Een vergeten held

Na de Stolperstein voor mijn grootvader in de Nigellestraat is het tijd voor een volgend hoofdstuk in de tragische familiegeschiedenis tijdens de Tweede Wereldoorlog: het erkennen van de volstrekt belangeloze heldhaftigheid van de onderduikouders van mijn moeder. Daarvoor moet een dossier worden aangelegd, en als gepensioneerde, gesjeesde min‑of‑meer historicus is dat een taak die me eerlijk gezegd goed ligt. Bovendien is het werk dat ertoe doet. En ik heb ineens haast gekregen, omdat er nog een paar mensen in leven zijn die die heldhaftigheid van dichtbij hebben meegemaakt — mensen die inmiddels rond de negentig zijn. Neem mijn moeder, één van de hoofdpersonen; met haar 87 jaar is ze nog een van de jongeren. Vandaar mijn haast.

Ik probeer me de waanzinnig makende radeloosheid van mijn oma voor te stellen op 12 november 1942. Mijn grootvader was de dag ervoor tijdens de razzia op zijn werk gearresteerd, en door puur toeval liepen mijn oma en haar dochtertje van bijna vier nog vrij rond. Dat ‘vrij’ moeten we letterlijk nemen: zonder partner, zonder huis, zonder inkomen, zonder eten, zonder bed — maar mét een kleuter. Iedereen die je om hulp vraagt, trek je mee in het gevaar dat jou bedreigt. Als je je ogen sluit en probeert te voelen hoe dat moet zijn geweest… Maar gelukkig had mijn oma contacten.

Kaartje Joodse Raad

Een straat verderop, in de Heliotroopstraat, woonde Veronica Woudhuijzen. Net als mijn oma was ze actief in de AJC, maar bovendien maatschappelijk werkster bij de Joodse Raad. Daardoor was ze op dat moment vrijgesteld van deportatie. Dat betekende nog niet dat ze kinderen mocht helpen onderduiken — maar dat deed ze wel. Daarom is ze een held. Kennelijk had ze contacten in Kennemerland en kon ze mijn moeder — wellicht via via — onderbrengen bij de familie Veldhuijzen van Zanten. Daar werden haar onderduikouders haar liefdevolle oom en tante, die haar vertelden dat zij voorlopig voor haar zouden zorgen. Mijn kleutermoeder geloofde graag dat ze niet naar haar ‘echte’ moeder kon omdat Nederlands‑Indië door de oorlog onbereikbaar was, en dat haar ouders daar woonden. Zo was het verhaal. En mijn moeder geloofde het, gelukkig.

Ik lees het dossier van Veronica Woudhuijzen op de kaartjes van de Joodse Raad. Wanneer het grootste deel van de Nederlandse Joden is gedeporteerd, besluiten de nazi’s dat maatschappelijk werk vanuit de Joodse Raad niet meer nodig is. Haar bescherming wordt opgeheven. Dan volgt een lijdensweg waarin ze probeert opnieuw een sperr te krijgen. Veronica Woudhuijzen en haar collega’s doen er alles aan. Zo proberen ze bewijs te verzamelen dat ze mogelijk naar Palestina zou kunnen reizen. Maar hoe ze het ook proberen, het ‘bewijs’ komt nooit rond. Op 6 september 1943 wordt op haar kaartje genoteerd dat verdere stappen doelloos zijn. Dat klopt: volgens het Joods Monument werd ze op 3 september 1943 vermoord in de gaskamer van Auschwitz.

Dat Veronica Woudhuijzen een held was weten maar weinigen; maar zonder haar was ik er nooit gekomen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *