De veroordeling

Dat journaalitem van jaren geleden over de Deventer moordzaak zal ik niet snel vergeten. Ernest Louwes krijgt te horen dat hij in hoger beroep toch tot celstraf veroordeeld wordt. Hij lijkt verbijsterd over het vonnis en wil zich al worstelend een weg naar de vrijheid banen. Een keurige man om te zien; saai zelfs. Hij ziet er een beetje uit zoals je je ambtenaar 1e klas Dorknoper van Marten Toonder voorstelt. Dan ligt hij schreeuwend op de grond met twee parketagenten die hem in bedwang houden. Voor je gevoel kan Louwes gewoon geen moordenaar zijn. Zijn verbijstering en paniek zijn zo overtuigend! Dat Maurice de Hond voor hem in de bres sprong, kon ik me toen heel goed voorstellen. Op dat moment ging er veel mis bij justitie. Dwaling na dwaling werd ontdekt; van Lucia de B. tot aan de Schiedammer Parkmoord, van de vier van Putten tot aan weet ik veel. Ontlastend bewijs werd genegeerd; ondeugdelijk bewijs werd voor waar aangenomen en dan vervolgens die arme saaie Ernst Louwes die je eerder als brave ouderling in een gereformeerde gemeente plaatste dan tussen het geboefte in het gevang. Ik heb grote delen van de website van Maurice de Hond over de Deventer moordzaak gelezen en was daarna erg overtuigd van de onschuld van Ernst Louwes. Over de beschuldiging aan het adres van de ‘klusjesman’ had ik verder geen oordeel. Ik kan me niet herinneren dat ik hem, na het lezen van De Hond z’n website, meteen als moordenaar zag. Wel als mogelijke verdachte, herinner ik me.

Maar daarna vergat ik het allemaal. Ik ging door met mijn leven, zullen we maar zeggen. Nog even kwam het terug; Maurice de Hond mocht nooit meer in het openbaar beweren dat de ‘klusjesman’ de dader van de Deventer moordzaak was. Ik stond daar wat ambivalent tegenover. Aan de ene kant de vrijheid van meningsuiting en aan de andere kant vond ik niet dat De Hond zich zomaar als politie kon opstellen, laat staan rechter. Maar erg veel dacht ik er verder niet over na. Het gevoel dat er iemand onschuldig in de gevangenis zat, bleef bij mij wel aanwezig.

Gisteren werd de film ‘De Veroordeling’ uitgezonden. Een verfilming van het boek dat geschreven werd door de onderzoeksjournalist Bas Haan over de moordzaak. Bas Haan had aanvankelijk dezelfde gevoelens als ik over deze zaak. Aan de ene kant die dorre boekhouder die haast de dader niet kon zijn en aan de andere kant de verdachte ‘klusjesman’ die alleen door het woord ‘klusjesman’ al veel verdachter klonk dan Louwes. Maar na heel erg diepgaand onderzoek kon Bas Haan absoluut bewijs leveren dat de ‘klusjesman’ de dader niet kon zijn. Op de kleding van de vermoorde weduwe was het DNA aangetroffen van Louwes op plekken van haar lichaam waar ze dodelijk getroffen was. Zo vond men sporen bij de steekplekken op haar borst maar ook op haar kraag bij haar gewurgde keel. Bovendien vond men een – weliswaar veel minder specifiek – spoor onder de nagels van de vermoorde weduwe. Vooral dat spoor onder haar nagels was belangrijk. Na onderzoek kon vastgesteld worden dat het spoor niet van de ‘klusjesman’ kon zijn en dat sloot hem definitief uit als de dader.

Aldus geheel overtuigd ging ik op bezoek op de website van Maurice de Hond in de veronderstelling dat hij toe moest geven dat hij het fout had gehad. Maar niets van dat alles. Volgens onze opiniepeiler – die ik best wel hoog heb zitten – was de ‘klusjesman’ nog steeds de dader. De Hond heeft er zelfs een filmpje over gemaakt en op youtube gezet. Wat mij zo verschrikkelijk verbaasd is het onwetenschappelijke karakter van het filmpje. Dat had ik niet verwacht van een man van de wetenschap die hij zelf zegt te zijn. Het onomstotelijke technische bewijs dat de ‘klusjesman’ definitief onschuldig maakt en al het technische bewijs dat juist in de richting van Louwes wijst, blijft in het filmpje ongenoemd. Voor een niet erg oplettende kijker lijkt De Hond aan te tonen dat de ‘klusjesman’ een leugenachtig figuur is. Maar de bewijzen voor de leugenachtigheid zijn boterzacht zo niet volkomen onjuist en bovendien is een liegbeest nog geen moordenaar.

Zo beweren twee getuigen dat de k* patiënt was van de echgenoot van de vermoorde weduwe die psychiater was terwijl k* het ontkent. Eén van de twee getuige is de ex van de k*. Niet direct een betrouwbare getuige zou je denken en bovendien wat maakt het uit. Uit het onderzoek van Haan bleek overigens, dat de k* nooit patiënt was geweest. Uit het niets wordt er verteld dat de k* een drugsprobleem had. Dat zou moeten blijken uit een handgeschreven notitie van…iemand. Maar uit het onderzoek van Haan bleek dat hij geen drugsprobleem kon hebben omdat hij aan een bepaalde ziekte lijdt. De moord zou gebeurd zijn vanuit een driftbui omdat de weduwe een legaat dat ze in haar testament aan de k* had beloofd zou hebben verlaagd. Maar achteraf bleek niet dat ze het legaat verlaagd heeft en bovendien bleek ook nog dat de k* geen idee had over hoe groot dat legaat was. De k* zou een obsessieve messenverzamelaar en -fetisjist zijn. Als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een persoon die dezelfde ‘obsessie’ met keukenmessen heeft. Maar ook dat maakt hem en mij nog geen moordenaar wel een grage hobbykok. Zowel de vriendin van de k* als de k* zelf veranderde tijdstippen en gebeurtenissen in hun verklaringen op de dag van de moord. Als je mij vraagt wat ik precies deed vorige week donderdag en hoe laat precies…dan weet ik heel zeker dat ik veel zal gokken en verbeteren. Als je daarentegen een moord hebt gepleegd, dan weet je echt alles nog; elk detail. Maar de k* had geen moord gepleegd want technisch bewijs heeft hem uitgesloten.

Ik begrijp Maurice de Hond niet, denk ik. Dat hij financiële belangen heeft en afhankelijk is van de luimen van een machtig iemand, laat ik buiten beschouwing. In de film – en waarschijnlijk ook het boek – is dat te weinig concreet gemaakt. Ik begrijp De Hond zijn vasthoudend niet aan iets dat zo aantoonbaar fout is!

k* = klusjesman

Der Freischütz – Carl Maria von Weber (en niet van Serebrennikov).

Gezien op 2 juni 2022 in de Stopera van Amsterdam

Eén van de zangers vertelt dat hij zich zo lekker kan aftrekken bij het geluid van het vrouwenkoor. Een andere zanger laat het publiek weten dat zijn vrouw wil dat hij al seksend geile woorden tegen haar zegt met een lage stem terwijl hij een tenor is en dus helemaal geen lage stem heeft… Waarom moet het publiek van de Nationale Opera deze (verzonnen?) ontboezemingen aanhoren? Is dat omdat het nou eenmaal in het libretto van Der Freischütz staat? Welnee, dat libretto van de opera vond Kirill Serebrennikov helemaal niets. Tijdens de ouverture loopt de regisseur door het libretto heen om te laten zien dat hij er niet veel waardering voor heeft. De regisseur moet gedacht hebben: Die muziek houden we, maar dat verhaal kan me gestolen worden. Aldus vertelt Serebrennikov zijn eigen verhaal terwijl van de opera slechts de muziek rest. Dat de arias’s en het vertelde verhaal daardoor weinig verband meer met elkaar hebben, zal Serebrennikov worst zijn geweest. Wat dan overblijft is een opera die bol staat van de pretenties, maar uiteindelijk weinig klaar maakt. Hoewel de regisseur ook nog een poging doet de opera muzikaal te vermoorden, lukt hem dat niet. De muziek werd zonder meer fantastisch uitgevoerd met een groots operakoor, sublieme solisten en een heerlijk Concertgebouworkest!

Het valt me soms wel eens op dat er een verband bestaat tussen de pretenties van een operagezelschap en de egotrippende regisseurs die ze in de hand nemen. Zo heb ik bij de Hamburgse opera – ook niet de eerste de beste, dus – een Parsifal gezien waarbij de zangers karateachtige bewegingen in witte jurken moesten maken; heel trendy misschien maar ook verschrikkelijk saai. Bij de Nationale opera heb ik een Salomé gezien waar de honden geen brood van lusten. Pretenties maken meer kapot dan je lief is…

Gisteren, 3 juni, publiceerde De Volkskrant een interview met Serebrennikov en zijn regie van Der Freischutz. En inderdaad – wat ik al dacht – hij kon niets met die lange lappen tekst die tussen de muzikale nummers van de opera het verhaal aan elkaar moeten rijgen en dus heeft hij die teksten maar door zijn eigen teksten vervangen. En…zeker geen Duitse teksten en al helemaal geen Nederlandse teksten. Hij ging voor Engels/Amerikaanse teksten. Ik weet wel dat velen het niet met mij eens zijn, maar hij koos zelfs voor een nieuwe hoofdpersoon; een in het rood geklede Amerikaanse hippie. Hij verwoordt de zielenroerselen van de regisseur…nou ja zieleroerselen…’iets’ van de regisseur. Ik blijf erbij dat een regisseur ten dienste staat van het stuk dat hij op de planken brengt. Een regisseur moet interpreteren en daarin kan hij prima zijn mening kwijt. Als je daarentegen je reet afveegt met het werk dat je regisseert en je er helemaal je eigen ding van maakt, dan schiet je je doel en je mandaat voorbij. Als het je als regisseur niet lukt om zo’n verhaal uit het verleden, vol duiveltjes en jachtpartijen, voor een eenentwintigste-eeuws publiek aannemelijk te maken, dan moet je gewoon je handen ervan afhouden. Men huurt mij ook niet in; ik kan er niets van, want het is mijn vak niet. Laat de Nationale Opera een regisseur kiezen die wel zijn vak verstaat. Kortom, over de enscenering was ik niet te spreken.

Als het je lukt om de muziek van al het gedoe los te weken, dan viel er ook nog heel veel te genieten. Maar zelfs in de muziek vond Serebrennikov dat hij kon ingrijpen en aldus liet hij ook een jazzcombo wat muziek opvoeren. Zo speelde ze wat muziek van Tom Waits die in zijn ‘The black rider’ zo’n beetje hetzelfde verhaal op muziek zette als Der Freischütz. Alsof dat thema zo uniek is! Meneer Serebrennikov: Dat thema hebben natuurlijk honderden schrijvers en componisten verder uitgewerkt. Een hint: Goethe’s Faust…helemaal hetzelfde thema. Moderner? Wat dacht je van Darth Vader in Star Wars?

Laat ik maar stoppen; de fantastische muziek gespeeld door het Concertgebouworkest en gezongen door fantastische solisten en een operakoor dat er absoluut mag wezen werd grotendeels teniet gedaan door een rare egotripperige enscenering. Alle respect voor gevluchte Russen…maar dit leek nergens naar. De scheppend kunstenaar van Der Freischütz is Carl Maria von Weber en niet Serebrennikov.