Tagarchief: Vietnam

Gezichtsverlies

Als er één ding duidelijk werd gisterenavond bij Zomergasten, dan is het wel dat ook Eric Wiebes niet kan uitleggen waarom dit kabinet zo nodig de dividendbelasting wil afschaffen. Het gedraai van Wiebes bracht mij terug bij een Netflix serie die ik voor de vakantie heb bekeken. De serie die heel precies de geschiedenis van de Vietnamoorlog beschreef. Een fascinerende serie waarbij de koude rillingen je over de rug lopen. Natuurlijk gaat het over massale bombardementen en de vernietiging van een groot stuk tropisch regenwoud. Maar voor mij ging hij vooral over politiek falen; het idee dat een hoogwaardigheidsbekleder geen gezichtsverlies kan en mag leiden. Dat idee hield de oorlog zeker een decennium aan de gang. Alle machthebbers wisten allang dat de oorlog niet te winnen was. Ze wisten dat de oorlog veel levens zou kosten, ze een land aan flarden zouden moeten bombarderen en dat ze uiteindelijk niet zouden bereiken wat ze hadden gezegd dat ze zouden bereiken; de oorlog winnen. Maar toch gaven ze de oorlog niet op. Ze gingen door ondanks dat ze wisten dat het heilloos was omdat ze geen gezichtsverlies wilden. Dat kostte honderdduizenden mensen het leven. Vietnamezen sneuvelden bij bosjes, de burgerbevolking stierf als ratten en ook de Amerikaanse militairen stierven bij bosjes. Oorzaak: De Amerikaanse president wilde geen gezichtsverlies leiden.

Goed, oké, de afschaffing van de dividendbelasting is wel even iets anders dan een oorlog. Dat klopt. Maar toch zijn de principes hetzelfde. Een regering heeft zich laten inpakken door lobbyisten van grote internationale bedrijven. Op zich al een minpuntje, natuurlijk. Je mag best luisteren naar wat er zoal tegen je gezegd wordt, maar je laten inpakken…dat is geen leuke constatering. Dat die regeringspartij ingepakt was, ontdekten ze toen het te laat was. Pas toen het voornemen was opgenomen in het regeerakkoord. Het volledig uitgeonderhandelde en daarna dichtgespijkerde regeerakkoord. Pas toen ontdekte men hoe men was ingepakt en hoe men zich had laten manipuleren. Bedrijven die hun grote geld verdiend hadden met het vervuilen van de aarde en het verkopen van ziekmakend voedsel hadden gedaan gekregen dat hun buitenlandse investeerders in de toekomst minder belasting hoefden te betalen. Dat dat ten koste gaat van de eigen bevolking was men even vergeten. De belasting op de producten die je echt nodig hebt, zouden, volgens diezelfde plannen, van 6% stijgen naar 9%. Zonder dat ze het doorhadden (anders is het wel heel cynisch) bleek het regeerakkoord het scenario van de omgekeerde Robin Hood; stelen van de armen om de rijken te spekken.

In de serie over de Vietnamoorlog bleek dat Nixon geen gezichtsverlies wilde leiden en dat er dus duizenden mensen stierven. Rutte en de VVD willen geen gezichtsverlies leiden en dus geven we geld weg aan de superrijken en betalen we het met het geld van de allerarmsten…

The Vietnam War; geschiedschrijving van de bovenste plank!

Ik zat in de brugklas. Het was tijdens de les aardrijkskunde dat één van mijn klasgenootjes vroeg of we mochten staken voor de Vietnamoorlog. ‘Als je staakt, dan staak je,’ antwoordde onze leraar: ’Als je wilt staken vraag je niet om toestemming, maar dat doe je.’ Wij konden onze oren niet geloven. We voelden ons zo voor vol aangezien! En toen gingen we allemaal de straat op. Naar de grote demonstratie. Ik had op het nieuws wel gezien wat er zo’n beetje speelde op dat moment in dat land heel ver weg. Enorme bombardementen werden er uitgevoerd op de Ho Tsji Min route. Ik was tegen oorlog omdat oorlog verschrikkelijk slecht was, had ik meegekregen. Maar verder…geen idee. En dus demonstreerde ik tegen de oorlog in Vietnam en riep zo hard als ik kon ‘Nixon moordenaar!’ Mijn eerste demonstratie. En we waren trots dat we dit deden en ik was opgelucht omdat de les Frans nu niet doorging waarvoor ik mijn huiswerk niet had gemaakt.

Niet dat er enig verband bestond tussen onze leerlingenstaking en de gebeurtenissen in Vietnam, maar niet veel later sloten Amerika en Vietnam een wapenstilstand en trok Amerika al haar troepen terug uit Vietnam. Er werd niet meer gebombardeerd. Dat Henry Kissinger en Le Doc Tho later de Nobelprijs voor de vrede kregen, vond ik nergens op slaan. Zeker Henry Kissinger verdiende die prijs niet omdat hij het land vertegenwoordigde dat de bevolking in Zuid-Oost Azie zo verschrikkelijk veel leed had aangedaan. Dat Amerika de oorlog had verloren, drong pas veel later tot me door. Ik heb nog een tijd gedacht dat de twee landen een eervolle deal hadden gesloten, maar toen de beelden de wereld over gingen van de Amerikaanse ambassade en de overhaaste vlucht van de Amerikanen, maar vooral toen er een helikopter overboord werd gegooid om maar meer mensen op het schip kwijt te kunnen, begreep ik dat de Amerikaanse nederlaag gigantisch was. Amerika had verschrikkelijk veel soldaten verloren en was daarmee niets opgeschoten. Ze hadden geen centimeter terrein gewonnen (en ook niet verloren, trouwens); hun aanwezigheid had niets opgeleverd. Een paar jaar later kwam ‘Apocalypse now’ uit. De film liet een gedemoraliseerd Amerikaans leger zien met een gigantische vuurkracht. Ze vernietigde alles was ze tegenkwamen. Vietnamezen werden vooral als slachtoffers getoond of als de onzichtbare vijand. Maar, en als je daarover nadenkt wel heel vreemd, Amerikanen zijn in deze film de wreedste tegenstanders van Amerikanen.

Ik vroeg me al heel lang af wat er nu werkelijk was gebeurd in dat land vol ongerepte jungle. Hoe heeft de oorlog zich ontwikkeld en wat waren de politieke besluiten die eraan ten grondslag lagen. Vanaf wanneer wist men dat de oorlog door de Amerikanen niet te winnen viel en welke conclusies trok men daaruit?  Hoe keken de soldaten zelf tegen deze oorlog aan? Netflix geeft antwoord op al je vragen over de Vietnamoorlog in de fantastische documentaire reeks The Vietnam War. Het is even een zit (tien afleveringen van anderhalf uur) maar dan heb je wel wat; een zeer gedetailleerd verslag van de Vietnamoorlog. Van het ontstaan van de bevrijdingsoorlog tegen de Fransen tot aan het Vietnammonument in Washington.

Stap voor stap zie je hoe de Verenigde Staten in het moeras zakken. Hoe ze, overtuigd van hun militaire superioriteit het zonder enig strijdplan opnemen tegen een nationalistische Vietnamese strijdgroep die door de jaren heen steeds meer onder invloed raakt van het communisme. Onbegrijpelijke politieke keuzes lijken aan de Amerikaanse inmenging ten grondslag te liggen. Vanaf het begin van de oorlog waren er al, invloedrijke, stemmen te horen die zeiden dat de oorlog zinloos zou zijn en niet te winnen en dat Amerika alleen maar in staat zou zijn tot massale vernietiging van het land zonder dat daarmee de oorlog te winnen was. Amerikanen huldigden niet het idee dat het land veroverd moest worden, want dat zou ze in het jungleland niet lukken. Amerikanen hadden het idee dat als de vijand enorme verliezen zou lijden ze op den duur geen mensen meer overhielden om de strijd te voeren. Het succes van de Amerikanen werd afgeleid uit het tellen van vijandelijke dode lichamen. Een strategie die nergens op sloeg maar die bij mij wel heel veel teweegbrengt.

Wie van geschiedenis en geschiedschrijving houdt, zal smullen van deze reeks. Heel veel zaken heb je wel van horen zeggen, maar de details ontbreken. Deze documentaire vult alle details in en laat de soldaten vertellen wat het voor hen betekende. Bovendien is er een goed evenwicht tussen het Amerikaanse verhaal en het Vietnamese. Dat de Amerikaanse soldaat kritisch kijkt naar de beslissingen die op politiek niveau genomen zijn, is bijna politiek correct, maar dat ook de Vietnamezen kritisch kijken naar beslissingen die de Vietnamese overheid nam, lijkt niet zo erg voor de hand te liggen, maar gebeurt wel.

Gezien het feit dat de Vietnamoorlog een oorlog was die bijna live op de televisie werd uitgezonden, is er aan beroerde oorlogsfilm geen gebrek. De ellende wordt aan elkaar geregen en niet iedereen kan daar tegen. Voor de geschiedenisliefhebber (zoals ik) is de documentair reeks een must. Ik heb zitten smullen van de ellende van het verleden; vijftien uur lang!

Mohammed Ali is overleden!

In maart 1971 was ik elf jaar. Mijn moeder was (tijdelijk) getrouwd met Theo W. Mijn echte vader was al een paar jaar weg. Foetsie. Liet niet meer van zich horen. Ik miste hem enorm. Ik legde Theo W. langs mijn vader. Mijn pa als meetlat, en jongens, wat verloor die Theo W.!

1971 was voor mij best een zwaar jaar. Niet alleen dat ik van vader was gewisseld, ik was ook naar een andere school gegaan. Wat betreft onderwijzeressen bofte ik juist niet in die periode. Op de Berlage school had ik Juffrouw Visser. In mijn ogen een tachtigjarige. Ze liep mank en had een vals gezicht. Haar praten was snauwen en ze had alles afgeschaft wat leuk was. We zaten de godganse dag aan het rekenen en taal. Behalve met haar verschijning, die al beangstigend genoeg was, hield ze de tucht erin met lijfstraffen. Een klap voor je kop was heel gewoon bij juffrouw Visser. Heel af en toe smolt Juffrouw Visser. Dan had ze haar twee nichtjes op bezoek. Die kregen een tafeltje in de klas en gingen dan stilletjes ‘iets’ doen. Juffrouw Vissers snauwen werd dan praten en een draai om je oren werd een dringend verzoek. Wij vonden het fijn als juffrouw Visser haar nichtjes op bezoek had.

Onder invloed van Theo W. zag mijn moeder toch wel in dat Berlageschool en juffrouw Visser niet het ideaal waren voor ons. Daarom gingen wij naar de montessorischool. De Anne Frankschool. En toen zat ik ineens bij mevrouw Duringshoff in de klas. Vanaf het begin was het hommeles tussen mij en mevrouw Duringshoff. Op mijn eerste ochtend schoot ik in de houding toen ze de klas binnenstapte. De rest van de kinderen gingen gewoon door met wat ze deden. Wist ik veel…Als ik een week geleden niet in de houding was gesprongen, dan had ik een klap gekregen. Terwijl ik met kaarsrechte rug en mijn armen over elkaar zo zoet mogelijk probeerde te zijn, foeterde mevrouw Duringshoff me uit. Daarna is het nooit meer goed gekomen tussen ons. Wel mevrouw Hindeloopen. Die viel regelmatig in. Ik was gek op d’r!

In die periode dus. Er woedde een afgrijselijke oorlog in Zuidoost-Azië tussen de Verenigde Staten en Vietnam. Mijn ouders waren fel tegen Amerikaanse inmenging. Ik dus ook. En… Cassius Clay ook. Die had zelfs dienstgeweigerd. Hij vond de oorlog onrechtvaardig en weigerde daarom dienst. Een heldendaad vond iedereen. Dat hij niet meer mocht boksen, terwijl hij de beste bokser van de wereld was, vonden we zo onrechtvaardig! Nog nooit waren we zo begaan geweest met een bokser. Cassius Clay was een absolute held in een sport die ons compleet helemaal niets zei. Voetbal was onze sport met Cruyff, Keizer en Swart. Boksen…het draaide allemaal om Cassius Clay.

In 1971 mocht Cassius Clay weer boksen. Als Mohammed Ali kroop hij uit de cocon die de Amerikaanse regering voor straf om hem heen gesponnen had. Maar toen hij er eenmaal uitgekropen was, stond daar wel iemand. Het grote gevecht in maart 1971 ging tussen Mohammed Ali en Joe Frazier. Het werd rechtstreeks uitgezonden op de televisie. Onze verwachtingen waren enorm. Na lang zeuren – en omdat het Mohammed Ali was – mocht ik kijken. Probleempje was, dat het gevecht om drie uur ’s nachts werd uitgezonden. Dus had ik de wekker te leen. Naast mijn bed. Maar wat tikte dat ding. Ik kon er dus helemaal niet van slapen. Om twaalf uur was ik nog niet in slaap. Om één uur nog niet. Tiktak, tiktak. Ik werd er gek van. Ik besloot de wekker uit te zetten en dan maar wakker te blijven. Zo zag ik het twee uur worden en halfdrie… En toen werd ik om halfacht gewekt door mijn moeder omdat ik naar school moest. En zo ging het gevecht van de eeuw aan mij voorbij. Spijtig!

Mohammed Ali is overleden. 2016 wordt het jaar van de overleden sporthelden, denk ik.