal verzoend met zijn lange straf. Een fijne gesprekspartner. Eigenlijk meer een soort mentor voor me. Heel veel ouder dan ik. Op dat moment had ik het een beetje moeilijk: Onafgemaakte studies, twee kleine kinderen en de derde op komst. Mijn ontslag was aanstaande. Ik had vreugdeloos gesolliciteerd op de baan van bibliothecaris. Hij adviseerde me om buiten de bajes verder te zoeken. En ik volgde dat advies op want ik was geen bibliothecaris en wilde het ook niet worden. Ik wilde een baan; dat was alles. Dat de gevangenisbieb verdwijnt maakt me een beetje melancholisch…

Een opgesloten man en het meisje

Een mensenleven geleden werkte ik als onderwijskracht in het Huis van Bewaring. Mijn kinderen waren toen nog niet eens allemaal geboren want ik kan me herinneren dat ik met een beruchte rovers-tweeling heb zitten praten over mijn zwangere geliefde. De roverstweeling had uitzicht op de haringstal. Dat maakte ze haast gek van trek in een haring.

Laten we wel wezen, de meug naar een harinkie viel in het niet bij het grote verlangen. Een gevangenis is voor negentig procent gevuld met mannen tussen de achttien en vijfentwintig jaar. Ze verlangden naar meiden en seksen. Eindeloos seksen. Seks, seks, seks. Je hormonen tegemoetkomen, dat wilden ze. Zelfs de oudere mannen verlangden massaal naar een paar troostende tieten. Zo gaat dat in de bajes.

Waar het idee destijds vandaan was gekomen, ik weet het niet, want mijn bazen aldaar, kregen honderden verzoeken van gewone mensen om eens een kijkje te mogen nemen in de gevangenis. Alles werd standaard afgewezen. Behalve die ene keer. Drie gymnasiummeisjes moesten hun eindwerkstuk schrijven. Ze wilden dat doen over het leven in de nor. Mochten ze eens bij ons op bezoek komen? Mijn baas gaf mij de opdracht om een dag voor de meiden te organiseren. Eerst een rondleiding en vertellen hoe het allemaal binnen de muren werkt. Dan eten in de kantine en vervolgens een gesprek annex interview met een paar leuke boeven. Ik was nog zo groen als gras. Mij leek het best een leuk idee. Een paar intelligente jonge meiden rondleiden en ze vertellen over mijn boeiende beroep aldaar, leek mij geen straf. Ik bereidde alles goed voor en vroeg drie goedgebekte wat oudere Amsterdamse boeven voor het interview.

Toen kwam de dag waarop het allemaal plaats zou vinden…Ik zat in mijn getraliede klaslokaal wat werk van mijn klasje na te kijken (jaja een echte onderwijsmeneer was ik toen) en ik werd gebeld. Of ik drie meiden wilde komen ophalen. Rammelend met mijn sleutelbos liep ik over de ring en ging de trappen af. Dwars over het vlak naar de deur. De bewaarder opende voor mij de deur en ik stond in de hal. En daar waren ook de meiden. Drie naieve, blauwogige, blonde equivalenten van de tweeënzeventig maagden die je in het paradijs te wachten staat als je als moslimterrorist een bom laat afgaan. Ik smolt. Wat een heerlijke meiden! Maar tegelijkertijd bekroop me een onbestemd voorgevoel.

Eerst zouden we naar mijn klaslokaal gaan. Ik belde aan bij het vlak en de bewaker deed open. We liepen het vlak op en op dat moment wisselden de gedetineerden van activiteit. De ringen raakten vol met opgesloten mannen die van ruimte a naar ruimte b liepen. Ik, met mijn mooie jonge meisjes stond midden op het vlak. Een soort piste in een arena. Toen werden we gespot. Eerst door een paar boeven en toen door…allemaal. Binnen korte tijd steeg er een gejuich en gejoel en een gezang op waarbij horen en zien je verging. Ik zag de drie meisjes compleet in elkaar duiken. Ze waren bang…echt bang. Ze hadden nog geen idee wat ze bij een man teweeg konden brengen. Bij een opgesloten man

Stanford Prison Experiment

Men heeft wetenschap verfilmd. Dat lees ik vandaag in de Volkskrant. Het beruchte Stanford Prison Experiment. Dat onderzoek toonde aan dat de beschaving van de mens slechts een dun laagje is over een door instincten gedreven beest. Dat machtswellust en sadisme dichter aan de oppervlakte ligt dan we zouden willen. Dat dat niet alleen geldt voor een gedepriveerde uit de onderklasse, maar dat studenten uit de hogere milieus op precies de zelfde wijze reageren. Dat schokte toen niet alleen de wetenschap, maar de hele mensheid. Van de ene op de andere dag raakte de mensheid haar gevoel voor goed en kwaad kwijt, stel ik me zo voor. De generatie die de oorlog had meegemaakt in 1971 – want toen werd het experiment gehouden – zal toen nog in slechte Duitsers en goede anderen hebben gedacht. Dat beeld moet, minstens, ter discussie zijn komen te staan.

Onderzoeker Philip Zimbardo verdeelde een groep studenten in tweeën; gevangenen en bewakers. De bewakers gaf hij, zonder dat ze het wisten, absolute macht over de gevangenen. Het uitoefenen van die absolute macht werd tijdens het experiment slechts wat aangemoedigd; de gevangenen werden wat ongehoorzamer voorgesteld dan ze wellicht waren. Daarna ging de groep bewakers los op de gevangenen en al snel ontpopte de keurige studenten zich als sadistische machtswellustelingen die er niet alleen op uit waren om een groep onwillige gevangenen onder de duim te houden, maar ze zo veel mogelijk probeerden te vernederen. Baanbrekend onderzoek.

In 1989 kon ik aan het werk als onderwijskracht in het Huis van Bewaring Havenstraat. Ik deed dus mee aan het ‘Havenstraat gevangenis experiment’ in het echt. Maar niet heus. Want was het zo dat bij het Amerikaanse experiment geen regels golden, in de gevangenissen en huizen van bewaring in Nederland is elke scheet gereguleerd. Hoeveel eten en drinken ze krijgen, hoeveel geld ze op de bank mogen hebben, op wat voor een manier een bewaker geweld mag gebruiken. Alles, alles is gereguleerd. Desalniettemin gaat er heel veel mis. Zet een paar mensen bij elkaar en er gebeurt van alles. Ook rotzooi. In een gevangenis zitten mensen bij elkaar; onder stressvolle omstandigheden. Daarom is er altijd wel wat. En inderdaad onder het bewakend personeel zaten ook mensen met een heel dun laagje beschaving over hun dierlijke instincten. Mensen die het niet alleen slecht doen als ze in een gevangenis werken, maar het overal slecht doen.

Gerard, wiens achternaam ik vergeten ben, was bijzonder vond ik. Als er iemand het tegendeel van het Stanford Prison onderzoek kon bewijzen, dan was het Gerard wel. Een goedgemutste vijftiger in die dagen. Lachend vertelde hij me dat hij niet erger beledigd kon worden dan als ze hem ‘cipier’ of ‘gevangenbewaarder’ noemden. Gerard was PIW’er: Penitentiair Inrichtingen Werker. Zijn taak was het om mensen door een moeilijke periode in hun leven te helpen. Dat deed hij vol overgave. Hij had de opvatting dat gedetineerden beter uit de gevangenis moesten komen dan dat ze er in gingen. Ik werd uitgenodigd voor zijn afstuderen voor zijn aantekening ‘onderwijs’. Ik schaamde me toen een beetje, want ik (de echte onderwijzer) had zo veel minder te bieden dan PIW’er Gerard!

Maar Gerard was geen watje. Ging een van ‘zijn’ jongens door het lint, dan stond hij vooraan om hem in een ijzeren greep te nemen. En die greep was van ijzer! Hij heeft hem op mij gedemonstreerd…als grapje.