Tagarchief: Suriname

Waarom deed je het, Stef?

Natuurlijk heeft Stef Blok dat hele verhaal van die mislukte multiculturele samenleving die Suriname zou zijn, uit zijn dikke duim gezogen. Suriname is een prima functionerend land. Weliswaar hebben ze daar een drugscrimineel tot president gekozen, maar verder reilt en zeilt het land, volgens mij, prima. Waar haalt die Blok het vandaan dat het een mislukt land is? Geen idee. Er zijn genoeg mislukte landen in de wereld en daar hoor je de minister met het kleine koppie niet over. Landen bevolkt door mensensoorten die er al van oudsher wonen. Neem Afghanistan of Pakistan of Somalië. Landen waarvan je je niet kunt voorstellen dat het ooit goed komt. Raciale rollen spelen vast wel een rol in die verscheurde landen, maar het gaat er toch doorgaans gewoon om dat criminelen de macht hebben gegrepen en dat ze als criminelen elkaar te lijf gaan en er geen rekening mee willen houden dat er ook nog andere mensen wonen en dat je juist die mensen nodig hebt om een land op te bouwen. Mensen die werken en niet vechten. Mensen die gewoon een vreedzaam leven willen leiden. Mensen die niet zo heel erg hongeren naar geld en macht. In die mislukte landen tiert alle ellende welig. Stef Blok gaat het over Suriname hebben…en zegt dat dat een mislukt land is. Suriname lijkt in geen enkel opzicht op de door oorlog en ellende verdeelde landen die je écht mislukte staten kunt noemen. Stef Blok lijkt dom. Maar dat is juist weer een valkuil want ondanks de minimale omvang van zijn koppie, is het zeker geen domme man. Wat wil Stef Blok dan bereiken met zijn toespraak?

Om je eerlijk de waarheid te zeggen: Geen idee. Daar wreekt zich mijn gebrekkige denkraam. Ik kan niets verzinnen. Ik weet niet waarom Stef Blok zo’n domme toespraak heeft gehouden. Je zou misschien kunnen denken dat het om electoraal gewin ging. Om succesvolle partijen als de PVV de wind uit de zeilen te nemen. Een erg doortrapte reden, overigens, en niet van gevaar ontbloot, want voor jouw persoonlijke gewin zet je mensen tegen elkaar op. Maar ik denk niet dat het Stef Blok om het electoraat gaat want Stef Blok is nou niet direct een stemmentrekker. Inderdaad, zijn imago is behoorlijk saai. Bovendien zijn er het eerstkomende jaar geen verkiezingen.

Wellicht wilde Blok van zijn saaie imago af. Dat is hem dan even gelukt. Maar niet lang na het ontstaan van de ophef kwam de saaie man weer bovendrijven. Was hij niet saai geweest dan had hij te vuur en te zwaard zijn verkondigde woorden verdedigd en was hij nu minister-af geweest en probeerde hij Mark Rutte naar de kroon te steken. Zeg maar, de Rita-Verdonk-weg. Nee, in plaats daarvan stond hij zenuwachtig en lafhartig uit te leggen dat hij het zo niet bedoeld had en dat hij iedereen persoonlijk excuses ging aanbieden. Die Stef Blok!

Een discussie aanzwengelen? Kom op zeg! Die discussie heeft al lang gewoed. Die discussie is allang over haar hoogtepunt heen. Waarom een discussie aanzwengelen die nergens voor nodig is? Geen idee.

Eigenlijk koop ik helemaal niets voor al die excuses. Ik zou dolgraag weten waarom Blok deze schaats gereden heeft. Waarom deed je het, Stef? Waarom zei je zulke stomme dingen? Ik wil het zo graag weten!

White privilege en misplaatst slachtofferschap

Anousha Nzume heeft, zo lees ik, een boek geschreven over alledaags racisme. Daarbij baseert ze zich op de meer dan belachelijke fluttheorie van Gloria Wekker. Een theorie die Wekker heeft overgenomen van de Amerikaanse Peggy MacIntosh en die uitgaat van White Privilege; een theorie waarvan nooit de geldigheid is onderzocht. Het hele idee van ‘white privilege’ in Nederland komt voort uit het idee dat vierhonderd jaar slavernij iets gedaan zou moeten hebben met de Nederlandse cultuur. Racistische ideeën afkomstig uit slavernij zouden in de poriën van onze cultuur zitten. In elk hoekje en gaatje vind je racistische gevoelens, maar de  Nederlandse mensen zijn zich daar niet van bewust.

Als ik de ideeën achter de ‘White Privilege’ theorie van Peggy MacIntosh toepas op Anousha Nzume, dan moet er met haar veel aan de hand zijn. Slavernij in het verleden en White Privilege gaan namelijk hand in hand. Als er iemand in Nederland rondloopt die vanuit haar culturele achtergrond iets met slavernij van doen heeft, dan is het wel Anousha Nzume. Anousha is geboren in Rusland. Ze heeft een Russische moeder. Slavernij bestond officieel in Rusland tot 1861. Tsaar Alexander II schafte in 1861 het lijfeigenschap af. Russen hielden andere Russen als slaaf. Dat moet wel iets gedaan hebben met de cultuur die Anousha Nzume vanuit haar moeder kreeg toegediend. Bovendien heeft Nzume een Kameroense vader die vanuit Kameroen naar Rusland is gekomen om te studeren voor arts. Kameroense elite, dus. Verkocht die Kameroense elite niet hun minder gefortuneerde landgenoten als slaaf aan wie het meeste bood? Wat heeft dat wel niet gedaan met de andere cultuur die ze meekreeg?

MacIntosh vond haar theorie bewijzen maar niks, ze was daar niet mee bezig, vertelde ze enkele maanden geleden in de Volkskrant.  Maar zelfs als MacIntosh d’r theorieën wél bewezen had, dan was het nauwelijks van toepassing op de Nederlandse cultuur geweest. De Nederlandse cultuur heeft nooit slavernij gekend. In tegenstelling tot Amerika of Rusland zijn er in Nederland nooit veel slaven geweest. Wel in de koloniën ver weg, maar daar had de gemiddelde Nederlander nauwelijks weet van. De white privilege theorie raakt in Nederland kant nog wal. Ik vind het een gevaarlijke theorie; een racistische theorie. Het gaat ervan uit dat als je een witte huid hebt, je per definitie een racist bent. Daarmee valt deze theorie ook de mensen aan, die van goede wil zijn: Mensen die met de paplepel is ingegeven dat je niet mag discrimineren en die hun uiterste best doen om iedereen als gelijke te beschouwen. De theorie beledigt mensen en roept juist tegengestelde gevoelens en gedachten op. De white privilege theorie is onwaar en contraproductief. Het zet mensen weg die de maatschappij nodig heeft om echt racisme te bestrijden.

Racisme is namelijk van iedereen en van alle tijden. Het heeft te maken met onszelf als sociale wezens; we willen graag ‘ergens’ bij horen. Dat is ons van nature gegeven. Het is puur noodzakelijk om bij anderen te horen en groepen te vormen. Daardoor ligt uitsluiting altijd op de loer. Het is onze taak als mensen om uitsluiting zo zacht mogelijk te maken maar liever nog te voorkomen. Maar we ontkomen niet aan groepsvorming en in een groep geldt dat de één er wel bij hoort en de ander niet.

Sjonge wat irriteert Anousha Nzume me als ze het gisteren in de Volkskrant over ‘herstelbetalingen’ heeft in de Volkskrant. Wat een misplaatst slachtofferschap!

Eigenaar van een mens

Ik ben op zoek gegaan naar slavernij en Nederland in Amsterdamse musea. Niet zozeer een vergeten hoofdstuk als wel een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis. Op zich kende Nederland nooit veel slavernij. In Nederland waren voldoende goedkope arbeidskrachten, daarvoor hoefde men niet elders naar oplossingen te zoeken. Bovendien, zo las ik bij P.C. Emmer, was slavernij iets dat op gespannen voet stond met de calvinistische leer. Op den duur en heel ver weg wist men zich daar wel overheen te zetten, maar helemaal koosjer was het niet volgens de calvinisten. Wellicht dat daarom zoveel planters in Suriname een joodse achtergrond hadden. Slavernij is pas echt onderdeel van de Nederlandse geschiedenis geworden sinds de zwarte Surinamers emancipeerden. En dat is pas sinds kort. Om te kunnen emanciperen moet je je thuis voelen in een land. Ik kan me voorstellen dat men daar een tijd over gedaan heeft in Nederland. Misschien is de onthulling van het slavernijmonument in het Oosterpark wel de ommekeer geweest.

In het Tropenmuseum kwam ik in een donker hoekje iets over het verleden van Suriname tegen. Onooglijk opgesteld. Net alsof je het niet mag zien. Een heel klein stukje over slavernij. Het biedt geen enkel inzicht in wat daar toen speelde. Met het stukje Suriname maakt het Tropenmuseum een slechte beurt. Een hele afdeling, badend in het licht en vol met glitter over landen als India en maar een klein donker hoekje over Suriname. Als je het mij vraagt zou het in het Tropenmuseum moeten gaan over het Nederlandse verleden in Tropische streken. Nederland en Indonesië. Nederland en Suriname. Nederland en Sri Lanka wellicht of Zuid-Afrika. Niet dat kleine beetje aandacht dat Suriname nu krijgt. In het Tropenmuseum een stel diorama’s die het leven van alledag in Suriname laten zien. Verder een deel van een boot. Waarschijnlijk een slavenboot. Maar dat zie je nergens aan af. Over het Tropenmuseum kan ik niet echt enthousiast worden.

Slavendans van Gerrit Schouten

Ook in het Rijksmuseum geven ze ietsje aandacht aan het koloniale slavernij verleden. Een heel klein beetje om te zien hoe het daaraantoe ging, maar doorgaans toch gewoon omdat het toevallig op een mooi schilderij aan de orde komt. Bijvoorbeeld in de schilderijen die Frans Post maakte over Brazilië. Heel kortstondig een kolonie van Nederland. Post schilderde vooral het landschap en de dieren. Haast terloops ook plantages met slaven. Hij gaf daarmee de werkelijkheid van zijn tijd weer; op plantages werkten slaven. Punt. Datzelfde kom je ook tegen in een stel diorama’s die Gerrit Schouten heeft gemaakt. Een soort natuurlijke aanvaarding van het feit dat mensen tot slaaf waren gemaakt. Je ziet blanke mensen. Ze dragen westerse kleren – weliswaar ouderwets – maar toch heel herkenbaar en je ziet slaven. Heel anders gekleed. Doorgaans met niet veel meer dan een schaamlap. En dat leeft naast elkaar alsof het nooit anders is geweest. Alsof het de natuurlijke orde der dingen is. Iedereen lijkt gelukkig met de situatie. Zo is er een diorama waarin slaven lekker aan het dansen zijn… Slavernij als natuurlijk gegeven. Met mijn brein kan ik daar maar moeilijk bij; hoe kan je je eigenaar voelen van een mens? Onbegrijpelijk!

Slavernij tentoonstelling in 2020

Het duurt nog even, maar komen gaat het: Een tentoonstelling over het Nederlandse slavernijverleden in het Rijksmuseum. In de krant van vandaag wordt deze tentoonstelling voor 2020 aangekondigd. Een tentoonstelling waar ik zeker naar toe ga. Ik heb beweerd dat Nederland geen slavernijverleden heeft. Oké, daarin overdreef ik een beetje. Nederland heeft in mijn ogen een klein slavernijverleden. In tegenstelling tot Suriname. Suriname = slavernijverleden. Punt. Suriname was een Nederlandse kolonie. Nederlanders emigreerden naar Suriname en zette daar plantages op. Voor die plantages waren arbeidskrachten nodig. Daarom werden er mensen in Afrika gevangengenomen en verhandeld om vervolgens in Suriname op de plantages tewerkgesteld te worden. Dit tegen kost en inwoning, verder niets. Zonder vrijheid en overgeleverd aan de willekeur van eigenaren. Vanuit onze humanistische optiek van nu, volkomen verwerpelijk. Wij vinden dat je nooit eigenaar kunt zijn van een mens. Dat is anders geweest. Eigenlijk is dat inzicht nog niet zolang geleden in Nederland en Amerika gemeengoed geworden. Daarvóór waren slaven net zo gewoon als honden en katten. Gek genoeg niet in Nederland. In Nederland zijn eigenlijk nooit veel slaven geweest. Er is nooit vraag geweest naar goedkope arbeidskrachten van buiten; die hadden we zelf al hier. Arme sloebers genoeg!

Het Nederlandse slavernijverleden bestaat uit slavenhandel: Nederlandse schepen vervoerden slaven van de Afrikaanse kusten naar Amerika. Handel dus. Men kocht goedkoop mensen in om ze elders in Amerika weer duur te verkopen. De gezagvoerders en handelaren op de schepen waren Nederlanders, de bemanning bestond uit arme sloebers en avonturiers die overal en nergens geronseld waren. Nederlanders verdienden aan de slavenhandel en onbewust zal de Nederlandse bevolking daarvan hebben meegeprofiteerd. Het aan slavenhandel verdiende geld werd vast hier in Nederland geïnvesteerd en wie weet werd er wat belasting over betaald.

Een andere Nederlandse betrokkenheid bij de slavenhandel waren de mensen die naar Suriname emigreerden en daar plantages runden. Ze waren van oorsprong Nederlanders en vielen uiteindelijk onder Nederlands gezag. Waarschijnlijk zullen ze geld hebben gestuurd naar hun familie in Nederland. Daarvan zal Nederland in zijn geheel hebben geprofiteerd. Maar de mensen die emigreerden waren natuurlijk na één generatie nauwelijks nog Nederlanders; dat waren Surinamers geworden. Blanke Surinamers die zwarte Surinamers als slaaf hielden. Vanuit ons eenentwintigste-eeuwse perspectief een volslagen immorele situatie. Maar…een Surinaamse situatie.

Toen Suriname in de jaren zeventig van de vorige eeuw een eigen land werd, kwamen er veel Surinamers naar Nederland. Daardoor kreeg Nederland een slavernijverleden; een Surinaams slavernijverleden. Dat verleden zat in de naar Nederland geëmigreerde Surinamers. Daarom vind ik het fantastisch dat Keti Koti gevierd wordt. Ik vind slavernij volkomen verwerpelijk en mensen wiens voorouders daaronder geleden hebben, moeten de wereld kunnen zeggen: Nooit meer! En ik, eenentwintigste-eeuwse Nederlander is het daar helemaal eens…Nooit meer! Ik vier het feest van de gebroken ketenen graag mee! Ik ben tegen onrecht.

Ik kijk uit naar de tentoonstelling over slavernij in 2020. Dat is nog heel veel nachtjes slapen!

De Bijlmermeer

Toen ik veertien was fietste ik regelmatig naar de Bijlmer. De Bijlmer was toen op haar hoogtepunt. Ik fietste naar mijn vader en zijn toenmalige vrouw en mijn halfbroertje en halfzusje. De fietspaden waren groen en nieuw. Je zoefde door het plantsoen. De Bijlmer voelde toen als één groot park. Alles was groen. Alles was modern. Hoewel ook toen al de eerste grote barsten zichtbaar waren. Het was een wijk met heel veel nieuwe woningen in een tijd dat er een enorme toestroom van nieuwkomers was. Suriname werd onafhankelijk en iedereen die een onafhankelijk Suriname niet als lekkere toekomst zag, kwam naar Nederland. De Bijlmermeer werd het Surinaamse getto van Nederland. De culturen botsten verschrikkelijk. Van een open cultuur in een tropisch land met veel ruimte naar de gesloten en kille Bijlmermeer. Dat is schrikken.

Ook Nederlanders woonden er in de Bijlmermeer. Mijn pa had er een woning toegewezen gekregen toen hij ontslagen werd uit het gevang. Daar ontmoette ik hem voor het eerst weer. Ik vond dat toen heerlijk, dat huis van mijn vader. Het had een groot villa kakelbont gehalte. Alles wat niet mocht bij mijn moeder dat vond mijn vader geen probleem. Ik was puber, dus dat was leuk. Afwassen, bijvoorbeeld of schoonmaken; dat waren vieze woorden. Hij woonde toen nog apart van zijn toenmalige vrouw die tijdens zijn detentie van hem gescheiden was. Maar weldra zou hij weer bij haar intrekken. Hij zei ons dat het was om de kinderen te beschermen tegen de luimen van zijn toenmalige vrouw, maar achteraf gezien waren die kinderen, mijn halfbroertje en halfzusje, beter afgeweest zonder zijn bescherming.

Zij hebben een beroerde jeugd gehad. Dat kan ik gerust zeggen. Ik kon dat toen niet weten. Als ik het geweten had, dan had ik het me nog moeten beseffen en als ik het me beseft had, had ik nog de macht nodig gehad, maar dan had ik die kinderen daar weggehaald. Ik had ze meegenomen naar een plek waar het leven goed was en iedereen met elkaar in harmonie leefde. Maar die macht en dat besef had ik niet. Soms denk ik daar met wroeging aan terug. Want ik fietste heel graag naar de Bijlmermeer. Voor mij was de Bijlmermeer een ontsnapping uit een wereld die ik toen als beklemmend ervaarde. Of dat zo is…ik weet het niet. Mijn halfbroertje en halfzusje gunde ik niets dan goed. Ik werd op handen gedragen en welke onzekere puber wil dat nou niet. Mijn zusje was een stil lief meisje. Ik dronk kopjes thee met d’r met niets in het kopje en ik bewonderde haar poppen. Mijn broertje had moeite met het uitspreken van mijn naam. Daarom werd ik ‘Prins’. Ik was gek op ze. Maar gekker was ik op mijn pa. Die heerlijke vrije vogel, vol van cultuur en groot muziekkenner en -liefhebber. We luisterden uren naar muziek en ik vond zoveel troost. En dan kroop mijn broertje op mijn schoot en stond mijn zusje tegen mij aan.

Waarom besefte ik niet dat ik een dun korstje van geluk zag op een hele berg stront. Waarom zag ik dat niet? Mijn halfbroertje en halfzusje herkennen dat gelukkige beeld niet dat ik heb. Zij herinneren zich vooral de stront. De Bijlmermeer is een poel van ellende voor hen zonder leuke herinneringen. De Bijlmermeer. Vijftig jaar geleden werd de eerste paal in de grond geslagen. Voor hen mag de hele Bijlmer, vooral de K-sector, direct in de grond verdwijnen. Het schijnt dat van de oude Bijlmer juist alleen de K-sector bewaard is gebleven. Hoe slecht kan je het treffen?

Ratten in een kooi van fatsoen

Ik hou van discussiëren en argumenteren. Daarom ga ik even helemaal niets zeggen over de ratten die uit hun holen zijn gekropen. Ik ga daar niets over zeggen. Ratten houden niet van argumenten. Racisme is een rat die in eenieder van ons zit. Velen hebben die rat in een kooitje gestopt. Dat kooitje heet fatsoen. Anderen hebben dat kooitje niet. Die ratten wachten tot ze iets lekkers zien om ongebreideld naar buiten te komen. Sylvana Simons was iets lekkers, kennelijk. Voor ratten zijn er nauwelijks belemmeringen om hun vuil te spuien. Dat kooitje van fatsoen zorgt ervoor dat we in betrekkelijke harmonie kunnen samenleven. Sylvana Simons krijgt nu veel over haar heen. Dat vind ik verschrikkelijk jammer, want ik sta in veel opzichten lijnrecht tegenover haar en voor mijn goede fatsoen kan ik nu nauwelijks met haar argumenten in discussie.

Of toch…Gisteren vertelde Sylvana bij Pauw dat ze ervan beschuldigd wordt dat ze alle blanke Nederlanders racisten vond. Dat was volgens haar niet zo. Ik geloof ook niet dat ze dat gezegd heeft. Ik weet wel iemand die dat wel opgeschreven heeft. Dat is professor Gloria Wekker.

Sylvana Simons gelooft dat je mensen kunt opvoeden tot niet-racisten. De bewering dat alle mensen met een wit velletje racisten zijn, komt helemaal voor rekening van Gloria Wekker. De bewering van Gloria Wekker is flauwekul; in principe zijn we allemaal racist. De oplossing voor racisme is vermenging. Laat iedereen met iedereen dwars door alle culturele en religieuze ketenen heen met elkaar kinderen krijgen en het eindigt met een ongedefinieerd Nederlands (want woont in Nederland) mens. Beetje gekleurd, beetje wit. Een gelukkig mens, denk ik. Maar ook dit Nederlandse mens zal onderscheid zien met de Duitse mens. Racisme is eigenlijk niet op te lossen doordat het in onze natuur zit. We horen graag bij elkaar. We horen graag bij een groep min of meer gelijken. Dan heb je vanzelf mensen die er wel en die er niet bij horen. We kunnen er eigenlijk niet veel aan doen. Racisten zijn we allemaal. Allemaal. Racisme is een rat die in ons huist en bij velen zit die rat in een kooitje dat we fatsoen noemen. Bij anderen loopt hij vrij rond en komt hij bij het minste geringste naar buiten.

Gloria Wekker richt haar peilen op de mensen met het sterkste kooitje en ontkent dat ‘mensen van kleur’ (jekkie jakkes wat lelijk) ook de rat van het racisme in zich hebben. Flauwekul, die rat woont bij iedereen! Wekker verklaart het racisme van die witte Nederlanders uit Neêrlands geschiedenis. De geschiedenis van kolonialisme en slavernij waarin de blanke steevast de gekleurde mens overheerste. Mijn stelling: Nederland heeft geen koloniaal verleden; Indonesie en Suriname wel. Nederland heeft geen slavernijverleden: Suriname wel. Voor het over- overgrote deel van de bevolking waren kolonialisme en slavernij een ver-van-mijn-bedshow. De mensen die hier woonden worstelden in de drassigheid om boven te blijven. Van zwarte mensen in landen ver weg hoorden ze via de missie. ‘Moriaantje zo zwart als roet’ was een leuk liedje omdat het ons de droom gaf dat het leven elders op de wereld vrolijker was dan hier in de miezerige druilerigheid van november…

Gloria Wekker laat van zich horen!

Ik ben iemand die opkijkt tegen mensen die bij de universiteit werken. Ik heb een paar jaar gestudeerd aan de universiteit, maar nooit afgestudeerd. Ik ben een HBO’er. Een matig trotse HBO’er. In mijn beleving is hoogleraar het hoogste wat je kunt bereiken. Daar zit ook wat oneerlijks in. Geef ik toe. Iemand die je op een voetstuk zet, kan hard vallen. Sinds ik stukjes schrijf, ben ik regelmatig op hoogleraren gestuit die onzin verkondigden.  Zo beweerde een hoogleraar dat tachtig procent van de bevolking aseksueel is. Hoe komt hij eraan? Ik ben een hoogleraar tegengekomen die beweerde dat niet-religieuze mensen oppervlakkige mensen zijn. Sjonge… En ik heb een hoogleraar klinkklare racistische taal horen uitbraken: Als je velletje blank is, dan deug je niet. Gloria Wekker! Racist onder de antiracisten. Ik kan gerust stellen dat het hoogleraarschap in mijn brein onder druk staat, om het maar eens lelijk uit te drukken. Hoogleraren zijn me tegengevallen.

Gepensioneerd hoogleraar Gloria Wekker heeft opnieuw van zich laten horen. Sebastiaan Valkenberg schrijft daar een alarmerend artikel over in de Volkskrant. Volgens Gloria Wekker zouden mensen die werken en studeren aan een universiteit een afspiegeling moeten zijn van de samenleving. Ze wil etnische quota gaan aanleggen. Dat lijkt een nobel streven, maar is dat niet. Je gaat dan namelijk mensen discrimineren op grond van etnische achtergrond en huidskleur. Weliswaar positieve discriminatie, maar discriminatie. Etnische achtergrond of huidskleur gaat dan een rol spelen bij het benoemen van bijvoorbeeld een hoogleraar. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ongeacht de etnische achtergrond en ongeacht de huidskleur wil je de slimste en beste en innovatiefste en meest out-of-the-box denkende hoogleraren. Dat willen we, en niets anders; het moet ons niks kunnen schelen of een hoogleraar een gele, zwarte of een groene huidskleur heeft.

Ik denk niet alleen dat Gloria Wekker het helemaal bij het verkeerde eind heeft, met haar etnische quota, ik ben ook bang voor haar. Bang voor wat ze teweeg kan brengen. Gloria Wekker gelooft namelijk in collectieve schuld. Zij vindt dat iedereen met een blanke huid schuldig is. Vooral in Nederland. Want Nederland is vierhonderd jaar een koloniale mogendheid geweest. Daardoor beschouwen Nederlanders andere volkeren als minderwaardig. Bovendien waren onze blanke voorvaderen beruchte slavenhandelaren en slavendrijvers. Dat verleden is, volgens Wekker, in de blanke genen gaan zitten. Nu, in het postkoloniale tijdperk, willen wij, witjes, niet meer discrimineren, maar dat gaat niet; we zijn en blijven racisten in het diepst van ons wezen. Wij zijn schuldig!

Ik ben gedeeltelijk van joodse komaf. Ik doe er niets aan. Maar toch vrees ik antisemitisme. Ik weet dat de Surinaamse plantage-eigenaren en slavendrijvers niet zomaar Nederlanders waren. Dat waren vooral joodse Nederlanders. Joodse mensen behandelden in Suriname andere mensen als ‘hun negers’. Dat is geen bladzijde in de geschiedenis waar de mensheid trots op is. Maar ik zeg: Geschiedenis. Nare geschiedenis, maar geschiedenis.

Hoe lang duurt het nog voordat Gloria Wekker zegt dat slavendrijven en racisme in het joodse bloed zit. Dat de joden collectief schuldig zijn aan wat daar in Suriname enkele eeuwenlang is gebeurd? Hoe lang nog? Ik ben er bang voor. Heel bang.

Het feest van de verbroken ketenen

Vandaag is het Keti Koti. Een feest waarvan ik vind dat we dat in Nederland moeten vieren. Massaal. Maar ook een feest waar ik een beetje bang voor ben. Met Keti Koti vieren we dat westerse landen zo’n honderdvijftig jaar geleden anders zijn gaan denken over slavernij. Dat regeringen van die landen het niet meer gewoon vonden dat mensen dwangarbeid verrichtten; verhandeld werden. Tot die tijd was dat heel gewoon en in veel andere culturen dan de westerse, vindt men dat nog steeds heel gewoon. Enkele weken geleden schreef ik over de  Global slavery index . Bekijk de site en je weet; Keti koti gaat niet over de afschaffing van de slavernij.

Wat de westerse vorm van slavernij wel uniek maakte was dat slaven van het ene naar het andere continent versleept werden. Westerse landen namen slavenhandel serieuzer dan andere landen. Was het daar zo dat je je slaaf aan je buurman verkocht; in het westen werden slaven gelijkgesteld aan een lading graan, steenkool of suiker. Dat was wel behoorlijk uniek. Maar verder blijven slaven mensen die voor een ander dwangarbeid verrichten. Mensen die het eigendom zijn van andere mensen. Mensen overal ter wereld moeten van hun ketenen worden bevrijd. Dat is mijn mening.

Keti koti wil ik vieren in Nederland, en herdenken. Ik wil dat het niet alleen onze gedachten laat gaan over de westerse vorm van slavernij, maar dat we nadenken over alle vormen van slavernij. Dat het een dag wordt in het teken van de bevrijding van de mens van haar ketenen. Dwangarbeid honderdvijftig jaar geleden in Suriname is net zo erg als dwangarbeid in India op dit moment.

Maar ik ben bang dat mijn idee over keti koti het hem niet gaat worden. Ik ben bang dat het toch vooral zal gaan om blanke slavenhandelaren in het verleden en blanke plantage-eigenaren en dat er zwarte slaven werden aangevoerd. Dat er blanke slavendrijvers waren en dat zwarte mensen de klappen kregen. Dat keti koti daarover zal blijven gaan.

Mijn huid is zo blank dat het met het minste zonnestraaltje verbrand. Ik heb nog nooit iets met slavernij te maken gehad. Wel in mijn familie. Mijn opa deed slavenarbeid op de Drentse hei en mijn oma in Auschwitz. Dat moesten ze doen omdat ze joods waren en sterk en jong tijdens de tweede wereldoorlog. Maar dat telt denk ik niet mee voor keti koti. Dat maakt me ook erg bang; veel slavendrijvende plantage-eigenaren in Suriname waren joods. Als keti koti gaat over de tegenstelling blanke dader en zwart slachtoffer, waarom gaat het dan niet binnenkort over joodse dader en zwart slachtoffer? Daarom maakt keti koti mij bang.

Ondanks mijn blanke huid en ondanks mijn gedeeltelijk joodse afkomst ben ik schuldig noch slachtoffer. Ik wil op geen enkele manier geassocieerd worden met de slavenhandel of de slavenhouderij. Zolang keti koti een blank-zwart feest blijft, verandert er niets. Ook bijvoorbeeld Gloria Wekker is schuldig noch slachtoffer. Zij vindt wel dat mensen met een blanke huid schuldig zijn. Laat haar nadenken tijdens keti koti. Laat haar bedenken of haar ideeën ons allen verder brengt.

Laten we er wel een feest van maken. Het feest van de verbroken ketenen. Van iedereen!

P.C. Emmer – De Nederlandse slavenhandel; 1500 – 1850.

Ik heb het boek ‘De Nederlandse slavenhandel 1500-1850’ van P.C.Emmer even terzijde gelegd. Het is vakantie, en lees je dit boek voor je plezier? Ja, toch wel. Ik heb het weliswaar niet helemaal uit, maar toch heb ik er voldoende in gelezen om er wat over te kunnen zeggen. Ik kan me voorstellen dat velen zich beledigd voelen door dit boek. Dat komt omdat P.C. Emmer onder het mom van wetenschap, toch ook veel waardeoordelen geeft. Als historicus zou je dat, zeker bij zo’n gevoelig onderwerp als dit, moeten vermijden. Hou je aan de feiten die je gevonden hebt en laat het waardeoordeel over aan de lezer, lijkt hier het devies. Hoewel, dat zal een niet zo heel makkelijke opgave zijn. Vergelijk je het aantal slaven binnen Afrika met het aantal mensen dat vanuit Afrika naar Amerika is vervoerd als slaaf, dan spreek je al min of meer een oordeel uit. Want het aantal slaven dat in Afrika bleef was vele malen groter dan het aantal slaven dat werd vervoerd naar Amerika. Als je die vergelijking maakt, zeg je eigenlijk al meteen dat die slavenhandel dus wel mee viel. Moeilijke zaak. Ik ben blij dat ik dit boek niet heb hoeven schrijven!

Als je je achtergesteld voelt, heb je de neiging om de oorzaak bij een ander te leggen. Dat maakt je tot slachtoffer en geeft je het morele recht om eisen te stellen. Dat die eisen worden ingewilligd is afhankelijk van de benoemde dader. Als hij de eisen niet inwilligt dan mag hij misschien als een slechterik worden beschouwd, maar veel gevolgen heeft dat niet. Slachtofferschap is daarom nooit productief. Als slachtoffer voeg je je naar de luimen van de ander. Op dit moment hebben sommige mensen die afstammen van de slaven uit het Nederlandse koloniale verleden de neiging om zich als slachtoffer op te stellen. Dat wordt momenteel zelfs wetenschappelijk onderbouwd door Gloria Wekker. Een slechte, contraproductieve zaak. Emancipatie, dat is het enige wat de mens vooruithelpt. Emancipatie en verheffing!

P.C. Emmer wordt verguisd. Mensen voelen zich gekrenkt door deze historicus. Terecht. Maar aan de andere kant doet Emmer ook verslag van zijn zoektocht in verschillende historische bronnen. En dat verslag is mateloos interessant. Dat verslag ontdoet ons beeld over slaverihouders en slavenhandelaars van onterechte denkbeelden. We hebben ons een voorstelling gemaakt van hoe het daaraantoe ging. Het is zonder meer verhelderend om naar de waarheid te zoeken. Maar waardeoordelen, die moet je laten.

Wat voor een beeld had ik van slavernij? Daar moet ik mee beginnen. Ik zie vredige Afrikaanse dorpjes voor me. Mannen die even niet opletten worden overvallen en zonder dat ze afscheid kunnen nemen van hun geliefden, worden ze door wrede mannen weggevoerd. Na een lang mars komen ze terecht in een slavenfort. Daar worden ze geketend in donkere kerkers. Vandaaruit massaal in slavenschippen geladen en in het ruim vastgeketend. Zo worden ze naar de nieuwe wereld vervoerd. In de nieuwe wereld worden ze op een slavenmarkt verkocht en daarna te werk gesteld op een plantage. Discipline, orde en werklust worden er met zware lijfstraffen ingeramd. Dat is mijn beeld.

Dat beeld van mij blijkt genuanceerder en zonder historische context. Tegen de achtergrond van een tijd waarin lijfeigenschap, willekeur van bazen, doodstraf en marteling nog zaken waren waar geen mens wakker van lag, moeten we slavernij beschouwen. In onze tijd met cao’s en professionele rechtsspraak en regels die voor iedereen gelden en een zwaar gelijkheidsbeginsel, komt het verleden als barbaars over. De slavernij is om die reden dan ook afgeschaft, destijds. Maar willen we slavernij en slavenhandel begrijpen, dan zullen we moeten aanvaarden hoe mensen van toen dachten en deden. Dat probeert Piet Emmer te doen. Dan kan je alleen maar concluderen dat we de slavernij als te slecht zien. Dat we de slechtheid van de slavenhandelaar en slavenhouder zwaar overtrokken hebben. Dat veel vergelijkingen mankgaan. Maar toch, als we toch een moreel oordeel moeten vellen, dan hadden onze voorouders met het verbieden van slaven en slavenhandel gelijk. Slaven zijn immoreel…nu…op dit moment. Maar goed, is dat geen open deur?

Voor mensen die met veel passie de slachtofferrol hebben gekozen mag je de slavenhandel en -houderij niet in het juiste historische perspectief zetten. De slechtheid van dit bedrijf kan nauwelijks voldoen aan het beeld dat ik er (als bleekscheet) van heb. Voor hun komt deze relativering aan als een klap in het gezicht. Dat geloof ik zeker. Maar afgezien daarvan; ook een logische beredenering had al eerder tot de conclusie moeten leiden dat het beeld wat ik ervan heb, niet klopt.

Bovendien, en dat is het meest kwalijke, voelen zij zichzelf als slachtoffer en de blanke mens, wie het ook is, als dader. Daar kom je geen steek mee verder. In tegendeel; alle partijen zetten fanatiek de hakken in het zand.

Terug naar de slavenhandel. Wat ik me zelden realiseerden, maar wat je zonder meer had kunnen beredeneren, was dat slaven waarde vertegenwoordigden. Slaven zijn goedkoper dan betaalde arbeidskrachten, maar ook weer niet zoveel goedkoper. Ook slaven moeten gehuisvest, moeten hun natje en hun droogje hebben. Bovendien moeten ze worden aangeschaft. Zet je dat af tegen een betaalde arbeider dan verschilt de economische waarde niet zoveel. Ons (terechte) gevoel dat de een vrij is en de ander niet, is absoluut doorslaggevend. Zelfs als je bedenkt dat de Indiase opvolger van de Afrikaanse slaaf in Suriname het echt niet zoveel beter hadden.

Moeilijk die slavernij; vooral omdat het zo verschrikkelijk veel negatieve gevoelens opwekt.

Slavernij

In veel Nederlandse discussies komt men al snel terug op de slavernij. In het verre verleden heeft Nederland veel geld verdiend aan de handel in mensen. Dat ging volgens de regels van de handel; bij de producent werden de mensen voor een prikkie gekocht, en elders in de wereld voor duur geld verkocht. Handel is handel, dacht men toen. De geur van geld prikkelde toen nog heel aangenaam de neus. Zo zat dat. De moraal van toen stond dat volledig toe. Er was wereldwijd nog nooit iemand met enig gezag geweest die slavernij inhumaan had gevonden. Of onethisch; het was zoals het was. Als je iets of iemand kocht (en het dus te koop werd aangeboden) en jij betaalde ervoor, dan was het je eigendom. Klaar!

In de loop van de negentiende eeuw zijn we daar heel anders over gaan denken in West-Europa. Men ging mensen als individuen zien en men bepaalde dat een mens nooit eigendom kon zijn van een ander mens. Sindsdien is dat principe het kompas waar we op varen wat de slavernij betreft. In de negentiende eeuw hebben de Europeanen als eerste in de wereldgeschiedenis bepaald dat slavernij inhumaan is en dat het met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Daarmee heeft de mensheid een grote stap gezet. Ook een moedige stap, want het stuitte op veel verzet. Mensen raakten een deel van hun rijkdom kwijt en daar houden mensen niet van…

De Surinaamse en Antilliaanse bevolking heeft voor een groot deel slaven als voorouders. Een groot deel van de mensen die in Suriname en de Nederlandse Antillen leefden in de geschiedenis, werden in Afrika op boten geladen en onder onmenselijke omstandigheden naar de Nederlandse plantages gebracht. Men spreekt van een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis. Ik ook. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat mensen van toen op geen enkele manier het idee hadden dat ze iets fout deden. Nu, terugkijkend op die periode, voelen we het alsof alles fout was wat ze toen deden.

Van alle (ex-)slaven leeft niemand meer. Van alle slavenhouders is iedereen ook inmiddels dood. Niemand hoeft zich daarom meer schuldig te voelen en niemand is meer slachtoffer; we zijn mensen naast elkaar. Maar helaas, zo zit de wereld niet in elkaar: Zodra er iets is met huidskleur dan komen de sentimenten bovendrijven. Nazaten van slaven voelen zich (onterecht) slachtoffer en nakomelingen van slavenhouders voelen zich (onterecht) schuldig. Sylvana Simons en Sunny Bergman zijn uitstekende vertegenwoordigers van beide zijden.

Vandaag is de slavernij index uitgekomen. Deze index geeft de stand van zaken weer van hoe het op dit moment zit met de slavernij. Wat meteen opvalt is dat het in de negentiende eeuw ontstane morele kader, in West-Europa nog steeds onherroepelijk van toepassing is. Er zijn nauwelijks slaven en bovendien neemt de overheid veel maatregelen tegen de (illegale) slavenhouders. Dat in tegenstelling tot veel delen in de rest van de Wereld. Als we landen zouden moeten mijden waar slavernij nog heel gewoon is, dan kunnen we ons met goed fatsoen niet meer in India, Pakistan en Bangladesh vertonen. India staat vierde op de lijst van landen met de meeste slavernij. Alleen Noord-Korea, Turkmenistan en Cambodja zijn erger.

Kijk zelf maar hoe slaaf-vrij je vakantieland is