Linkse terreur en rechtse lieverdjes?

Er is op dit moment veel te doen over een nieuwe wet die het verheerlijken van terrorisme moet verbieden. De wet werd ooit geopperd door Mona Keijzer toen nog afglijdend CDA kamerlid, nu semi-fascistische leidster van een nieuwe rechtse splinter. Het vorige kabinet, met Dick Schoof als premier, zag in AntiFa het grootste, meest bedreigende gevaar en bestempelde het zonder veel overleg tot terroristische organisatie. Dat kabinet verdween godzijdank snel en mag wat mij betreft uit de geschiedenisboekjes geschrapt worden, maar het stempel op AntiFa bleef.

De huidige minister Van Weel heeft Keijzers wetsvoorstel overgenomen, er enkele scherpe randjes vanaf gevijld en dreigt het nu aan de Tweede Kamer voor te leggen. De bedoeling is om het strafbaar te maken wanneer iemand in het openbaar steun betuigt aan een organisatie die op de lijst van terroristische organisaties staat. In de praktijk betekent dat dat je niet meer met IS‑vlaggen mag zwaaien of in spreekkoren Hamas mag steunen. Enkele kabinetten geleden werd dat nog gezien als ‘gedachtenpolitie’, maar die brug lijkt inmiddels gepasseerd.

Het grootste gevaar zit hem echter niet alleen in het verbod om een organisatie te steunen, maar in de vraag wie bepaalt wat een terroristische organisatie is. Dat IS terroristisch is – en verantwoordelijk voor ernstige terreurdaden en massaal menselijk leed – daarover bestaat brede overeenstemming. Dat je mensen wilt verhinderen om in het openbaar nieuwe leden te ronselen voor aanslagen, is begrijpelijk.

Maar AntiFa betekent simpelweg anti‑fascistisch. Ja, er zijn activisten geweest die zich AntiFa noemden en geweld gebruikten, maar de overgrote meerderheid van anti‑fascisten zijn juist democraten pur sang. Fascisme is immers per definitie anti‑democratisch en gericht op een sterke leider. Neem bijvoorbeeld mijzelve, een gepensioneerde lobbes die niemand kwaad doet, maar wel anti‑fascist is, kom ik ook maar in de buurt van iets als een terrorist.

Ook Extinction Rebellion wordt onderzocht op mogelijke terrorisme. Maar zaaien zij angst? Dreigen zij met geweld om politieke doelen te bereiken? Nee. Het zijn lastposten, soms vervelende gelijkhebbers, die zich aan de weg vastlijmen waardoor je een uurtje later op je bestemming bent. Lastposten zijn echter nog geen terroristen.

Heel anders ligt het bij Farmers Defence Force. Die dreigen niet alleen met blokkades en het storten van rotzooi op snelwegen; ze zoeken ook politici op en intimideren hen. Hun leider, Mark van den Oever, roept openlijk op tot bedreiging van politici en iedereen die hen in de weg staat. En het blijft niet bij woorden. Het zou me niets verbazen als de pogingen om op ‘hun’ actiedag treinen te laten ontsporen uiteindelijk naar deze groep leiden. Toch lijkt niemand serieus te overwegen om FDF als terroristische organisatie te bestempelen. Integendeel: men vindt dat deze agrofascistische groep een plek aan tafel moet krijgen bij het landbouwbeleid.

Dat is een gevaarlijke tendens: linkse organisaties onderzoeken op terrorisme, terwijl rechtse terreur wordt getolereerd. Zo glijden we af.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *