Tagarchief: socialisten

Opium voor het volk!

Een televisieoptreden van Shirin Musa samen met een Leefbaar Rotterdam raadslid en een PvdA raadslid had mij erg verontrust. Dat verontrustende gevoel was weggezakt, maar Elma Drayer roept mij vandaag met haar column in de Volkskrant weer tot de orde. Het verontrustende zat’em in de houding van mijn partij. De PvdA. Hoewel ik de houding van mijn partij wel begrijp, is hij toch fout. Ik vind dat mijn partij stelselmatig de verkeerde houding aanneemt ten opzichte van moslims. Ik vind niet dat mijn partij islamofoob zou moeten worden, maar wel dat ze zich aan hun principes moeten houden.  De PvdA wil tolerant zijn ten opzichte van iedereen en ze willen dat iedereen het gevoel heeft dat ze erbij horen. Een humaan standpunt dus. Maar dat standpunt heeft wel tot gevolg dat we onze grondbeginselen laten varen. Socialisten vinden dat godsdienst opium voor het volk is. Socialisten geloven erin dat godsdienst ervoor zorgt dat je je niet emancipeert tot vrije burger. Godsdienst zorgt ervoor dat je je laat onderdrukken en dat je genoegen neemt met de bescheiden plaats die je (door God?) is toebedeeld.

Shirin Musa streeft met haar stichting Femmes for Freedom voor vrijheid van partnerkeuze voor iedereen. Daar kan de Partij van de Arbeid niet tegen zijn, zou je zeggen, maar de partij komt in een innerlijk conflict waarbij ze de verkeerde keuzes maken in mijn ogen. Veel moslims vinden dat hun geloof hun voorschrijft dat ouders mogen bepalen met wie hun kind trouwt. Dat als je eenmaal getrouwd bent,  je niet meer kunt scheiden. Dat een ander het laatste woord heeft over jouw liefdesleven. Dat het goed is dat het geloof je veel regeltjes oplegt en dat je het voor lief moet nemen dat je daardoor je talenten, en vooral je talenten als je vrouw bent, niet ten volle kunt benutten. Socialisten zijn traditioneel tegen godsdienstdwang. Als er iets door de socialisten is bereikt dan is het wel de secularisatie van Nederland. In de eerste helft van de twintigste eeuw nestelde de socialistische zuil zich als een koekoeksjong tussen de religieuze zuilen. De socialisten voerden zonder meer de secularisatie in de tweede helft van de twintigste eeuw aan. Vrijheid wilden we. Vrije liefde, vrije seks. Vrijheid kwam uit linkse hoek. De socialisten emancipeerde de arbeidersklasse en verhief de mens. Ook de bevrijding van de moslim moet uit linkse hoek komen, vind ik. Daarom zou de PvdA ieder initiatief op dat terrein van harte moeten ondersteunen. In het geval van Shirin Musa is het zuur dat een law-and-order partij als Leefbaar Rotterdam vooroploopt haar te steunen. Echt heel zuur. Maar ons socialisten gaat het om de inhoud! Inhoudelijk verdient Musa alle steun!

Betuttelend? Jazeker! De PvdA is een emancipatorische partij en een emancipatorische partij heeft ideeën over hoe mens en maatschappij idealiter functioneren. Betutteling hoort er helemaal bij. Ik vind dat niet erg als dat in dienst staat van de bevrijding van de mens. Laten we niet vergeten dat  moslims niets te verliezen hebben dan hun ketenen; godsdienst is opium voor het volk!

Wonen in de Amsterdamse school

Dit weekend was het heerlijk weer. Ik heb lekker op het balkon zitten lezen. De zon was nog niet om het huizenblok. Er was geen wind en de temperatuur aangenaam. Beneden de tuinen van mijn buren. Onbegrijpelijk dat daar zelden iemand in zit, vind ik. Voor onze verhuizing naar de wisselwoning waar we nu in wonen, leefden we in de tuin. Zeker op de warmere dagen zoals vandaag.

Gisteren wilde ik naar de tentoonstelling Wonen in de Amsterdamse school in het Stedelijk. Deze tentoonstelling is zwaar van toepassing op mij en ons. We woonden in het absolute architectonische Amsterdamse schoolse hoogtepunt. Maar ook onze wisselwoning is ontworpen door deze invloedrijke architectuurstroming.

Voordat ik koers zette naar het Stedelijk, reed ik even langs onze ‘echte’ woning. De sloop van het interieur bleek begonnen. Ondanks dat dit een stap in de richting van onze terugkeer is, brak mijn hart. Wat een puinhoop in het huis dat ons zoveel gebracht heeft. De plafonds waren eruit, het toilet was weg en de tussenliggende muren ook. Onze woning lag erbij als een gewond dier en ik kon er niets aan veranderen. Wat een akelig gezicht! Ineens herinnerde er weinig meer aan ons jarenlange verblijf in de woning. Ja toch…De zuil midden in de kamer. Die had ik onbeholpen en lelijk behangen. Het behang rafelde nog steeds op dezelfde manier; Frits was here!

Zo kwam ik met opgeschudde gevoelens op de tentoonstelling Wonen in de Amsterdamse school terecht. Deze keer ging het eens niet om het uiterlijk van de gebouwen, maar om het ontwerp van het interieur. Dan vooral het ontwerp van meubels. Was het zo dat de Amsterdamse School architecten met hun architectuur iets wilden betekenen voor de arbeidersklasse, met hun meubels en interieurs zochten ze aansluiting bij de kapitalist. Dat was het meest verrassende van de tentoonstelling. Hoewel de architecten enorm begaan waren met de arbeidersklasse en ze hun huizen voor een groot deel ontworpen voor de socialistische woningbouwcorporaties, waren de meubelen die ze ontworpen duur. In ieder geval onbetaalbaar voor de arbeidersklasse. Terecht staan er in de museumwoning in Het Schip ook geen Amsterdamse schoolmeubelen; die waren onbetaalbaar en zullen waarschijnlijk nooit in een Eigen Haard woning hebben gestaan.

Juist bij de meubelen viel het op hoezeer de stroming aanzit tegen grote Europese kunststromingen. Art Deco, bijvoorbeeld. Op de een of andere manier zie ik dat niet in de huizen terug, maar wel in de interieurontwerpen. Een mooi voorbeeld vond ik De Bijenkorf in Den Haag. Was ik nooit geweest, maar is nu een must geworden. De kleurige lampen deden me wel een beetje denken aan Tuschinsky. Verder viel me de hoeveelheid klokken op. Het Stedelijk had er een hele zaal mee gevuld, maar ook elders in de tentoonstelling kwam ik nog veel klokken tegen. Veel pendule achtige klokken voor op de schoorsteenmantel. Je kon zelfs je eigen Amsterdamse Schoolklok maken! Het affiche van de tentoonstelling is wat dat betreft al een opwarmertje; als klokkenliefhebber, wat ik niet perse ben, kom je hier goed aan je trekken.

Een leuke tentoonstelling. Maar toch moet het van mijn hart, dat ik de architectuur hoger waardeer dan hun meubelontwerp.

Liefde laat zich niet dwingen

Ik heb verzaakt om aan mijn oma te vragen waarom ze, als joodse vrouw, voor een joodse man koos. Ik kan het haar nu niet meer vragen. Maar het is een interessant vraag. Mijn oma was voor de oorlog actief in de AJC. De AJC was haar leven. Ze geloofde in een betere wereld. Een wereld waarin het kapitalisme had plaatsgemaakt voor een klasseloze maatschappij. Oma ging om met grote socialistische voortrekkers. Koos Vorrink was een goede kennis van haar. Godsdienst was volgens hun opium voor het volk. Toen ik haar uitnodigde voor de doop van onze oudste, haalde ze hautain haar mopsneusje op; zij in een kerk, aan-haar-nooit-niet. Maar toch koos ze voor een joodse man. Niet één keer, maar twee keer. De vader van mijn moeder was joods maar ook mijn ‘echte’ opa waarmee ze na de oorlog trouwde, was joods. Merkwaardig. Waarom? Ik had het haar moeten vragen.

Als mijn oma gekozen had voor een niet-joodse man, dan waren haar problemen in de oorlog lang niet zo groot geweest. Hoewel ik van mening ben dat je de liefde niet kan dwingen, is het wel opvallend dat ze in een jongerenorganisatie waar men niets van godsdienst moest hebben, juist koos voor een joodse man. Stilletjes denk ik…of vraag ik me voorzichtig af…is dat ook niet een racistische stap? Ik durf het haast niet hardop te zeggen. Maar heeft zij haar partnerkeuze wellicht laten leiden door het idee dat joden beter zijn dan anderen? Hoe zit dat precies? Haar zus, mijn tante Marie, was absoluut niet bezig met het verheffen van de arbeidersklasse. Politiek zei haar niet veel. Het jodendom trouwens ook niet. Ze trouwde met een niet-joodse man. Haar problemen tijdens de oorlog met het extreem racistische regime waren groot, maar stonden in geen verhouding met de problemen die mijn oma met het regime had. Mijn oma, mijn moeder en mijn biologische opa wilden ze dood. Tante Marie had wat dat betreft niet veel prio…voor dat regime.

In de jaren dertig van de vorige eeuw deed mijn oma moeite om de ‘arbeiders aller lande’ te verenigen in de strijd tegen het kapitaal, maar in haar partnerkeus beperkte ze haar blik, zo lijkt het. Ik had het haar moeten vragen vijftien jaar geleden.

Ik heb er al eerder over geschreven, maar racisme voorkom je door eerst zelf een stap te zetten. Racisme bestaat bij de gratie van onderscheid. Joden, Marokkanen, Surinamers, Russen, Oekraïners. Zolang die groepen bij elkaar leven, kunnen ze elkaar op grond van hun ‘wil’, tolereren en rekening met elkaar houden. Integreren, dus. Maar wil je echt van racisme af, dan moet je mengen. Dan moeten joden met Marokkanen kindjes krijgen en Nederlanders met Surinamers en Oekraïners met Indonesiërs en Molukkers met Russen. En hun kinderen moeten ook weer trouwen zonder aanziens des rasses…wat dan ook al veel makkelijker gaat, want over wat hebben we het dan nog precies?

Maar, zoals ik al zei, liefde laat zich niet dwingen. En…vrijheid betekent ook dat je als joodse vrouw mag kiezen voor een joodse man. En…dan mag een Molukse man natuurlijk ook kiezen voor een Molukse vrouw. Of…dat een Marokkaanse man mag kiezen voor een Marokkaanse man (en geen kindjes krijgt). No problem at all… maar het lost het racisme niet op.

Oud-Spanjestrijders in het Reina Sofia museum

(Geschreven op 5 mei 2016 in Madrid)

Gisteren bezochten we het museum Reina Sofia. Een indrukwekkend museum met indrukwekkende doeken. In de eerste plaats de Guernica van Picasso.

Gisteren stond ik dus voor het origineel. In een zaal speciaal gewijd aan dit schilderij. De entourage deed me heel erg aan de Nachtwacht denken in het Rijks. Dit schilderij vertegenwoordigd voor Spanje meer dan alleen een mooi schilderij. Dit schilderij is Spanje. De oorlog en ellende die het land heeft doorgemaakt tot diep in de jaren zeventig. In het Reina Sofia museum wordt de kunst in verband gebracht met de moderne geschiedenis. Fascinerend!

In een van de zalen naast de Guernica hing in een hoekje een aquarel van Jesus Molina Garcia de Arias. Een aquarel die me aan het denken heeft gezet over onze beeld over ‘die’ tijd. In 1936 woedde er een burgeroorlog in Spanje. Er zat een democratisch gekozen regering. De fascisten, onder leiding van Franco, deden een staatsgreep en wilde een fascistisch regime vestigen. De regering, de republikeinen, verzette zich daartegen. De republikeinen waren socialisten. De strijd tegen de fascisten inspireerden honderden buitenlandse socialisten om te helpen in de strijd. Zij trokken massaal naar Spanje om zij aan zij te strijden. Oud- Spanje strijders waren onze helden die streden tegen het fascisme in Spanje. Daarom was het zo verschrikkelijk onrechtvaardig dat deze helden het Nederlands staatsburgerschap werd afgenomen omdat ze in vreemde krijgsdienst waren getreden.

Op de aquarel geschilderd door de eerdergenoemde kunstenaar met de lange naam, een vrachtwagen met daarop strijders. De rode vlaggen doen vermoeden dat het hier om socialisten en communisten gaat. De Nederlandse vlag geeft aan dat het om Nederlandse socialisten gaat. De vrachtwagen staat vol mannen. Mannen met geweren. Ze schieten in alle richtingen. Zelfs vanuit de bijrijdersstoel. Dat moeten dus die Nederlandse helden zijn die tegen het fascisme streden! De titel van de aquarel: La España que no quieren conocer. In het de vertaling eronder: The Spain they don’t want to know about. Dat werpt dus een heel ander licht op die strijd van onze helden. Datgene waar de Spanjaarden niets van willen weten. De Spanjaarden wilden onze helden helemaal niet. Is het dan soms een fascistische schilder? Of dachten Spanjaarden er zo over? Wie zal het zeggen…

Jesus Molina Garcia de Arias

Zijn helden altijd helden? Ik vraag het me af. Zat Spanje wel te wachten op onze strijders tegen het fascisme? Hebben ze de strijd, die zoveel ellende gaf, niet onnodig gerekt? Toen hadden ze het idee dat de strijd gewonnen kon worden…Maar uiteindelijk heeft het de strijd vooral gerekt. Moeilijke zaak.

Dat zet je meteen aan het denken over de islamitische jongens en meisjes die naar Syrie zijn vertrokken. Ze trekken net zo goed ten strijde tegen een wrede heerser maar wij beschouwen hen niet als helden. Zij worden in onze media afgeschilderd als godsdienstwaanzinnigen. Levensgevaarlijk. Maar zijzelf zullen voor een groot deel dezelfde ideeën hebben gehad als als onze Spanje strijders van toen.

De grens tussen held en vijand is flinterdun. Dat is mij wel duidelijk. Heldendom kan hier iets heel anders betekenen dan elders en de geschiedenis moet steeds worden herschreven. Geschiedenis is interpretatie van het verleden. We lachten ons destijds dood om Rusland en China waar figuren in de geschiedenis naar believen van het regime (vonden wij) helden werden of despoten of gewoon uit de geschiedenisboeken verdwenen.

Dat is geschiedenis. De kern van geschiedenis. Er vinden gebeurtenissen plaats in het verleden en later wordt daar de waarde van bepaald. En naarmate het wereldbeeld van mensen die gezag hebben, verandert, verandert ook de geschiedenis.

Kunst nuanceert je ideeën over het verleden!