Tagarchief: slavenhandel

Laura H. en de Yezidische seksslavin

Laura H. Ik heb al eens meer over haar geschreven. Toen ze zomaar ineens uit IS-land via onze tv de huiskamer in kwam lopen en vertelde dat ze woonde in Sweet-Lake-City, herinnerde ik me een opsporingsbericht van een paar jaar eerder. Na wat Googelen vond ik de foto van destijds. Ik schreef er een stukje over op deze site. Over de twee gezichten van Laura H. Thomas Rueb schreef een dik boek over Laura en omdat ik erg nieuwsgierig ben, heb ik dat boek gekocht en ben ik het nu aan het lezen. Fascinerend. Laura H. bleek al veel eerder op de televisie te zijn geweest, zag ik. Bij het programma ‘Klokhuis’. Maar daar was zij niet de hoofdpersoon, toen was het nog haar broertje. Het is niet onwaarschijnlijk dat dat broertje uiteindelijk geleid heeft tot haar latere bekendheid tegen wil en dank. Broertje was namelijk erg ziek en kreeg van Laura d’r ouders alle aandacht. Aandacht had ze zelf ook hard nodig en die zocht ze bij onbetrouwbare jongens. Dat kan je, als meisje, aardig in de problemen helpen.

Maar al lezende en tegelijkertijd googelend, kwam ik op filmpjes van tegenstanders van Laura H. Mensen die haar een lang en afgrijselijk leven toewensten. En die vrouwen, want het zijn voornamelijk vrouwen hebben wel een punt, moet ik zeggen. Ik zag interviews met jonge Yezidi-vrouwen. IS, en alles en iedereen die daarbij betrokken was, is voor hen de vijand. En…begrijpelijk. Ik stuitte op een filmpje waarin jonge Arabische IS mannetjes zich verheugen op een slavin. Eentje schept zelfs op dat hij er twee gekocht heeft. Die gekochte slavinnen waren jonge Yezidi-vrouwen en ze dienden voor helemaal niets anders dan…SEKS. Je kan je toch niet voorstellen dat anno de eenentwintigste eeuw mensen als slaaf verkocht worden. Dat je zo weinig om de lichamelijke integriteit van een ander geeft, dat je denkt dat je alles met een gekocht mens kunt uitspoken. Daar kan zelfs ik, als witte, heteroseksuele, goedverdienende, oudere man met een slavernijverleden niet bij.

Slavin…hmmm…hoe proeft dat woord. Hoe tintelt het woord op mijn tong. Best sexy. Een geile fantasie, misschien? Een jonge vrouw die alles moet doen wat je verlustigde, geile geest je ingeeft. Die al je hitsige fantasieën waar maakt? Hoe zou dat zijn? Hoe zou ik zijn als IS-crimineel. Hoe ga ik om met iemand die helemaal aan mijn opgewonden lusten overgeleverd is. Een jonge vrouw…Zou ik me meteen willen ontladen in dat jonge lichaam? Nee, denk het niet. Ik zou de schoonheid van haar blote lichaam willen zien. De onschuld. De donshaartjes in het kuiltje net boven haar jonge zachte stevige meisjesbillen zou ik willen strelen. Over haar rug naar boven naar dat prachtige krullerige zwarte haar. Ik zou een lok tussen mijn vingers willen voelen en dan naar haar oor. D’r oorlelletje.  En dan over d’r frêle schouders aan de andere kant weer naar beneden. Haar borst in mijn hand. Het tepeltje piept in mijn handpalm. Over haar buik. Ik voel haar sidderen. Kijk in haar angstige ogen. Van mij heb je niets te vrezen.

‘Maar je zit wel aan mijn lichaam’, fluistert ze.

‘Als je dat niet wilt, dan draai ik mijn fantasie terug. Ik wil niet dat je bang voor me bent of dat jij vindt dat ik me iets toe-eigen dat niet van mij is.’

‘Ik wil naar huis, naar mijn moeder en mijn vader en mijn zusjes en mijn broer.’

 Ik geloof niet dat ik geschikt ben voor het hebben van een seksslavin. Van nature ben ik veel meer een ridder, denk ik, een held die de mensheid niets dan goeds wil brengen. Laat ik het daar maar op houden…

Waarom ben ik geen conservator geworden?

Treft wit blaam als het om slavernij gaat? Volgens Harriet Duurvoort vandaag in de Volkskrant is het een gotspe als je dat ontkent. Volgens haar kan die ontkenning uitsluitend uit de koker van boos rechts komen. Ik ben dat helemaal niet met haar eens. Een wereld verdelen in wit en zwart vind ik fundamenteel fout. Blaam treft degene die schuld heeft en slechts een uitzondering heeft schuld aan slavernij. Mensen die zich op dit moment wel schuldig maken aan slavenhandel, worden veroordeeld en komen in het gevang. Voor het legaal houden van slaven afkomstig uit donker Afrika treft niemand blaam want de slavernij werd, goddank, heel lang geleden afgeschaft en niemand die zich daaraan schuldig maakte, leeft nog. Ben ik dan tegen een slavernij museum? Nee, helemaal niet. Maar ik zou wel tegen een museum zijn dat ons, witte mensen, zou moeten laten voelen hoe slecht we wel niet zijn. Dat zou een onterecht signaal zijn en brengt ons als maatschappij niet verder.

Het idee dat een mens eigendom kan zijn van een ander mens is totaal verwerpelijk. Toch is het in de geschiedenis van de mensheid eeuwenlang de gewoonste zaak van de wereld geweest. De economie van bijvoorbeeld de klassieke oudheid draaide op slaven. Slaven werden niet alleen overal te werk gesteld; ze dienden met lijf en leden ter beschikking te staan aan hun eigenaars. En echt niet alleen wit over zwart, om het maar eens zo uit te drukken. Lijfeigenschap heeft tot aan de Russische revolutie in Rusland bestaan.

Natuurlijk heeft Duurvoort gelijk als ze zegt dat de diaspora uit Afrika op een akelige manier met de slavenhandel begonnen is. Maar de uittocht is nog niet afgelopen. Nauwelijks te stoppen stromen mensen proberen vanuit Afrika naar Europa te komen. Ze hebben hun leven ervoor over om hier in Europa te kunnen wonen. Liever hier in Europa de onderklasse dan daar honger en gebrek. De diaspora van Afrikanen ophangen aan de slavernij is maar ten dele terecht. Dat er racisme heerst en dat die in zekere zin zorgt voor een achterstelling van groepen, ja, daar geloof ik wel in, maar wat zegt dat nou helemaal?

Dat Nederland een historische schuld heeft omdat men niets ondernam tegen de slavenhandel die onder Nederlandse vlag werd bedreven, ontken ik niet. Dat is, helaas, een wassen neus. Overal werden slaven verhandeld en overal was het de gewoonste zaak van de wereld dat de ene mens eigenaar was van een ander mens. Geen enkel land deed daar wat tegen. Als iedereen schuld heeft, heeft niemand schuld. Uiteindelijk kwam het besef dat de ene mens niet een ander mens kan bezitten. Dat unieke, innovatieve idee ontstond in de westerse wereld en werd door de westerse wereld als norm aanvaard. Hoe onterecht misschien ook; ik ben er een beetje trots op dat dat idee onder Europeanen is ontstaan.

Als gesjeesd historicus in spé, maar zeker als geschiedkundige hobbyist lijkt me een slavernij museum niet verkeerd. Ik zelf dacht aan het Tropenmuseum. Op dit moment een zieltogend museum maar met een belangrijke collectie uit de voormalige koloniën. Laten ze eerst eens beginnen om een mooie en interessante tentoonstelling te maken over slavernij. En dan niet met een beschuldigend vingertje maar objectief: Over onze veranderende ideeën over slavernij; over de slavenhandel, de winsten, de plantages etc. etc. En eindigen met moderne vormen van slavernij. Ik zie zo’n tentoonstelling helemaal voor me. Waarom ben ik geen conservator geworden?

Een beetje nationale trots

De geschiedenis beoordelen naar de maatstaven van nu, ik weet het niet. Of je dat kunt doen heeft te maken met hoe lang geleden iets is gebeurd maar ook hoe we er destijds en door de geschiedenis heen, tegen aangekeken hebben. De nationale trots speelt daarbij ook een rol. Een natie wordt voor een deel bijeengehouden door een gezamenlijke geschiedenis. Gebeurtenissen in die geschiedenis worden geïnterpreteerd in termen van goed en kwaad terwijl dat eigenlijk niet kan; gebeurtenissen kunnen niet goed of kwaad zijn. Ik denk dat Italianen trots zijn op hun Romeinse verleden. Ik vind dat Italianen op die erfenis best trots mogen zijn ondanks dat de romeinse overheersing gepaard ging met eindeloos veel geweld, slavenhandel en extreem wrede straffen.

Een ander verhaal is het nazi-regiem in Duitsland. Het vervult Duitsland nog steeds met diepe schaamte. Het vervult een groot deel van de wereld met diepe afschuw. Dat Hitler toch maar mooi voor een fantastisch wegennet zorgde, is ook waar, maar blijft in de schaduw omdat men al het afschuwelijke veel belangrijker acht. Zo nemen de Italianen het gebruik van de Romeinen om mensen aan een kruis te spijkeren voor lief en doet het niets af aan de Italiaanse trots.

In Nederland hadden we de VOC. De VOC zorgde voor ongekende rijkdom in het Nederland van toen. Dat gebeurde in een periode waarin Nederland voor een belangrijk deel bepaalde waar het in Europa naartoe ging. Nederland werd een republiek zonder vorst aan het hoofd. Ongekend. Er was sprake van een parlement die de regering controleerde. Niet te vergelijken met zoals het nu gaat, maar de kiem werd toen zichtbaar. Alle Nederlanders konden rijk worden door de VOC. De VOC gaf aandelen uit en daarmee werd iedereen die een aandeel kocht voor een stukje eigenaar van de VOC. En, naar verluidt, kocht iedereen aandelen. Van keukenmeid tot burgemeester. Sloebers uit heel Europa trokken naar Amsterdam op zoek naar een beter leven. Maar ook godsdienst vervolgden vonden hier een goed heenkomen. Neem de joodse gemeenschap, die kwam in Amsterdam tot volle bloei. Ook de kunsten bloeiden. De schilderijen die toen gemaakt werden vormen tot op de dag van vandaag wereldwijd het gesprek van de dag. Dat alles was echt onmogelijk geweest zonder de VOC. Ik heb geleerd om trots te zijn op de VOC en op de zeventiende eeuw. Ik ben dat ook. Ik voel me erfgenaam van mensen die toen buitengewoon goed gepresteerd hebben. Dat gevoel is helemaal legitiem. Vanaf de lessen vaderlandse geschiedenis op de lagere school is me dat bijgebracht en daar is helemaal niets mis mee.

Op dit moment lijkt er alleen nog maar oog te zijn voor alles wat er niet goed was aan de VOC. De oorlogen tegen de bevolking van Indonesië, de slavenhandel of het handelen met voorkennis. Het wordt op dit moment allemaal onder een vergrootglas gelegd. Mensen die eeuwenlang helden waren worden nu, vierhonderd jaar later, weggezet als oorlogsmisdadigers. Ik vind dat veel te ver gaan. Natuurlijk was Jan Pieterszoon Coen geen lekkertje, maar zijn veroveringen hebben hem wel tot nationale held gemaakt. Vergelijkbaar met keizer Augustus. Maar om nou bijvoorbeeld de Coentunnel te willen hernoemen zoals gekkie-partij DENK wil, dat gaat wel heel ver.

In Den Haag de zoveelste kritische tentoonstelling over de VOC. Ik weet niet of ik erheen wil. Een beetje nationale trots vind ik wel lekker.

Slavernij tentoonstelling in 2020

Het duurt nog even, maar komen gaat het: Een tentoonstelling over het Nederlandse slavernijverleden in het Rijksmuseum. In de krant van vandaag wordt deze tentoonstelling voor 2020 aangekondigd. Een tentoonstelling waar ik zeker naar toe ga. Ik heb beweerd dat Nederland geen slavernijverleden heeft. Oké, daarin overdreef ik een beetje. Nederland heeft in mijn ogen een klein slavernijverleden. In tegenstelling tot Suriname. Suriname = slavernijverleden. Punt. Suriname was een Nederlandse kolonie. Nederlanders emigreerden naar Suriname en zette daar plantages op. Voor die plantages waren arbeidskrachten nodig. Daarom werden er mensen in Afrika gevangengenomen en verhandeld om vervolgens in Suriname op de plantages tewerkgesteld te worden. Dit tegen kost en inwoning, verder niets. Zonder vrijheid en overgeleverd aan de willekeur van eigenaren. Vanuit onze humanistische optiek van nu, volkomen verwerpelijk. Wij vinden dat je nooit eigenaar kunt zijn van een mens. Dat is anders geweest. Eigenlijk is dat inzicht nog niet zolang geleden in Nederland en Amerika gemeengoed geworden. Daarvóór waren slaven net zo gewoon als honden en katten. Gek genoeg niet in Nederland. In Nederland zijn eigenlijk nooit veel slaven geweest. Er is nooit vraag geweest naar goedkope arbeidskrachten van buiten; die hadden we zelf al hier. Arme sloebers genoeg!

Het Nederlandse slavernijverleden bestaat uit slavenhandel: Nederlandse schepen vervoerden slaven van de Afrikaanse kusten naar Amerika. Handel dus. Men kocht goedkoop mensen in om ze elders in Amerika weer duur te verkopen. De gezagvoerders en handelaren op de schepen waren Nederlanders, de bemanning bestond uit arme sloebers en avonturiers die overal en nergens geronseld waren. Nederlanders verdienden aan de slavenhandel en onbewust zal de Nederlandse bevolking daarvan hebben meegeprofiteerd. Het aan slavenhandel verdiende geld werd vast hier in Nederland geïnvesteerd en wie weet werd er wat belasting over betaald.

Een andere Nederlandse betrokkenheid bij de slavenhandel waren de mensen die naar Suriname emigreerden en daar plantages runden. Ze waren van oorsprong Nederlanders en vielen uiteindelijk onder Nederlands gezag. Waarschijnlijk zullen ze geld hebben gestuurd naar hun familie in Nederland. Daarvan zal Nederland in zijn geheel hebben geprofiteerd. Maar de mensen die emigreerden waren natuurlijk na één generatie nauwelijks nog Nederlanders; dat waren Surinamers geworden. Blanke Surinamers die zwarte Surinamers als slaaf hielden. Vanuit ons eenentwintigste-eeuwse perspectief een volslagen immorele situatie. Maar…een Surinaamse situatie.

Toen Suriname in de jaren zeventig van de vorige eeuw een eigen land werd, kwamen er veel Surinamers naar Nederland. Daardoor kreeg Nederland een slavernijverleden; een Surinaams slavernijverleden. Dat verleden zat in de naar Nederland geëmigreerde Surinamers. Daarom vind ik het fantastisch dat Keti Koti gevierd wordt. Ik vind slavernij volkomen verwerpelijk en mensen wiens voorouders daaronder geleden hebben, moeten de wereld kunnen zeggen: Nooit meer! En ik, eenentwintigste-eeuwse Nederlander is het daar helemaal eens…Nooit meer! Ik vier het feest van de gebroken ketenen graag mee! Ik ben tegen onrecht.

Ik kijk uit naar de tentoonstelling over slavernij in 2020. Dat is nog heel veel nachtjes slapen!

Het feest van de verbroken ketenen

Vandaag is het Keti Koti. Een feest waarvan ik vind dat we dat in Nederland moeten vieren. Massaal. Maar ook een feest waar ik een beetje bang voor ben. Met Keti Koti vieren we dat westerse landen zo’n honderdvijftig jaar geleden anders zijn gaan denken over slavernij. Dat regeringen van die landen het niet meer gewoon vonden dat mensen dwangarbeid verrichtten; verhandeld werden. Tot die tijd was dat heel gewoon en in veel andere culturen dan de westerse, vindt men dat nog steeds heel gewoon. Enkele weken geleden schreef ik over de  Global slavery index . Bekijk de site en je weet; Keti koti gaat niet over de afschaffing van de slavernij.

Wat de westerse vorm van slavernij wel uniek maakte was dat slaven van het ene naar het andere continent versleept werden. Westerse landen namen slavenhandel serieuzer dan andere landen. Was het daar zo dat je je slaaf aan je buurman verkocht; in het westen werden slaven gelijkgesteld aan een lading graan, steenkool of suiker. Dat was wel behoorlijk uniek. Maar verder blijven slaven mensen die voor een ander dwangarbeid verrichten. Mensen die het eigendom zijn van andere mensen. Mensen overal ter wereld moeten van hun ketenen worden bevrijd. Dat is mijn mening.

Keti koti wil ik vieren in Nederland, en herdenken. Ik wil dat het niet alleen onze gedachten laat gaan over de westerse vorm van slavernij, maar dat we nadenken over alle vormen van slavernij. Dat het een dag wordt in het teken van de bevrijding van de mens van haar ketenen. Dwangarbeid honderdvijftig jaar geleden in Suriname is net zo erg als dwangarbeid in India op dit moment.

Maar ik ben bang dat mijn idee over keti koti het hem niet gaat worden. Ik ben bang dat het toch vooral zal gaan om blanke slavenhandelaren in het verleden en blanke plantage-eigenaren en dat er zwarte slaven werden aangevoerd. Dat er blanke slavendrijvers waren en dat zwarte mensen de klappen kregen. Dat keti koti daarover zal blijven gaan.

Mijn huid is zo blank dat het met het minste zonnestraaltje verbrand. Ik heb nog nooit iets met slavernij te maken gehad. Wel in mijn familie. Mijn opa deed slavenarbeid op de Drentse hei en mijn oma in Auschwitz. Dat moesten ze doen omdat ze joods waren en sterk en jong tijdens de tweede wereldoorlog. Maar dat telt denk ik niet mee voor keti koti. Dat maakt me ook erg bang; veel slavendrijvende plantage-eigenaren in Suriname waren joods. Als keti koti gaat over de tegenstelling blanke dader en zwart slachtoffer, waarom gaat het dan niet binnenkort over joodse dader en zwart slachtoffer? Daarom maakt keti koti mij bang.

Ondanks mijn blanke huid en ondanks mijn gedeeltelijk joodse afkomst ben ik schuldig noch slachtoffer. Ik wil op geen enkele manier geassocieerd worden met de slavenhandel of de slavenhouderij. Zolang keti koti een blank-zwart feest blijft, verandert er niets. Ook bijvoorbeeld Gloria Wekker is schuldig noch slachtoffer. Zij vindt wel dat mensen met een blanke huid schuldig zijn. Laat haar nadenken tijdens keti koti. Laat haar bedenken of haar ideeën ons allen verder brengt.

Laten we er wel een feest van maken. Het feest van de verbroken ketenen. Van iedereen!

P.C. Emmer – De Nederlandse slavenhandel; 1500 – 1850.

Ik heb het boek ‘De Nederlandse slavenhandel 1500-1850’ van P.C.Emmer even terzijde gelegd. Het is vakantie, en lees je dit boek voor je plezier? Ja, toch wel. Ik heb het weliswaar niet helemaal uit, maar toch heb ik er voldoende in gelezen om er wat over te kunnen zeggen. Ik kan me voorstellen dat velen zich beledigd voelen door dit boek. Dat komt omdat P.C. Emmer onder het mom van wetenschap, toch ook veel waardeoordelen geeft. Als historicus zou je dat, zeker bij zo’n gevoelig onderwerp als dit, moeten vermijden. Hou je aan de feiten die je gevonden hebt en laat het waardeoordeel over aan de lezer, lijkt hier het devies. Hoewel, dat zal een niet zo heel makkelijke opgave zijn. Vergelijk je het aantal slaven binnen Afrika met het aantal mensen dat vanuit Afrika naar Amerika is vervoerd als slaaf, dan spreek je al min of meer een oordeel uit. Want het aantal slaven dat in Afrika bleef was vele malen groter dan het aantal slaven dat werd vervoerd naar Amerika. Als je die vergelijking maakt, zeg je eigenlijk al meteen dat die slavenhandel dus wel mee viel. Moeilijke zaak. Ik ben blij dat ik dit boek niet heb hoeven schrijven!

Als je je achtergesteld voelt, heb je de neiging om de oorzaak bij een ander te leggen. Dat maakt je tot slachtoffer en geeft je het morele recht om eisen te stellen. Dat die eisen worden ingewilligd is afhankelijk van de benoemde dader. Als hij de eisen niet inwilligt dan mag hij misschien als een slechterik worden beschouwd, maar veel gevolgen heeft dat niet. Slachtofferschap is daarom nooit productief. Als slachtoffer voeg je je naar de luimen van de ander. Op dit moment hebben sommige mensen die afstammen van de slaven uit het Nederlandse koloniale verleden de neiging om zich als slachtoffer op te stellen. Dat wordt momenteel zelfs wetenschappelijk onderbouwd door Gloria Wekker. Een slechte, contraproductieve zaak. Emancipatie, dat is het enige wat de mens vooruithelpt. Emancipatie en verheffing!

P.C. Emmer wordt verguisd. Mensen voelen zich gekrenkt door deze historicus. Terecht. Maar aan de andere kant doet Emmer ook verslag van zijn zoektocht in verschillende historische bronnen. En dat verslag is mateloos interessant. Dat verslag ontdoet ons beeld over slaverihouders en slavenhandelaars van onterechte denkbeelden. We hebben ons een voorstelling gemaakt van hoe het daaraantoe ging. Het is zonder meer verhelderend om naar de waarheid te zoeken. Maar waardeoordelen, die moet je laten.

Wat voor een beeld had ik van slavernij? Daar moet ik mee beginnen. Ik zie vredige Afrikaanse dorpjes voor me. Mannen die even niet opletten worden overvallen en zonder dat ze afscheid kunnen nemen van hun geliefden, worden ze door wrede mannen weggevoerd. Na een lang mars komen ze terecht in een slavenfort. Daar worden ze geketend in donkere kerkers. Vandaaruit massaal in slavenschippen geladen en in het ruim vastgeketend. Zo worden ze naar de nieuwe wereld vervoerd. In de nieuwe wereld worden ze op een slavenmarkt verkocht en daarna te werk gesteld op een plantage. Discipline, orde en werklust worden er met zware lijfstraffen ingeramd. Dat is mijn beeld.

Dat beeld van mij blijkt genuanceerder en zonder historische context. Tegen de achtergrond van een tijd waarin lijfeigenschap, willekeur van bazen, doodstraf en marteling nog zaken waren waar geen mens wakker van lag, moeten we slavernij beschouwen. In onze tijd met cao’s en professionele rechtsspraak en regels die voor iedereen gelden en een zwaar gelijkheidsbeginsel, komt het verleden als barbaars over. De slavernij is om die reden dan ook afgeschaft, destijds. Maar willen we slavernij en slavenhandel begrijpen, dan zullen we moeten aanvaarden hoe mensen van toen dachten en deden. Dat probeert Piet Emmer te doen. Dan kan je alleen maar concluderen dat we de slavernij als te slecht zien. Dat we de slechtheid van de slavenhandelaar en slavenhouder zwaar overtrokken hebben. Dat veel vergelijkingen mankgaan. Maar toch, als we toch een moreel oordeel moeten vellen, dan hadden onze voorouders met het verbieden van slaven en slavenhandel gelijk. Slaven zijn immoreel…nu…op dit moment. Maar goed, is dat geen open deur?

Voor mensen die met veel passie de slachtofferrol hebben gekozen mag je de slavenhandel en -houderij niet in het juiste historische perspectief zetten. De slechtheid van dit bedrijf kan nauwelijks voldoen aan het beeld dat ik er (als bleekscheet) van heb. Voor hun komt deze relativering aan als een klap in het gezicht. Dat geloof ik zeker. Maar afgezien daarvan; ook een logische beredenering had al eerder tot de conclusie moeten leiden dat het beeld wat ik ervan heb, niet klopt.

Bovendien, en dat is het meest kwalijke, voelen zij zichzelf als slachtoffer en de blanke mens, wie het ook is, als dader. Daar kom je geen steek mee verder. In tegendeel; alle partijen zetten fanatiek de hakken in het zand.

Terug naar de slavenhandel. Wat ik me zelden realiseerden, maar wat je zonder meer had kunnen beredeneren, was dat slaven waarde vertegenwoordigden. Slaven zijn goedkoper dan betaalde arbeidskrachten, maar ook weer niet zoveel goedkoper. Ook slaven moeten gehuisvest, moeten hun natje en hun droogje hebben. Bovendien moeten ze worden aangeschaft. Zet je dat af tegen een betaalde arbeider dan verschilt de economische waarde niet zoveel. Ons (terechte) gevoel dat de een vrij is en de ander niet, is absoluut doorslaggevend. Zelfs als je bedenkt dat de Indiase opvolger van de Afrikaanse slaaf in Suriname het echt niet zoveel beter hadden.

Moeilijk die slavernij; vooral omdat het zo verschrikkelijk veel negatieve gevoelens opwekt.

Jeremiëren

Een van de belangrijkste vraagstukken die steeds weer boven water komt is in hoeverre er samenhang is tussen een onrechtvaardige daad door een groep bij elkaar horende mensen in het verleden en de schuld van de mensen die nu tot die groep behoren. Rationeel hebben mensen die nu leven geen schuld aan wat er in het verleden gespeeld heeft, maar emotioneel wel. Neem bijvoorbeeld de zwarte slavenhandel. Zwarte mensen werden voor een prikkie in west Afrika verkocht aan blanke handelaren. Zij vervoerden ze naar Zuid- of Noord-Amerika en daar werden de slaven duur verkocht. Blanke handelaren waren slavenhandelaren en waren fout. Maar zijn blanke mensen die nu leven en geen slaven verhandelen dan ook fout? Hebben die ook schuld? Kleeft er bloed aan hun handen? Nee natuurlijk. Maar dat is vanuit de ratio gedacht. Er wordt anders gevoeld. Neem Gloria Wekker. Zij ziet bloed aan blanke handen; zij ziet schuld. Slavenhandel heeft in haar ogen de blanke geest vervormt. Kan gewoon niet kloppen, maar ze gelooft er heilig in. Ze heeft het met die gedachte tot hoogleraar geschopt.

Ook de Turken zitten met zo’n zelfde vraag. De leiders van een etnische minderheid kozen in de oorlog voor de tegenstanders van de Turken. Voor straf werden alle leden van die etnische minderheid verbannen naar een gebied waar ze geen kwaad aan konden richten, volgens de Turkse overheid. Het gebied waar deze minderheid naartoe geleid werd was woestijn. Dorre, hete woestijn. Er was geen eten en geen drinken. Dat moeten de Turken hebben geweten. Maar de Turken waren onverbiddelijk. Iedereen die protesteerde of probeerde een beter heenkomen te zoeken, werd gedood. Er kwamen in die woestijn meer dan een miljoen mensen om. Dat is schandalig idioot veel. Maar de Turken weigeren om te spreken van een vooropgezet plan om die minderheid massaal te vermoorden. Toch is dat wel zo. Erkennen wat er destijds gebeurde lijkt een bezoedeling van de Turken die nu leven. Dat is niet zo. Er zal nauwelijks nog een mens in leven zijn, die daadwerkelijk schuld draagt voor deze immense tragedie. Turken van nu dragen geen schuld voor de genocide die destijds gepleegd is. Er leven ook geen Armeense slachtoffers meer. Er bestaat wel geschiedenis. In die geschiedenis heeft de overheid van destijds genocide gepleegd. Erken dat. Iedereen. In de geschiedenis worden nou eenmaal verkeerde beslissingen genomen en dat erkennen helpt om in de toekomst betere beslissingen te nemen…hoop ik.

Misschien ben ik bevooroordeeld en zie ik het fout, maar ik ken geen schuldbewustere mensen dan Duitsers. Tenminste bij Duitsers die ik tegenkom zie je het schaamrood naar de kaken stijgen als alleen maar de letter ‘J’ wordt uitgesproken. We werden rondgeleid door het Bauhaus museum in Dessau. Een heerlijke rondleiding door een jonge Duitse enthousiaste vrouw die echt alles over Bauhaus wist. We zaten op een plek waar ze ons de grote ramenwand kon laten zien.  Vanaf die plek hadden we mooi zicht op het stadje Dessau. Stamelend vertelde ze dat inwoners van Dessau schaamte moesten voelen omdat in hun stad Zyklon B geproduceerd werd. Ze schaamde zich zo verschrikkelijk toen ze het vertelde. Maar…wat had zij ermee te maken? Haar ouders waren kinderen toen die stof in Dessau geproduceerd werd.

Onterechte dader- of slachtofferschap…het leidt tot niets. Onderzoek de geschiedenis en leer er desnoods iets van, maar ga niet jeremiëren!