Tagarchief: vakantie

Naar Athene

Als mijn liefste helemaal eerlijk en open zou meedoen aaneen profile dynamics meting, dan zou turkoois de bij haar overheersende kleur zijn; de kleur van de wereldverbeteraar. Zij neemt alles wat de milieubeweging zegt poepie serieus. Tuurlijk, ik ook wel. Maar toch anders dan zij. Ik hou erg van d’r. Misschien wel omdat ik ook een wereldverbeteraar ben. Maar ik ben makkelijker bereid om water bij de wijn te doen. Ten opzichte van haar voel ikme af en toe schuldig. Dat is een verkeerde emotie.  Je schuldig voelen is niets meer en minder dan agressie voelen ten opzichte van de ander; je hebt het gevoel niet aan de strenge normen van de ander te voldoen terwijl je dat eigenlijk ook niet wilt,maar wel gedwongen bent omdat je vindt dat die normen van die ander superieur zijn aan wat jij vindt. Zoiets dus. Best ingewikkeld. Dat complexe gevoel wil ik best af en toe voelen bij een willekeurig ander maar niet bij haar. Mijn liefste, dus.

 Zo kwam het dat we kortgeleden van onze fantastische vakantie in Thailand terugkeerden. Bij mij is het zo dat zodra ik weer in mijn eigen huis zit en weer netjes naar mijn werk ga, ik de oncomfortabele en lange marteltocht in het vliegtuig vergeten ben en ik mijn volgende vakantie ga boeken.Het is altijd leuk om een vakantie in het niet al te verre vooruitzicht te hebben. Dus ik zocht en vond en ik stelde het mijn geliefde voor. Ik schrok van de vastberadenheid waarmee ze het afwees; ze wil niet elk jaar vliegen. Nou, ik dus wel; Ik wil de wereld zien! Maar ja, haar motivatie waarom ze het niet wil, gaat mij natuurlijk aan het hart: Hoe gaan we de klimaatdoelstellingen halen als iedereen twee keer per jaar een vliegreis onderneemt? Het aantal vliegtuigvluchten moet drastisch omlaag. En…als je de wereld wilt verbeteren,begin dan bij jezelf. Ja, Frits; zo zit dat. Maar ik wil wat van de wereld zien! Het is zo onrechtvaardig; waarom vliegen anderen wekelijks zonder dat ze een geliefde hebben die ze op hun makke wijzen en waarom ik wel. Ik voel me zo schuldig…zo schuldig…

Dat heb ik dus eventjes snel overboord gezet. Ik wil de wereld verbeteren en ik wil ook best bij mezelf beginnen, maar ik ga het niet overdrijven. Dus zei ik manmoedig tegen haar: Als jij niet mee wilt, dan ga ik alleen. En in plaats van dat de opgelopen spanning tussen ons uitliep op een stevige ruzie, vond ze het eigenlijk wel een goed plan. En toen zat ik er natuurlijk meteen ook aan vast en dat is best eng.

Ik kocht een vliegticket naar Athene en ik boekte een hotel.Halverwege februari gaat het gebeuren. Het klinkt kinderachtig maar ik ben er al een tijd intensief mee bezig. Vooral met de dingen die mijn geliefde doorgaans voor haar rekening neemt in een heel erg vreemde stad. Neem bijvoorbeeld de weg naar het hotel vinden. Hartstikke makkelijk met Google maps op je telefoon…tenminste dat vindt iedereen…behalve ik. Dat poppetje loopt bij mij altijd de verkeerde kant uit. Bovendien, wat als mijn telefoon juist op dat moment leeg is… Een kaartje kopen voor de trein of de metro. Doen we samen.Overleggen…

Sjonge wat een kinderachtig gelul. Man, laat naar je kijken.Je gaat lekker naar Athene. Je gaat dronken worden van de heerlijkste Griekse wijnen; je gaat Bacchus in eigen persoon ontmoeten; het wordt een feest onder of bovenop de Olympus!

Ik denk het wel. Ja, het wordt een feest. En schuldig? Nee, geen enkele last meer van schuldgevoel.

We hebben het zo koud…

We hadden ze een beetje uitgelachen. Niet kwaadaardig ofzo, maar toch. Wandelen in Ierland. Tijdens de zomervakantie. Je weet toch dat het in Ierland altijd regent? En als het niet regent dan mist het er. En als het regent of mist, dan is het stervenskoud. Nee, de Britse eilanden daar moet je niet zijn in de zomervakantie als je juist de zon zo hard nodig hebt. Als je veel buiten bent. Dat hadden we gedacht toen ze vertelden waar ze naartoe zouden gaan. We vroegen het veel voorzichtiger omdat we hun voorpret niet wilden verpesten: “Maar daar regent het toch vaak?” “Valt wel mee,” hadden ze geantwoord. Lange afstand wandelen. Met een zware rugzak op je rug. Wij zagen dat helemaal voor ons…in de stromende regen. Je broek zwaar van het opgezogen vocht. En dan maar lopen. Doorstappen. Anders moet je overnachten in de natte buitenlucht. We hadden wel een beetje medelijden. Maar zij hadden er wel zin in. Ze zaten zich absoluut te verheugen op hun vakantie, net als wij.

Wij waren natuurlijk veel verstandiger. Frankrijk. Noord-Frankrijk weliswaar, maar Frankrijk. Een vakantieland bij uitstek. Daar regent het niet zo vaak en daar zijn de temperaturen aangenaam. In Frankrijk eet je een heerlijk vers stokbroodje met dik boter en een lekkere laag weet-ik-veel kaas. Daar zit deze jongen lekker vroeg op de camping in de opkomende zon te schrijven en te lezen. In Frankrijk is het genieten van het vakantieweer. Zo is dat! Heel anders dan in dat koude en natte Ierland…

We zitten dus hier op de camping in onze zeiknatte tent in de buurt van Chantilly. Twee dagen geleden is het begonnen met regenen en sindsdien is het nauwelijks meer droog geweest. Alles wordt vochtig. Alles is koud. Heel af en toe verlang ik naar huis…arme ik. Deze jongen heeft medelijden met zichzelf. In de tent in een lange broek en met een dikke trui aan en dan heb ik het nog steeds niet lekker warm. Vakantie 2017 is koud en nat. Zelfs in Frankrijk. Gelukkig is er heel veel moois te zien. Hebben we eergisteren door het chateau Chantilly gelopen en de fantastische verzameling bekeken, gisteren naar een ietwat tegenvallende abdij, vandaag gaan we naar de grootste van de gotische kathedralen in Beauvais. Heus er is altijd wat te doen in Frankrijk. Maar toch…we hebben het zo koud!

Vakantie en een nieuwe manier van werken

Ik denk dat ik de onschuldigste slaper van de wereld ben. Als ik in bed lig dan hoef ik maar een positieve gedachte te denken en weg ben ik. Meestal is die positieve gedachte niet eens nodig. Voordat mijn hoofd mijn kussen raakt; ergens halverwege rechtop zitten en landen val ik al in slaap. Zo gaat dat al jaren. In dromenland voor ik er erg in heb. Dromenland? Anderen zeggen dat; ik kan me er weinig van herinneren. Als je het mij vraagt verdwijn ik in een groot niets. Hoogstens ontwaak ik uit een droom. Maar dat is een uitzondering. Meestal ben ik even plotseling wakker als dat ik in slaap viel.

Maar gisterenavond dus niet. Gisterenavond kwam de slaap niet zomaar. Ik lag te denken. Aan mijn werk nog wel! Dialogen kwamen voorbij tussen mij en collegae. Als zij dít zegt, dan reageer ik zó. En als hij dít beweert dan zeg ik dát en dan moet hij toch wel overtuigd zijn dat die andere richting ons uiteindelijk dichter bij het doel brengt. En zo lag ik hele discussies en gesprekken te voeren. Onderwijl speelde er verschillende mooie delen van pianoconcerten van Mozart door mijn hoofd. Ik was met mijn werk bezig en mijn team en werd steeds enthousiaster. Terwijl ik gisteren juist mijn eerste vakantiedag vierde en ik geacht werd mijn werk achter me te laten. In plaats van dat de slaperigheid toenam, nam de adrenaline toe. Ik kon het proces in mijn hoofd haast niet laten stoppen. En toen herinnerde ik me vakanties van vroeger. Toen ik met kleine jongetjes op vakantie ging. Toen had ik last van vakantiestress. De eerste twee dagen moest ik ontgiften. Dan leed ik aan heftige hoofdpijn. Dan zat ik op de camping en zag ik al mijn fouten en tekortkomingen voorbijkomen. En die, en daar was ik van overtuigd, ontdekten mijn collegae op dat moment omdat ik op vakantie was en niets kon zeggen over het hoe en waar en waarom van alles dat ik gemaakt had. Mijn hoofd moest tot rust komen en ik was er echt een paar dagen ziek van. Na zo’n twee dagen werd ik eindelijk opgeslokt door jongetjes die wilden voetballen en ijsjes eten en andere dingen die je tijdens de vakantie doet en langzaam wist ik dan te ontspannen.

Maar nu is het niet meer vroeger en ik zit helemaal anders in mijn werk. Ik voel geen echte blokkerende stress meer. De organisatie waarbinnen ik werk is compleet veranderd. Mijn werk is anders georganiseerd. Toen ik destijds op vakantie aan werkstress zat te lijden, had ik niet kunnen denken dat het anders kon. Maar nu realiseer ik me dat we als mensheid eeuwenlang gewerkt hebben op een manier waarop je het meeste haalt uit routinewerk; met een manager die de voortgang in de gaten houdt omdat een hogere manager zijn voortgang in de gaten houdt zonder dat er aandacht is voor de complexiteit van wat er op de werkvloer gebeurd. Als je maar levert. Nu werken we in teams die gezamenlijk ingewikkelde probleemstellingen oplost. In mijn branche managen we de managers langzamerhand weg; wie had dat ooit gedacht! Managers zijn ervoor om ons zo veel mogelijk ruimte te geven en te ondersteunen. Wellicht soms om ons de weg te wijzen, maar die weten we eigenlijk zelf al. en daar heb je niet zoveel managers voor nodig. En het absurde is: We leveren meer nu niemand meer achter onze broek aanzit. En we leveren beter doordacht. En…we hebben minder stress. Heel veel minder stress.

Maar gisterenavond kon mijn brein het kennelijk niet helemaal aan…Zomaar op vakantie gaan! Maar ook als je in een goed, sprankelend team zit moet je op vakantie. Even je gedachten verzetten. Dus stoppen ermee! Vandaag alleen nog maar denken aan luchtbedden en tenten en campings!

Ontspannen in Geesbrug

We zitten nog even in de tuin van ons vakantieverblijf in Geesbrug. Nooit van gehoord? Nou, wij ook niet. Het ligt in de buurt van Gees en Oosterhessele en de dichtstbijzijnde grote plaats is Hoogeveen. Daar heb ik afgelopen Hemelvaartsdag boodschappen kunnen doen. Doorgaans moet je voor tien uur ’s ochends uitchecken op de dag van vertrek uit je vakantiewoning, maar dit is een godsdienstige streek en het is zondag dus de beheerster kwam naar ons toe en vertelde ons dat we zelf maar moesten weten hoe laat we vertrokken. Vandaag werd er toch niet schoongemaakt. En omdat het mooi weer is en we thuis alleen op het balkon buiten kunnen zitten, was onze keus al snel gemaakt. Maar dat bracht ons ook meteen in wat problemen omdat we vaak weekenden weg gaan en dan zo’n beetje een vast patroon hebben van inpakken en wegwezen. Maar nu zitten we dan toch eindelijk lekker in de tuin. Mijn voeten in slippers. Lekkere blote benen in de schaduw van wat krentenboompjes. Om ons heen een vogelconcert van jewelste. Heel af en toe komt er een vliegtuigje over. Verdere menselijke activiteiten zijn nauwelijks te horen. De regenbui die vannacht over onze bungalow trok zien we als waterdamp opstijgen. Onze fietsen staan keurig in het gelid. Josien maakt de eindopdracht voor haar zoveelste opleiding en ik type dit stukje.

Gisteren moest Josien ineens hard werken voor haar opleiding. Ze had een mailtje gekregen dat ze alles toch echt aanstaande maandag (morgen, dus) ingeleverd moet hebben. Dat was onverwacht omdat alles een weekje was opgeschoven. Behalve dus kennelijk dat inlevermoment. Daarom mocht ik gisteren helemaal zelf beslissen wat ik ging doen. Fietsen natuurlijk. Ondanks de titanenrit van eergisteren naar Kamp Westerbork (dat dus nog zo’n slordige vijftien kilometer van dorp Westerbork afligt), had ik wel weer zin in een lekkere tocht. Orvelte was het doel. Er zou daar een soort van openluchtmuseum zijn. Eén van de musea waar ik het meest naartoe ben geweest is het Openlucht Museum in Arnhem. Een Openlucht museum maakt mij meteen enthousiast. Ik waan mij graag in het verre verleden. Geen Internet, geen auto’s, geen…nou ja, van alles niet.

Ik fietste naar de dichtstbijzijnde fietstochtknopenpuntkaart en stippelde mijn route uit. Dwars door een stukje Drenthe. Het was warm, gisteren, heel erg warm. En er stond een harde droge wind. Volkomen verdorst kwam ik aan in Orvelte. Helaas voldeed er niet veel aan mijn verwachtingen. Het dorpje was vergeven van de dagjesmensen. Een hoop oude boerderijen die qua uiterlijk wel bijzonder waren, maar waar je niet in kon en er ook verder niets mee kon. Wat winkeltjes die zogenaamd ambachtelijke streekproducten verkochten, maar die ‘made in China’ waren. Orvelte vond ik geen succes. Maar dat maakt allemaal niet uit, ik zit hier zo verschrikkelijk rustig. En de vogels zingen. Menselijke activiteiten zijn nauwelijks waar te nemen. Als ik het bungalowpark afloop en even naar links wandel, kom ik bij een ven met wat bomen. Er nestelen een paartje ooievaars en verderop staat een dode boom. Lepelaars zitten erin. Ik weet het vrij zeker hoewel je het niet goed genoeg kunt zien. Het is hier zo verschrikkelijk ontspannend rustig. Straks stappen we weer in de auto en nemen we vanzelf weer deel aan het leven, maar nu nog even niet.

Bezoek aan kamp Westerbork

We zijn al een paar keer in het voormalig kamp Westerbork geweest. Als we in de buurt zijn, dan gaan we er kijken. Vooral het bezoekerscentrum. Dat fungeert min of meer als museum. Ondanks de koffers en de wanhopige briefjes van de voormalige bewoners die er zijn tentoongesteld wil het voor mij maar geen voorgeborchte van de hel worden. Dat was het natuurlijk wel. De bewoners van destijds beseften dat je vanuit Westerbork pas echt de hel zou betreden. Daarom wilden ze zo graag in Westerbork blijven. Ik denk dat de bewoners van Westerbork niet wisten wat er zou komen als ze in de goederenwagons werden geladen, maar dat ze het wel voelden. De mensen moeten gevoeld hebben dat na Westerbork het einde naderde. Je moet wel erg je best doen en jezelf voor de gek houden om het verhaal van werkkampen in het Oosten te geloven. Wat gingen al die kinderen en bejaarden daar dan doen? Die gingen daar toch ook heen? Daarom ligt in Westerbork de nadruk niet op de bevrijding van Westerbork, maar op zo lang mogelijk blijven in het kamp. Zorgen dat je een baantje had binnen het kamp zodat je onmisbaar werd en ze je niet op transport stelden. Misschien dat dat de reden is waarom Westerbork maar niet de gevangenis wil worden die het wel degelijk was.

Gisteren fietsten Josien en ik erheen. Nog nooit waren we er op de fiets geweest, altijd met de auto. Vanaf ons vakantieadres leek het makkelijk te doen. Westerbork ligt zo’n vijftien kilometer van ons vandaan. Maar wat we ons niet beseften was dat men kamp Westerbork in the middle of nowhere plande. Ver weg van de bewoonde wereld. Het dorp Westerbork is niet het einde van de wereld; dat is een pittoresk stadje in Drenthe. Geen afgelegen plek. Daarom situeerde men het kamp nog een behoorlijk eind buiten Westerbork. Dus moesten Josien ik nog zo’n slordige vijftien kilometer fietsen om kamp Westerbork te bereiken.

Het bezoekerscentrum viel een beetje tegen omdat er niet veel veranderd was sinds de laatste keer dat we er waren. Bovendien was het erg druk. Kinderen waren ongehoorzaam en speelde tikkertje tussen de tentoongestelde koffers van mensen die hier een onmogelijke tijd geleden hadden rondgelopen. Pubers dolden vooral met elkaar en hadden weinig aandacht voor de afscheidsbriefjes die her en der tentoongesteld waren. Er was eigenlijk maar één ding dat de ellende van destijds goed kon weergeven namelijk een beeld van hoe zo’n barak er nou van binnen uitzag. Een vage poging hebben ze daartoe gedaan in het bezoekerscentrum. Eén bed diep. Niet voldoende om de ellende voelbaar te maken. Als ik de baas was over het herdenkingscentrum dan had ik een barak nagebouwd. Al die bedden. Ik had de bezoeker willen laten voelen hoe het is om temidden van allemaal vreemde mensen te moeten leven. Min of meer heb je een eigen bed, maar dat is het wel. Een bed als territorium. Geen huis, geen eigen kame,r maar een bed. Hoe voelt dat? Mijn doel als baas van het centrum was dat gevoel van desolate eenzaamheid als eerste duidelijk te maken. Pas daarna zou ik aandacht geven aan de dreiging van deportatie naar het oosten. Ik denk dat ik de bezoekers door een volledig in bedrijf zijnde barak liet lopen. De geluiden van de barak zou ik laten klinken en ook de geur zou ik verspreiden. Ik denk dat een fysiekere benadering de ellende iets meer duidelijk maakt. Dat denk ik.

Mijn mooie fiets!

Josien en ik zijn een aantal jaren geleden naar Santiago de Compostela gefietst. Dat was het avontuur van ons leven. De leukste vakanties ooit. Het was behoorlijk afzien en doorbijten. Het is inmiddels al meer dan tien jaar geleden dat we de laatste etappe fietsten. Deze zomer zijn we terug geweest in Santiago. Nu met de auto. We zagen de honderden vermoeide pelgrims. Ook uitgelaten pelgrims. Als je zoiets volbracht hebt dan stroomt de energie door je lijf. Je hebt het gevoel dat je de hele wereld aan kunt.

Voordat Josien en ik die tocht begonnen, schaften we ons fietsen aan. Zo’n tocht is niet op een gewone stadsfiets te volbrengen. Je hebt daar een speciale fiets voor nodig met heel veel versnellingen. Josien kocht een nieuwe fiets. Ik een erg luxe tweedehandse. Een fantastische Gazelle Lausanne. Een hybride fiets, zoals men dat noemt. Geschikt om lange fietstochten te maken met veel bagage achterop. Ik was helemaal weg van mijn fiets. Fiets en Frits waren één, een beetje zoals man en paard. We zijn op die fietsen niet alleen naar Santiago gefietst, maar ook van Praag naar Amsterdam. We hebben er fietstochten mee gemaakt in de weekends en soms functioneerde mijn fiets als reservefiets.

Op een dag, toen mijn stadsfiets een lekke band had, gebruikte ik mijn Gazelle Lausanne hybride fiets als reservefiets. Alles was daardoor een beetje anders. Ik kwam moe uit mijn werk en ik moest eerst langs huis voordat ik nog wat boodschappen ging doen. Ik moest nodig dus haast, haast, haast. Je kent dat. Toen ik opgelucht mijn gade zoende, vertelde ze dat zij de boodschappen al gedaan had. ‘Mooi’, dacht ik en ging iets anders doen. De volgende dag realiseerde ik me dat ik mijn mooie fiets niet in de tuin had gezet (jongens wat mis ik op dit moment in onze wisselwoning onze tuin, maar dit terzijde). Bovendien kon ik nergens mijn fietssleutels vinden. Toen ik buitenkwam ontwaarde ik een lege plek waar gisteren nog mijn fiets had gestaan. Mijn mooie fiets! Ik heb niet gehuild want ik ben een kerel, maar getreurd heb ik wel.

Onze fietsen op de Karelspas in de Pyreneeën

Vandaag wilde ik naar de stad fietsen. Voor mij reed een man met een meisje van een jaar of vijf achterop en een meisje van een jaar of zeven op de stang. Op een zeer luxe fiets. Absoluut niet geschikt gemaakt om een kinderschare veilig te vervoeren. Hij stopte bij het eerste stoplicht en zag dat hij ternauwernood zijn fiets in evenwicht kon houden. Ik verbaasde me erover dat iemand zo weinig van zijn prinsesjes van dochters hield. Ik zou ze over-beschermen, maar hij helemaal dus niet. Bij het tweede stoplicht ging het echt mis. De hele fiets kantelde. Het hummeltje achterop zat ineens op straat en haar oudere zus kon wegspringen. Eigenlijk ging het maar net goed. Verontwaardigd hoorde ik de jongste zeggen: ‘Pappa ik was haast gevallen!’ De meisjes zagen er frisgewassen en goed verzorgd uit. Dat in tegenstelling tot hun pa. Had je me verteld dat hij een draaideurcrimineel was dan had ik het zo geloofd. En dat op zo’n mooie fiets!

Toen ik al ver in de stad was en die man met zijn onbeschermde meisjes al ver weg was, besefte ik dat ik iets gezien had… Een fiets… Een hele mooie fiets…. Een fiets die ik alweer een paar jaren kwijt was en waar ik zoveel herinneringen aan heb. Die ik zo graag weer terug wil. Het zou toch niet waar zijn? Die man reed toch niet op mijn fiets? Had ik nog een sleutel van het slot. Kon ik bewijzen dat die fiets mijn mooie fiets was? Nee dus. Misschien had ik er ook geen puf voor gehad om mijn fiets terug te eisen. Mijn fantastische fiets!

Katterig

De vakantie is voorbij. Ik moet weer aan het werk. Het begin van de vakantie lijkt zo ver weg. De kerstdagen bijvoorbeeld; ik kan ze me nauwelijks herinneren. Dat ik achter een lamsbout aanging. En na kerst een weekje compleet, helemaal nietsdoen. Ben ik nauwelijks gewend. Dat voelde soms ietsje onbevredigend, maar was toch heerlijk. Na oud en nieuw in het huis van de jongste zoon met fantastisch uitzicht over het mistige Amsterdam, naar Texel. Vijf hele dagen op het eiland. Van alles gedaan. Geen moment verveeld. Het was dan ook echt afscheid nemen toen we weg moesten. Ik had er nog wel dagen willen blijven. Zaterdag, onze eerste thuisdag, werd een complete off-dag. Ik liep met mijn ziel onder mijn arm. Een beetje zoals vroeger als je na een leuke logeerpartij weer thuiskwam. Geen idee wat ik moest of wilde doen. Door de gladheid en het vieze weer, konden we ook niet zoveel. Ik zag dat Josien er net zo goed last van had.

Gisteren, ach gisteren. Ik had mezelf beloofd dat ik er niet nog zo’n waardeloze dag van zou maken. Dus ging ik naar het Stedelijk Museum. Ik heb een hele tijd voor de Cathedra gestaan van Barnett Newman. Ze hebben het schilderij in een betrekkelijk kleine zaal gehangen. Daardoor ben je haast niet in staat om er met afstand naar te kijken. Dat moest ook helemaal niet van Newman. Je moet er juist dichtbij staan. De kleuren moeten keihard op je inwerken. In het geval van Cathedra blauw in wat verschillende tinten. En als je heel dicht bij het schilderij staat, dan voel ik inderdaad een soort verbinding met iets van het hogere. Datgene wat Newman ook wilde bereiken. Ik voel me opgenomen in de kleur die behoorlijk intensief op je inwerkt. Maar ik denk dat je je er wel heel expliciet voor open moet stellen. Gezien mijn ervaring met mijn jongste zoon in het Stedelijk, denk ik niet dat het voor iedereen weggelegd is.

Er zijn weinig schilders die zoveel agressie oproepen als Barnett Newman: Twee van zijn schilderijen zwaar beschadigd in het museum. Weliswaar door dezelfde gek, maar toch. Ik hoor mijn zoon klagen over de waarde van dit werk en vragen waarom een ongeveer egaal blauw geschilderd schilderij zo nodig in een museum moet hangen… Openstellen, daar gaat het om. Je moet je voor kunst openstellen. Verder niets.

Dat was dus een druilerige middag kunst. En nu zit ik vlak voor het moment dat ik onder de douche stap; me aan kleed; mijn brood smeer; mijn tas pak; op de fiets stap en naar mijn werk rij. Dat zit er dus aan te komen. Ik voel me een beetje katterig. Denk weer aan al mijn collega’s in het verre verleden die toen zo oud waren als ik nu ben en die al volop bezig waren met vervroegd uittreden. Ik ben een beetje jaloers, maar toch ook weer niet. Vanmiddag, als ik weer thuis ben, kijk ik weer veel positiever naar mijn werkzame leven. Nu nog even niet.

Vakantiebrooddagboek 2016

28 juni 2016

’s Ochtends in het absurd goedkope hotel een ontbijt genomen. Opgebakken fabriekspistoletjes zoveel als je wilt. Niet echt vakantiebrood dus, hoewel we het diep in Frankrijk aten. Ons hotelletje lag in Chambray-des-Tours vlak onder Tours.

Vlakbij het hotel, dat op een groot bedrijventerrein ligt, een echte bakker. Je vraagt je af waarom het hotel haar brood niet daar inkoopt… Echt heel veel beter brood op het eerste gezicht. We kochten daar een baguette voor de lunch. Een grote hoeveelheid roggebloem gaf het het uiterlijk van een heel ambachtelijk brood. Bij de lunch, zo’n vier uur later, was de korst licht knapperig, maar vooral taai. Dat is een goed teken, want dat betekent dat er over het brood geen rotzooi was gesproeid dat het brood knapperig hield. Wel waren we wit van het roggebloem dat we er per ongeluk tegen de wind in probeerden af te kloppen. Ondanks ons kloppen hadden we een droge melige mond en beiden een roggebloem snor. Die bloem kan je ook overdrijven!

30 juni 2016

Ze verkopen hier in Zarautz in Baskenland op de camping ook vers brood. Stokbrood eigenlijk alleen. Ik kan me het traditionele Spaanse brood niet meer herinneren. Kan best dat dat ook stokbrood is en dat behoorlijk veel op het Franse stokbrood lijkt. Hier ontdekte ik hoe mijn vakantiegevoel botste met de kritische werkelijkheid. Krakend vers was het. Ik smeerde er gisterenochtend een lekkere laag roomboter op en belegde het met de plaatselijke kaas. Knisperend tussen mijn tanden; het gevoel echt op vakantie te zijn. Heerlijk. Totdat ik wat beter ging kijken. Het is dus fabrieksstokbrood. Ze hebben er iets opgespoten dat het knapperig houdt. Het gevolg is dat ook het vocht aan je mond onttrokken wordt en dat je een droge mond krijgt als je dit brood eet. Jaja. Zo meteen toch maar weer een nieuw brood kopen. En proberen dat vakantiegevoel op te roepen.

De vakantieontbijttafel met vakantiebrood
De vakantieontbijttafel met vakantiebrood

1 juli 2016

Gisteren het bruine stokbroodje geprobeerd. Je krijgt er een wat minder droge mond van dan van de witte brood. Heeft ook ietsje meer smaak. Maar laten we eerlijk blijven; het smaakt lekker omdat we vakantie vieren. Bij Albert Heijn thuis, hadden we er onze neus voor opgehaald!

2 juli 2016

Gisteren bezochten wij de geboorteplaats van Ignatus de Loyola. Door mij onterecht gezien als de stichter van de dominicanen. En onderweg naar zijn geboortehuis liep ik dus, onterecht, de goede man te beschuldigen van inquisitie, brandstapels en het uitdraaien van darmen uit nog levende joden. Mijn excuses; De Loyola was de grondlegger van de Jezuiten. Op zich hadden zij het allerbeste met de wereld voor en bereidden ze niet de weg met al of niet geoorloofd geweld. Sorry dus!!!

Tegenover de herdenkingskerk aten we onze lunch. Met stokbrood. Dat knapperde goed. Het was duidelijk opgepiept stokbrood want de knapperigheid ontleende het brood aan de veel te dikke korst. Nee, ook dit was geen hogere bakkerskunst. Maar…de calamares was overheerlijk. Vers gesneden en door het beslag gehaald en vervolgens gefrituurd. Heerlijk!

11 juli 2016

Na Zarautz zijn we doorgereden naar een camping in de buurt van Leon. Stokbrood op de camping. Tsja. Ben je geen kritische brooodanalist (zoals ik nu even ben) dan was het een reuze knapperig stokbrood. Maar duidelijk vanuit de broodfabriek. Er kwam weinig liefde aan te pas.

Op het terras in Leon, tegenover de kathedraal waar we zo’n slordige tien jaar geleden ook hadden gezeten, bestelde we een bocadillo jamon en een bocadillo queso. Oké, ik doe moeilijk; een broodje ham en een broodje kaas. Voor mijn vegetarische eega de kaas en voor mij de ham. Hetzelfde stokbrood als op de camping. Een heel stokbrood in tweeën gesneden en belegt met belegen kaas zonder boter. Josien vond dat niet fijn. Gelukkig had ze een halve liter water besteld waarmee ze het zakie enigszins kon wegspoelen. Bij mij hadden ze op de droge ham mayonaise gesmeerd; daardoor redelijk smeuïg. Na een bezoek aan het toilet heb ik mijn plas maar opgehouden en ben ik de rest van de middag misselijk geweest…pffff…geen aanrader dat terras tegenover de kathedraal!

broodje jamon in Leon...met dat toilet....
broodje jamon in Leon…met dat toilet….

Na Leon reden we naar Santiago de Compostela. Op bezoek bij de twee liefste en fijnste mensen van Spanje; Joke en José. We moesten het echte Galicisch brood kopen, vertelden ze. Niet op de camping of in de supermercado, maar bij de bakker. Bij de echte bakker met liefde voor het vak. José reed ons naar de echte bakker in Bembibre. Daar kochten we een Galicisch brood. Een brood met een knotje. Wel heel erg wit van binnen, maar desalniettemin bracht mij dat pas echt in vakantiestemming. Mooi kruim en goed luchtig. Bovendien een dun knapperig korstje. Brood dat ook de volgende dag nog prima smaakte.

Galicisch brood van de 'echte' bakker. Let op het knotje
Galicisch brood van de ‘echte’ bakker. Let op het knotje

Vanaf Leon werden Josien en ik een beetje bevangen door de pelgrimkoorts… Dan vergeet je al snel je brooddagboek bij te houden.

13 juli 2016

En toen zaten we weer in Frankrijk. In Dax. Het lijkt wel een beetje op Spanje met al dat stierenvechten. Maar het is en blijft Frankrijk. Met baguettes. Gisterenavond kwamen we laat aan en ik wil altijd een erg vroeg ontbijt. Zo vroeg dat er nog geen bakker open is. Gisterenavond was er geen bakker meer open. Daarom bij een onogenlijk supermarktje een baguette gekocht bij een klapkauwgum blazende jongen. Dat was natuurlijk niet veel soeps. Dat moest beter kunnen. En ja…in Dax vonden we een bakkerij.

Bakkerij in Dax.
Bakkerij in Dax.

Niet zomaar een bakkertje maar één met liefde vooor zijn vak. Dat liet hij iedereen zien. Open bloot kon je zien hoe allles gemaakt werd. De dames zijn bezig met de taarten. De ovens zijn roodgloeiend. Het één gaat erin, het ander komt er met een goudbruin korstje weer uit. Naar liefde voor het vak smaakt dit brood. Heerlijk. Zo moet vakantiebrood smaken! Met een lekker camembertje erop.

baguettes van de 'echte' bakker
baguettes van de ‘echte’ bakker

Conclusie qua brood in de vakantie van 2016: Ga je kritisch kijken, dan ben je meteen je vakantie-brood-pret kwijt. Stomme zet van mij. Gewoon niet-kritisch zijn. Koop ’s ochtend het brood dat op de camping te koop is en eet dat lekker samen op. Kan jou het schelen of het kwaliteit heeft of niet; als het maar vers is!

Kom je een goeie bakker tegen…koop het brood en smul!

Maar…Mijn eigen brood is echt het lekkerste…zeker weten!!!

Mijn eigen baguette! Met desem
Mijn eigen baguette! Met desem

Santiago de Compostella

Ik heb net een mailtje naar mijn werk gestuurd. Mijn eigen e-mail-werk-adres. Yes! Ik kreeg een mailtje terug. Dat ik helaas op vakantie ben en dat ik na de vakantie contact op zal nemen. Yes! Vakantie! Vandaag de eerste dag. Brexit interesseert me geen moer. Vakantie. We zijn nog niet weg. We moeten onze eerste bestemming nog bepalen. Ik geloof dat Josien en ik het er nu wel over eens zijn waar de reis naar toe gaat. Naar Spanje. Naar Joke en José. We willen ze zo graag nog een keer zien. Ze wonen in een uithoek van Spanje, ten westen van Santiago de Compostella.

121_2144

Ik heb een foto gemaakt van Josien die het plaatsnamenbordje van Santiago voorbijrijdt. We waren zo enorm gelukkig op weg gegaan die dag. We wisten ineens zeker dat er ‘iets’ was wat ons hielp. Dat zat namelijk zo: De vorige middag waren we aangekomen in Arzua. De Camino was inmiddels gaan lijken op de Kalverstraat. In ons boekje werd een ‘soort-van’ camping genoemd, maar die was niet te vinden. Hoe we ook zochten. We besloten een hotel te zoeken. Maar dat zou ons weldra wanhopig maken. Er was geen hotelkamer te vinden. Ook alle herbergen met stapelbedden waren vol. We hadden honger. We wilden een plekje! Aan eten kom je wel, maar een slaapplek, hoe vind je dat? Arzua, bekend van haar kaas in de vorm van een tietje, was gewoon vol. Helemaal vol. We besloten een stuk terug te fietsen en in het bos ons tentje op te zetten. Maar het geluk was ons ineens welgezind. De vrouw van de bakker, waar we naartoe gestuurd waren, had wat voor ons. Ze bracht ons naar een appartementje met uitzicht over Arzua. Vijfentwintig euro voor een nacht. Sindsdien ben ik soms, een heel klein beetje, gelovig (maar dat mag geen naam hebben).

arzua kaas

Vanuit dat appartementje hadden we Joke gebeld dat we de volgende dag zouden aankomen. Joke en José waren vrienden van Josien d’r grote zus. Zij wilden ons graag ontvangen in Santiago. We waren een beetje verlegen met dat aanbod, maar accepteerden het toch.

Na dat fantastische appartementje in Arzua reden we Santiago in. Wat een triomf! Ik voelde een boost. Geen idee van wat. Maar het stroomde door mijn aderen. Na het bordje Santiago zijn we een stil straatje ingereden en hebben we heerlijk staan zoenen, mijn geliefde en ik. We hadden iets volbracht. Een enorm project. We hadden duizend jaar cultuur opgezogen en we waren een heilige weg gegaan die miljoenen vervulde mensen voor ons ook waren gegaan. We waren echt aangekomen en elke centimeter van ons huis tot aan deze plaats in het uiterste westen van Spanje hadden we gefietst. We hadden geen centimeter overgeslagen.

We vervolgde onze weg. Dat kon maar één kant uit; naar de kathedraal. We kwamen op het plein voor de kathedraal en keken naar het bouwwerk dat we van de plaatjes zo goed kenden. That was it! ‘Jullie moeten Josien en Frits zijn’, hoorden we ineens achter ons. En daar stond Joke! Onze verlegenheid was meteen over want bij Joke voel je je thuis. Ook bij José, maar die was nog aan het werk. Op dat plein voor de kathedraal ontmoette we 50% van de liefste en prettigste mensen van Spanje. Eigenlijk is het een schande dat we zolang zijn weggebleven!

Toch nog even een slag om de arm. Vakantie is vrijheid. Je kunt wel wat plannen, maar dat wil nog niet helemaal zeggen dat het ook gebeurt. Maar…onze intentie is om deze fantastische mensen te gaan opzoeken. We reizen deze keer met de auto…trouwens.

De ultieme baguette

Ik kan mijn zoektocht naar dat knisperige, vakantiegevoel gevende brood staken. Ik heb het ultieme bereikt. Maar… ik moet toegeven, het is niet het brood dat je in Frankrijk op de camping koopt. Je weet wel dat brood van…Je geliefde ligt nog te slapen en jij zit lekker in de vroege ochtendzon te lezen. Met een kopje geweekte oploskoffie op het tafeltje met aan de kuilen aangepaste poten. Er is maar één plek waar geweekte oploskoffie ineens de koffie uit je eigen espressoautomaat met versgemalen bonen, verslaat… op de camping in de vroege ochtendzon.

Dan hoor je in de verte een auto claxonneren. Dat is de auto van de bakker. Het teken dat er vers brood in aantocht is. Zachtjes ga je de tent in, want je wil je geliefde nog niet wekken maar je hebt wel je portemonnee nodig. En daar loop je de camping over. Naar de bakker. Je sluit aan in de groeiende rij. Deze jongen gaat dan repeteren. In het Frans. Want genieten van Frankrijk kan hij als de beste, maar de taal spreken…dat blijft een worsteling. Maar we redden het daar heus wel. Deux croissants et une baguette komt er in ieder geval betrekkelijk normaal uit. Met je baguetje en je zakje croissants kom je weer bij de tent aan. De tent is nu dichtgeritst. Dat betekent dat je licht, je liefde en je leven en bovendien je partner, naar het washok is en over een kwartiertje weer terug. Geeft jou de gelegenheid om het ontbijt te maken. Eitjes te koken en water voor thee. En de borden te pakken en het kleine broodplankje.

Dan zet je het mes in het brood. Je moet ietsje zagen om door het krokante korstje te komen. Een dun krokant korstje. Dan is het brood open en toont het zijn wollige binnenkant. Je besmeert het met dik boter en dan…camembert. Echte camembert. Bewaart in een geurdicht doosje en bewaard buiten de tent en koelbox. Dus lekker smeuiig. Heerlijk. Genieten. Ik doe echt mijn best om origineler te zijn…maar ‘heerlijk’ en ‘genieten’ zijn gewoon de woorden.

En nu de ontnuchtering. Drink je geweekte oploskoffie met brood en croissants van dezelfde kwaliteit bij je zondagochtend ontbijt tijdens een weekend tussen twee werkweken in, dan blief je het niet; dan wil je echte kwaliteit! Op vakantie is het leven lichter en smaakt alles beter. Je weet het nog wel van vroeger…zat je met smaak op een Parijs’ terrasje Gauloises ketting te roken. Omdat het zo lekker goedkoop was nam je 10 pakjes mee naar huis. Maar thuis kreeg je al bij je eerste haal van je eerste sigaret uit het eerste pakje (van de tien), een hoestbui waarna je zo’n beetje gereanimeerd moest worden. Daarna besloot je dat ze echt niet te roken waren die Gauloises… Gelukkig rook ik al heel lang niet meer!

2016-06-11 19.52.51

Het recept van echte baquettes!

Thuis wil je echte kwaliteit. Zeker met brood. En dat brood bak je zelf. Ziet het er niet om in te bijten uit? Ja, kom maar op met je kritiek…; dit brood ziet er niet alleen perfect uit, maar het smaakt ook nog eens perfect. Voedzaam brood met een ‘complexe’ smaakstructuur! (Oké, ik klets wat superkoks na; geen idee wat een ‘complexe’ smaak is). In de verte proef je een heel zacht zuurtje; fantastisch. Vers is het brood het lekkerst, maar ook wat ouder is het echt wel goed te eten hoewel dan wel de knapperigheid weg is. Mijn eigen gebakken baguette! Gemaakt van biologisch gebuild (gezeefd, dus) tarwemeel (waarvan een petieterig percentage roggebloem), gewoon water en heel gewoon keukenzout. Meer zit er echt niet in. (Ja…heel veel liefde en gevoel, maar dat mag ik van mijn bakker-leraar Edwin Klaassen niet zeggen!!!)

Nee, geen gist…maar wel desem. Goed borrelende, lekker levende desem. ’s Ochtends meng je gebuild tarwemeel met 10% roggebloem en daarbij doe je er evenveel water en een beetje desem van de vorige keer bij. Dat wordt een pap, ietsje dikker dan joghurt. Op kamertemperatuur wegzetten in een niet echt hermetisch afgesloten koelkastdoos. ’s Avonds zit er een leven van jewelste in!

Voor het brood. In verhouding met het gebuild tarwemeel, meng je daar 25% desem en 70% water door. Geen zout!!! Als elk korreltje meel nat is en er veel van het deeg goed aan je vingers blijft plakken, dan zet je dit deeg, afgesloten een uur weg voor de autolyse (eiwitten vallen uit elkaar en vormen gluten…gaat helemaal vanzelf!). In die tijd kijk je een stukje ‘Op zoek naar een droomhuis’ en het journaal). Na dat uur meng je door het deeg 2% zout. (de reclames die je toch niet wou zien) Daarna weer een uurtje wachten! (de hoofdfilm tot de tweede reclame) Na dat uurtje…het belangrijkste van de avond. Bestrooi de aanrecht dun met roggebloem en stort hierop je deeg; je slappe deeg, want dat is het! Bedenk waar de vier windrichtingen zitten. Schuif je deegkrabber onder het zuiden, til het op en vouw het over de rest. Doe hetzelfde met het noorden en dan met het westen en het oosten. Maak de lege deegbak goed schoon en smeer dik in met olijfolie. Vouw het deeg nogmaals in alle windrichtingen en leg het deeg (dat ineens veel minder slap lijkt) in de geoliede bak. Vouwen lijkt flauwekul, maar dat is het niet! Zonder vouwen zal je brood als een pannenkoek uitvloeien als je het bakt terwijl je dacht dat je een stokbrood had gevormd. Doe de deksel erop. Na een half uurtje zie je dat het deeg begint te rijzen. Zet de bak in de koelkast. (in deze toestand kan je het, een paar dagen, tot gebruik in de koelkast laten staan)

Een uurtje voor je wilt bakken haal je de bak uit de koelkast. Verdeel het deeg in stukken. Rol een stuk stevig op. Daarna rollen tot stokbrood. Leg de stokbroodjes in de plooien van een met roggebloem bestoven theedoek. Bestuif de bovenkant van je deeg met roggenbloem en leg er een plasticfolietje overheen. Dek het geheel af met een warm-vochtige theedoek. En zet weg.

Stook je oven op tot 250 graden met een baksteen op het ovenrooster. Duurt vijfentwintig tot dertig minuten voordat de steen even heet is als de oven zelf. Leg je broodjes op een broodschieter en snij ze met een scheermesje in. Zorg dat er stoom in de over is op het moment dat de broodjes op je broodsteen liggen. Laat 15 minuten bakken. Open dat de oven om alle stoom te laten ontsnappen en bak nog 10 minuten tot heerlijk goudbruin.

That’s all folks!