Tagarchief: writersblock

Writers- en readersblock

De afgelopen paar jaar vloeiden de stukjes als vanzelf uit mijn pen. Ik hoefde maar achter mijn computer te gaan zitten of daar stroomden de woorden. Ik wist waar ik het over moest hebben en wist daar altijd een leuke vorm voor te verzinnen. Alleen als ik te laat was opgestaan of als ik me niet helemaal lekker voelde, sloeg ik een dag over. Maar normaal was het als ik de vroege ochtend afsloot met een stukje op mijn site. Die tijd lijkt over. Voorbij. ’s Ochtends zit ik op dezelfde manier achter mijn computer en de onderwerpen komen als vanouds, maar ben ik een alinea verder dan overvalt me het gevoel dat wat ik doe totaal overbodig is. Dat ik net zo goed kan stoppen. Ik vraag me af wat de zin van al die moeite is. Bovendien vind ik dat wat ik op dat moment schrijf, het lezen niet waard. Kortom, het schrijven lukt niet meer zo makkelijk. Ik heb een echt writersblock. Wie had dat ooit gedacht dat ik nog eens zou kampen met een writersblock.

Gek genoeg had ik ook nooit kunnen denken hoe het zich aan mij voordoet. Ik dacht dat een writersblock was dat je totaal geen inspiratie hebt; dat je aan je bureau zit en wacht op de woorden die…dan uiteindelijk niet komen. Maar zo is het niet bij mij. Woorden en onderwerpen zat, maar het komt helemaal niet op papier zoals ik het zelf graag wil. Er gaat geen dag voorbij zonder dat er tientallen onderwerpen voorbijkomen waarover ik graag mijn mening zou willen geven. Maar dan ga ik zitten en begin te schrijven maar na een klein poosje gaat het schrijven langzamer. Dan nog langzamer. Dan lees ik terug wat ik al geschreven heb en dan vind ik het eigenlijk helemaal niks. Dan ga ik schaven, maar door het schaven wordt het alleen nog maar dunner. Dan zit ik nog eventjes te kijken en dan ga ik kijken of er nog broeken in de aanbieding zijn bij mijn favoriete webshop of ik ga onderzoeken wat er allemaal te zien en te beleven valt op onze geplande vakantielokatie en uiteindelijk sluit ik Word. Op de vraag of ik de wijzigingen wil behouden druk ik op ‘Nee’. Dan neemt het gewone leven weer zijn gangetje en heb ik dat lege gevoel dat ik niets voor elkaar gekregen heb. Jammer, want normaliter beleef ik erg veel plezier en genoegen aan het schrijven.

Gisterenmiddag was ik de stad in en kon ik de dingen niet vinden die ik graag had willen kopen. Ik belandde uiteindelijk op het dakterras van De Bijenkorf. Daar, achter mijn kopje thee, bedacht ik voor het eerst dat ik aan een writersblock leed. Ik bedacht ook dat er een reden moest zijn voor mijn onmacht. Ik bedacht dat ik momenteel inspiratie opdoe over hoe nu verder met mijn schrijverij. En eerlijk gezegd is dat helemaal niet zo’n gekke gedachte. Ik lees erg veel. Dat deed ik eerst dus niet. Ik probeerde het wel, maar ik heb lange tijd met een readersblock gezeten. Ik begon aan een boek en las enthousiast de eerste hoofdstukken. Maar daarna las ik steeds minder totdat ik uiteindelijk me maar heel moeilijk kon herinneren waar het boek over ging en ik het maar weglegde. Gelukkig is die tijd weer voorbij en gaat het lezen weer helemaal vanzelf.

Zouden writers- en readersblock elkaar in evenwicht houden? Als ik het één heb, heb ik juist niet het andere? Geen idee maar ik zou willen dat ik er ietsje minder onder leed.

Kooloog

Tweeëndertig jaar geleden schreef ik mijn laatste gedicht. Ik schrijf geen gedichten meer, omdat ik het niet goed genoeg kan. Tweeëndertig jaar geleden dacht ik dat ik het wel kon. Misschien was dat gedicht wel heel erg goed. Dat weet ik niet, want ik heb het niet bewaard. Gisterenavond zocht ik ernaar. Maar nee, nergens. Niet zo gek, want het gedicht schreef ik in het pre-digitale tijdperk. Op de computer zoeken is dus zinloos. Het gedicht zoals ik het geschreven heb, ben ik kwijt, maar de strekking is me bijgebleven. Nu tweeëndertig jaar later had mijn laatste gedicht iets profetisch.

Tweeëndertig jaar geleden waren Josien en ik net volwassen geworden samen. Vanaf het moment dat je de verantwoordelijkheid hebt gekregen over een kind, ben je volwassen, hoe oud of jong je ook bent. Wij waren nog jong, maar volwassen. En…ongegeneerd gelukkig. We waren, ondanks een heleboel kleinere of grotere problemen, ongehoord gelukkig met ons tweeën en die derde, ons kind, was zo welkom als iemand maar kan zijn. Al onze probleempjes van toen waren naar de achtergrond geschoven. Die hadden nauwelijks betekenis. Dat ik niet meer wist hoe ik verder moest met mijn studie, dat Josien ook de draad kwijt was van haar studie. Dat we feitelijk geen inkomen hadden. Dat we ook geen woning hadden en het met een tochtig krot moesten doen; het was allemaal onbelangrijk. We lagen samen in bed met de baby tussen ons in. Alleen maar genieten. We vergaten de rest. Wij met z’n drieën in een cocon van geluk.

We werden, net als elk zuigelingen gezinnetje, geleefd door de voedingen. En zo zat ik op een nachtelijk tijdstip in de huiskamer. Moe maar gelukkig. En ik wilde schrijver worden, maar had ook juist in die dagen het besluit genomen dat niemand ooit onder mijn schrijverschap zou lijden. Ik keek daarbij naar geliefde en zoon. Omdat de schrijver die dat besloot (ik, dus), vrijwel geen zin op papier zette, was het besluit om niemand ooit te laten lijden onder het schrijverschap ook meteen het einde van dat schrijverschap; deze jongen ging niet gekweld lopen doen over een writersblock ofzo. Maar als het kwam, dan kwam het. En in die nacht op dat onmogelijke uur, kwam het. Een gedicht. Ik schreef een gedicht over een kooloog. Een jongen met diepzwarte ogen. Mijn babyjongetje had een kastanjebruine kuif en diepzwarte ogen. Kooloog is een lekker woord. Allemaal o’s. Rond en warm.

In het gedicht vergeleek ik mijn moeizame zoektocht naar mijn liefste met zijn zoektocht in de toekomst. En ik zag toen in die nacht, dat er een verschil zou zijn tussen zijn binnen- en buitenwereld. In de buitenwereld zou er een rijzige, mooie, donkerogige man zijn. Sterk en slim. Intelligent en atletisch. Geliefd bij vrouwen. Maar zijn binnenwereld was gevuld met onzekerheid over eigen kunnen. Een binnenwereld die kansen niet kon herkennen. Een binnenwereld die hem in de toekomst erg zou  beperken. Mijn gedicht probeerde zijn toekomstige persoon te helpen: ‘treedt naar buiten want ze smachten naar je, ze willen je!’

Maar ik heb het gedicht niet meer en het heeft die baby van toen ook niet veel geholpen, trouwens. Zijn strijd tussen binnen- en buitenwereld is heftig, heel erg heftig. Ik weet niet meer hoe ik hem kan helpen…

Ik schrijf geen gedichten meer. Soms probeer ik het nog weleens…maar nee. Kooloog…