Tagarchief: dodenherdenking

Herdenken en het ritueel van de stilte

Gisteren met mijn geachte junior zitten bomen over dodenherdenking. Hij weet niet wat hij moet herdenken, vertelde hij. Als hij weet heeft van een slachtoffer, dan denkt hij eraan, daar heeft hij geen twee minuten stilte voor nodig. Ik hecht er wel aan. Die twee minuten stilte is een ritueel geworden. Ik hou wel van rituelen. Rituelen geven betekenis en binden mensen die het ritueel ondergaan. Twee minuten stilte vind ik een mooi ritueel. En of ik aan slachtoffers denk of niet, dat maakt eigenlijk niet uit. Die stilte wel en de notie van slachtoffers. Ik vind dat fijn, zo stil zijn. Mijn omaatje, die een slachtoffer in optima forma was, dacht daar heel anders over. Ze had niets met dodenherdenking. Ik zit anders in elkaar; ik hecht er wel aan. Mijn omaatje was stil tijdens de dodenherdenking omdat ze respect had voor anderen die wel die twee minuten stilte wilden. Junior was niet stil, maar hij zorgde er wel voor dat anderen die wel waarde hechtte aan stilte, niet gestoord werden.

Er is een groep mensen die vinden dat je dat ritueel wel degelijk mag verstoren. Mensen die het als een heilige plicht zien om het ritueel te verstoren. Vreemde mensen. Fanatici, dat sowieso. Mensen waar ik liever niets mee te maken heb en die ik mijd als de pest. Fanatici maken geen afweging over verschillende waarheden omdat de waarheid de waarheid is.

Als gesjeesde historicus leer je als eerstejaars student kijken naar historische waarheid. Wat is dat precies, de waarheid. Van een historica verwacht je juist wel afweging en nuance als je het over het verleden hebt. Marjolein van Pagee is historica. Vreemd genoeg schrijft Marjolein Pagee op 3 mei jl een artikel in Trouw waarin ze aanvoerster lijkt te zijn van dat groepje dat dat mooie stilteritueel wil doorbreken. Een historica die in absolute waarheid gelooft, dus. Ik kan mijn ogen niet geloven. Ze schrijft: ‘Maar is er historisch gezien werkelijk niets belangrijkers dan de slachtoffers die vielen door Duits en Japans fascisme? Sterker: op welke manier getuigt het van respect en bovenal van democratische vrijheid als we uitsluitend onze slachtofferrol mogen benoemen?’ Dat is zo’n beetje de kern van haar betoog…historica. Zowel Duitsland als Japan hebben nimmer een fascistisch regime gehad. Maar is er historisch gezien niets belangrijkers dan de Nederlandse slachtoffers van de tweede wereldoorlog? Mijn antwoord: Wellicht ja, wellicht nee; de vraag is onbelangrijk omdat we ons dat tijdens die herdenking niet afvragen. Net zoals we ons met Pasen niet afvragen of Kerst veel leuker is. De herdenking gaat daar niet over. Het getuigt van heel veel respect en democratische vrijheid dat we mogen benoemen wat we willen; dat we mogen onderzoeken wat we belangrijk vinden en dat we mogen zeggen wat we willen en dat niemand je een strobreed in de weg legt als je aan de slachtoffers wilt denken in Zuid Jemen of in Libië of Syrië of welk mislukt land dan ook. Denk aan alle Indonesische slachtoffers van de koloniale oorlog die Nederland gevoerd heeft of aan de omgekomen jonge Nederlandse soldaten in diezelfde oorlog die per slot ook maar gestuurd werden. Denk waaraan je denken wil. Dat mag dus. Democratische vrijheid. En dat je twee minuten mensen niet stoort die graag twee minuten met elkaar stil willen zijn, dat is respect.

4 Mei voor mij

Even nadenken over de leus: ‘Geen 4 mei voor mij’. Willen ze 4 mei overslaan? Dat de kalender zomaar van 3 mei naar 5 mei verspringt? Kan ik me voorstellen, want 5 mei is feest en 3 mei is gewoon. Op 4 mei slaat de somberte toe; kan me voorstellen dat je die dag wilt overslaan. Dat wil de actiegroep helemaal niet. Ze willen niet persé 4 mei overslaan, ze willen graag andere zaken herdenken. Tijdens de toespraken wordt stilgestaan bij het overlijden en het leed van alle Nederlanders ten gevolge van oorlog en strijd. Na de toespraken houden we twee minuten stilte om onze gedachten te laten gaan naar de slachtoffers. De slachtoffers…

In Nederland hebben we geen gedachtenpolitie gelukkig, dus mag je je gedachten tijdens die twee minuten stilte laten gaan naar alles en iedereen waaraan je wilt denken. Bijvoorbeeld aan de overgrootouders die je nooit gekend hebt omdat ze tijdens de oorlog akelig aan hun einde zijn gekomen. Je mag denken aan je ouders die zo verschrikkelijk hebben geleden omdat hun ouders fanatieke NSB’ers. Je mag denken aan die heerlijke meid met wie het lukte om een praatje aan te knopen aan dat tafeltje bij ‘Broodjes en Bonen’. Zij moest weg en jij bleef achter met niets anders dan een leuk gesprekje en wat onvervulde verlangens. Je mag ook denken aan de Russische militairen die hun ‘broeders’ in Oost-Oekraïne te hulp kwamen en zomaar pardoes, op grond van verkeerde informatie een passagiersvliegtuig bomvol Nederlandse toeristen uit de lucht schoten. Hoe moeten die goedwillende mannen wel niet denken. Hun leed en wroeging moet enorm zijn. Het staat je helemaal vrij te denken wat je wilt tijdens die twee minuten stilte; niemand die je erop aanspreekt. Het enige dat niet mag is dat je de stilte op de Dam gaat verstoren. Waarom zou je ook?

Ik denk dat ik tijdens de dodenherdenking eens een keertje heel bewust niet ga denken aan mijn omaatje en haar familie en mijn opa en zijn familie. Ik denk dat ik het glas met de Auschwitz-steentjes niet prominent in mijn gezichtsveld ga zetten. Vanavond ga ik juist niet denken aan Nederlandse slachtoffers. Op dit moment kijk ik naar ‘Apocalypse World War I’. Fantastisch gerestaureerde beelden van een oorlog die extreem gewelddadig is geweest en die bij ons in Nederland nauwelijks een rol speelt omdat hij goeddeels aan ons voorbij ging. Desalniettemin een oorlog die een hele generatie jongemannen van een aantal Europese landen opslokte. Met stijgende verbazing zie en hoor ik hun relaas. Met stijgende verbazing zie en hoor ik de beslissingen van de volledig incompetente leiders die zonder pardon duizenden jongens de dood injoegen. Ze meenden daar niet alleen het recht toe te hebben, ze vonden ook dat ze daar goed aan deden. De oorlog die de kleffe zompige aarde rond Ieper rood liet kleuren en waar het leed en de angst gigantisch was. Afgelopen zomer hebben Josien en ik in die buurt rondgekeken. Ik heb de serie op Netflix bekeken en ik heb mezelf goed beseft waarom Maurice Ravel dat fantastische pianoconcert voor de linkerhand heeft geschreven. Daarom ga ik aan al die niet-Nederlandse jonge mannen denken die zo verschrikkelijk gruwelijk aan hun einde zijn gekomen in de modder rond Ieper; ze hebben het verdiend dat ik aan ze denk, vind ik.

Ik hoor graag waar de koekebakkertjes van de ‘Geen 4 mei voor mij’ aan gedacht hebben tijdens de twee minuten stilte…

Het vernietigde paradijs

Mij hoor je niemand iets verwijten en je hoort mij zeker niet klagen, maar ik ben opgegroeid in de schaduw van de tweede wereldoorlog. Over mijn kindertijd lag een deken van Auschwitz, jodenvervolging, uithongering en gaskamers. Een doem van mensen die er niet meer waren maar er wel hadden horen te zijn. En over dat alles werd niet gesproken want dat zou maar oude wonden openrijten. Maar als we andere ouderen tegenkwamen met de mensonterende tatoeages op hun arm, dan wisten we dat ze bij ons hoorden. Bij hen die over onnoemelijk verdriet in de familie beschikten. Elk boek, elke film en elke foto over jodenvervolging was belangrijk, vonden we, maar erover praten deed je niet. Zo zat het met mij en mijn familie. En al dat lijden gaf ons ook nog het gevoel ergens bij te horen; de vervolgde joodse gemeenschap. Maar, omdat mijn ma hartstikke verliefd werd op een goy (mijn pa), en samen met hem, onder anderen, mij kreeg, had ik ook een niet vervolgde kant.

Mijn omaatje had Auschwitz overleefd. Meteen na de oorlog had ze haar tatoeages laten wegsnijden. Alsof ze Auschwitz uit haar herinnering wilde verwijderen. Maar voor de tatoeages in de plaats kreeg ze een lelijk litteken. Omaatje maakte ons wijs dat het een brandwond was geweest en lange tijd heb ik dat ook gedacht.

Mijn opa, en mijn ma en mijn oma en wij waren best in een identiteit-chaos beland. Opa is veertig jaar met mijn omaatje getrouwd geweest en was zonder meer mijn echte opa. Maar in het licht van genen en DNA heeft hij weer niets met ons te maken. Maar wie boeit dat wat? Mijn ma, dus. Zij kijkt vooral naar de man die al in 1942 vermoord werd. Met hem was omaatje maar enkele jaartjes getrouwd. Wie is er dan belangrijker? Het boeit inderdaad niet, maar het speelt wel een rol. Sinds zijn dood vijfentwintig jaar geleden, mis ik mijn opa. Ik heb eindeloze gesprekken met hem gevoerd over kunst, politiek en vooral de literatuur.

Ik woonde net op mezelf en opa en oma gingen op vakantie. Of ik poes Joepje wilde verzorgen. Natuurlijk wilde ik dat. Op 4 mei zouden ze Joepje komen brengen. Rond acht uur hadden we afgesproken. Geen idee waarom we juist op die dag op dat moment hadden afgesproken. Ik had de televisie aanstaan toen ze de poes kwamen brengen. Opa en oma verheugden zich op de vakantie, merkte ik. Ze wilden de poes afleveren en weer weggaan. Maar ze zagen dat acht uur en de stilte eraan kwamen. “Nou goed dan”, zei omaatje onwillig toen de trompettist de trompet aan zijn mond zette. Oma en opa gingen even zitten. Ongeduldig wachtte ze de stilte af. “Ik denk er altijd aan”, zei oma: “Wat maakt die twee minuten dan uit?” Op dat moment wist ik niets van oma. Helemaal niets. Ja, dood en verderf en dat weggesneden kampnummer. En we bleven tegen elkaar zwijgen. Tegen oma en ook tegen opa.

Opa’s oorlogsjaren kwam ik pas in de autobiografie van Ies Jacobs tegen. Ik bladerde door het boek Overleven een kunst en stond ineens keihard oog in oog met een jeugdfoto van mijn lang geleden overleden opa. Ies en hij hadden zich samen met succes door de oorlog geworsteld en ik wist daar niets van.

Met mijn omaatje heb ik wel gesproken. Toen ze al heel oud was trok ik de stoute schoenen aan. Ik vroeg naar wat ze had meegemaakt. Zij was zo gelukkig dat ik haar ernaar vroeg. Het is één van de beste dingen die ik ooit heb gedaan, want daardoor ken ik haar verhaal. Het verhaal van voor de oorlog was veel belangrijker dan het verhaal van de jodenvervolging tijdens de oorlog, ontdekte ik. Ze leefde niet zozeer met de herinneringen aan de hel van Auschwitz, maar meer met het paradijs dat door Auschwitz werd vernietigd.