Categoriearchief: muziek

Stravinsky en Weil in het Muziekgebouw aan het IJ

Het Nederlands Kamerorkest olv Gordan Nikoliç, gehoord op 9 februari 2018

De voorbereiding laat tegenwoordig te wensen over. Voorheen was het zo dat als ik naar een concert ging, ik de gespeelde werken van haver tot gort kende. Maar dat is ietsje veranderd. Gisteren een concert met werken die ik hoogstens één keer had gehoord. Dan kan je moeilijk zeggen dat je de werken kent. Helemaal omdat het niet meteen de lichtste muziek was. Kurt Weil en Igor Stravinsky. Maar juist doordat het werk voor mij nieuw was, werd ik aangenaam verrast. Bovendien is de atmosfeer in het Muziekgebouw aan het IJ zo verschrikkelijk veel makkelijker als in het Concertgebouw. (Geen slecht woord trouwens over het Concertgebouw). De combinatie Muziekgebouw aan het IJ en die onbekende maar fijne muziek, maakte het gisterenavond tot een unieke avond om mee te maken.

De avond begon met het Vioolconcert van Kurt Weil. Ik ben er bijna zeker van dat Gordan Nikoliç het geënsceneerd had, maar het concert had een ietwat vreemd begin. Het orkest had gestemd en langzaam viel de zaal stil. Maar toen gebeurde er niets. Het licht bleef aan. In de verte hoorde je een violist inspelen met vermoedelijk een partita van Bach. Heel apart. Er ontstond een wat vreemde sfeer in de zaal. Had misschien wel iets huiselijk intiems; je hoort iemand viool studeren en spelen voor zichzelf. Pas toen ging het zaallicht uit en kwam Nikoliç op.

Het vioolconcert van Kurt Weil kent een opmerkelijke orkestbezetting. Behalve de solist en drie contrabassen geen strijkers. Daarentegen wel blazers en slagwerk. Uiteraard nam Nikoliç de solopartij voor zijn rekening. Geen makkelijke. Weils muziek schurkte dicht aan tegen het atonale. Muziek die je niet al te veel houvast geeft maar wel buitengewoon fascinerend is. Maar toch, af en toe hoorde ik de Dreigroschenoper opbloeien uit de betrekkelijk chaotische klankwereld van het vioolconcert. Vooral in de harmonieën en de ritmes. Ineens zag je toch weer de opstanding van Mackie Messer.

Na de pauze Stravinsky en Stravinsky. Het Concert in D   komt aardig in de buurt bij de grootste werken van Stravinsky die ik ken. Het bracht me terug naar de tijd dat ik de Sacre du Printemps leerde kennen. Niet dat we thuis een hekel aan Stravinsky hadden, maar zijn muziek werd gewoon niet zo vaak gedraaid. Mijn vriend Chi bracht Stravinsky in mijn leven. Van de ene dag op de andere. Dat terwijl hij eigenlijk nauwelijks gecharmeerd was van ‘klassieke’ muziek. Maar de Sacre du Printemps was hem, op de één of andere manier in de schoot gevallen. Vanaf dat hij het voor het eerst hoorde was hij meteen verslaafd en hij stak mij aan. De inzettende hobo pakt je al meteen bij je lurven. En daarna die haast gewelddadige dreunen. Vanaf het huis van mijn vriend nam ik de kortste weg naar de platenzaak en schafte mezelf een grammofoonplaat aan met dit fantastische werk. Eindeloos heb ik ernaar geluisterd. Een zweem van de sensatie van toen voelde ik bij het eerste deel van het Concert in D. In tegenstelling tot voor de pauze alleen nog maar strijkers. Geen blazers meer en geen slagwerk.

Omdat ik gisteren de hele dag gewerkt had, was Apollon musagète ietsje teveel. Maar dat lag heel erg aan mij en helemaal niet aan de uitstekende musici. Dat is de reden dat ik veel concerten plan op dagen dat ik niet werk. Het verlies van Apollon musagète moet ik nemen, vrees ik. Zo gaat dat soms!

Nicole Kidman als Virginia Woolf

Vanochtend vroeg mijn computer voor de zoveelste maal of hij updates mocht installeren. Gisteren had ik het uitgesteld en gevraagd of hij het ’s nachts wilde doen. Maar ‘s nachts had ik mijn computer uitgezet en kon de softwaregigant er niet bij. Dus vanochtend de zoveelste smeekbede. Omdat ik weet dat updates ellende voorkomen, gaf ik toe en liet ik mijn pc haar ding doen. En toen vroeg de computer of ik een paar minuutjes kon wachten en dat ik absoluut mijn computer niet uit mocht zetten en zat ik te kijken naar het getal vier prominent in het midden van het beeldscherm. Dat was het percentage van wat hij al verwerkt had aan updatecode. En die vier bleef er maar staan. Zo lang, dat ik begon te vrezen dat hij vastgelopen was. Net op het moment dat ik mijn pc een reset wilde geven, sprong het cijfer naar vijf en wist ik dat het heel erg lang ging duren, die update. Een paar minuutjes? Aan mijn neus. Niet voor niets had de grote leverancier voorgesteld om het ’s nachts in alle stilte te doen. En zo zat ik dus te staren naar cijfers op mijn beeldscherm die tergend langzaam opliepen. Ik voelde me volkomen hulpeloos, want wat kon ik doen? Maar gelukkig, na heel lang wachten zag ik op het beeldscherm dat we op 100 zaten. Dacht ik. Want nadat de computer opnieuw was opgestart, begon de teller gewoon weer opnieuw. En nu nog veel langzamer. Terwijl ik zo graag wilde schrijven!

Over gisteren. Gisteren had ik een dag waarop ik heel weinig gepresteerd heb. We waren van plan geweest om stiekem ons bijna affe huis in te sneaken en gewapend met onze nieuw gekochte meetlinten en notitieboekjes alvast aan het werk te gaan. Ramen opmeten zodat we gordijnen konden bestellen. Daarom gingen wij naar het museum en probeerden we via de binnenplaats onze tuin in te komen en zo via de openstaande deuren naar binnen te gaan. Onze tuin insluipen bleek nog altijd geen probleem. Maar helaas, men had alle deuren afgesloten dus ons huis binnenkomen zat er niet in. Een beetje teleurgesteld keerde we met onze ongebruikte meetlinten huiswaarts. En toen begon het te sneeuwen. En ik hou helemaal niet van sneeuwballen. Sneeuwballen zijn koud en nat en heeft zo’n snotneus zijn bal iets te lang in zijn hand dan zijn ze nog hard ook. Die wil ik in ieder geval niet tegen mijn hoofd.

Dus bleef ik thuis en deed de hele dag helemaal niets. Filmpje kijken. Op Netflix is de film Hours beschikbaar. Terwijl het toch echt in deze film niet om de muziek gaat, hebben ze bijzondere muziek op de achtergrond gekozen. Prachtige muziek van Philip Glass. Zo mooi, dat ik het verhaal dreigde kwijt te raken. Ook één van de orkestliederen van Richard Strauss kwam langs. De meest verstilde maar tegelijkertijd zo dynamische liederen die er ooit geschreven zijn. De film ging onder anderen over Virginia Woolf in de periode dat ze Mrs Dalloway schrijft. Een fascinerend persoon.

Virginia Woolf had een fascinerende lelijke kop, als je haar foto’s bekijkt. In de film leek haar gezicht best goed gelukt; leek redelijk veel op de foto’s van de schrijfster. Alleen niet lelijk. Een oneindig mooi en levendig en intelligent gezicht waar je graag naar kijkt. Men had de actrice Nicole Kidman gemetamorfiseerd naar Virgina Woolf. Vrijwel onherkenbaar. Wat een fascinerende metamorfose! En dat terwijl het stuk Metamorfose van Philip Glass ten gehore werd gebracht. Heel speciaal. Ik heb de film nog niet helemaal uitgekeken. Wie weet vandaag. Het is mijn parttime dag. En…vandaag gaat het weer sneeuwen!

Het Pieter Jan Leusink geweld

In muziekland lijkt een revolutionaire kaping plaats te vinden. In de popmuziek? Nee, in de klassieke muziek. Kan je je haast niet voorstellen, maar toch is het zo. In de muziekgeschiedenis zijn twee werken geschreven die (bijna) strikt horen bij een tijd van het jaar. Heel veel mensen zijn die werken gaan zien als een overgangsritueel van het ene seizoen naar het andere. Ben je eenmaal toegetreden tot de mensen die van zo’n ritueel zijn gaan houden, dan laat je dat niet zo makkelijk meer los. Ik heb daar helemaal niets op tegen. Eerlijk gezegd behoor ik ook wel tot diegenen die de nieuwe rituelen omarmen. Zo heb je in de donkerste tijd van het jaar behoefte aan een ritueel waarbij je hoopt dat het licht weer terugkeert. In onze beschaving is dat de Messias. Daarover heeft Georg Friedrich Händel een fantastisch oratorium geschreven dat prima in de kersttijd past: Messiah. Een fenomenaal stuk waarin zo’n beetje alle hoop is gevestigd op de wederkomst van het licht. En ja…als de Messiah geklonken heeft, dan worden de dagen weer korter.

Een andere overgang die een ritueel behoeft, is de overgang naar de lente. Het licht is weer terug en nu moet alles gaan groeien en bloeien. Daarvoor heeft Johann Sebastiaan Bach twee oratoria geschreven: Eentje naar het evangelie van Johannes en een naar het evangelie van Mattheus. Als zo rond Pasen deze stukken gespeeld worden, dan stromen de concertzalen en kerken vol. Niet gewoon vol, maar afgeladen vol. En echt niet alleen in de Randstad; elk gat ken haar eigen Mattheus. Het is natuurlijk wel zo dat de Mattheus in Amsterdam heel vaak uitgevoerd wordt.

Op deze hang naar rituelen in combinatie met muziek is één man handig ingesprongen. Was het zo dat tot voor kort diverse orkesten en koren elk jaar de Mattheus en de Messiah opnamen in hun repertoire, deze man heeft alleen deze twee oratoria in zijn repertoire. Hij doet gewoon niets anders dan de Messiah en de Mattheus uitvoeren. Om mensen naar zijn uitvoeringen te lokken, heeft hij een ongekende reclamecampagne opgezet. Pieter Jan Leusink. Inmiddels is het al zo ver dat Pieter Jan Leusink zo’n beetje dé Mattheus is en dé Messiah. Rond het eind van maart is het concertgebouw in zijn geheel in bezit genomen door Leusink en zijn medewerkers. Op dit moment is het best moeilijk om een uitvoering in Amsterdam te vinden zonder Leusink; Leusink is de Mattheus en de Messiah aan het kapen. Dat is niet zo leuk, vind ik. Want wat is precies de kwaliteit van Leusinks uitvoeringen? Schrijft de man muziekgeschiedenis? De Mattheus heb ik een paar keer van hem gehoord. In het begin nog met het jongenskoor dat hij opgericht had. Dat waren best aardige uitvoeringen. Toen probeerde hij nog de muziek van Bach te benaderen zoals Bach het ook zelf gehoord zou kunnen hebben. Met dat succes is hij aan de haal gegaan (of is het andersom?). Nu voert hij de muziek op een heel klassieke en toegankelijke manier uit. Niet verschrikkelijk slecht, maar ook zeker niet goed. Ik heb heel wat betere uitvoeringen gehoord. Krijgen die andere uitvoeringen nog wel een kans? Dat was best even zoeken voor het komend jaar. Tuurlijk waren de twee uitvoeringen van Ton Koopman al uitverkocht, maar gelukkig heb ik nog een andere goede uitvoering kunnen vinden tussen al het Pieter Jan Leusink geweld.

Johann Sebastiaan Bach en het Nederlands Kamerorkest

Gezien en gehoord op 11 november in het Concertgebouw te Amsterdam.

Aan het eind van de zomervakantie van 2010, streken wij neer in de Poolse plaats Katowice. We hadden onze landing in deze plaats behoorlijk slecht voorbereid want eigenlijk hadden we natuurlijk naar het nabijgelegen Krakau moeten gaan. Katowice is zo’n beetje de lelijkste stad van Polen en Krakau één van de mooiste. Aan de andere kant paste zo’n lelijke stad heel goed bij het doel van ons verblijf op die plek; we gingen Auschwitz bezoeken. Niet gewoon emotioneel maar heel erg emotioneel. Ik heb in de geest zelden zo’n intensief contact met omaatje gehad als toen. Zelden heb ik me dichter bij de hel gevoeld als toen. Naarmate we dichter bij Birkenau kwamen, voelden we ons kouder vanbinnen worden. We voelden ons geconfronteerd met het slechtste dat de mens ooit voortgebracht had. Het slechtste ook dat ooit uit de Duitse cultuur voortgekomen was. Op dat moment kon ik daar alleen maar het beste dat de Duitse cultuur ooit voorgebracht had tegenover zetten. Daarom de muziek van Johann Sebastiaan Bach. De mooiste muziek van Bach. Het langzame deel uit het 6e Brandenburgse concert. Op dat moment vond ik dat het mooiste dat het genie Bach had voortgebracht. Op de één of andere manier was dat laatste Brandenburgse concert anders dan de vijf anderen. Melancholieker. Nog diepzinniger. De donkere tonen en de om elkaar heen zwevende melodielijnen die dan weer ver uit elkaar gaan en dan weer helemaal met elkaar verbonden zijn. Zo verschrikkelijk mooi. Die muziek verwarmde mijn hart toen we de auto parkeerden voor de ingang van Birkenau en we de eerste barakken zagen.

Het 6e Brandenburgse concert ken ik noot voor noot, maar gisteren kreeg ik de ene na de andere verrassing te verwerken. Ik kende het concert alleen van opnames en ik was ervan overtuigd dat gamba’s de solisten waren. Maar dat was dus helemaal niet zo; altviolen spelen de boventoon. Weliswaar wordt de bezetting mede gevormd door twee gamba’s, maar die spelen in dit concert vrijwel uitsluitend een begeleidende rol. In het langzame deel spelen de gamba’s, die ik een hoofdrol had toegedicht, in z’n geheel niet mee. Een tweede verrassing was de bezetting. Ik dacht toch zeker wel aan een kamerorkest. Maar dat was dus ook niet zo: Twee gamba’s, twee altviolen, een cello een contrabas en een klavecimbel. Meer niet. Eigenlijk een septet dus. Ook een bezetting die ik nauwelijks bij enig ander stuk tegengekomen ben. De derde verrassing die ik kreeg was de ontstaansgeschiedenis van de Brandenburgse concerten. Ik moet toegeven dat ik vooral aannames had gedaan, wat dat betreft. Ik was ervan uitgegaan dat de Brandenburgse concerten in Brandenburg geschreven waren. Maar dat was dus niet zo. De Brandenburgse concerten zijn een sollicitatiebrief van Bach aan de Markgraaf van Brandenburg. Bach toonde een proeve van zijn kunne aan de Markgraaf. De Markgraaf vond het zelfs niet nodig om te antwoorden. Nu zal de arrogante man zich in zijn graf omdraaien, mag ik hopen.

(Mooie uitvoering…5:40 begint het langzame deel)

Gisterenavond werd het 6e Brandenburgse concert uitgevoerd door het Nederlands Kamerorkest. Niet alleen door alle verrassingen, maar ook door de uitvoering zelf werd ik behoorlijk blij. Juist met een stuk dat ik zo goed ken, is het risico groot dat bepaalde tonen niet helemaal op de juiste plek zitten tijdens de uitvoering want ik weet precies waar ze horen. Maar dat soort situaties deden zich niet voor. Het was gewoon een mooie uitvoering.

Daarna werd Pulcinella uitgevoerd. Met drie zangstemmen. Nog nooit eerder die versie van het stuk gehoord. Ik had het gevoel dat het er erg lang van werd. Eigenlijk wel een beetje té lang. Eerlijk gezegd kon het me maar moeilijk boeien. Ook in de zaal merkte ik dat er een bepaalde onrust was door het ontbreken van spanning tussen orkest, zangers en publiek. Het applaus achteraf was zonder meer lauw. Vrij kort en mensen stroomden al heel snel richting de pauzedrankjes. Ik was niet echt kapot van deze uitvoering van Pulcinella. Misschien wel omdat het contrast met het 6e Brandenburgse concert zo enorm was.

Na de pauze keerde alleen Katrien Baerts als zanger terug om de cantate ‘Weichet nur, betrübte Schatten’ uit te voeren. Deze sopraan had ik al eens eerder met het Nederlands Kamerorkest gehoord. In het Stabat Mater van Pergolesi. Ook toen viel ze me positief op. Hoewel ik haar duidelijk minder op dreef vond als destijds in het Stabat Mater, heb ik toch genoten. Zeker van de prachtige hobo waarmee Baerts – namens Johann Sebastiaan – een paar prachtige duetten aanging.

Ik heb een lekkere avond gehad. Behalve Pulcinella. Ik weet niet goed wat ik daarvan moet denken.

Muziek voor overleden meisjes.

Vioolconcert ‘Dem Andenken eines Engel’ van Alban Berg en de Negende Symfonie van Gustav Mahler, Uitgevoerd door het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw op 10 juni 2017. Dirigent: Mark Albrecht;  Viool: Christian Tetzlaff

De Engel van Alban Berg en de dochter van Alma Mahler: Manon Gropius

In 1907 overleed de oudste dochter van Alma en Gustav Mahler. Hadden de Kindertotenlieder die Mahler in 1904 voltooide, het noodlot getart? Gustav Mahler was diep in de rouw toen hij zijn negende symfonie componeerde.Ook wist hij sinds enige tijd dat hij aan een levensbedreigende hartziekte leed en juist op dat moment verliep zijn huwelijk bovendien moeizaam. De achtergrond van de negende symfonie is tragisch. Gisteren werd deze symfonie uitgevoerd onder leiding Marc Albrecht. Deze symfonie werd voorafgegaan door het minstens zo tragische vioolconcert van Alban Berg. ‘Dem Andenken eines Engels’ kreeg het concert als titel en daarmee werd het opgedragen aan een andere dochter van Alma Mahler die toen net was overleden: Manon. Geen dochter van Gustav maar voortgekomen uit Alma’s huwelijk met architect Gropius. Een concert vol dood. De negende symfonie werd het laatste voltooide werk van Mahler; de tiende symfonie bleef onvoltooid. Het vioolconcert was het laatst voltooide werk van Berg want zijn opera Lulu bleef onvoltooid. Veel overeenkomsten tussen de werken die door het Nederlands Filharmonisch Orkest werden uitgevoerd maar ook veel verschillen. Hoewel…Ik vond de negende veel atonaler dan het meest werk van Mahler terwijl ik het vioolconcert van Berg weer veel minder atonaal vond dan al het andere werk dat ik van hem ken.

Met Wozzek en Lulu voor ogen, had ik het vioolconcert van Alban Berg niet vooraf beluisterd. Zijn twee opera’s kende ik. Het zijn fantastische opera’s waarbij je de muziek en de inhoud moet beleven. Ik kan de muziek niet loskoppelen van wat op het toneel gebeurd. Losgekoppeld bestaat de muziek uit nauwelijks thuis te brengen klanken waarin je al snel de weg kwijtraakt. Zie je tegelijkertijd wat er op het toneel gebeurd en kan je het verhaal volgen, dan krijgt de muziek een nieuwe dimensie. Op dat moment krijgt de muziek betekenis en past het naadloos bij het verhaal. Ik had gedacht dat het vioolconcert ongeveer vergelijkbaar was met de opera’s en daarom wachtte ik op de uitvoering van gisteren. Toen hoorde ik het concert voor het eerst. Maar gek genoeg was het vioolconcert niet precies wat ik ervan verwachtte. Ik hoorde soms zelfs harmonie. En…soms dacht ik ook melodie te horen. Ik hoorde het voor het eerst en raakte absoluut de weg niet kwijt. Echt een mooi vioolconcert.

Op de negende symfonie had ik me wel degelijk voorbereid, maar de uitvoering live in het concertgebouw is zo verschillend met het beluisteren van opgenomen muziek dat ik toch nog blij verrast werd. Vooral het laatste deel. Maar daar was de meesterhand van Marc Albrecht vast ook debet aan. Muziek als bijna-dood-ervaring. Het orkest ging het heel diep. Dood, dood en nog eens dood. Eindigend in een eindeloos diepe stilte. Iedereen hield zijn adem in. Het leek minuten te duren en iedereen respecteerde die stilte. Een groot dirigent gaat over de muziek maar ook over de stilte. Echt heel erg spannend. Heel erg mooi. Ik heb ervan genoten.

Heel erg opvallend is de opbouw van Mahler. Ik ken Mahler als groot vernieuwer in composities. Een heel erg eigen stijl, maar toch nog betrekkelijk ouderwets en traditioneel als je kijkt naar de harmonie en melodie. Juist omdat Mahler zo eigenzinnig is, maar tegelijkertijd ook zo gewoon vind ik het moeilijk om hem het begin van de modernistische muziek te vinden. Maar hij is het wel. De negende is precies die overgangssymfonie. Muziek bestaat vaak uit vraag en antwoord. Er wordt een muzikale vraag gesteld en die vraag wordt ook muzikaal beantwoord. Ik hoorde in de vraag vaak de traditionele Mahler muziek terwijl het antwoord iets nieuws is. Chaos zou je het kunnen noemen of atonaal. Niet zo atonaal als Wozzek van Berg, maar toch niet helemaal meer volgens de regels van de harmonie. Ik meende in de vragen zelfs wel melodielijnen te ontdekken die ik al uit andere symfonieën kende terwijl het antwoord dus in chaos atonaal verging. Fascinerend!

Ik vond het vioolconcert van Alban Berg en de negende van Mahler erg goed bij elkaar passen. Een concert op een mooie en warme lenteavond. Na het concert fietsten we in onze zomerkleren naar huis en genoten na van de muziek die eigenlijk niet na te zingen is. Het concert was sfeer en sfeer alleen. En de sfeer bleef hangen. Toch niet echt alleen maar dood. Ook het mooie leven. De inspiratiebron van de componist bracht ze wel over, maar voor mij was het mooie muziek en een mooi gevoel. Muziek voor overleden meisjes. Hoe actueel is het nu er een week geleden op nagenoeg dezelfde plaats twee veertienjarige meisjes doodgingen.

Johannes-Passion (BWV 245): Met Passie begint de lente!

Uitgevoerd door het Orkest van de Achttiende eeuw en Capella Amsterdam. Gehoord op witte donderdag 13 april 2017 in het Concertgebouw te Amsterdam

Ik weet het niet helemaal zeker, maar volgens mij hebben Josien en ik één keer de lente laten beginnen zonder Passie. Als ik het me goed herinner is het één jaar helemaal mis gegaan met de kaartjes. Dat was in het tijdperk toen kaartjes nog gewoon aan de kassa gekocht moesten worden. Per brief kon ook. Dan diende je dus schriftelijk te reserveren, geloof ik. Het is al zo lang geleden, dat ik eigenlijk niet meer weet hoe dat schriftelijke bestellen ging. Wij deden het in ieder geval niet. De Matheus Passion is niet iets dat van ons samen is; de traditie was er al voordat we elkaar leerden kennen. Josien ging vanaf haar dertiende elk jaar met haar vader mee. Bij ons thuis was de traditie er ook, maar iets minder strikt; wij sloegen weleens een jaartje over. Maar sinds we samen zijn, slaan we eigenlijk nooit een jaar over, behalve die ene keer dan.

Dit jaar ook geen Mattheus voor mij maar wel Passie; de Johannes. Ik heb eigenlijk geen voorkeur meer voor de één of de ander. Beiden zijn hoogtepunten in de West-Europese muziekgeschiedenis. Ik wissel daarom tegenwoordig af: Het ene jaar de Mattheus en het andere jaar de Johannes. En ik heb wat mooie uitvoeringen gezien en gehoord inmiddels. Dit jaar kozen we voor het Orkest van de Achttiende eeuw samen met Capella Amsterdam. Het orkest van Frans Brüggen. Dat zal het altijd blijven hoewel deze barokspecialist nu al een kleine drie jaar geleden overleed. Dirigent Daniel Reuss van Capella, dirigeerde de Johannes en bracht een verdienstelijke uitvoering. Niet de beste uitvoering die ik ooit gehoord heb, maar zeker geen slechte. Ik heb een heerlijke avond gehad en mijn gade ook; met Het Orkest van de Achttiende Eeuw en Capella Amsterdam is de lente goed begonnen.

Bij de Johannes verheug ik me altijd op het beginkoor. Dat koor plaatst je meteen in de actie, namelijk de arrestatie van Jezus. De muziek is spannend, angstig en onrustig tegelijkertijd. Ik heb altijd het gevoel dat iedereen zit te praten om mij heen in de zaal en dat de muziek daardoor aan waarde inboet. Maar dat is niet zo. Dat komt door de onrust die Bach erin gebracht heeft. Dat maakt het ook ze groots. Reus koos voor een een pianissimo inzet. Heel bijzonder. Geen HERR, UNSER HERRSCHER!!! Maar een heel kleine herr unser herrscher… Dat liet hij in een rustig tempo bij het Da Capo uitmonden in een mooi crescendo. Het openingskoor vond ik erg bijzonder. Daarna zoals gezegd de arrestatie.

Evangelist en Christus zijn de dragende partijen van de Johannes én de Mattheus. Die twee rollen moeten onberispelijk zijn ingevuld anders zakt Bach’s bouwwerk behoorlijk ineen. Met Benoît Arnould werd de Christusrol prima ingevuld. Over de evangelist, gezongen door Thomas Walker, ben ik minder tevreden. Het bereik van zijn stem vond ik niet groot genoeg. Vooral in de diepte en in de hoogte haalde hij regelmatig capriolen uit om het te halen. Mij stoorde dat wel.

Solisten in de Johannes hebben een relatieve kleine rol. De sopraan en de alt hebben slechts twee aria’s. Carolyn Sampson heb ik tijdens de uitvoering leren kennen als iemand met een fijne stem en een subtiele interpretatie van haar tweesopraan aria’s. Ik was erg onder de indruk van haar. Ik vond wel dat ze in de enscenering van het geheel erg apart was weggezet. Ze zat daar maar in d’r eentje. Eén aria aan het begin en één aria aan het eind en verder helemaal alleen wachten en wachten en wachten. Ik had het liever gezien dat de solisten op een rijtje naast elkaar zaten. Ik denk dat het qua klank weinig uitmaakt, maar het aanzicht wordt dan wat prettiger. De alt-partij is een zeer verantwoordelijke partij. Is Erbarme dich het je-van-het in de Matheus, Es is vollbracht! Is de evenknie in de Johannes. Beiden overigens aria’s voor de alt. Es ist Volbracht! Is een samenspraak tussen gamba en alt. De altus Daniël Elgersma ontroerde me diep. Zijn heldere, stevige en warme stem ging op fantastische wijze de dialoog met de gamba aan. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de gamba één van Bach’s lievelingsinstrumenten was. Dat licht schrapende maar toch zo gladde en bescheiden geluid… Zeker als hij de muziek van Bach speelt, ben ik een groot liefhebben van de gamba. Ik was diep ontroerd door het Alles ist vollbracht! Alle kleine foutjes en oneffenheden van de rest van de uitvoering werden door deze aria weer goed gemaakt.

Ik ben wel kritisch op de uitvoering van Ach, mein Sinn, wo willt du endlich hin? Door André Jackson. Het gaat hier waarschijnlijk om de moeilijkste aria van de Johannes en waarschijnlijk speelde nervositeit een belangrijke rol, maar deze aria was gewoon niet goed. Een aria bestaande uit hopfiguren. Echt moeilijk zingen, want ook de noten met haast geen duur, moeten wel goed uit je strot komen. Dat was nu niet zo. Ik vond het niet om aan te horen. Ik vreesde dan ook het ergste voor de resterende aria’s. Maar dat viel mee. Die werden best goed vertolkt door hem. Zijn opera-achtige stijl kwam in de buurt bij zijn Pavarotti-achtige uiterlijk. Echt verkeerd vond ik het niet.

Er moet mij nog van het hart dat ik iets in Bach’s compositie niet begrijp. Helaas kan ik het hem niet meer vragen, maar desalniettemin. In de Johannes heb je koren en choralen. Of musicologen het ook werkelijk zo noemen, ik weet het niet, maar het onderscheid, zoals ik het zie, is als volgt: De koren zijn originele koorwerken die Bach speciaal voor de Johannes schreef en waarin zijn genie tot volle wasdom komt. De choralen daarentegen, lijken mij kerkliederen die iedere kerkganger zo mee kon zingen. Choralen zijn muzikaal vrij oninteressant: veel kwartnoten en heel weinig melodie. Zo gezegd, begrijp ik het einde van de Johannes niet. De laatste twee delen zijn een koor en een choraal. De op één na laatste is het prachtige Ruht wohl. Een koor dat door je vlees snijdt. Een koor dat je eeuwig verlicht en waarvan je dankbaar bent dat je het hoort. Een koor haast, dat het lijden van de mens op haar schouders neemt. Prachtig. Met die klanken wil je dat grote werk van Bach verlaten; het is de ultieme uitsmijter. Maar niet heus, dus. Daarna komt er nog een muzikaal vrij oninteressant choraal. Beste Johann Sebastiaan, waarom heb je voor deze, weinig logische, volgorde gekozen? Ik wou dat je het me kon uitleggen!

 

 

Pergolesi – Stabat Mater. Het Nederlands Kamerorkest

Gezien en gehoord op 1 april 2017 in het Concertgebouw

  • Gordan Nicolić – viool en leiding
  • Helena Rasker – Alt
  • Katrien Baerts – Sopraan

Ik heb een geweldige avond gehad met muziek die naarmate de avond vorderde, dieper door de ziel sneed. Begon het vrij houterig met muziek van een nog zoekende Joseph Haydn, daarna stuwde zangeres Helena Rasker, samen met Nicolić de gemoederen op naar ongekende hoogte en werd na de pauze Katrien Rasker aan dit duo toegevoegd om het karwei te voltooien. Van Haydn naar Vivaldi naar Pergolesi en wij in de zaal mochten getuigen zijn van deze fantastische ontknoping. De concerten van het Nederlands Kamerorkest zijn een ware balsem voor de ziel! Ook gisterenavond.

Zoals gezegd begon het concert met een hele vroege symfonie van Haydn. De zesde. De 6e in een reeks die uiteindelijk doorliep naar de 104e. Houterig is misschien niet helemaal het juiste woord maar dat Haydn op het moment dat hij zijn zesde schreef nog zoekende was naar de juiste vorm, is voor mij wel duidelijk. De zesde symfonie heeft de bijnaam Le Matin gekregen; de ochtend. De muziek begint slaperig in de strijkers en dan nemen de blazers c.q. vogeltjes, de ochtend/muziek over waarbij de dwarsfluit de hoofdrol speelt. Wat verder opvalt in de verschillende delen is dat Haydn zo’n beetje elke eerst speler van een orkestgroep haar of zijn solo gunt: De eerste viool, de tweede viool, de altviool, de cello en de contrabas. Allemaal kregen ze van Haydn de ruimte om te laten horen wat ze waard waren. Misschien omdat je ze zo weinig solistisch hoort, viel vooral de contrabas op. Maar dat wil niet zeggen dat de rest minder speelde; zeker niet. De symfonie werd top uitgevoerd, maar dit muziekstuk is gewoon niet heel erg opwindend. Haydns symfonie was de opmaat naar de rest van de avond.

Met Helena Rasker had het Nederlands kamerorkest een absolute diva in huis gehaald. Groot en stevig en met een stem die de aarde doet beven. Een zangeres die er staat. Je kunt echt niet om haar heen. Wat een stem! Vanaf de eerste toon glashelder, zuiver met een enorme diepgang. Ze ontroerde maar ving tegelijkertijd de strijd aan. Geweldig! De alt is niet de enige solist in Sovvente il sole van Vivaldi; ook de eerste viool speelt een hoofdrol; hij kapselt de alt in terwijl zij samen rusten op het door het orkest gespreide bed. Heel fraai. Hoewel de muziek zo mooi was en de uitvoering zo goed, gebeurde er iets halverwege de uitvoering dat ik moeilijk kan duiden. Het leek even alsof Nicolić de draad kwijt was. Een verstoring. Even was de concentratie anders gericht. Hoewel iedereen de draad weer op de juiste manier oppakte, ben ik zo benieuwd of deze storing zich echt heeft voorgedaan of dat het slechts in mijn brein even niet helemaal klopte. Iets anders dat bij Vivaldi erg afleidde was de luit. Regelmatig heb ik een luit gezien in het barokorkest, maar zelden ook nog gehoord. Nu zat ik zo dichtbij dat ik haar heerlijke geluid ook nog kon horen. Het is echter een instrument met een enorme hals en de luitspeler bewoog veel. Daardoor dreigde er voortdurend een botsing tussen het uiteinde van de luit en het hoofd van Helena Rasker. Het ging allemaal goed, gelukkig.

(Niet het NKO maar wel Helena Rasker)

Naar verluid was Bach idolaat van de luit; naast alle muziek die hij voor ons schreef, heeft hij ook een luit bedacht met een groter geluidsvolume; zo jammer dat dat ontwerp uiteindelijk niets geworden is!

Na de pauze het Stabat Mater van Pergolesi. De sopraan Katrien Baerts vergezelde de al inmiddels warm gezongen Helena Rasker. Is Rasker een absolute diva, Katrien Baerts is dat niet. Helemaal niet, zelfs. Een ingetogen zangeres. Veel meer naar binnen gericht dan de expressieve Rasker. Toen de betovering begon en de eerste klanken van het Stabat Mater door de grote zaal van het Concertgebouw stapten, vreesde ik dat Katrien Baerts het gevecht met Helena Rasker ging verliezen. Maar ik vergiste me, want muziek is geen wedstrijd. Bij muziek gaat het om de samenwerking. Om de harmonie. In de toonzetting wordt gestreefd naar harmonie en in de uitvoering net zo goed. Daarin zag je dat de twee zangeressen samen met het orkest helemaal geen strijd aangingen, maar juist omarming en vrede. Het werd wonderschoon. De duetten waren fantastisch maar ook de solo’s. Het eerste duet sloeg in als een bom. Misschien juist wel door de harmonie tussen de expressieve Rasker en de ingetogen Baerts. Ook het Vidit suum was wonderschoon. Bij Katrien Baerts voelde je haast het lijden van de moeder die haar gepijnigde zoon ziet sterven. De spanning wist Baerts tot grote hoogte te laten oplopen in de zaal.

Tijdens een geslaagd concert gebeurt er wat met en in de zaal. Foutloos gespeelde muziek leidt niet automatisch naar een geslaagd concert. Er moet interactie zijn tussen musici en publiek via de muziek. Dat gebeurde gisterenavond. Heel veel interactie zelfs. Ik heb twee prachtige zangeressen gezien en een heerlijke soloviolist en een ontketend orkest. Niet foutloos, maar wel heerlijk! Een fantastisch concert. Het doet me verlangen naar meer!

 

Met de Franse slag – Nederlands Kamerorkest

Gezien en gehoord op 11 maart 2017 in het Concertgebouw

Welke muziek is er vandaag de dag toepasselijker dan Lully’s ‘Marche pour la cérémonie des Turcs’? Geschreven in een periode dat de Turken, net als vandaag, aan het dreigen zijn. In een tijd dat Turken werden gezien als exotische wezens van een andere planeet die een onbegrijpelijk taaltje brabbelden. De artistieke programmeurs van het Nederlands Kamerorkest zullen het niet hebben vermoed dat hun keuze voor Lully’s beroemde mars zo actueel zou uitpakken! Maar toch zie ik deze muziek vooral in de context van de uitvoering van Le Poème Harmonique van le Bourgeois gentilhomme die ik enkele jaren geleden op DVD zag. Misschien de beste uitvoering van deze komedie, maar zeker de sfeervolste. Eén van de hoogtepunten is de genoemde mars met het op het oog rommelig, maar zo mooi uitgekiende dansje. Een aanrader! Leuk van deze muziek is dat je een grote vrijheid hebt in hoe je hem uitvoert. Gisteren koos het Nederlands Kamerorkest ervoor om het te laten lijken alsof de Turken langs ons marcheerden. Heel zacht in de strijkers beginnen, dan langzaam toewerken naar het volle kamerorkest onder aanvoering van de spaanse trom om dan weer zacht weg te vloeien in de strijkers. Een eenvoudig aanstekelijk melodietje dat steeds weer herhaald wordt. Een mooie amuse voor deze Franse avond.

(Poème Harmonique met Marche pour la cérémonie des Turcs)

Na dit kleine voorgerechtje uit de prille barok verplaatst het historische decor zich naar het interbellum. Dit decor zou de rest van de avond blijven. Frankrijk is haar wonden aan het likken van de Grote Oorlog terwijl ze zich, onbewust, aan het voorbereiden zijn op de Grootste Oorlog. De muziek van Ravel is voor mij onlosmakelijk verbonden met oorlogsgeweld. Voor zijn Tzigane voor viool en piano bleef Gordan Nicolic alleen achter op het podium en voegde Ronald Brautigam zich even later bij hem. Voor de Tzigane werd gekozen voor de uitvoering piano met viool in plaats van orkest en viool. Die laatste uitvoering had mij veel logischer geleken gezien het feit dat we een concert bezochten van het Nederlands Kamerorkest. Maar nu dus gekozen voor samenspel van Nicolic met Ronald Brautigam. Niet verkeerd, dat zeker niet. De warme zigeunerklanken rolden door de zaal.

Voor het licht absurdistische stuk Le Boeuf sur la toît van Darius Milhaud kwam er zowaar een dirigent voor het orkest: Jonathan Waleson. Swingend dirigeerde hij dit jazzy stuk met onverwachte klankkleuren en muzikale wendingen. Vooral een lollig stuk, maar ook grillig en swingend. Voor mij typisch voor de jaren twintig. Ik kende het nog niet maar dat leidende motiefje zit inmiddels vastgebeiteld in mijn hoofd.

Na de pauze verder met Ravel. Le tombeau de Couperin. Een mooi stuk dat ik erg goed ken. Vandaar dat ik kritiek heb op de uitvoering. De Prélude ging veel te snel. Daardoor werden mooie melodielijnen een ondoorzichtige wolk van klanken. Niemand kreeg de tijd om muzikale zinnen te articuleren of af te maken. De prélude moet zeker niet te langzaam worden gespeeld, maar het tempo dat Nicolic koos, sloeg wat mij betreft, nergens op. Gelukkig werd dit in de andere delen gecompenseerd.

Daarna kwam Ronald Brautigam op voor de finale van de avond: Het pianoconcert in G van Ravel. Het concert dat begint met een zweepslag en eindigt met een grote Boem. Maar daartussenin één van de mooiste langzame delen uit de geschiedenis van het pianoconcert. Muziek die mij diep raakt. Muziek die ook alles in zich draagt. Eenzaamheid als de piano alleen begint maar ook romantiek als de fluit zich na geruime tijd bij het pianospel voegt. Ronde en gladde harmonie tegenover schurende dissonanten. Voel je je op een dag wat minder top, zet dit deel op herhalen en luister er een dagdeel naar; de wereld ziet er daarna heel anders uit.

Opmerkelijk was wel dat Brautigam met zijn rug naar het publiek zat. Het voelde een beetje gek, maar het had voor mij geen enkele invloed op de muziek.

Een heerlijke avond met het Nederlands Kamerorkest, op de prélude van Le Tombeau de Couperin na dan, maar een kniesoor die daar op let!

 

Mozart; Haffner & Linzer, C.Ph.E. Bach celloconcert nr. 3 in A. Nederlands Kamerorkest.

Gezien en gehoord op 28 januari 2017 in het Concertgebouw Amsterdam

De laatste keer dat ik kaartjes kocht voor het Nederlands KamerOrkest omdat ze een celloconcert van C.Ph.E. BACH gingen uitvoeren, werd een zeperd. Het zou uitgevoerd door een Russische, absolute meester celliste. Niet dat ik ooit van haar gehoord had, maar zoveel meestercellisten ken ik nou ook weer niet. In de verwachting dat ik een celliste a la Rostropovitsch zou gaan zien en horen, viel alles in het water. De celliste voerde, bij nader inzien, toch maar niet het celloconcert van zoon Bach uit. De smoes waarom ze het niet deed, kan ik me niet meer herinneren. Maar toen er een zeer oude dame het podium op schuifelde, kon ik me daar wel iets bij voorstellen. De cello moest door een ander gedragen worden. Toen ze haar eerste noten streek wist ik dat alles een tegenvaller zou worden. Wellicht had ze ooit, in het verleden, de lier bovenop het concertgebouw doen trillen van verrukking, maar nu niet meer. Niets bracht ze voort. Ze kon het gewoonweg niet. Als je je verheugd hebt op het celloconcert in A klein van C.P.E. Bach en je krijgt een reutelende oude dame voor je die er echt helemaal niets meer van terecht brengt dan ben je pas echt treurig. Want, de celloconcerten van zoon Bach behoren tot de mooiste celloconcerten die er ooit zijn geschreven. Ik durf dat zomaar te zeggen!

In de tijd dat drogisterij Het Kruidvat nog klassieke Cd’s verkocht, schafte ik me een cassette aan met celloconcerten. Daaronder ook de drie wonderschone concerten van C.Ph.E. Bach. Ik heb ze compleet grijsgedraaid. Voor mij waren deze concerten echt de ontdekking van de eeuw. De concerten zijn zo verschrikkelijk niet Johan Sebastiaan Bach dat ze toch weer tegen het werk van de oude meester aanschurken; ze lijken helemaal niet op het werk van Johan Sebastiaan, maar toch ook weer wel. Ik moet altijd aan de gamba’s denken in het 6e Brandenburgse concert. Ik ontwikkelde voorkeuren voor bepaalde delen. Het eerste deel van het concert in A klein is absoluut mijn favoriet. Van de langzame delen voel ik het meeste bij het Largo, con sordini, mesto uit het concert in A Groot. De diepe tragiek die daaruit spreekt…fantastisch. Gisteren kreeg ik niet dat fantastische eerste deel van het concert in A Klein, maar wel het concert met het mooiste langzame deel. Sietse-Jan Weijenberg kweet zich prima van zijn taak. Hij speelde het concert vol vuur. Het eerste deel ging wellicht wat te snel. De tonen werden niet helemaal uitgespeeld, vond ik. Maar dat maakte hij in het tweede deel weer helemaal goed. De toch al vrij lange solist was op een klein podiumpje gezet. Daardoor torende hij hoog boven het orkest uit. Ik had in zijn geval niet snel voor een podium gekozen. Het Nederlands KamerOrkest speelt zonder dirigent maar met een leidende concertmeester. Orkest, solist en concertmeester moeten optimaal met elkaar kunnen communiceren. In de communicatie ging niet veel mis, dat niet, maar doordat de solist zo hoog zat nam hij wat mij betreft een té aparte positie in.

Voorafgaand aan, en volgend op het celloconcert, een symfonie van Mozart. Ervoor de Haffner symfonie en erna de Linzer symfonie; de 35e en de 36e symfonie. Beiden geschreven toen hij absoluut op het hoogtepunt van zijn kunnen was gekomen. Hoewel…in hoeverre kan je daarvan spreken in het geval van de geniale Mozart. In elke noot hoor je het plezier dat hij gehad moet hebben toen hij de muziek componeerde. Heerlijke muziek die me meteen ook weer terugbrengt naar onze vakanties in Salzburg en Wenen. Salzburg dat helemaal in het teken staat van de beroemde telg. De Mozartkugeln schreeuwen je vanuit elke toeristenwinkel tegemoet. En dan het tot museum verbouwde geboortehuis van het muziekgenie. Twee keer ben ik er geweest; één keer met een ziek en brakend kind (dat was helemaal niet fijn) en één keer met Josien. We bekeken de vele portretten die zo verdomd weinig op elkaar leken; wat was nou het meest gelijkende portret van die beroemde Mozart?

De afgelopen jaren heb ik vooral opera’s van hem gezien en gehoord. Een lust voor elk zintuig. Bij zijn symfonieën had ik daarom misschien wel steeds het gevoel dat een zangstem zou invallen. Maar de symfonieën zijn op zichzelf al mooi genoeg. In de brochure het verhaal van de Linzer symfonie. Mozart kwam aan in de stad Linz en werd bij de stadspoort opgewacht door de bediende van graaf Thun. Eén van zijn vele bewonderaars. De bediende nam de Mozarts mee naar het paleis van de graaf waar ze konden logeren. De gastvrije graaf had toch minstens een nieuwe symfonie verwacht. Die had Mozart toen niet bij zich en daarom schreef hij ter plekke de Linzer symfonie. Een bijna ongeloofwaardig verhaal. Zulke complexe muziek zomaar even uit je mouw schudden.

Ik heb gisteren een heerlijke avond gehad. Twee fantastische Mozart symfonieën en een heerlijk celloconcert. Alles prachtig uitgevoerd!

Toch heb je de neiging om je dingen af te vragen over Bach en zijn zoon. De celloconcerten van Carel Philip Emanuel zijn echt mooi, maar verder staat hij toch echt in de schaduw van zijn beroemde vader, vinden we nu. Hoe zou hij dat ‘in de schaduw staan’ zelf hebben ervaren? Ik vraag me dat steeds weer af terwijl ik het antwoord al weet. Maar met de kennis die we nu hebben over de familie Bach is het gewoon moeilijk voor te stellen dat Bachs zonen in hun tijd absoluut heel veel beroemder waren dan hun vader.

Mijn topartiest 2016: Bob Dylan

Je ontkomt er gewoon niet aan in deze tijd van het jaar; de lijstjes. Overal worden lijstjes opgesteld over het afgelopen jaar. De beste films van het afgelopen jaar bijvoorbeeld of de top 2000. Graag laat men dan het publiek aan het woord. Bij de top 2000 heb ik geprobeerd om mee te stemmen. Maar dat is niet gelukt. Ik bedacht dat ik mee wilde doen op het moment dat ik er eigenlijk geen tijd voor had. Toen moest ik iets lezen over hoe het allemaal in z’n werk ging en daar had ik toen de rust niet voor. Op een wat rustiger moment probeerde ik het nogmaals, maar toen was het te laat. Jammer, want ik wilde mijn muziek graag een stukje naar boven duwen. Muziek uit de jaren zeventig…toen ik nog jong en onbedorven was. Als ik die muziek hoor, voel ik me weer een beetje zoals ik toen was. Vandaag stond in de Volkskrant de film top 100; een lijst van honderd films die in 2016 in de bioscopen draaide. De Volkskrantlezers konden stemmen, maar ik, die toch altijd goed de krant lees, had dit juist gemist. Aan de andere kant…ik had nauwelijks mee kunnen doen want zoveel films heb ik dit jaar niet gezien. Dat komt vooral doordat films, om commerciële redenen, op een achterlijk moment op de avond worden gedraaid; óf extreem vroeg op de avond, op het moment dat je het liefst nog aan tafel zit, óf laat op de avond, maar dan eindigt de film op het moment dat ik graag mijn tanden poets en mijn bed in stap.

In de top van de filmlijst geen enkele film die ik heb gezien. De filmredactie heeft ook een top lijst samengesteld. Die ziet er duidelijk anders uit. De film ‘Elle’ zie ik hoog genoteerd in beide lijsten. Heb ik niet gezien…Netflix!!!! Bovenaan op 1 ‘The Revenant’. Ook niet gezien. Ik word van die filmlijst een beetje treurig. Net alsof ik niet in het leven sta; of ik niet meer meedoe.

Maar gelukkig, ook voor mij is er een top 100. Spotify heeft mijn muziekgedrag geanalyseerd en er wat toplijstjes mee samengesteld. Dat toplijstje staat nu weer voor mij klaar als afspeellijst. Maar eerst de analyse. Was het abonnement dat ik op deze dienst heb het wel waard? Ik denk het wel: Ik blijk 12.525 minuten geluisterd te hebben. Dat is 208,75 uur. Per dag gemiddeld dus ruim een half uur. Vind ik een goede score. Daarbij komt dat ik gemiddeld dagelijks drie nieuwe nummers hoorde en bijna elke dag wel een nieuwe artiest beluisterde. Ik ben trots op mezelf en vind dat ik het abonnement wel terugverdiend heb. Ik heb € 0,01 per minuut betaald…voor topuitvoeringen.

Dan nu mijn top 3  van meest gedraaide nummers in 2016:

  1. There’s no way out of here – David Gilmoure
  2. Changing of the guards – Bob Dylan *
  3. Mihalis – David Gilmoure

Mijn topartiest 2016: Bob Dylan; De Nobelprijswinnaar!

Even voor de goede orde (en voor mijn zonen die denken dat ik slechts klassieke muziek draai): Op 2, 3 en 4 staan: Ton Koopman, Pierre Boulez en Bayreuth Festival Orchestra… dat je het maar weet!

 

_______

*) gecovered door Patti Smith