Tagarchief: slavernij

Annejet van der Zijl – Leon & Juliette een lekker tussendoortje

Op de eerste pagina’s van het boekenweekgeschenk staan, net als alle jaren, aanwijzingen over hoe gratis te reizen op de laatste zondag van de Boekenweek. Dat je met de QR-code door de poortjes op het station komt en dat je het boek kunt laten zien aan de conducteur en dan kan je lekker gratis met de trein… Hoe anders is het gelopen. Het coronavirus beheerst ons allen. Reizen doen we niet vrijwillig en zeker niet met de trein tussen al die potentiele tegelijkertijd reizende besmettingshaarden. In één week tijd is ons leven geheel op zijn kop gezet en doemt een algehele somberte en dreigt de overheid zelfs met een straatverbod voor iedereen; een totale lock-down. Alles wat gewoon was en waar we ons prettig bij voelde is ineens verboden terrein geworden en dus zoeken we troost bij de dingen die geen kwaad kunnen maar toch leuk en interessant zijn. Lezen is zoiets. Als één van de weinige branches varen de boekwinkels wel bij de huidige crisis. Dat mag ook wel na een jarenlange neergang.

Annejet van der Zijl schreef dit jaar het boekenweekgeschenk. Deze schrijfster heeft zich toegelegd op het schrijven van biografieën over mensen die in het verleden leefden. Het was dan ook niet anders te verwachten dan dat ook het boekenweekgeschenk een biografie zou zijn over historische personen. Leon & Juliette is het verhaal van een Nederlandse koopman die in Charleston in de negentiende eeuw zijn fortuin wil maken. Charleston is een stad in één van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten waar de slavernij gekoesterd werd. Hoofdpersoon Leon wordt verliefd op slavin Juliette. Hij koopt haar voor een – voor die tijd – onmogelijk hoog bedrag en geeft haar onmiddellijk de vrijheid.

In de tijd waarin slavernij steeds meer omstreden werd, klampen de mensen in de zuidelijke staten van Amerika en dus ook in Charleston (en niet te vergeten in Suriname) zich vast aan het oude systeem waar slavernij de way-of-life symboliseert. Om dat systeem te handhaven passen ze de wetten voortdurend aan met het doel om de verschillen tussen witte en zwarte bevolking steeds scherper te stellen. Eigenlijk wordt elke omgang tussen witte en zwarte mensen verboden anders dan de verhouding tussen eigenaar en slaaf. Tegen deze achtergrond speelt zich het liefdesverhaal af van de witte Nederlandse koopman Leon en zijn zwarte partner Juliette. Ze houden er een relatie op na die zich geheel in het verborgene moet afspelen. Uiteindelijk weten ze één voor één hun kinderen – en dat zijn er nogal wat – uit Amerika te smokkelen en af te laten reizen naar Nederland. Tenslotte komen ze zelf weg uit Charleston om zich in Nederland te vestigen en daar het gezinsleven op te pakken dat ze in Amerika alleen maar in het geheim konden hebben. In het Nederland van toen werd de zwarte Juliette met alle egards behandeld. Volgens de schrijfster was men in het nog helemaal witte Nederland vooral nieuwsgierig naar een zwarte vrouw. Racisme zou pas heel veel later een rol gaan spelen in de geschiedenis van Nederland.

Als je een boek van Annejet van der Zijl leest weet je dat alle feitjes gewoon kloppen; ze heeft zich echt in de geschiedenis verdiept. Na het lezen van het boek heb je het gevoel dat je wijzer bent geworden over hoe de slavernij in Amerika in elkaar zat. Als het de bedoeling was om een soort Romeo en Julia-liefdesverhaal te schrijven dan vind ik het minder geslaagd. Door wat ze met elkaar meemaken en door hoe ze handelen en vooral aan het aantal kinderen dat ze samen krijgen lees je ongeveer af hoeveel Leon om zijn Juliette gegeven moet hebben; echt voelbaar wordt dat niet; daarvoor is het boek ietsje te veel een documentaire. Toch is het erg boeiend om te lezen.

Hoewel ik nu met alle corona-ellende helemaal niet meer weet wat wel of niet gaat plaatsvinden in 2020, zou er dit jaar een grote tentoonstelling over de slavernij komen in het Rijksmuseum. Dit boekje lijkt daar een voorschot op te nemen. Hoewel dit verhaal vooral over de slavernij gaat in een land waar onze voorouders uiteindelijk niets mee te maken hadden; waar ze zelfs een soort van heldenrol speelden.

Ik vond Leon & Juliette een lekker tussendoortje, want ja, mijn leesdoel is op dit moment even anders; de Libris literatuurprijs. Mijn huidige boek valt wat tegen dus was het boekenweekgeschenk een mooie afwisseling!

De mens gereduceerd tot schoothondje

De gebroeders van Limburg hebben het kasteel dat wij gisteren bezochten, geschilderd. In het beroemde getijdenboek uit de hoge middeleeuwen dat we vorig jaar op z’n dichtst benaderd hebben; we bezochten toen het chateau te Chantilly waar men het, beschermd tegen het licht, in een donkere kluis bewaard. Op de kalender voor september staat het kasteel van Saumur in al haar glorie afgebeeld. Veel van de glorie heeft het kasteel verloren na zoveel honderd jaar. Pas na een ingrijpende restauratie aan het begin van de twintigste eeuw, begon het weer te lijken op wat het ooit geweest is. Het ligt hoog boven de Loire en ziet er van de kastelen die we deze vakantie bezocht hebben het meest uit als een kasteel. Het heeft wel iets weg van het Muiderslot.

In het kasteel hebben ze zo goed en zo kwaad als het kon een museum ingericht. Het laat zo ongeveer de dingen zien die er door de eeuwen heen in gehangen hebben. Een paar prachtige vijftiende eeuwse gobelins. Probleem is, vind ik, dat ze er daar te onbeschermd bijhangen. Een jongetje zag ik even aan de stof voelen… Niets dat hem tegenhield…

De gravin van Lauzan

In het kasteel ook dit schilderij van de gravin van Lauzan in de achttiende eeuw. Een wicht nog. Hoe oud zal ze geweest zijn toen ze hier als gravin werd geschilderd? Ik schat dat ze nog geen twintig was. Door een vakman geschilderd. Een anoniem gebleven vakman. Ik zou er langs gelopen zijn als me in de rechterbenedenhoek niet iets onaangenaam getroffen had. Volgens mij een slaafje. Geschilderd in een tijd dat het nog heel gewoon was dat de ene mens eigenaar was van een ander mens. In een tijd dat men er in geloofde dat de orde van de wereld was bepaald door een hogere macht en dat wij ons daarnaar te schikken hadden. Maar een slaaf…is het een slaaf? Ja, dat denk ik wel. Rond zijn nek een metalen slavenband. Het jonge gravinnetje lijkt een speciale band met het slaafje te hebben. Zoiets als tussen wat nu veel mensen met een hondje hebben. Haast teder legt ze haar hand op het bolletje van haar slaaf. Met haar andere hand wijst ze naar hem. Ze lijkt te zeggen: Wat een lief, brutaal klein opdondertje is het. Hij eet stiekem van de (slecht geschilderde) kersen die natuurlijk voor haar bedoeld waren. Ik denk dat dit jonge wicht heeft mogen kiezen met wie ze samen geportretteerd mocht worden; met haar lievelingshondje of haar lievelings slaafje. Dat maakt het allemaal zo verschrikkelijk fout, terwijl ze het zelf absoluut niet besefte. Ik kan me heel goed voorstellen dat ze het idee had dat haar slaven het beste leven op aarde hadden want ze zorgde er in haar ogen voor dat het hem aan niets ontbrak…

tsja….

Als ik dit schilderij bekijk vraag ik me steeds meer af over wat voor relatie de twee met elkaar hadden. Maar dat weten we verder niet. Ze behandelt hem misschien wel als haar lievelingshondje, maar dat was hij niet. Het was een man, met alles erop en d’r aan. Ondanks het astronomisch grote verschil in status, toch bijzonder spannend voor een meisje van, pak ‘em beet, achttien.

Als we het over slavernij hebben is dit schilderij even schrijnend als de beelden die we kennen van afgeranselde mensen; de mens gereduceerd tot schoothondje…

Slavenforten in Ghana

Enkele jaren geleden bezochten Josien en ik Birkenau. Nog net eventjes erger dan Auschwitz. Het besef dat op deze plek in een tweetal jaren anderhalf miljoen mensen binnenkwamen en er uiteindelijk een paar duizend weer, levend, vandaan gingen doet je haren te bergen rijzen. We liepen over het grote terrein. Zagen de barakken die nog overeind stonden. De slaapbritsen waar mensen dicht op elkaar gepakt konden slapen. De toiletten. De horror. Uiteindelijk de ingestorte en opgeblazen gaskamers en crematoria. Ik besefte dat mijn oma daar geweest was. Volkomen onschuldig. Haar enige misdaad was dat ze joods was. Daar kon ze nog niet eens wat aan doen, want ze had haar best gedaan. Ze was socialiste in hart en nieren en had het geloof al mijlen ver achter zich gelaten. Slechts peren met kugel verbond haar met het jodendom. Meer niet. En toch werd ze zwaar vervolgd. Ik vind dat de ‘Duitsers’ zich daar helemaal niet voor hoeven te schamen. Ja, tussen de grootouders en (soms nog) ouders van de huidige generatie Duitsers lopen daders. Die mogen zich wel schamen. Heel diep schamen. De rest van de Duitsers moet er, samen met de rest van de mensheid, voor zorgen dat zoiets niet nog eens gebeurt. Net als slavernij. Mag ook niet meer!

Toiletten in Birkenau

Beeldend kunstenaar Hans Broek is op reis geweest in Ghana schrijft hij vandaag in de Volkskrant. Hij heeft daar slavenforten bezocht waar, in het hele verre verleden, Nederlanders de scepter zwaaiden en mensen verschrikkelijk mishandelden. Onder barre omstandigheden werden mensen opgesloten. Geen misdaad kan zo groot zijn dat je het verdiend om op zo’n manier behandeld te worden. Die zeventiende-eeuwse Nederlanders zouden zich diep moeten schamen. Zeker als we naar die forten kijken met onze ogen van nu. Aan de andere kant, ook met de ogen van toen zal men deze manier van mensen behandelen niet als fraai hebben gezien. Zelfs als je beseft dat het in die tijd gewoon was dat in het openbaar de doodstraf werd voltrokken of dat mensen in het openbaar voor straf werden verminkt. Een tijd waarin wreedheden veel meer tot het gewone behoorden dan nu. Zelfs dan.

Hans Broek concludeert dat we ons diep moeten schamen voor onze voorouders. Een verkeerde conclusie want contraproductief: Onze taak is het niet om ons te schamen, onze taak is het om met de kennis van het verleden ervoor te zorgen dat het niet weer gebeurt. Dat we er ons voor inzetten dat slavernij nergens ter wereld gedijd. Dat we het overal waar we het tegenkomen te vuur en te zwaard bestrijden. Wat heeft schaamte voor zin als het over het handelen gaat van mensen die honderden jaren geleden leefden. Het heeft in ieder geval geen enkele praktische waarde. Excuses aanbieden? Aan wie? De voorvaderen van de Ghanezen die nu leven kunnen de slavenhalers zijn geweest die inlandse stammen overvielen en de mensen verkochten. Kan zomaar, want dat was een heel gewone praktijk.

Ik had gehoopt dat beeldend kunstenaar Hans Broek zich iets meer had verdiept in het vak geschiedenis en zich veel minder liet leiden door heftige emoties…hoe begrijpelijk die ook zijn. Laten we met zijn allen slavernij bestrijden. Zie de internationale slavenindex om te zien waar nog werk aan de winkel is!

Zit ik nog in het goede spoor?

Soms twijfel ik eraan of ik nog in het goede spoor zit. Dan vind ik ergens iets over, maar dan zie ik dat veel mensen het tegenovergestelde vinden. Dat brengt mij aan het twijfelen want ook die mensen hebben het beste met de wereld voor. Zie ik het dan wel goed? En dan ga ik wikken en wegen. En me afvragen hoe het komt dat mensen die het met de wereld zo goed voor hebben, er zo naast kunnen zitten. Of…ik ernaast zit. Dan ben ik bang dat ik een oude kerel aan het worden ben wiens lenigheid van geest aan het verstarren is. Dat zou ik niet willen. Wat ik wel wil is dat een mening gebaseerd is op feiten. Je kan wel vinden dat het een zonnige dag is, maar als het de hele dag regent, dan slaat dat nergens op. Bij wijze van spreken.

Gisteren werd ik verbijsterd door twee stukjes in de Volkskrant. Het ene stukje was een soort ode aan bruggenbouwers, het andere een interview met Piet Emmer.

Imara Limon zou een bruggenbouwer zijn. Ik vraag me af tussen wat en wat die brug dan precies gebouwd is. Ze blijkt het museumtalent van het jaar geweest te zijn in 2017. Het stukje begint met het feit dat ze in het Mauritshuis als eerste een borstbeeld in de hal ter discussie stelde van de oorspronkelijke eigenaar van het huis: Johan Maurits. En wel, vertelt ze vanuit haar vakantieadres, omdat de snoodaard slaven naar Brazilië heeft gebracht en daar stinkend rijk van geworden zou zijn. Wat ze dan vergeet, in mijn ogen, is dat Brazilië een kolonie was van het land waar ze zo lekker vakantie aan het vieren is en dat de plantage-eigenaren destijds in Brazilië voornamelijk afkomstig waren uit datzelfde land; die andere ‘roofstaat’: Portugal. En dat er in Brazilië, toen zeventiende-eeuwse Nederlanders het voor korte tijd veroverde, het grootste deel van uit Afrika gehaalde slaven al zaten. Dat er destijds, en millennia voordien en eeuwen nadien, nauwelijks moreel bezwaar was tegen slavernij. Dat dat niet wil zeggen dat je het achteraf goed moet keuren, maar zo veroordelen slaat ook nergens op. Dat cultuurmonumenten uiteindelijk door rijken worden gebouwd waarvan je achteraf kunt afvragen of ze, als je er vierhonderd jaar later op terugkijkt, moreel gezien wel aan de goede kant van de geschiedenis stonden, vind ik zeer dubieus. Het borstbeeld van Johan Maurits werd stilletjes weggehaald; en dat vond onze Imara wel fijn… Wat mij betreft moet geschiedenis gebaseerd zijn op feiten. Natuurlijk gaat het erom om de feiten te interpreteren, maar je mag nooit de feiten veranderen omdat het anders niet bij je interpretatie past. Limon negeert feiten en verandert feiten door ze niet in het historisch perspectief te plaatsen.

Even verderop in de Volkskrant een interview met professor Piet Emmer. Hij is de absolute deskundige op het gebied van het koloniale verleden en slavernij. De man heeft een groot deel van zijn leven besteed aan het uitpluizen van archieven. Op grond daarvan plaatst hij gebeurtenissen uit het verleden in historisch perspectief en interpreteert hij ze als wetenschapper van nu. Dat leverde een indrukwekkende, maar betrekkelijk harteloze, boeken op. Want, gebaseerd op de kille cijfers, is niemand rijk geworden van slaven en viel de omvang van de slavenhandel, wat Nederland betreft, bijzonder mee. Dat is tegen het zere been van interviewer Marco Visscher. Hij probeert Piet Emmer in een kwaad daglicht te zetten en dat voelt niet goed. Het gif druipt van het interview waarin Visscher het lijkt op te nemen voor de mensen die beweren dat ze mislukken omdat hun verre voorouders slaven waren… Wat wil Marco Visscher daarmee bereiken?

Zwarte Piet moet veranderen!

Zwarte Piet heeft me weer eens helemaal in een dilemma gebracht. Laat ik eerst even het volgende stellen: Als mensen zich gekwetst voelen door zwarte Zwarte Piet, zorg er dan voor dat ze zich niet meer gekwetst hoeven voelen. Verander Zwarte Piet zo dat iedereen er blij mee is. Nee, niet meteen, geef het nieuwe uiterlijk even de tijd om overal te laten landen, maar zorg daarna voor een leuk Sinterklaasfeest. Daarom ben ik zo verschrikkelijk trots op mijn stad Amsterdam. ‘Wij’ hebben het probleem opgelost! Je moet wel een hele slechte kwaadwillende fantasie hebben om in de roetveegpieten een blackface te zien. Iemand die tussen roetveegpiet en de mens met een donkere huidskleur nog enig verband ziet, lijdt aan zwartgallige azijnpisserij; die wil gewoon niet dat het Sinterklaasfeest blijft bestaan. Het Landelijk Platform Slavernijverleden heeft wat mij betreft dan ook compleet afgedaan. Ook de roetvoegpieten doen hen denken aan de slavernij omdat ze gekleed gaan als Spaanse zestiende eeuwse edellieden en die waren actief in de slavenhandel. Zo komen we er natuurlijk nooit! Dan kan niets. Dan zou zelfs een zwarte Piet in de traditionele kleren van de Ashanti niet kunnen, of als Toeareg of als Romein of als Atheense filosoof; allemaal hebben ze in het verleden geprofiteerd van slaven en de slavenhandel. Kom op zeg, platform, laat naar je kijken. Gelukkig is er heel weinig aandacht voor dit clubje azijnpissers.

Ik ben en blijf trots op onze Amsterdamse Pieten die de gemoederen hopelijk laten bedaren. Zij gaan het, hoewel we even aan dat nieuwe uiterlijk moeten wennen, vast helemaal maken in de toekomst. Maar helaas, niet overal volgt men het Amsterdamse voorbeeld. Er worden heus goede pogingen gedaan, maar in de meeste plekken buiten de Randstad, is het nog gewoon de aanstootgevende blackface. Kennelijk heeft men het daar iets moeilijker om van een afstandje te kijken, want zodra je even boven en naast en buiten je emoties gaat staan en je kijkt naar de traditionele Zwarte Piet, dan zie je iets dat je niet wil zien op een kinderpartijtje. Dan wordt je geconfronteerd met een personage die wel degelijk racistisch van aard is. Ondanks dat je zelf geen racist bent, hou je dan vast aan een racistisch fenomeen. Maar sommige mensen hebben kennelijk meer moeite om afstand te nemen en nog eens een tweede keer te kijken naar die vrolijke knecht van Sinterklaas. Gun die mensen wat meer tijd. Aan de overheid de taak om dat veranderingsproces overal in Nederland aan de praat te houden, net zolang totdat de aanstootgevende Piet verdwenen is. Laten we over iets dat zo gevoelig ligt mild zijn voor elkaar. Echt mild. Laat de fanatici erbuiten.

Voordat de afgelopen intocht begon afgelopen zaterdag, zijn bussen die naar Dokkum reden met anti zware Piet demonstranten klemgereden op de snelweg. Men voorkwam daarmee dat er tegen zwarte Piet geprotesteerd werd op de plek waarvandaan de intocht van Sinterklaas op tv werd uitgezonden. Ik weet niet precies wat ik ervan moet denken. Aan de ene kant vind ik het recht op demonstratie heel belangrijk. Aan de andere kant…die demonstratie…moet dat nou? Een volwassen protest voor en tegen volwassen mensen op een kinderfeest? Misschien heb ik in dit geval wel meer sympathie voor de Friese mensen die de bussen klemreden. Maar Friese mensen, probeer desalniettemin ook van een afstandje naar Zwarte Piet te kijken, dan kan je maar één conclusie trekken: Hij moet veranderen!

Laat de Gouden eeuw voor wat hij is

Er is geen publiek debat zo verwarrend als het debat over al of niet vermeend racisme. Om aan te tonen hoe erg die discriminatie is en hoezeer vooral blanke mensen er schuldig aan zijn, wordt alles erbij gehaald. Het lijkt alsof er van een kritische blik geen sprake meer is. Wordt er wel kritisch naar gekeken, dan stuit dat doorgaans meteen op heel veel verzet. Discriminatie, slavernij, racisme, gouden eeuw, Michiel de Ruyter, de ‘aard’ van de witte Nederlanders, kolonialisme…alles wordt op een hoop geveegd en alles zou met alles te maken hebben. Ook vandaag een opiniestuk in de Volkskrant van Jörgen Tjon A Fat. Een reactie op een stukje dat afgelopen zaterdag in de krant stond van Martin Sommer. In Sommers artikel kwam historicus P.C. Emmer aan het woord die een standaardwerk over Nederland en de slavernij heeft geschreven. Een wetenschappelijk, maar ook redelijk harteloos boek. Ik heb daar al een recensie over geschreven. Elk mens dat als slaaf moest leven is er één te veel maar neem je de slavenhandel en slavenhouderij in z’n geheel dan was de slavenhandel geen groot succes, is de Gouden Eeuw daar zeker niet op gebaseerd en hadden er relatief maar heel weinig blanke Nederlanders mee te maken. De slavernij als basis zien van ongelijkheid is kolder. Dat is wat Sommer en PC Emmer probeerde te zeggen.

Waar Sommer geen enkele uitspraak over doet is over er in Nederland gediscrimineerd wordt of niet. Zoals ik al vaker beweerd heb; huidskleur kan een reden zijn voor racisme, maar niet elk racisme heeft huidskleur als oorzaak. Slavernij kan gebaseerd zijn op huidskleur, maar is dat vaker niet dan wel. Slavernij als oorzaak van racisme en discriminatie is onzin. Andersom is het wel zo dat gediscrimineerde mensen tot slaaf gemaakt werden. Want, dat mensen discrimineren en dat er racisme is, staat voor mij als een paal boven water. Dat heeft in mijn ogen niets met geschiedenis te maken maar meer met de aard van de mens. De mens is een sociaal wezen. Sociale wezens sluiten pacten met elkaar; ze vormen groepen. Kenmerk van een groep is dat je insiders hebt en outsiders; mensen die erbij horen en mensen die er niet bij horen. Ik denk dat het wel zo is dat je liever outsiders tot slaaf maakt dan insiders. Haal er geen ingewikkelde verklaringen bij. Zoek niet naar vermeende misdaden van een groep in het verre verleden om racisme van nu te verklaren. Het is gewoon: Jij hoort tot mijn groep en ik kan je daarom vertrouwen; jij hoort daar niet toe dus vertrouw ik je niet. Simpeler kan het niet.

Wat wij in Nederland denken is dat we alle Nederlanders tot één groep vinden moeten horen. Dat vind ik ook echt, maar tegelijkertijd weet ook ik dat dat niet zo is. Nederlanders verzamelen zich rond het geloof, de huidskleur, hun oorspronkelijke landstaal, rond een president van een land waar ze niet meer wonen en ga zo maar door. Groepen die zich onderscheiden binnen Nederland discrimineren zonder meer mensen uit andere groepen en omdat iedereen tot één of meerdere groepen hoort, discrimineren we allemaal.

Laten we racisme en discriminatie weer gewoon als een sociaal probleem opvatten in plaats van een historisch probleem. Laat daarbij de Gouden Eeuw voor wat het was: Een periode van ongekende bloei waarin de meest fantastische kunst werd gemaakt en waarin Michiel de Ruyter met zijn vloot, ónze vloot, een klinkende overwinning behaalde op die vermaledijde Engelsen!

Waarom ben ik geen conservator geworden?

Treft wit blaam als het om slavernij gaat? Volgens Harriet Duurvoort vandaag in de Volkskrant is het een gotspe als je dat ontkent. Volgens haar kan die ontkenning uitsluitend uit de koker van boos rechts komen. Ik ben dat helemaal niet met haar eens. Een wereld verdelen in wit en zwart vind ik fundamenteel fout. Blaam treft degene die schuld heeft en slechts een uitzondering heeft schuld aan slavernij. Mensen die zich op dit moment wel schuldig maken aan slavenhandel, worden veroordeeld en komen in het gevang. Voor het legaal houden van slaven afkomstig uit donker Afrika treft niemand blaam want de slavernij werd, goddank, heel lang geleden afgeschaft en niemand die zich daaraan schuldig maakte, leeft nog. Ben ik dan tegen een slavernij museum? Nee, helemaal niet. Maar ik zou wel tegen een museum zijn dat ons, witte mensen, zou moeten laten voelen hoe slecht we wel niet zijn. Dat zou een onterecht signaal zijn en brengt ons als maatschappij niet verder.

Het idee dat een mens eigendom kan zijn van een ander mens is totaal verwerpelijk. Toch is het in de geschiedenis van de mensheid eeuwenlang de gewoonste zaak van de wereld geweest. De economie van bijvoorbeeld de klassieke oudheid draaide op slaven. Slaven werden niet alleen overal te werk gesteld; ze dienden met lijf en leden ter beschikking te staan aan hun eigenaars. En echt niet alleen wit over zwart, om het maar eens zo uit te drukken. Lijfeigenschap heeft tot aan de Russische revolutie in Rusland bestaan.

Natuurlijk heeft Duurvoort gelijk als ze zegt dat de diaspora uit Afrika op een akelige manier met de slavenhandel begonnen is. Maar de uittocht is nog niet afgelopen. Nauwelijks te stoppen stromen mensen proberen vanuit Afrika naar Europa te komen. Ze hebben hun leven ervoor over om hier in Europa te kunnen wonen. Liever hier in Europa de onderklasse dan daar honger en gebrek. De diaspora van Afrikanen ophangen aan de slavernij is maar ten dele terecht. Dat er racisme heerst en dat die in zekere zin zorgt voor een achterstelling van groepen, ja, daar geloof ik wel in, maar wat zegt dat nou helemaal?

Dat Nederland een historische schuld heeft omdat men niets ondernam tegen de slavenhandel die onder Nederlandse vlag werd bedreven, ontken ik niet. Dat is, helaas, een wassen neus. Overal werden slaven verhandeld en overal was het de gewoonste zaak van de wereld dat de ene mens eigenaar was van een ander mens. Geen enkel land deed daar wat tegen. Als iedereen schuld heeft, heeft niemand schuld. Uiteindelijk kwam het besef dat de ene mens niet een ander mens kan bezitten. Dat unieke, innovatieve idee ontstond in de westerse wereld en werd door de westerse wereld als norm aanvaard. Hoe onterecht misschien ook; ik ben er een beetje trots op dat dat idee onder Europeanen is ontstaan.

Als gesjeesd historicus in spé, maar zeker als geschiedkundige hobbyist lijkt me een slavernij museum niet verkeerd. Ik zelf dacht aan het Tropenmuseum. Op dit moment een zieltogend museum maar met een belangrijke collectie uit de voormalige koloniën. Laten ze eerst eens beginnen om een mooie en interessante tentoonstelling te maken over slavernij. En dan niet met een beschuldigend vingertje maar objectief: Over onze veranderende ideeën over slavernij; over de slavenhandel, de winsten, de plantages etc. etc. En eindigen met moderne vormen van slavernij. Ik zie zo’n tentoonstelling helemaal voor me. Waarom ben ik geen conservator geworden?

Slavernij is geen genocide; stop met deze vergelijking!

De discussies van de laatste tijd noopt je haast tot een vergelijking van het leed dat mensen is aangedaan. Veelvuldig komt slavernij voorbij en regelmatig wordt dat de zwarte holocaust genoemd. Ik merk dat ik me daar mateloos aan irriteer. Maar alles wat ik daar tegenin breng voelt alsof ik de slavernij wil goedpraten. Dat wil ik niet want slavernij is mensonterend; laat daar geen misverstand over bestaan. Ook afgelopen zaterdag in de Volkskrant wordt de slavernij weer vergeleken met het leed dat de joden is overkomen tijdens de tweede wereldoorlog. In het interview dat Anousha Nzume geeft, komt ze terug op Anne Frank. Iedereen kent haar in Nederland. Nzume vindt het onrechtvaardig dat men in Nederland wel Anne Frank kent, maar dat er weinig aandacht is voor de slavenhandel. Het vervelende is dat het bij genocide enerzijds en slavenhandel anderzijds om heel veel ellende gaat van verschillende, onvergelijkbare grootheden. Zowel slavernij als genocide is van alle tijden. De overeenkomst is dat het onrecht is maar verder hebben ze niets met elkaar gemeen.

Wat me aan de discussie tegenstaat is dat de holocaust en genocide in het algemeen, als het ware minder erg wordt gemaakt omdat iets anders, slavernij, ook heel erg was. Laten we daarom niet naar de overeenkomst kijken, maar naar de verschillen.

Wat is er kenmerkend voor genocide? Slachtoffers van genocide worden door de daders als niets waard beschouwd; ze worden vergeleken met schadelijke insecten, met kankergezwellen die uit de samenleving weggesneden moeten worden. Slachtoffers van genocide mogen niet bestaan. Als ze al iets goeds zouden hebben gedaan, dan deden ze dat uit eigenbelang of om te verdoezelen hoe verdorven ze zijn. Slachtoffers van genocide moeten dood en verbrand worden. Genocide is racisme in ultimo forma. Racistischer dan genocide bestaat er niet. Als je genocide pleegt beschouw je een volk als ongewenst op aarde terwijl je eigen natie superieur is. Genocide wordt doorgaans gepleegd op volkeren die geen eigen natie-staat hebben. Joden, Tutsi’s, Koerden of Armeniers. Bij genocide speelt van alles een rol van betekenis, maar in de voorbeelden die ik kan vinden is dat zelden huidskleur.

Kenmerkend voor slavernij is dat een persoon zijn autonomie kwijtraakt en een ander heer en meester is. Een slaaf is eigendom van een ander. De eigenaar kan naar eigen goeddunken beschikken over een slaaf. Onder dreiging van geweld kan de eigenaar eisen dat de slaaf diensten levert of arbeid verricht. Of hij voor die arbeid betaald wordt of op andere manier compensatie krijgt, is afhankelijk van wat de eigenaar wil. Grootschalige slavernij is rond de helft van de negentiende eeuw afgeschaft. Nergens in de wereld wordt slavernij op dit moment toegestaan. Dat wil niet zeggen dat het niet meer bestaat. Overal waar criminelen bestaan, bestaat slavernij. In Nederland worden slavinnen vooral ingezet in de seksindustrie. Er is een grootschalige handel geweest van mensen uit Afrika in Amerika. Maar dat is maar één, erg in het oog springende, vorm van slavernij en slavenhandel. Overwonnen volkeren werden in de geschiedenis vaak tot slaaf gemaakt. Slavernij heeft niet per se iets te maken met huidskleur; iedereen werd slachtoffer. Slavernij heeft ook niet per se iets te maken met racisme; tot in de negentiende eeuw kende Rusland slavernij waarbij de eigenaren net zo Russisch waren als de slaven. Een slaaf vertegenwoordigd een zekere waarde voor de eigenaar. Weliswaar vergelijkbaar met een dier, maar toch…

Slavernij is geen genocide; stop met deze vergelijking!

White privilege en misplaatst slachtofferschap

Anousha Nzume heeft, zo lees ik, een boek geschreven over alledaags racisme. Daarbij baseert ze zich op de meer dan belachelijke fluttheorie van Gloria Wekker. Een theorie die Wekker heeft overgenomen van de Amerikaanse Peggy MacIntosh en die uitgaat van White Privilege; een theorie waarvan nooit de geldigheid is onderzocht. Het hele idee van ‘white privilege’ in Nederland komt voort uit het idee dat vierhonderd jaar slavernij iets gedaan zou moeten hebben met de Nederlandse cultuur. Racistische ideeën afkomstig uit slavernij zouden in de poriën van onze cultuur zitten. In elk hoekje en gaatje vind je racistische gevoelens, maar de  Nederlandse mensen zijn zich daar niet van bewust.

Als ik de ideeën achter de ‘White Privilege’ theorie van Peggy MacIntosh toepas op Anousha Nzume, dan moet er met haar veel aan de hand zijn. Slavernij in het verleden en White Privilege gaan namelijk hand in hand. Als er iemand in Nederland rondloopt die vanuit haar culturele achtergrond iets met slavernij van doen heeft, dan is het wel Anousha Nzume. Anousha is geboren in Rusland. Ze heeft een Russische moeder. Slavernij bestond officieel in Rusland tot 1861. Tsaar Alexander II schafte in 1861 het lijfeigenschap af. Russen hielden andere Russen als slaaf. Dat moet wel iets gedaan hebben met de cultuur die Anousha Nzume vanuit haar moeder kreeg toegediend. Bovendien heeft Nzume een Kameroense vader die vanuit Kameroen naar Rusland is gekomen om te studeren voor arts. Kameroense elite, dus. Verkocht die Kameroense elite niet hun minder gefortuneerde landgenoten als slaaf aan wie het meeste bood? Wat heeft dat wel niet gedaan met de andere cultuur die ze meekreeg?

MacIntosh vond haar theorie bewijzen maar niks, ze was daar niet mee bezig, vertelde ze enkele maanden geleden in de Volkskrant.  Maar zelfs als MacIntosh d’r theorieën wél bewezen had, dan was het nauwelijks van toepassing op de Nederlandse cultuur geweest. De Nederlandse cultuur heeft nooit slavernij gekend. In tegenstelling tot Amerika of Rusland zijn er in Nederland nooit veel slaven geweest. Wel in de koloniën ver weg, maar daar had de gemiddelde Nederlander nauwelijks weet van. De white privilege theorie raakt in Nederland kant nog wal. Ik vind het een gevaarlijke theorie; een racistische theorie. Het gaat ervan uit dat als je een witte huid hebt, je per definitie een racist bent. Daarmee valt deze theorie ook de mensen aan, die van goede wil zijn: Mensen die met de paplepel is ingegeven dat je niet mag discrimineren en die hun uiterste best doen om iedereen als gelijke te beschouwen. De theorie beledigt mensen en roept juist tegengestelde gevoelens en gedachten op. De white privilege theorie is onwaar en contraproductief. Het zet mensen weg die de maatschappij nodig heeft om echt racisme te bestrijden.

Racisme is namelijk van iedereen en van alle tijden. Het heeft te maken met onszelf als sociale wezens; we willen graag ‘ergens’ bij horen. Dat is ons van nature gegeven. Het is puur noodzakelijk om bij anderen te horen en groepen te vormen. Daardoor ligt uitsluiting altijd op de loer. Het is onze taak als mensen om uitsluiting zo zacht mogelijk te maken maar liever nog te voorkomen. Maar we ontkomen niet aan groepsvorming en in een groep geldt dat de één er wel bij hoort en de ander niet.

Sjonge wat irriteert Anousha Nzume me als ze het gisteren in de Volkskrant over ‘herstelbetalingen’ heeft in de Volkskrant. Wat een misplaatst slachtofferschap!

Eigenaar van een mens

Ik ben op zoek gegaan naar slavernij en Nederland in Amsterdamse musea. Niet zozeer een vergeten hoofdstuk als wel een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis. Op zich kende Nederland nooit veel slavernij. In Nederland waren voldoende goedkope arbeidskrachten, daarvoor hoefde men niet elders naar oplossingen te zoeken. Bovendien, zo las ik bij P.C. Emmer, was slavernij iets dat op gespannen voet stond met de calvinistische leer. Op den duur en heel ver weg wist men zich daar wel overheen te zetten, maar helemaal koosjer was het niet volgens de calvinisten. Wellicht dat daarom zoveel planters in Suriname een joodse achtergrond hadden. Slavernij is pas echt onderdeel van de Nederlandse geschiedenis geworden sinds de zwarte Surinamers emancipeerden. En dat is pas sinds kort. Om te kunnen emanciperen moet je je thuis voelen in een land. Ik kan me voorstellen dat men daar een tijd over gedaan heeft in Nederland. Misschien is de onthulling van het slavernijmonument in het Oosterpark wel de ommekeer geweest.

In het Tropenmuseum kwam ik in een donker hoekje iets over het verleden van Suriname tegen. Onooglijk opgesteld. Net alsof je het niet mag zien. Een heel klein stukje over slavernij. Het biedt geen enkel inzicht in wat daar toen speelde. Met het stukje Suriname maakt het Tropenmuseum een slechte beurt. Een hele afdeling, badend in het licht en vol met glitter over landen als India en maar een klein donker hoekje over Suriname. Als je het mij vraagt zou het in het Tropenmuseum moeten gaan over het Nederlandse verleden in Tropische streken. Nederland en Indonesië. Nederland en Suriname. Nederland en Sri Lanka wellicht of Zuid-Afrika. Niet dat kleine beetje aandacht dat Suriname nu krijgt. In het Tropenmuseum een stel diorama’s die het leven van alledag in Suriname laten zien. Verder een deel van een boot. Waarschijnlijk een slavenboot. Maar dat zie je nergens aan af. Over het Tropenmuseum kan ik niet echt enthousiast worden.

Slavendans van Gerrit Schouten

Ook in het Rijksmuseum geven ze ietsje aandacht aan het koloniale slavernij verleden. Een heel klein beetje om te zien hoe het daaraantoe ging, maar doorgaans toch gewoon omdat het toevallig op een mooi schilderij aan de orde komt. Bijvoorbeeld in de schilderijen die Frans Post maakte over Brazilië. Heel kortstondig een kolonie van Nederland. Post schilderde vooral het landschap en de dieren. Haast terloops ook plantages met slaven. Hij gaf daarmee de werkelijkheid van zijn tijd weer; op plantages werkten slaven. Punt. Datzelfde kom je ook tegen in een stel diorama’s die Gerrit Schouten heeft gemaakt. Een soort natuurlijke aanvaarding van het feit dat mensen tot slaaf waren gemaakt. Je ziet blanke mensen. Ze dragen westerse kleren – weliswaar ouderwets – maar toch heel herkenbaar en je ziet slaven. Heel anders gekleed. Doorgaans met niet veel meer dan een schaamlap. En dat leeft naast elkaar alsof het nooit anders is geweest. Alsof het de natuurlijke orde der dingen is. Iedereen lijkt gelukkig met de situatie. Zo is er een diorama waarin slaven lekker aan het dansen zijn… Slavernij als natuurlijk gegeven. Met mijn brein kan ik daar maar moeilijk bij; hoe kan je je eigenaar voelen van een mens? Onbegrijpelijk!