Tagarchief: wouter bos

Weer een afscheid van Wouter Bos

Toen Pim Fortuyn werd doodgeschoten, borrelde uit het moeras de giftige oprisping dat de kogel van links kwam; van de Partij van de Arbeid. Ik ben toen actief geworden in mijn partij. Ik zag Pim Fortuyn als iemand die de geest uit de fles haalde; onderbuikgevoelens losmaakte en groepen tegen elkaar opzette. Nederland verdiende Fortuyn als premier. Daarna zou hij op natuurlijke wijze uitdoven; dat wist ik zeker. De moord op Fortuyn was daarom een ramp voor links. Ik wilde mijn steentje bijdragen aan herstel van mijn partij. Dat kon alleen maar, vond ik, door mij openlijk achter de partij te scharen.

Ik werd secretaris van onze afdeling en coördineerde campagnes. Wouter Bos was toen net partijleider geworden. Hij was extreem slim, charismatisch en…open en eerlijk. Wouter Bos was iemand voor wie ik graag de benen uit mijn lijf liep. Toen hij wat jaartjes later, aankondigde dat hij ermee ophield, schokte hij mij diep!

Zijn columns, die hij na zijn periode als partijleider in de Volkskrant schreef, heb ik altijd gretig gelezen. Hij gunde ons een blik in de keuken van de Nederlandse politiek. Centraal thema in al zijn stukjes: De kloof tussen ideaal en werkelijkheid. Het is niet moeilijk om mensen te winnen voor je idealen; het realiseren is de uitdaging. Nederland is een coalitie-compromissenland. Van een compromis wordt niemand ooit blij. In een coalitie heb je mazzel als het je lukt om de successen van de samenwerking aan jouw partij te koppelen en de decepties aan de andere partijen.  Voor mijn partij pakt dat doorgaans slecht uit.

Gisteren las ik zijn laatste column. Hij had alles wat hij te zeggen had al eens eerder gezegd en daarom hield hij ermee op. Jammer! Alweer schokkend! Ik wil alles wat hij te schrijven heeft graag meerdere keren, in verschillende toonaarden, lezen.  Wat Wouter Bos te zeggen heeft, is altijd de moeite waard.

Bij Pauw, gisterenavond, vergeleek hij de beroepen columnist en politicus. Als je als politicus je mening geeft, heeft dat meteen consequenties. De cameraploegen rukken al uit op het moment dat je je mond opendoet.  Als columnist mag je ongestraft overal een mening over geven. Niemand roept je ter verantwoording. De columnist is koning binnen zijn column en over zijn column!

Bij Pauw gisterenavond toch ook een uitglijder. De groene zeep werd gesmeerd door CDA-politicus (hoewel journalist) Frits Wester. Wester viel Bos zwaar aan omdat hij in zijn column pleitte voor een samenwerking tussen Groenlinks en de PvdA. Betweter Wester wees Bos op de tegenstrijdigheid met Bos’ eigen beleid van destijds. Wester verweet Bos opportunisme; nu het slecht gaat met de partij moet een andere partij hen komen redden. In de tijd dat het goed ging met de partij (onder Bos, dus) had de PvdA er geen oren naar. Wouter Bos ging dat omstandig uitleggen. Maar Bos realiseerde zich niet op tijd dat hij In het verleden functioneerde als partijleider van een partij die opereerde in een complex politiek krachtenveld waarbij zijn uitspraken meteen consequenties hadden op de politieke situatie van toen. Nu is hij columnist zonder verdere verantwoordelijkheid. Wouter Bos gaf als columnist zijn mening en zijn analyse. Zonder consequenties. Wouter Bos is koning binnen en over zijn column. Dat had hij Frits Wester moeten antwoorden. Had hij in zijn volgende column kunnen doen. Maar helaas… hij is nu ook geen columnist meer…

De premier met het blotebillengezicht

Er leek nog niets aan de hand. Wouter Bos was net minister van Financiën geworden. Hij wist nog niet wat hem boven het hoofd hing. Gelukkig maar. Zelfs bij de ABN-AMRO leek alles goed te gaan en Scheringa leidde nog succesvol zijn bank (vond hij zelf). Er rommelde heus wel wat, maar niet onheilspellend. Een soort darmgeluidjes. En toen was er ineens een internetspaarbank die heel hoge rente gaf. Uit IJsland…ook al zo vreemd. Men was nog niet helemaal gewend aan globalisering. Maar of het nou buitenland was of niet, wat maakte het uit; de rente was, in vergelijking tot Nederlandse banken, torenhoog. Had je verstand van geldzaken dan zette je natuurlijk veel geld op die IJslandse spaarbank. Dat leverde nog eens wat op. Dat maakte de verliezen goed die geleden waren op de aandelenbeurzen.

Die IJslandse banken waren toen echt hot. Zelfs ik had ervan gehoord. Ik werkte toen nog niet in de financiële sector en banken interesseerde me geen zier. Ook aan sparen dacht ik niet of nauwelijks. Ja, de ergste klappen konden we heus wel opvangen, maar ik herinner me dat ik er best een beetje trots op was dat bij ons het geld gewoon op ging. Bleef er wat geld over, dan deden we daar leuke dingen voor. Zo zaten wij in elkaar. Woorden als ‘vermogensopbouw’ deed ons walgen. Ons geld rolde. Maar andermans geld niet, zo bleek. Mensen die een ‘vermogen’ hadden en aan ‘financial planning’ deden, wilden af van dat risicovolle beleggen in ‘derivaten’. IJslandse banken gaven een ‘goed rendement’ en hadden een minimaal ‘risicoprofiel’. Ik geloof dat dat wel zo’n beetje de redenering was van financieel serieus Nederland.

Mis poes! Die IJslandse banken waren een drama, achteraf gezien. Ze stonden al op instorten maar om meer geld binnen te krijgen, hoopten ze hun problemen op te lossen. Als bank krijg je meer (spaar)geld binnen, als je een aantrekkelijke rente belooft. Dat deden deze banken, dus. Foute boel! Het zakie stortte volledig in. Het spaargeld tot honderdduizend euro werd gegarandeerd door de IJslandse regering. Wat bleek, als de IJslandse regering al het in Nederland en elsewhere gegarandeerde geld gingen vergoeden, dan was er een ogenblikkelijk IJslands failliet; het gegarandeerde geld overtrof de landsbegroting meerdere malen. Daarom schoot onze regering het geld maar even voor… maar met een fikse betalingsregeling voor de IJslanders in het verschiet…

Ook de IJslanders waren hun spaargeld kwijt. Die hadden hun geld ook massaal op de IJslandse banken gezet. Hun overheid had garanties afgegeven. Garanties moesten betaald worden met belastinggeld. Belastinggeld was opgehaald bij de IJslanders. IJslanders hadden best reden om ontevreden te zijn; Ze waren hun eigen spaargeld kwijt en het spaargeld van anderen moesten ze ook nog eens terugbetalen.

Nu blijkt dat de minister-president van IJsland geprofiteerd heeft van de crisis die IJsland zo hard trof. De IJslandse premier met het blotebillengezicht. Sigmundur Gunnlaugsson… De panama-papers doen over IJslands eerste burger een boekje open… Oei. Gelukkig kent IJsland heel veel verstopplekken… Leegstaande bankgebouwen bijvoorbeeld!

Politiek correct

De column van Arnon Grunberg van vandaag is niet geschreven voor de gemiddeld intelligente mens. Ik vrees dat het stukje van vandaag alleen begrijpelijk is voor extreem hoogbegaafden, zoals hijzelf. Andere extreem hoogbegaafden schieten me niet zo snel te binnen, overigens… Zelfs nadat ik zijn stukje enkele keren gelezen heb blijven er nog onbegrijpelijke zinnen. Dat terwijl de column maar, pak ‘em beet, vijftien zinnen lang is. Het gaat over de vraag wat politieke correctheid nou precies is. Daar is nogal veel over te doen, de laatste tijd, omdat het door schreeuwerige en opgehitste mensen te pas en te onpas wordt gebruikt.

Wat denk ik daar zelf over? Doorgaans hebben ze het bij politieke correctheid over in hun ogen verkeerd gedrag van mensen die streven naar een harmonieuze, duurzame samenleving waar geen onderscheid wordt gemaakt tussen sekse, geloof, etnische achtergrond of seksuele geaardheid. Soms heiligt het doel de middelen en wordt er wel is wat verzwegen. Om het concreter te maken: Stel een homo slaat iemand de hersenen in, dan is het politiek correct als je zegt dat iemand, iemand anders de hersenen heeft ingeslagen. Want door niet te noemen dat de moordenaar een homo is, zou het probleem verdoezeld worden dat homo’s een grote neiging hebben om anderen de hersenen in te slaan. Ook al is er voor deze moorddadige neiging van homo’s geen enkel wetenschappelijk bewijs.

Grunberg lijkt (want begrijp ik hem wel goed) de definitie van Paul Cliteur te weerleggen. Wat beweert Cliteur over wat politiek correct handelen is: ‘De neiging om dingen naast ons neer te leggen die ons niet welgevallig zijn, ook als die dingen wetenschappelijk zijn onderbouwd.’ Volgens Cliteur heeft dit denken spectaculaire vormen aangenomen. Ik ben het wel met Grunberg eens dat Cliteur er weinig van bakt. Neem bijvoorbeeld het partijprogramma van de PVV Almere (al bij voorbaat niet politiek correct). Zij willen geen enkele barrière voor ondernemers. Duurzaamheid kan een hindernis zijn voor ondernemers. Zij zijn tegen duurzaamheid. Ze stellen: De aarde warmt niet op en duurzame maatregelen zijn verspilling. Deze stelling van de PVV valt ruimschoots binnen Cliteur’s definitie van wat wel politiek correct is, maar het is het niet. Cliteur heeft afgedaan…

Grunberg komt ook met een eigen definitie. Hij beweert dat politieke correctheid niet meer is dan prudentie, hoffelijkheid, empathie en diplomatie. Wat Grunberg vergeet is dat ‘politiek correct’ immer negatief gebruikt wordt, daarom kan Grunbergs definitie niet goed zijn.

Afgelopen donderdag schreef Wouter Bos in zijn column over politieke correctheid. Hij vindt dat politieke correctheid is dat een probleem ontkend wordt omdat het politiek niet uitkomt. Ik vind dat in de buurt komen van Cliteur. Politiek correct heeft altijd met links te maken; is verondersteld, of echt gedrag van linkse mensen. Ik ben het dus niet met Bos eens. Wel misschien met zijn politieke correctheid van de tweede orde: Mensen veralgemeniseren problematisch gedrag zo sterk, dat het verbloemd dat hier wel degelijk sprake is van ongewenst gedrag van een bepaalde groep. Dit voorkomt dat er specifieke maatregelen genomen kunnen worden.

Ik denk dat ik mijn eigen definitie of omschrijving toch het beste vind, maar misschien is die van Grunberg nog wel beter en heb ik wat hij schreef gewoon niet goed begrepen.