Indonesië in 1965

Gisteren keek ik naar een hallucinerende documentaire waarbij de slechteriken de helden waren en de goede mensen de booswichten. Een gekke omkering die ik moeilijk mee kon maken. Daardoor keek ik er naar met piepend en krakend gemoed en heb ik de documentaire ook na een poos uitgezet. Ik kon het verstandelijk wel volgen, maar gevoelsmatig kwam ik in opstand. Een oude dikkerd en een oude dunnerd vertelden over hun avonturen die ze hadden meegemaakt in het jaar 1965 in Indonesië. Ze droomden er nog wel eens van, vertelden ze lachend. Geen leuke droom, heus niet, was wel een nachtmerrie, maar wel een nachtmerrie om trots op te zijn, zo bleek. Merkwaardig.

In 1965 zou er in Indonesië een coup gepleegd zijn door communisten. Deze coup mislukte maar bracht Suharto aan de macht. Deze begon een grote jacht op communisten. Men weet niet precies hoeveel slachtoffers er uiteindelijk zijn gevallen, maar de schattingen lopen uiteen van achthonderdduizend doden tot vier miljoen slachtoffers… Dat is nogal wat. Veel daders leven nog en lopen vrij rond. Sterker nog; ze worden gezien als helden. Weliswaar bad guys, maar noodzakelijke bad guys. Helden die een missie hebben volbracht. Ik kan er haast niet bij.

Vrolijk vertelde de oude dunnerd dat op de plek waar hij gefilmd werd, de communisten gezond de trap op waren geklommen. Dan moesten ze gaan zitten en werden ze in elkaar geslagen. Uiteindelijk werden ze doodgeslagen. Maar helaas, dat gaf een grote bende, vertelde de enge dunnerd; het bloed spoot alle kanten op en ze kwamen onder het bloed te zitten. Daarom verzon de held een nieuwe methode. Glunderend en trots op de inventiviteit die hij destijds had, liet hij zien hoe hij met behulp van heen lang dun koord een plankje en de regenpijp, communisten in serie kon verwurgen… Daar sta je dan…Of, zoals in ons geval, daar zaten we dan. Dan te bedenken dat de dikkerd nog veel enger was dan de dunnerd. Maar dat kan misschien meer gelegen hebben aan zijn oogopslag en de grenzeloze trots waarmee hij zijn heldendom vierde en tentoonspreidde. Die dikkerd vertelde niet zoveel…

Zou zoiets dramatisch als toen in Indonesië opnieuw en ook hier in Nederland kunnen plaatsvinden? Dat ga je je dan afvragen. We hebben zolang in weelde geleefd dat ik niet meer wil geloven dat er iemand is die een eind aan deze periode wil maken. Na het zien van deze documentaire maar ook wel door de opkomst van IS ben ik daar anders over gaan denken. Veel mensen willen niet perse in luxe en weelde leven. Ze willen niet in een Vinex wijk met een lieve partner op de bank naar het acht uur journaal kijken met een kopje koffie en de kindertjes braaf in bed. Ze willen macht. ‘Macht’ is een factor van betekenis. Mensen willen macht en aanzien. Gaat dat niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. En gaat het kwaadschiks dan heiligt het doel de middelen en krijgen de psychopaten de overhand. Dat is zoals ik IS zie en zo zie ik de enge dikkerd en dunnerd die Indonesië zuiverden van communisten…

Wat een sombere gedachten….

Besluiteloos

De krant van vandaag staat helemaal vol met dingen waar ik over zou willen schrijven. Maar het lukt niet, zo lijkt het. Misschien door het te grote aanbod. Gisterenavond keek ik nog even op de Volkskrant site en las alvast wat artikelen die pas de volgende dag gepubliceerd zouden worden. Ik las het artikel over een vrouw die seksuele diensten aanbiedt aan mensen met een handicap. Haar bewonderde ik meteen zo, dat ik over haar had willen schrijven. Een ideaal onderwerp. Want: Het raakt je persoonlijk (want wie heeft er nou geen behoefte aan intimiteit). Je kan er een mening over hebben (hoewel mijn mening er wel heel erg bovenop ligt). En er zit een dilemma in die toch weer mezelf raakt (zou ik het zelf kunnen doen?) Maar de column bloedde dood. Ja, ik bewonder die vrouw!!! En ja, ik zou haar werk niet kunnen doen uit angst om te falen; dat wil ik de gehandicapte niet aandoen! OK column doodgebloed. Wat nu.

De financiële sector, waarin ik dus ook mijn brood verdien, buitelt qua duurzaamheid over elkaar heen en probeert zo de gunst van de klant terug te winnen. Er is een duurzaamheidsmatrix opgesteld en daar hebben ze wat banken tegenaan gehouden. Het resultaat dat je verwacht komt ook uit: Het duurzaamst zijn ASN en Triodos. Het minst duurzaam is de ING. Raakt ook mezelf want de verzekeraar waar ik voor werk (en wiens naam ik niet zal noemen) doet ook haar best om hoog op de duurzaamheidslijst te eindigen. Alles in het kader van het imago. Het imago van gewetenloze graaiers willen ze overschreeuwen met het imago van de verantwoorde samenleving waarbij geld niet het ultieme uitgangspunt is.

(Ja, inderdaad, behoorlijk hypocriet! Gaat alleen om het imago. Zolang de directeuren hun zakken vol blijven stoppen, verandert het imago hoogstens naar het imago van de wolf in schaapskleren. Als je duurzaamheid echt serieus neemt, dan aanvaard je als directeur een salaris binnen bepaalde normen!)

Maar dit werd het ook niet; wordt al snel een scheldpartijtje ( zie de tussen haakjes van hierboven).

Dan Jan Roos. Jan Roos van GeenPeil. Van hem moet ik me gaan verdiepen in iets waar ik me vrijwillig nooit in verdiepen zou. Maar als ik me er niet in verdiep dan maak ik het mezelf lastig… voor mezelf. In dat geval zou men kunnen concluderen dat ik weliswaar voor of tegen het associatieverdrag met Oekraïne heb gestemd, maar dat ik er eigenlijk mee wil zeggen dat ik voor of tegen Europa ben. Dat maakt het een moeilijke zaak want misschien ben ik wel voor Europa maar tegen het verdrag met Oekraïne. Als dat referendum doorgaat, wat moet ik dan kiezen? Als ik tegen stem (omdat ik tegen ben), dan kan ik in ieder geval nog tegen mezelf zeggen dat ik een gefundeerde keuze heb gemaakt. Maar of de opiniemakers dat willen geloven…

Vraag die ik nog wel heb…Weten alle mensen die voor het referendum hebben getekend waar het referendum over gaat? Interessante vraag, toch?.

Maar dit onderwerp ging het ook niet worden…

Ook nog de feministische discussie in De Volkskrant tussen Veerle en Tessel over de feministische billen van Beyoncé. Allemaal interessant, echt waar. Een andere keer dan maar.

Misschien vandaag teveel zorgen aan mijn hoofd.

Sirih

couperus

Ik associeer Couperus met Pleuni Touw. Veel mannen van mijn leeftijd doen dat; weet ik zeker. Couperus en Pleuni Touw dat is De Stille kracht. Natuurlijk speelden ook anderen mee in die befaamde serie maar voor de jongetjes van toen is Pleuni Touw wel het je van het. Zij speelde namelijk dé scene. Ze is de overspelige echtgenoot van de resident. Ze gaat zich wassen. Niet onder de douche, maar op z’n Indonesisch; ze schept kommetjes water over zich heen. Dat doet ze in een kleine kale ruimte. Blote borsten. Erg fraai gevormde blote borsten. Eigenlijk was dat wat ik toen vooral zag. Plotseling een grijze streep op dat fantastische lichaam (we hadden nog geen kleurentelevisie). Pleuni Touw schrikt en veegt het weg (het is een straal uitgespuwde sirih, pruimtabak sap). Maar dan…nog zo’n streep (Pleuni veegt het weg), en nog één. De ene streep volgt de andere en ze kan de klodders niet meer wegvegen. Ze raakt in paniek en ze holt huilend en gillend naar buiten. ‘Ik ben naakt, ik ben naakt!’ roept ze. Maar dat wisten wij als kijkertjes al lang. Met rode oortjes constateerden we dat ze schaamhaar had, die Pleuni Touw! Wie die stralen sirih op dat lichaam mikte, geen idee.

Over anderhalve week heb ik kaartjes voor ‘De stille kracht’ in de Stadsschouwburg. Een nieuwe voorstelling van Toneelgroep Amsterdam. Kunnen zij mijn herinneringen aan die befaamde televisieserie doen verbleken? Ik betwijfel het… Maar ik ben heel benieuwd hoe Halina Reijn, Pleuni Touw gaat spelen. De hele stad hangt vol met affiches voor deze voorstelling. De foto op dat affiche…het lijkt wel de aanloop naar dé scene!

Enkele jaren geleden zag ik een prachtige uitvoering van Eline Vere door het Haagse gezelschap het Nationaal Toneel. Eén van de leukste vondsten bij die uitvoering was wel, dat men de taal van Couperus in stand hield. Dat gaf een zekere afstand maar bracht het verhaal toch ook weer dichterbij. Zinnen als: ‘Ik heb mijzelve in de spiegel aanschouwd…’ maakte het bijzonder levendig terwijl het juist geen woorden zijn die we ooit nog zouden gebruiken. Was echt een fantastische voorstelling en heb er nog tijden mee in mijn hoofd rondgelopen!

Vertellend raak ik al steeds enthousiaster en moet ineens denken aan de tijd dat we Couperus verslonden…Achteraf beschouwd zijn het een beetje…meisjesboeken (zouden mijn zoons zeggen). Veel over relaties en onvervuld verlangen. Toen waren we er gek op. We gaven het toe…de eerste zestig bladzijden waren doorbijten, maar daarna ontspon zich zo’n fantastisch verhaal. We hadden wat graag in de tijd geleefd…Allemaal hoog intelligente dames die maar op één ding uit waren: Trouwen…Het huwelijk! Met jou! Mannen waren de binnen te halen trofeeën! En…ik was een man!

Goed…Oké…geen ideale wereld, achteraf gezien. Voor mannen, die toen nog wat voorstelden als echtgenoot en gebieder, was de wereld best leuk, denk ik. Hoewel…Vraag ik me af, hoor… Het past in ieder geval niet meer in deze tijd dat vrouwen zo weinig mogelijkheden hadden om een plek in de maatschappij te veroveren. En ik, ik ben toch wel heel blij ben met mijn partner die zichzelf optimaal heeft kunnen ontplooien. Oké: Fijn dat ik nu leef!

Maar desalniettemin: Couperus maakt mij blij

 

De Dikke man

Ik was op zoek naar een specifieke zinsnede van Ischa Meijer. Daarom zat ik met zijn boek ‘De dikke man’ in de Centrale bibliotheek. Ik bladerde het boek door op zoek naar die ene zin toen mijn oog viel op de reden waarom hij zichzelf omschreef als ‘de dikke man’; hij was zestien kilo te zwaar. Dat deed me wat ineenkrimpen, want dan zou ik ‘de heel dikke man’ moeten zijn; ik ben meer dan twintig kilo te zwaar. Van zo’n constatering krijg ik het benauwd. Opluchting; Ischa Meijer was een klein opdondertje en ik ben heel gemiddeld…qua lengte.

Maar wat ik ook voor uitvluchten verzin: Ik ben te dik. Eigenlijk moeten die kilo’s teveel er af. Diëten? Pffff. Ik wordt daar zo moe van. Hoewel… Ik ken een hoop mensen die compleet los gingen op het dieet van meneer Montignac. Kan ik me voorstellen. Even afgezien of je er slanker van werd; dat was een fantastisch dieet met een hoog Winnie-the-Pooh-gehalte. Vriend beer ging bij Konijn op bezoek om brood met honing te eten maar omdat hij niet inhalig wilde zijn, zei hij: Laat het brood maar zitten. Grote stukken zalm, biefstukken zoveel als je maar op kon maar de aardappels moest je laten staan. Een dieet voor patsers en lekkerbekken! Ik geloof dat hij er erg rijk van is geworden, die monsieur Montignac, want zijn boeken gingen als zoete broodjes over de toonbank!

Zelf ben ik aan de slag gegaan met de points van Weightwatchers. Zolang je culinair nog veel te ontdekken en uit te proberen hebt en je bovendien heel erg gemotiveerd bent, is dat heel goed te doen. Is je motivatie met de maanden weggeëbd en is je culinaire onderzoekstocht gestrand op droge, smakeloze happen (en dat terwijl je zo je best deed om er iets lekkers van te maken!), dan is het zo weer gedaan. De daling van je gewicht blijkt van elastiek want je schiet zo weer terug naar je oude gewicht. En dan moet je ook nog heel goed opletten want voor hetzelfde geld wordt je naar een groter overgewicht gekatapulteerd.

In de Volkskrant van gisteren een interview met bewegingswetenschapper Tim Noakes. De eerste zin van het artikel maakt hem, voor mij, meteen ongeloofwaardig: De man geloofde (niet ‘wist’ , dus) 33 jaar lang dat vet slecht is voor het lichaam en dat koolhydraten gezond zijn. Maar, zo schrijft de Volkskrant de: ‘…bewegingswetenschapper Tim Noakes’ is bekeerd en propageert fanatiek het koolhydraatloze maar vetrijke dieet. Zo, een wetenschapper die gelooft in het ene, en wordt bekeerd tot het andere. Daar ben ik meteen klaar mee!

Ik doe niet meer aan diëten. Dat heb ik besloten en ik accepteer dat ik te zwaar ben. Ik heb ook moeten accepteren dat ik diabetespatiënt ben, en daarom is mijn verhaal dat ik niet meer aan diëten doe, niet helemaal waar. Suiker eet ik maar heel beperkt en met heel veel pijn in mijn hart heb ik afstand gedaan van heel veel lekkers. Zo graag wil ik nou ook weer niet dood. Weet je, ik doe gewoon mijn best en probeer lekker te leven. En soms doe ik heel voorzichtig. Dieet goeroes; ik moet er niets van hebben.

Die zinsnede van Ischa Meijer die ik zocht; ik heb hem niet gevonden. Ging over Peren met Kugel…Mierzoet, heel erg joods maar oh zo lekker. Jammer dat ik die zin niet vond!

Kluit boter

Duizenden auto’s zijn verkocht met subsidie die onterecht was. Wat een schande! De wereldwijde problemen die het gevolg zijn van het verbranden van fossiele brandstoffen proberen we met alle macht onder controle te krijgen. Regeringen nemen maatregelen om te zorgen dat de uitstoot verminderd wordt. Subsidie op schone auto’s moet ervoor zorgen dat wij, als consumenten, kiezen voor de goedkopere schone auto’s. En wat blijkt? In die auto’s blijken twee metertjes te zitten. Een metertje dat gebruikt wordt voor de officiële meting en een metertje voor alle andere gevallen. Dat metertje voor de officiële meting staat anders afgesteld dan het andere metertje. En ja hoor, dat andere metertje komt vrij goed overeen met de werkelijkheid terwijl dat officiele metertje er een stuk naast zit. Fraude heet dat. Fraude van Volkswagen. Daarmee ook fraude van Audi, Seat en Skoda, want daar zitten dezelfde motoren in. Schande! En opel? En Mercedes? En…?

Klanten, overheden en wat dies meer zij slijpen de messen. Boetes! Terugbetalen wat de overheden zijn misgelopen. Miljoenen…miljarden. Terugbetalen, moeten ze. En ja, ook mijn gevoel zegt dat wie de kluit belazert, er voor boeten. Poeh. Ik voel toch ook een fikse kluit boter op mijn hoofd. En…niet alleen op míjn hoofd vermoed ik zo’n kluit. En…wat heeft dit allemaal voor gevolgen?

Wie in het bedrijfsleven heeft gewerkt weet hoe groot soms de druk kan zijn om de markt niet te verliezen. Als medewerker wordt je vaak gevraagd om het randje op te zoeken. Het randje van kwaliteitsnormen of van wat de wet toestaat. Zo duidelijk is dat randje echt niet; vaak is dat balanceren. Een schuldige is vaak niet aan te wijzen; op iedereen zit druk om dat randje te zoeken.

Hoe kan het gegaan zijn: Ze haalden net niet het beoogde percentage uitstoot. Maar onder bepaalde omstandigheden juist wel. Je marktaandeel wordt voor een groot deel bepaald door dit percentage. De gegevens een ietsje (en wie weet verdedigbaar) opleuken zorgt ervoor dat de schoorsteen blijft roken. Maar als de pers er lucht van krijgt, dan krijgt alles een eigen dynamiek. Beeldvorming is dan wat er gebeurd. Is eenmaal de geest uit de fles en gaat men uit van fraude en oplichting dan krijg je die geest niet meer terug in die fles…

Kan ons dat schelen! Fraude is fraude! Wie bedriegt moet de gevolgen dragen… Hoeveel boete kan zo’n bedrijf verdragen? Dat is toch wel wat ik me afvraag. Stel alles wordt geïnd qua boete, wat heeft dat voor gevolgen. Een paar miljard boete kan geen enkel bedrijf dragen. Dat zijn de bedragen waar nu over wordt gesproken. Dat zou de ondergang van Volkswagen betekenen, wellicht de doodsteek voor de Duitse auto-industrie. En…is de Duitse auto-industrie niet een van de kurken waar de Duitse economie op draait? En…heeft Nederland niet heel veel baat bij een goed draaiende Duitse economie?

Bij nader inzien: Laat die boetes maar zitten. We meten die uitstoot zelf wel (kwestie van een rondje rijden en alles opvangen wat uit de uitlaat komt, lijkt me) en we bepalen de subsidie. Vanaf nu. Het verleden lekker begraven. Misschien een klein boetetje, om iedereen tevreden te houden…

Maerten Soolmans en Oopjen Coppit

De marketingafdeling van het Rijksmuseum bewonder ik eindeloos. Wat knap! Eerst de opening van het museum na twaalf jaar misère. Na het marketingoffensief sidderde heel Nederland voor deze gebeurtenis. De kroning van Willem Alexander verbleekte er zo’n beetje bij. Toch was er niet veel meer aan de hand dan dat een museum de deuren weer opende. Daarna de grote tentoonstelling ‘De late Rembrandt’. Ja, het was een unieke tentoonstelling. Ik heb er erg van genoten. Maar hoe dat aan de man gebracht werd… Je was wel een ongelofelijke sufferd als je deze tentoonstelling aan je voorbij liet gaan. Zo uniek als deze tentoonstelling zal je ze niet snel weer tegenkomen. Dat waren zo ongeveer wel de gevoelens die je aan de campagne overhield. Hoe je die gevoelens precies kreeg…geen idee. Lag dat nou aan die paar deskundigen die tijdens de reclamefilmpjes aan het woord kwamen?

Ja, en nu dan Maerten Soolmans en Oopjen Coppit… Ineens kennen we allemaal die in vergetelheid geraakte namen. Ineens weten we allemaal waarom de portretten die Rembrandt maakte zo uniek waren. Nu wil ineens iedereen dat Maerten Soolmans en Oopjen Coppit weer ‘naar huis’ komen. Zelfs in de politiek is er consensus! De hele tweede kamer vindt dat er 80 miljoen uit de schatkist mag komen om de twee huwelijksportretten te kopen. Iedereen is het er over eens: Nederland moet die schilderijen aankopen. Wat een eendracht! Hoe is de marketingmachine er in geslaagd om deze eendracht te creeeren? Geen idee, maar die eendracht is er wel!

Het Louvre is ook in staat om een van de twee doeken te kopen, en wil dat. Bij mezelf ontdek ik een grote weerstand. Maar…het is zo uniek dat die schilderijen weer naar Amsterdam komen, en het is zo uniek dat die twee schilderijen nog samen zijn. Alle argumenten komen boven. Maar wat betekent ‘thuis komen’ eigenlijk voor een Rembrandt? Een Rembrandt is west europees cultureel erfgoed. In het Louvre hangt een Rembrandt echt niet verkeerd! Waarom moeten ze perse samen blijven, die twee doeken. Wat is er dan zo uniek aan dat ze zo samen zijn? Dat het portretten ten voeten uit zijn…uniek ja; laten we die uniciteit delen met het Louvre: Hier een doek en daar een doek. Waarom niet? Hangt er één in het Louvre dat kunnen er nog veel meer mensen tegelijk van genieten.

De marketingmachine heeft goed gedraaid. Ook bij mij… Want… Ik wil ze hier; hier horen ze. In het Rijksmuseum zijn ze thuis. Laat de Fransen zich maar bezig houden met ‘hun’ schilders. Rembrandt is van ons! Maerten Soolmans en Oopjen Coppit moeten weer thuis komen, en snel!

Zie je…Ik heb ook verloren van de marketingmachine. Laat die koop snel beklonken zijn!!!

25 september 2015

Haagse meesters van de romantiek; De gebroeders Verveer herontdekt.

Gezien op 22 september 2015 in het Joods Historisch Museum

Salomon Verveer

Het lijkt erop alsof we de romantiek in Nederland aan het herontdekken zijn. De eeuw van Jan Salie, dus. De bekrompenheid kwam je decennia lang al tegemoet, nog voor je het woord ‘romantiek’ had gebruikt. De 19e eeuw. We zijn vooral geneigd om te kijken naar dat laatste stukje van de 19e eeuw. Vanaf 1880 en de opkomst van de tachtigers in de literatuur en de impressionisten in de schilderkunst en natuurlijk vooral Vincent van Gogh. Maar hoe terecht is dat eigenlijk? We beginnen er langzaam van terug te komen is mijn stellige indruk.

Met Beethoven lopen we de 19e eeuw binnen en via Wagner en Mahler lopen we er weer uit. Daartussenin de ene grootheid na de andere. De muziek van de 19e eeuw wordt dagelijks uitgevoerd; op vele plekken tegelijk en over de hele wereld. In de beeldende kunst is dat toch anders. Op de een of andere manier wilde dat niet doordringen en lijkt het volledig overschaduwd te worden door de opkomst van de nieuwe stromingen aan het eind van de 19e eeuw furore maken en dan met name de impressionisten.

Eerst was er die prachtige tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam, waarin de overgang naar het impressionisme werd getoond. Met veel aandacht dus voor de voorlopers die nu een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. Ik werd daar aangenaam door verrast. Later de tentoonstelling over de romanticus Turner en zijn Nederlandse gelijkgestemden in de Fundatie in Zwolle. De televisie geschiedenis serie over de 19e eeuw met de titel ‘De IJzeren eeuw’ waarin bleek dat Nederland bruiste van energie en elan, op elk mogelijk gebied. En dan nu ‘De meesters van de romantiek’ in het Joods Historisch museum over de (joodse) broers Verveer. Drie broers die weliswaar dezelfde genen hebben en in hetzelfde gewricht in de tijd, kunstzinnig niet veel met elkaar gemeen lijken te hebben. Hoewel alle drie beeldend kunstenaar was Salomon Verveer de romantische schilder, Maurits Verveer de fotograaf en Elchanon Verveer een begaafd cartoonist.

De romantiek zie ik vooral terug in het werk Salomon Verveer. Bij Mauritz Verveer moet je de romantiek vooral zoeken in de attributen op de foto’s die hij maakte. Hem zie ik meer als een pionier op het gebied van de portretfotografie. Daarin lijkt hij mij echt een grote. Elchanon had, in mijn ogen, met zijn karikaturen vooral actuele waarde omdat hij inspeelde op de mensen die toen leefden en die toen een rol speelden in de maatschappij. Neemt niet weg dat een tentoonstelling over de drie broers erg interessant en leuk is.

Merkwaardig gegeven is dat de drie broers hun hele leven hetzelfde atelier gedeeld hebben en alle drie nooit getrouwd zijn geweest. Er waren ook nog vier zussen. Weliswaar geen kunstenaars (voor zover we weten) maar ook ongetrouwd gebleven. Van alle broers werd beschreven dat ze ook sociaal een grote rol speelden in de kunstenaarswereld.

Ongetwijfeld de beroemdste van de drie was de schilder Salomon. Hij was beroemd in binnen en buitenland en naar aanleiding van schilderijen die hij in de Brusselse Salon presenteerde, werd hem door de Koning een grote Belgische onderscheiding gegegeven. Een kenmerkend werk van hem vindt ik zijn Katwijkse duinlandschap. Een prachtige zonnige lucht. Een beetje heiig. Vissersvrouwen wachten op hun mannen. Arm maar gelukkig! De lichtval zorgt ervoor dat de voorgrond heel gedetailleerd is weergegeven. Voor de romantiek mis ik een beetje het grote drama…maar daar zijn we nederlanders voor.

Broer Maurits Verveer de fotograaf:

8.-Maurits-Verveer-Portret-van-man-met-cello-en-jongen-met-viool-in-huisinterieur-1024x665

En broer Elchanon Verveer de cartoonist:

 

Opnamedatum: 2014-05-26
Opnamedatum: 2014-05-26

Een echt leuke tentoonstelling. Verder kan je na het bezoek genieten van heerlijke joodse hapjes. Ik heb de latkes uitgeprobeerd en een Peren Kugel mee naar huis genomen. Heerlijk!

 

Schandpaal voor Volkert

De schandpaal staat mij verschrikkelijk tegen. Ik vind dat iemand die een fout heeft begaan (zelfs als het een heel erge fout is), er in anonimiteit voor mag boeten. Ik ben dan ook heel erg blij dat de schandpaal is afgeschaft. Dat hebben we met elkaar gedaan; democratisch. Wij willen geen schandpaal, hebben we gezegd.

Toch zijn we soms zo verontwaardigd dat we de straf die we via de rechterlijke macht opleggen niet voldoende vinden. Er moet meer. Liefst als iemand uit de gevangenis komt. Dan kan diegene het leven weer oppakken en dat lijken we niet te willen. Sommige misdaden zijn zo erg, dat we de pleger levenslang willen geven. Waar hij ook komt, hij zal altijd geconfronteerd moeten worden met wat hij misdaan heeft en altijd moet hij worden opgejaagd.

Wat moeten we in zo’n geval doen? Er is eigenlijk geen straf hoog genoeg. De opgelegde straf is bijna een uitkomst van een wiskundig probleem. Ik denk: Accepteren dat dit ons soms overkomt. Doorgaan met je leven en…als de voor het gevoel te licht gestrafte crimineel uit de bajes komt, goed in beeld houden. Dat neemt niet weg dat de crimineel wel zijn leven weer kan oppakken.

TV-programma’s als Brandpunt hebben daar een ander idee over, zo bleek gisteren. Die zijn niet vies van de schandpaal. Volkert van der G. heeft zijn straf uitgezeten en is volledig onder controle van justitie. Laat ze het daar lekker uitzoeken! Nee, Brandpunt introduceert opnieuw de schandpaal en zet daarin Volkert van der G. te kijk. Tegenover het hele land. Waarom precies? Wie zitten daar op te wachten? Ik in ieder geval niet.

21 september 2015

Richard Strauss – Der Rosenkavelier

Gezien op 19 september 2015

1516_01_Rosenkavelier_1600x900

Dit is de tweede keer dat ik Der Rosenkavelier van de Nationale Opera heb gezien binnen vijf jaar maar met een volledig nieuwe enscenering. Dit moet dus wel een populaire opera zijn; niet alleen bij de gemiddelde ‘gewone’ operaliefhebber, maar ook bij het wat elitairdere publiek, want de Nationale opera legt haar lat behoorlijk hoog. Een komische opera met verkleedpartijen en een onbehouwen baron die ongegeneerd van het leven geniet samen met een paar aria’s waar iedereen week van wordt en ontroerd door raakt. Maar toch…kennelijk biedt deze opera meer dan alleen vermaak. Want twee ensceneringen binnen vijf jaar…

Het verhaaltje is dun en simpel: Het speelt zich af in het keizerlijke Wenen.

Acte 1.

Een jonge graaf Octavian bemint zijn oudere tante de Feldmarchallin Fürstin Werdenberg. Na de liefdesnacht komt de baron Ochs auf Lerchenau op bezoek. Ook alweer familie van het minnende paar. Deze baron houdt er een liederlijke (jaja) levenswandel op na en is veel van zijn vermogen kwijtgeraakt. Daarom is hij op zoek naar een nieuwe kapitaalinjectie zodat hij zijn leventje voort kan zetten. Dat kapitaal vindt hij in de vorm van een bruidsschat. De heer Faninal is een nouveau riche en wil graag toegang hebben tot de adel. Die kans wordt hem geboden want hij heeft een dochter die hij aan de baron kan uithuwelijken. De Baron Ochs heeft hulp van de Fürstin nodig.

Maar…de baron komt hulp vragen op een verkeerd tijdstip; namelijk de ochtend na de liefdesnacht. De affaire tussen Fürstin Werdenberg en haar neefje Octavian moet verborgen blijven. Octavian verkleedt zich als het dienstmeisje Mariandl om niet verdacht te zijn. De baron van Ochs wil meteen een afspraakje maken met de als dienstmeisje verkleedde Octavian.

De Fürstin Werdenberg moet voor de baron zorgen voor een rozenkavelier. Volgens de adellijke traditie moet een jonge cavalier de komst van de toekomstige verloofde aankondigen door de dame in kwestie een zilveren roos aan te bieden.

De vorstin belooft de baron een rosenkavelier te leveren. Als ze alleen is, beseft ze dat ze oud geworden is en dat de affaire met Octavian alleen maar heel tijdelijk kan zijn; hij zal zijns weegs gaan en haar achterlaten.

Acte 2.

Speelt zich af in het huis van Faninal. Iedereen is in afwachting van de Rosenkavelier. Hij zal de zilveren liefdes-roos aanbieden die daarmee de komst van de baron aankondigt. Octavian is de Rosenkavelier. Hij treedt het huis van Faninal binnen en overhandigd de roos aan Sophie. Ze ruikt aan de roos en merkt dat hij erg lekker ruikt. Als ze Octavian laat ruiken slaat de liefde tussen die twee in als een donderslag bij heldere hemel. Vervolgens arriveert de baron Ochs met zijn gevolg. Hij benadrukt het standsverschil en interesseert zich nauwelijks voor Sophie; hij keurt haar als een stuk vee. Ondertussen vergrijpt het gevolg van de baron zich aan de drank en aan het vrouwelijke personeel. De verliefde Octavian wil de eer van Sophie verdedigen en in een (min of meer) duel verwondt hij de baron oppervlakkig.

Sophie wil al lang niet meer trouwen met de baron en Octavian verzint een list; hij laat bij de baron een briefje bezorgen waaruit blijkt dat het dienstmeisje Mariandl (de verkleedde Octavian) wel degelijk zin heeft in een vrijerijtje. De baron wordt naar een goedkoop hotel/kroeg gelokt.

Acte 3

Verkleedt als het dienstmeisje Mariandl, wacht Octavian de baron Ochs op. Hij heeft een val opgezet waarin hij allerhande figuren laat figureren. Onder wie een verlaten moeder met kinderen die claimt dat baron Ochs de vader is. Terwijl Ochs Mariandl aan het verleiden is, komen deze figuranten te pas en te onpas in beeld. Om hier een eind aan te maken, roept de baron de politie erbij, maar dat maakt het allemaal nog veel erger voor hem. Hij wordt er van beschuldigd dat hij de eer van een jong meisje schendt. Ochs beweert dat Mariandl zijn verloofde Sophie is. Als vader Faninal erbij komt, ontkracht hij de leugen; Mariandl is zijn dochter Sophie niet. Daarmee is de baron van Ochs een leugenaar en een bedrieger en is het voorgenomen huwelijk van de baan. Mariandl ontmaskert zich voor de politie als Octavian. Nu komt de Feldmarchallin op de proppen. Zij beweert dat alles een maskerade is. Sophie, die er ook is bijgekomen hoort dit en denkt dat ook zij slachtoffer is. De Feldmarchallin doet afstand van haar minnaar Octavian. Octavian en Sophie sluiten elkaar in hun armen.

Een heel verhaal, kortom met veel verkleedpartijen; een grote maskerade. Besef je dat de rol van Octavian gezongen wordt door een mezzosopraan die echt niet door een man gezongen wordt, dan spreek je hier niet van een gewone maskerade, maar van een dubbele. Een verklede man, verkleedt zich als vrouw… De verwijzing naar Cherubino uit Le Nozze de Figaro is dan al snel gemaakt. Dat is hij zeker, want op verschillende niveau’s staat er een peil naar deze grote Mozart opera.

Na de opera’s Elektra en Salome, keerde Strauss en zijn librettist Von Hoffmansthal terug naar de Weense komedie. Dat is hen vaak verweten. Maar ik zie een duidelijke ontwikkeling. Ik denk dat Strauss het doorvoeren van de bijna atonale muziek van Elektra naar het volledig atonale zoals Schönberg net een stap te ver vond en het ook –terecht in mijn ogen- zag als een doodlopende weg. Vanuit de twee opera’s ontwikkelde zijn muziek zich naar Strauss’ eigen stijl. Hoewel er veel Weense wals in zit, en een aantal bloedstollende mooie aria’s, is het over het geheel genomen geen opera die makkelijk in het gehoor ligt.

Muzikaal gezien, heb ik eigenlijk nauwelijks een opmerking. Grandioos! Alle rollen werden superbe gezongen. Het orkest was fantastisch op dreef en aan de dirigent Marc Albrecht komt veel lof toe. Ik heb echt genoten; een groot compliment. Van te voren werd wel gemeld dat de bas Peter Rose, die de rol van de Baron van Ochs zong, last had van een keelontsteking. Dat deed mij het ergste vrezen, want dat is een meer dan veeleisende rol. Als publiek heb ik daar echter weinig van gemerkt. Integendeel; hij was fantastisch.

Het decor dat gekozen was wijkt af van wat gebruikelijk gekozen wordt. Door tekst en inhoud van de opera, kan je daar ook niet makkelijk van afwijken. Het speelt zich in het Wenen van de 18e eeuw af. Nu werd dat door decor en aankleding verplaatst naar de jaren ’50 van de vorige eeuw. De Feldmarchallin kreeg daarmee het uiterlijk van Prinses Gracia toen ze net niet meer Grace Kelly was. Dat ging maar net. Een paar onlogische teksten, maar goed overheen te komen. Het decor als zodanig zag er trouwens in de eerste twee actes fantastisch uit. Over de derde acte heb ik wel wat bedenkingen. Daar werd een heel goedkoop motelletje getoond. Op zich aardig gevonden behalve dat veel van de dialoog tussen Baron van Ochs en Mariandl zich afspeelde in de kroeg. Dat was nu op de gang van het motel. Niet helemaal voor te stellen.

De regie en enscenering moet ervoor zorgen dat het verhaal zoals het zich voor ons ontrolt duidelijk en helder is. De grote lijn was redelijk te volgen. De details helaas niet. Daar vond ik de regie wat rommelig. Zo kwamen er aan het eind van de eerste akte een groep mensen de kamer van de Feldmarchallin binnen waarvan nauwelijks duidelijk was wat ze daar deden. Dat was stukken duidelijker in die andere DNO enscenering van enkele jaren geleden van Willy Decker. Deze onduidelijk situatie werd gelukkig helemaal overdonderd door de slotaria van de eerste acte, als de Feldmarchallin alleen achterblijft. Wat zong Camilla Nylund dat fantastisch!

Het aanbieden van de zilveren roos is het hoogtepunt in de opera. Hij heet niet voor niets ‘Der Rosenkavelier’! De omslag zit in dat hoogtepunt; Sophie en Octavian worden verliefd. Dat bleek wel uit de muziek en het prachtige duet, maar niet uit de regie. De twee aankomende gelieven zongen het duet met een tussenruimte van zo’n tien meter, zonder dat ze elkaar aankeken. Fysiek miste de chemie die er muzikaal wel was. Dat werkte verwarrend.

De laatste acte werd gekenmerkt door kamertje in, kamertje uit. Heel moeilijk te volgen. En dan de moeder met al die kinderen. Ik vond het erg rommelig. Gelukkig maakte het slot trio en het slotduet alles helemaal goed. De stemmen kroelden langs elkaar, vervlochten in elkaar en slepen langs elkaar. Prachtig!

Al met al heb ik een heerlijke avond gehad!

Constant Nieuwenhuys (1920-2005) – Verschroeide aarde I (1951)

Constant verschroeide aarde

Ik was in 1981 voor het eerst van mijn leven op vakantie in Duitsland. In de stad Keulen, om precies te zijn. Met een aantal vrienden om de tentoonstelling ‘Westkunst 1981’ te bezoeken. We zouden er drie dagen blijven en we zouden elke dag naar de tentoonstelling gaan. In mijn herinnering was deze tentoonstelling gigantisch. Voor mijn gevoel hing alle kunst er die na de tweede wereldoorlog was gemaakt. Mijn geheugen zal wel wat vertekend zijn, maar als ik die tentoonstelling voor mijn geestesoog haal, dan kan ik alle grote naoorlogse kunstenaars opnoemen en dan kan ik me van hen een werk herinneren dat daar hing. Ook van daarvoor trouwens, want Piet Mondriaan zie ik ook voor me. Ik herinner me een onaf doek van zijn hand…

Vakantie in Duitsland…Dat was een hele overwinning voor me. Ik moest, zo begin jaren 80, nog helemaal niets van Duitsland hebben. Ik was opgegroeid met de tweede wereldoorlog. Mijn joodse identiteit van moederszijde speelde nog een rol van betekenis. De reflexie van de tragedie die mijn moeders familie was overkomen zat nog vers in mijn geheugen. We zwegen er luidkeels over. Er werd fluisterend aan gerefereerd, aan die zwarte periode. ‘We hebben zo’n kleine familie…’ werd er gezegd. Daarmee werd bedoeld: ‘Iedereen waar we van hielden is dood’. Niets meer en niets minder. De tijd die we samen zijn op aarde moeten we zo dicht mogelijk tegen elkaar doorbrengen want het kan zomaar voorbij zijn. Ik ervaarde dit gefluister als bijzonder knellend zonder dat ik het een naam kon geven.

Zo liepen wij dus in 1981 door Keulen en zagen dat het enige stukje originele Keulen bestond uit de Dom van Keulen en enkele huizen daarachter. Heel veel crisis nieuwbouw. Toen vond ik dat heel terecht, dat deze stad met de grond gelijk gemaakt was. Laat ik zeggen dat ik me nu ongemakkelijk voel bij de gedachte die ik toen had. Volgens mij gaat het fout zodra we het handelen van een persoon aan een groep ophangen. De verantwoordelijkheid van handelen ligt bij de persoon die het handelen uitvoert. Dat kan niet anders. Dat de Rothschilds rijke bankiers waren, wil niet zeggen dat alle joden rijke bankiers zijn. Als een moslim zichzelf opblaast op een drukbezochte markt wil dat niet zeggen dat alle moslims potentiele zelfmoordterroristen zijn. Dat is een belangrijk uitgangspunt. En dat had ik toen nog niet tot me genomen.

Ik ben ervan overtuigd dat op de tentoonstelling Westkunst 81 schilderijen van de Cobra groep hingen. Daar werd ik geconfronteerd met een serie schilderijen ‘Verschroeide aarde’ gemaakt door Constant. In mijn herinnering waren dat vijftig schilderijen waarvan maar een paar op de tentoonstelling hingen. Ik weet niet meer waar ik dat vandaan haalde, want het blijken maar drie schilderijen te zijn. Maar hoe dan ook, ze maakten diepe indruk op me. Het paste helemaal bij mijn gevoelens over de oorlog van dat moment en mijn aanwezigheid in de stad Keulen. Dat was niet helemaal zoals Constant het bedoelde; hij associeerde deze schilderijen veel breder met oorlog en geweld dan ik. Op dat moment in 1951 speelde er nogal wat op wereldniveau. Achteraf vraag je je af of de tweede wereld oorlog wel in 1945 beëindigd is…

In 1981 was ook Nederland in beroering: ‘Geen woning geen kroning’, om maar iets te noemen. Maar ook waren er de grootste anti-kernbomdemonstraties die ooit in Nederland waren gehouden. Over verschroeide aarde gesproken…

Moeder en kind liggen dood in een desolaat verwoest landschap. Op de achtergrond woedt nog een grote brand. Van een huis wat geblakerde balken, grijs van de as. Een klok ligt kapot op de aarde. Verwoest; alles is verwoest. Wat een indrukwekkend schilderij!

Blog van Frits de Klerk