Tag archieven: Martin Reints

De dichter die ik niet werd

Ik krijg al jaren op werkdagen een gedicht in mijn mailbox. Eerst kwam dat van de website Laurens Jz Coster van de Universiteit van Amsterdam. Maar sinds die website is opgegaan in de DBNL, heeft een grote particuliere liefhebber het versturen van poëzie overgenomen. Echt een aanrader voor poëzieliefhebbers zoals ik. Ik lees het gedicht heus niet elke dag, maar wel vaak. Poëzie lezen is vaak een bijna spirituele aangelegenheid. Wat wordt er precies bedoeld? Hoe klinken de woorden? Ik vind het heel bijzonder. Soms ook grappige gedichten of liedjes. Heel soms onbedoeld grappige gedichten. Dat is best gênant. Vandaag bijvoorbeeld.

We gaan terug naar de slungelige, pukkelige puber die ik zo’n slordige vijftig jaar geleden was. Ik wilde schrijver worden, maar daarvoor moest je veel schrijven. Omdat ik dat niet deed, wilde ik dichter worden, maar helaas: de woorden die de muze mij zou moeten influisteren, hoorde ik niet. Desalniettemin hield ik vast aan mijn droom om ooit mijn brood te verdienen met mijn pen. Dichters en schrijvers zwoegden volgens mij niet alleen dag en nacht op hun teksten, ze behoorden ook tot een bepaalde scene; de schrijversscene. Daarom ging ik regelmatig naar poëzie‑voorleesavonden. De bedoeling was dat we elkaar ons werk voorlazen. Omdat ik eigenlijk geen eigen werk had, was ik daar slechts toeschouwer. Weliswaar een gekwelde toeschouwer, want hoe graag had ik daar wel niet willen schitteren, maar toch: een toeschouwer.

Op één van die avonden zwierde een compleet in het wit geklede oudere man met een flamboyante hoed en een artistiek ogende dame aan zijn zijde de kamer binnen. Hij trok veel aandacht, maar ik kan me niet herinneren dat hij die avond zelf voorlas. Aan het eind van de avond haalde hij uit zijn tas een grote stapel bundels: zijn uitgegeven echte dichtbundels. Onder de verzuchting dat ‘geen mens ze wilde kopen’ deelde hij zijn bundels uit, en zo kwam ik aan twee zomaar gratis bundels van Kees Winkler. Nooit van de man gehoord, maar vanaf toen dus wel.

Voor mijn leraar Nederlands van toen – Martin Reints, leraar Nederlands én begenadigd dichter – schreef ik een opstel over de poëzie van Kees Winkler. Niet te pruimen; het overstijgt het Sinterklaasgedicht nauwelijks. Waarom is een uitgever zo gek om die rommel uit te geven?

Vandaag kreeg ik in mijn mailbox een gedicht van Kees Winkler. Vijftig jaar na mijn opstel voor Martin Reints. Was ik toen soms jaloers dat het hem wel lukte om poëzie te schrijven en mij niet? Dat hij wel een uitgever had en ik niet? Nee – helaas voor Kees Winkler – ik had toen gelijk; het deugt van geen kanten. Lees dit hardop en je krijgt hoofdpijn:

Of idiote knekelrijm:

Ik denk dat ik toen gelijk had. Wil je ook een gedicht om je (mogelijke) werkdag mee te beginnen: Aanmelden