Ik ga even wat aannames doen. Ik heb het niet onderzocht, maar mijn gezonde verstand denkt dat dat wel waar moet zijn: Boeren en buitenlui in de vijftiende en zestiende eeuw hadden geen geld om en geen interesse in schilderijen die over henzelf gingen te kopen. Schilders waren mensen die een beroep uitoefenden en moesten dus inkomen halen uit het maken en verkopen van schilderijen. Aan een soort schilderij als ‘Een cluyte van Plaeyerwater’ moet, gezien de hoeveelheid details, Peeter Baltens maanden gewerkt hebben. De vraag is dan, voor wie heeft hij dit doek geschilderd? Waarom heeft hij dit schilderij gemaakt? Wie wilde het kopen? Wat wilde hij met het schilderij precies zeggen? Ik ben geen kunsthistoricus en heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik denk dat het zo maar eens kan zijn dat de rijke bovenlaag het wel plezant vond om zo’n zedeloos schilderij over ongeschoolde en mensen zonder de ‘juiste’ manieren in één van zijn kamers te hangen om zich te verkneukelen over zoveel doms. Het zou kunnen, maar ik weet het dus niet. Wat ik wel weet is dat het doek in het Rijksmuseum hangt en dat ik er met enige regelmaat een tijdlang met open mond van verbazing naar sta te kijken. Ik weet dus niet of wat er staat afgebeeld iets van een werkelijkheid van toen weergeeft, maar ik ga er wel van uit. Als je dan naar de details gaat kijken dan zie je zoveel!
Centraal in het schilderij zien we hoe op een marktplein de klucht ‘Een cluyte van Plaeyerwater’ wordt opgevoerd. Heel erg vrij vertaald: Lulletje rozenwater. Een man wordt er door zijn vrouw op uit gestuurd om wat pleisterwater (vaag soort water…bestaat het wel?) te halen omdat ze hem weg wil hebben omdat ze van bil wil met de pastoor. Onderweg komt de man een marskramer tegen die hem het bedrog uitlegt. Ze gaan de overspelige vrouw en pastoor betrappen. Hij verstopt zich in de mand van de marskramer, en zodra de overspeligen betrapt worden, springt de man uit de mand en knuppelt ze het huis uit. Kortom een man moet de baas zijn en moet zeker niet over zich laten lopen. Op het schilderij is het moment vastgelegd waarop de man uit de mand springt.

Minstens even leuk als de opvoering van de klucht en de toeschouwers zijn alle andere mensen en hun festiviteiten op het dorpsplein. Laat ik het maar eerlijk zeggen, de onwelvoegelijken vind ik het leukst.
Zo heb je de man die in het openbaar zit te poepen. Je kan je haast niet voorstellen dat mensen zo onbeschut en zo dicht bij het eten gaan zitten poepen. Ik kan me haast niet anders voorstellen dat dit ook in die tijd als zeer ongepast werd beschouwd

Dan heb je het geile stelletje. Van de vrouw is het moeilijk te zien, maar de erectie van de man spreekt boekdelen.

Dronken papa die door vrouw en een vriend (..?) of iemand van de schutterij of de schout samen met de kinderen naar huis wordt geleid voordat hij brokken maakt. Zijn vrouw heeft hem alvast zijn wapen ontfutseld; voor dat het mis gaat.

Uiteraard ook de boeren die op de vuist zijn gegaan. Hoewel…de vuist? Ze hebben hun messen getrokken. De ene vrouw houdt haar man tegen terwijl de andere vrouw hem met de hark probeert te raken. Helemaal kom je er niet uit, want er ligt iemand op de grond en de andere vechtjas lijkt er overheen te vallen.

En ook de bedelaars. Ze zullen ongetwijfeld invalide zijn, maar die benen zitten wel heel erg raar aan hun romp!

En dan te bedenken dat dit nog maar een miniem deeltje is waarvan je kan genieten op dit schilderij…!