Ik heb zelden een boek zo zien doodbloeden als ‘Het grote zwijgen’ van Erik Menkveld. Wat als een boeiend verhaal over belangrijke musici tussen 1900 en 1918 begint, eindigt in een bloedeloze vertelling over wat overspelige intriges. Jammer! Als de roman de helft was ingekort was hij twee keer zo boeiend geweest. Dat is een vervelende constatering. Laat ik het zo zeggen, de laatste twintig pagina’s heb ik voor gezien gehouden; het boeide voor geen meter meer. Bovendien ga je je aan het eind van een roman afvragen waar personages gebleven zijn. Wat hebben die voor nut gehad in het verhaal als geheel? Zo verdwijnt een zekere Petrus na verloop van tijd in het niets. Een vraag die door de hele roman in de lucht hangt is of één van de personages homo is. Aan het eind van de roman wordt dat glashard ontkend en dat werkt gewoon weg niet. Ondanks deze kritiek was de eerste helft van de roman zeker het lezen waard. Hoewel de roman prominent op één van de tafels van een grote boekhandels lag – en ik het boek later als e-book aanschafte – is het geen nieuw boek. Het kwam oorspronkelijk 15 jaar geleden uit, in 2011. Het was het debuut van deze auteur en tevens ook zijn laatste roman want in 2014 overleed hij.

De roman gaat in grote lijnen over de relatie tussen de componisten Alphons Diepenbrock en Matthijs Vermeulen. Afwisselend wordt het verhaal vanuit het perspectief van één van de twee componisten verteld. Ik denk dat het verschrikkelijk moeilijk is om een goede afkadering te maken als je een roman laat afspelen tegen het decor van het Amsterdamse muziekleven tijdens de eerste twintig jaar van de twintigste eeuw. Die periode is wat mij betreft absoluut bepalend voor de loop van zowel de Amsterdamse als de Europese muziekgeschiedenis. Een bloeiperiode die afgesloten werd door oorlog en ellende.
Zoals gezegd wordt het verhaal afwisselend verteld vanuit het perspectief van Alphons Diepenbrock en componist en criticus en bovendien leerling en vriend van Diepenbrock, Matthijs Vermeulen. Diepenbrock is getrouwd met Elsa. Hij is classicus en heeft zichzelf componeren geleerd. Als classicus kan hij in hun levensonderhoud voorzien, componeren levert niet veel op behalve roem. In zijn tijd is hij een bepalende componist. Het huwelijk met Elsa is in het begin moeizaam en zonder hartstocht. Na enkele jaren huwelijk krijgt Diepenbrock Johanna Jongkindt als leerling klassieke talen. Tussen hen ontstaat een stormachtige, in eerste instantie, platonische liefde. Jo wordt huisvriendin en brengt door haar aanwezigheid passie in het huwelijk van Diepenbrock en Elsa. Ze krijgen twee dochters. Als Jo beseft dat Diepenbrock niet voor haar gaat kiezen, verhuist ze naar Ukkel vlakbij Brussel. Daar wordt ze ongehuwd moeder. Later krijgt ze een relatie met Joe met wie ze ook trouwt. Ondertussen gaat de relatie tussen Diepenbrock en Jo door. Ze schrijven elkaar hartstochtelijke brieven en met enige regelmaat logeert hij bij Jo. Tijdens de logeerpartijen wordt de liefde ook meer dan platonisch. Omdat Diepenbrock zo opknapt als hij naar Ukkel gaat, stimuleert Elsa zijn bezoeken aan Jo. Totdat ze ontdekt wat er tussen die twee ‘echt’ speelt. Diepenbrock heeft een ietwat stroeve relatie met Willem Mengelberg. Het werk van Diepenbrock wordt met enige regelmaat uitgevoerd maar vaak zijn het ook beloftes voor uitvoeringen van Mengelberg die dan keer op keer worden uitgesteld. Als Gustav Mahler in Amsterdam is, ontmoet Diepenbrock een geestverwant. Bij het componeren van zijn liederen ziet Mahler in Diepenbrock zijn voorbeeld. Het overlijden van Mahler is voor Mengelberg en Diepenbrock een grote klap. In dezelfde tijd proberen Diepenbrock en Jo van elkaar los te komen. De logeerpartijen stoppen, maar het schrijven van brieven gaat nog een lange tijd door.
Aan de andere kant dus ook nog het verhaal van Matthijs Vermeulen. Zoon van een smid. In het seminarium dat hem tot priester zou gaan opleiden leert hij van één van de paters voor wie hij een bijna hartstochtelijke vriendschap voelt, de beginselen van muziektheorie. Het slaat bij de uiterst muzikale Tijs in als een bom en hij beseft dat hij geen priester moet worden maar zijn heil in de muziek moet zoeken. Hij trekt naar Amsterdam, waar op dat moment, na de totstandkoming van het Concertgebouw en dito orkest met Willem Mengelberg een muzikale bloeiperiode is begonnen. Hij krijgt een klein baantje als recensent waar hij nauwelijks van rond kan komen maar dat hem wel regelmatig toegang verschaft tot de concerten. Daar leert hij het werk van Diepenbrock kennen. Hij schrijft juichende recensies en tussen hem en Diepenbrock ontstaat een diepe vriendschap waarin Diepenbrock hem ook verder helpt bij het componeren. Bovendien helpt hij hem aan een recensentenbaan waar hij wel van rond kan komen. Via een crowdfunding avant la lettre zorgt Diepenbrock dat Vermeulen zijn eerste symfonie kan componeren. Ondertussen woont Tijs samen met Petrus. Even plotseling als Petrus verscheen, verdwijnt hij weer. De symfonie krijgt van niemand enige aandacht, behalve…van Elsa, de vrouw van Diepenbrock. Zij is verliefd geworden op Vermeulen en ze gaan een stiekeme relatie aan…

Twee verhalen; wat mij betreft had Erik Menkveld één van de twee kunnen kiezen; dat was de roman zeker ten goede gekomen. Nu bloedt het verhaal dood. Echt heel jammer! De muziek van Alphons Diepenbrock is absoluut de moeite waard. Ik ben goed naar zijn muziek gaan luisteren en het lijkt de muziek van Mahler en van Debussy te verenigen. Jammer dat hij niet veel vaker uitgevoerd wordt! Vermeulen componeert wat minder toegankelijk, zeg ik maar als niet-muzikoloog.