Als de dieren – Lieselot Mariën; wel aardig

Het krijgen van je eerste kind is één van de ingrijpendste gebeurtenissen in je leven. Dat kan ik, ook als man, gerust stellen. De overgang van stel naar een gezin met een kind is enorm. Samen waren we net een bepaalde manier van samenleven gewend en ondanks de groeiende buik van mijn lief en het besef van de onontkoombaarheid van de aanstaande geboorte, konden wij ons niet voorstellen dat ons leven ooit zou veranderen. Maar dat gebeurde wel. Dramatisch. De zorg voor een baby is intensief, de zorg voor je eerste baby is extreem intensief omdat je je ook moet verzoenen met een compleet nieuwe manier van leven waarbij een groot deel draait om de verzorging van de nieuwgeborene. Dat nieuwe mensje is uniek. Er zijn wel wat algemene zaken die voor de verzorging van elk kind geldt, maar de uniciteit is juist datgene waarmee je gaat worstelen. Huilt het veel of weinig, wat vindt het fijn; kriebelen over het ruggetje of juist een liedje. Dat lijkt er al vanaf de geboorte in te zitten en dat moet je als nieuwbakken ouders leren kennen. Bovendien kan je die wurm niet zomaar alleen laten. Alles wordt ingewikkeld. Even naar de supermarkt gaan omdat je iets vergeten bent, vergeet het maar. Je kan je het je wel voorstellen dat je daar soms best somber van wordt; je bent je oude leven kwijt. En ja, natuurlijk, er komt veel voor in de plaats. Ik had het allemaal niet willen missen. Van luieruitslag tot eindexamen; het was voor mij een enerverende, gelukkige rit, die ik driemaal heb mogen meemaken en echt; ik had het niet willen missen. Dat iemand er desalniettemin heel erg somber van wordt, vooral tijdens die extreme overgang van vrijheid, blijheid naar gebonden met handen en voeten aan voedingen en vuile luiers; ik kan me er alles bij voorstellen. De roman ‘Als de dieren’ van Lieselot Mariën doet een poging om de gevoelens die je treffen na de geboorte van je eerste kind een literaire draai te geven. De jonge moeder in de roman gaat door een diep dal waarbij alle hierboven beschreven elementen een rol spelen maar dan extreem. Ik denk dat je rustig kunt spreken van een postnatale depressie.

Ik heb eerst wat geworsteld met mijn e-reader; de bladspiegel leek helemaal vastgelopen. De tekst stond tegen de rechterkant aan geplakt en laat de linkerhelft leeg. Al snel kwam ik erachter dat dit helemaal de bedoeling was; de auteur speelt met de bladspiegel. Er zijn stukken waarin de linker marge extreem groot is en er zijn een paar stukjes waar de bladzijde goed gevuld is. Ik kan er niet goed achter komen wat de betekenis is van die verschuivende bladspiegel. Omdat de auteur de roman een beetje op een Grieks klassiek toneelstuk laat lijken, zou je kunnen denken dat de brede stukjes het koor is en de rest de handeling, of andersom. Maar koorzangen zijn doorgaans beschouwend en dat zie ik hier niet terug. Ik zie niet veel verschil in brede of smalle stukjes tekst.

De structuur van de roman is gemodelleerd naar een oude Soemerische legende over Inanna die als de godin van de hemel, de liefde en de vruchtbaarheid vereerd werd. Zij maakt een afdaling naar de onderwereld. “Het verhaal van Inanna’s afdaling in de onderwereld staat in spijkerschrift genoteerd op verschillende kleitabletten, waarvan de meeste gevonden werden bij opgravingen in het huidige Irak. Sommige van die tabletten zijn in slechte staat, en daardoor konden onderzoekers het verhaal slechts moeizaam bij elkaar puzzelen. Sommige gegraveerde karakters zijn geërodeerd. Van sommige tabletten zijn stukken afgebroken en kwijtgeraakt. Op de breuklijnen tussen die tabletten laten de gebeurtenissen zich nauwelijks reconstrueren.” Schrijft Mariën. Die afdaling reconstrueert de auteur in deze roman maar dan met een ‘ik’ als hoofdpersoon en niet met dezelfde bedoeling als Inanna. Inanna daalt af om de heerschappij over de onderwereld van haar zus Erisjkigal over te nemen. Daarvoor passeert ze zeven poorten en bij elke poort moest ze iets afstaan totdat ze uiteindelijk naakt in de onderwereld aankomt. Naakt en kwetsbaar wordt ze verslagen door haar zus die haar rottende lichaam aan een pin hangt. Geholpen door haar dienares mag ze de onderwereld verlaten als ze daarvoor een mens achterlaat. Dat is haar man Dumuzi. Tijdsens haar afwezigheid heeft hij het er namelijk goed van genomen en lekker de bloemetjes buiten gezet.

De roman is opgedeeld in zeven hoofdstukken, zeven poorten, die de hoofdpersoon passeert naar de hel. Ze heeft een kind gekregen en dat veranderde haar leven ingrijpend. Het jongetje, waartegen de hoofdpersoon regelmatig het woord richt om hem kennelijk te vertellen hoezeer zij moeite heeft om het leven met hem te beginnen, huilt erg veel. Ze weet hem moeilijk te troosten. Rondhobbelen, rondrijden, troosten, knuffelen het helpt allemaal maar een beetje. In toenemende mate ziet ze haar onvermogen. Ze hoort zijn gehuil nog terwijl ze slaapt; huilen als geluid uit de hel. Tot overmaat van ramp lukt het haar man Hannes vaak wel om de baby te troosten; dat wakkert haar onzekerheid aan en zo zakt ze steeds verder in de put. Ik zie man Hannes zijn best doen om haar te ondersteunen. Dat in tegenstelling tot de man van Inanna. Maar misschien moet ik dat anders zien; hij heeft makkelijk praten want zijn leven verandert veel minder ingrijpend dan het leven van de vrouwelijke hoofdpersoon; hij gaat naar zijn werk terwijl zij haar werk als advocaat – tijdelijk? – heeft neergelegd.

Deze roman is genomineerd voor de Libris literatuurprijs 2026. Op zich heb ik de roman redelijk geboeid gelezen. Er zitten wat onduidelijkheden in die wat mij betreft wat gekunsteld overkomen zoals bijvoorbeeld dat gehannes met de bladspiegel. Is het nou een hoogvlieger, een pageturner?  Nou nee. Wel aardig maar ook niet meer dan dat, vind ik.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *