Tagarchief: bajes

Ontsnappen uit de bajes

De ontsnappingspoging van Benaouf A. uit de gevangenis van Roermond lijkt spectaculair, maar was dat niet. Als ik het goed heb was het plan als volgt: Enkele kompanen kapen een helikopter. Op het moment dat boef Benaouf A. aan het luchten is, landt de helikopter op de luchtplaats alwaar Benaouf instapt. Daarna stijgt de helikopter weer op en vliegt de vrijheid van Benaouf tegemoet. Sorry. Een ontsnappingspoging is pas spectaculair als hij lukt. Plannetjes die nog niet eens tot de helft uitgevoerd blijken, vind ik niets. Die helikopter is zelfs nooit van de grond gekomen! In mijn jaartje Huis van Bewaring Havenstraat heb ik een paar ontsnappingen meegemaakt. Gelukte, welteverstaan. Ik heb met de PIW’ers – zeg maar cipiers – op de luchtplaats gestaan en gereconstrueerd hoe het gegaan was. En we floten bewonderend tussen onze tanden; een huzarenstukje.

We hadden een Turkse gedetineerde die met een tas vol heroïne in zijn huis gesnapt was. Bij hoog en bij laag beweerde hij dat hij die hele tas niet kende, maar dat was best ongeloofwaardig. Er hing hem een hoge gevangenisstraf boven het hoofd. Afgezien van dat hij een liegende boef was, was het een bijzonder aardige kerel. Slim ook. Hij wist zich bij iedereen geliefd te maken en dat leverde hem een baantje op. Schoonmaker. Een gewild baantje want dan was je een groot deel van de tijd uit je cel.

Om te voorkomen dat boeven zomaar over de gevangenismuur klommen op de luchtplaats, was de muur verhoogd met een klaphek. Dat was een hek van gaas met mazen zo klein dat je je vingers niet in de gaatjes kon krijgen. Theoretisch was het zo dat als er gewicht aan de bovenkant van het hek kwam, het zou omklappen richting de luchtplaats.

Onze ontsnappende boef had van twee emmerhengsels (schoonmaker, he) klimhaken gemaakt. Op de luchtplaats stond hij in no time op de muur en met zijn klimhaken beklom hij het klaphek. Op het moment dat het hek moest omklappen, gebeurde het niet. En toen was hij weg. Helemaal weg. Ik vond dat destijds jammer want je kon lekker met hem kletsen.

Een tweede ontsnapping ging vanuit de bezoekerszaal. Op de één of andere manier had iemand gevonden dat daar de tralies het minst sterk in de muur zaten. Met een auto met lier trok de boevenhelper de halve voorgevel van de bezoekerszaal weg en kon de ontsnapper zo in de auto bij zijn helper stappen en wegwezen. Maar ook een andere gevangene ging ervandoor. Onvoorbereid. Dat was jammer voor hem. Gedetineerden sloften ongewassen, op blote voeten in slippertjes in hun hemden door het best goed verwarmde huis van bewaring. Ook midden in de winter. Deze ontsnapping vond plaats in het koudst van de winter. Een wat oudere boef zat suffig met zijn volwassen geworden dochter in de bezoekerszaal toen ineens de muur weggetrokken werd en hij oog in oog met de vrijheid kwam te staan. Die kans liet hij niet aan zich voorbijgaan en hij nam de benen. Maar ach, wat was dat koud zo zonder schoenen en in je hemd. Als eerste jatte hij een paar schoenen van de schoenenwinkel. Je moet toch wat. Maar al snel daarna zat hij klappertandend in een telefooncel met een geleend (..?) kwartje en belde hij de politie omdat hij weer terug wilde naar zijn lekkere warme veilige cel. We hadden best medelijden, destijds.

Wanneer houdt het eens op?

Mijn pa was geen lekkertje. Hij zoop als een beest en bij het bevredigen van zijn behoeftes liet hij zich aan niets gelegen liggen. Na een extreem leven stierf hij toen hij net de vijftig was gepasseerd. Een enkeling had verdriet; de meesten niet. Ik wist niet wat ik toen moest voelen en dat weet ik nog steeds niet. Ik ben altijd heen en weer geslingerd tussen uitersten als het over mijn vader ging. Als goede zoon heb ik voor een uitvaart gezorgd die er mocht wezen. Samen met mijn zus en broer. Hij is netjes afgeleverd aan de hemel- of hellepoort. Ik ben daar best trots op want toen hij dood ging kenden wij hem nauwelijks meer. Als persoon. Ik ben altijd met hem bezig geweest. In mijn hoofd. Mijn brein voerde eindeloze dialogen met hem.

Soms piept hij over de rand van de dood. Dan gebeurt er wat en dan gaan al mijn sensoren op scherp…

In de vroege jaren tachtig had ik veel contact met mijn vader. Hij was in Cuijk aan de Maas gaan wonen. In de bajes had hij oplichter B. leren kennen. Kennelijk vertelde B. vol liefde over zijn woonplaats, want mijn vader volgde hem. Weliswaar was B. een oplichter, maar in Cuijk bleek B. ook nog eens een doodsaaie oplichter. Eigenlijk niets voor mijn vader. B. lag vooral amechtig op de bank en liet zich colaatjes vieux inschenken door zijn slaafse dochters.

Daarom kwam mijn vader al snel in contact met de familie N. Ze woonden vlak bij hem om de hoek en hielden zich bezig met van alles en nog wat. Veel in het verborgene. Bij daglicht bouwden ze crossauto’s waarin zoon F. wedstrijden reed. Een soort kooigevechten maar dan met voertuigen. In die kringen heb ik dus ietsje, eventjes, heel erg kort, meegelopen. Men accepteerde mij als zoon van… Heus ik werd overal buitengehouden, maar ik werd goed behandeld. Ik kreeg een pilsje, een patatje en een kroket samen met de anderen. De familie N. was berucht in Cuijk. Ik hoorde dat pas later toen mijn moeder de Cuijkse politie nodig had.

In Cuijk hebben ze gisteren een vloer opengebroken van een kapperszaak. Ze doen onderzoek naar een dubbele verdwijning annex moord in Cuijk. Op de plek waar nu die kapperszaak gevestigd is, was vroeger een antiekzaakje. Dat zaakje werd gerund door twee 61-jarige mensen die plotsklaps van de aardbodem verdwenen. Men vermoedt nu dat ze onder de grond zijn gestopt in hun eigen zaak. Gisteren was het een item op het journaal. Mijn sensoren sprongen allemaal tegelijk aan…Cuijk…cold case….

De camera was gefocust op het puin van de betonnen vloer uit de kapperszaak. Daarna draaide de camera en zag je een glimp van de buurt. Ik dacht de buurt te herkennen waar de familie N. woonde en mijn pa. Meteen begon ik te rekenen…1989. Het jaar van Rinkes geboorte. Ik wilde een kaartje naar mijn vader sturen daarom zocht ik zijn adres. Niet te vinden in Cuijk. Na lang zoeken bleek hij ineens weer in Amsterdam te wonen. Mijn pa kan niets met die verdwijning te maken hebben; godzijdank! Zo blijf je eeuwig met je vader bezig…wanneer houdt het eens op?