Tag archieven: Andrew Tate

Foute mannen en zachtmannen

Volgens Robert Bly waren wij, zo aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw, ‘zachtmannen’. Vrouwen waren geëmancipeerd en wij waren meegegroeid met de vrouwen; we hielpen mee met het verzorgen van de kinderen en hadden onze taak in het huishouden gekregen. Maar werden we daar gelukkig van, vroeg Bly in zijn boek ‘De Wildeman’ retorisch. Nee, natuurlijk. We hadden de vrouwelijke krachten tot ons genomen en we deden braaf wat er van ons verlangd werd, maar binnen in ons zat een man die smeekte om vrijgelaten te worden. Dan ging het er heus niet over om de situatie van de jaren ’50 te herstellen zoals de Andrew Tates van nu proberen te influenzen. Nee , zeker niet; vrouwen hadden een goede stap gemaakt, en daarin was onze beweging vereist, maar nu moesten wij ook weer een eigen beweging maken zodat onze kracht, als man, weer helemaal in lijn kwam met onze gevoelens. Bly stelde, voor zover ik het me kan herinneren, voor om een nieuwe vorm van mannelijke initiatie riten te gaan uitvoeren met mannen-onder-elkaar en jonge-mannetjes-met-oudere-mannen. Ik las het destijds met veel interesse, want ja, ook ik voelde me niet helemaal als mijn alter-ego. Alleen, hoe zag dat alter-ego eruit? Ik ben bang dat mijn alter-ego eigenlijk gewoon een lekkere ‘foute’ man was. Een macho naar wiens pijpen jonge knappe vrouwen dansten. Niks afwassen, niks luiers verschonen maar hupsakee.

Hoewel ik vroeger best wel iets wilde geloven van die Robert Bly, geloof ik nu dat een groot deel van hoe je in de wereld staat te maken heeft en bepaalt wordt door je karakter; datgene wat je door oneindig veel invloeden – inclusief erfelijke factoren – in de loop van de jaren geworden bent. Zo’n boek van Robert Bly of in het geval van de andere sekse ‘De schaamte voorbij’ van P.C. Hooftprijs winnares Anja Meulenbelt (waar ik ongelofelijk veel op aan te merken heb) helpt maar een heel klein beetje in het veranderen van je karakter; je doen en laten. In de jaren van het boek ‘De Wildeman’ studeerde ik aan de sociale academie en mijn studiegenoten bestonden voor een groot deel uit geëmancipeerde knappe vrouwen zonder vaste relatie. Ze vielen – volgens hun zeggen – op ‘foute mannen’. Mannen die uit waren op seks en geen relatie wilden, laat staan kinderen en pantoffels naast de haard. Mannen die beweerden dat monogamie onnatuurlijk is en dat trouw een farce was. Hoewel mijn medestudenten vaak zeiden te verlangen naar man en kinderen waren ze er best trots op dat ze op de verkeerde mannen vielen; alsof dat hun vrouwelijkheid ten goede kwam. Daarmee komen we op een heikel punt, een bewering die uit de hoek van Andrew Tate komt; het schijnt dat op datingsites mannen het grootste deel van de vrouwen ziet zitten als datingpartner terwijl het grootste deel van de mannen door vrouwen wordt afgewezen…op datingsites. Had Andrew Tate het daar ook niet over? En als je er niet voor zorgde dat je goed fout was, dat je je leven lang geen vrouw zou krijgen; het onvrijwillige celibaat. Volgens mij pleit dat extreem tegen datingssites want echt, ik ben ervan overtuigd dat op elk potje een deksel past…maar je moet als potje dat dekseltje wel tegenkomen…en niet swipen.

In de Volkskrant van gisteren 10 januari 2026 een artikel over vier recente romans van jonge vrouwen die in de grijpgrage handen van een verkeerde man vallen en hoe erg dat is. Eigenlijk geloof ik daar geen bal van; ze zochten het – wellicht (on) – bewust op en genoten er – wellicht (on) – bewust van. Dat zeg ik, omdat ik het mag zeggen! Ik ben namelijk zo’n doodsaaie zachtman die graag in de keuken staat en de kinderen heeft helpen verzorgen en nu een liefhebbende opa is geworden. Toch hoop ik dat mijn knappe studiegenotes van destijds uiteindelijk een relatie voor het leven hebben gekregen en…kinderen.