Tagarchief: Siegfried

De Ring des Nibelungen

Voor de hoeveelste keer ik aan de Ring ben begonnen? Ik weet het niet. De Ring is vier jaar lang het verjaardagscadeau geweest voor Sandor. We kochten kaartjes voor het deel dat dat jaar aan de beurt was en togen op de bewuste dag naar Enschede waar het door de Reisopera werd uitgevoerd. Hoewel het derde deel uit de cyclus favoriet was, waren het voor hem (maar ook voor ons) de heerlijkste cadeaus die we hem ooit gegeven hebben. We maakten er een lekker dagje van met een snelle hap in één van de pauzes. Ondertussen vraag je je wel af hoe het voor iemand mogelijk was om zo’n kunstwerk te scheppen: Een slordige zestien uur muziek van de allerhoogste kwaliteit. Muziek die Richard Wagner ongeveer honderdvijftig jaar geleden schreef en die nog dagelijks wordt uitgevoerd en dagelijks volle zalen trekt. Over de hele wereld. Elk zichzelf respecterend operagezelschap moet de Ring eens hebben uitgevoerd.

Mijn vader liet een dronkenlap-puinhoop achter toen hij twintig jaar geleden overleed. Een cassette grammofoonplaten met daarop een goede uitvoering van deel drie uit de cyclus van de Ring des Nibelungen, Siegfried, was de vlag op de modderschuit. Die opera nam ik mee naar huis. Richard Wagner was een onontgonnen stukje muziekgeschiedenis in mijn familie. Een familie die leefde voor de muziek. Als amateurs, weliswaar, maar toch… Met Siegfried zou ook dat stuk ontgonnen worden. Door mij. Want de rest van de familie bleef sterker naar Wagners antisemitische kant kijken dan naar zijn muziek.

Vanaf de eerste tonen die ik hoorde was ik compleet verkocht. De inzet van het aambeeld maakte het allemaal compleet. Dan het gevecht met de draak. Fantastisch. Een opera maar toch een heldenepos. Echt genieten.

Nu heb ik dus een abonnement op Spotify. Voor mij als muziekliefhebber een uitkomst. Diverse uitvoeringen van de ring in zijn geheel, maar ook de afzonderlijke delen, kan ik onbeperkt luisteren. Voor de verandering ben ik eergisteren aan de complete Ring begonnen. Van de lage es waarmee Das Reingold inzet tot aan de dood van Siegfried en de ondergang van het Godenrijk in de Götterdämmerung. Ik ga het helemaal beluisteren. Gisteren sloot ik het eerste deel af. Das Reingold. De arbeiders Fasolt en Fafner hebben gekozen voor het grootkapitaal. Daarvoor hebben ze het leven ingeleverd. Fafner sloeg Fasolt de hersenen in en daarna veranderde hij zich in een draak en ging op zijn geld liggen. Zijn dagen slijt hij in een eenzame slaap waarin niets gebeurd. Iedereen ziet het ongeluk dat Fafner is overkomen maar desalniettemin verlangen ze allemaal naar het goud; het kapitaal.

Er moet een verstoring in dit noodlottige evenwicht komen. Daarvoor is een held nodig. Een held die onder bijzondere omstandigheden verwekt en grootgebracht wordt. Om die held tot stand te brengen gebruikt Wagner een hele opera: Die Walküre. Daarin het meest gespeelde stuk uit de hele cyclus: De Walküre-rit; helaas ook gebruikt in het Duitse journaal bij Operatie Barbarossa: De inval in Rusland in 1942. Maar het mooiste in dit deel van de cyclus is toch wel de ouverture. Van het ene moment op het andere zit je als toeschouwer in een ongekende storm. Met klaterende regen en overweldigend onweer. Maar toch zo subtiel. Echt heel mooi. De herhaalknop is een uitkomst!

Ik stap zo weer op de fiets. Dopjes in mijn oren. Erg gevaarlijk zo in het verkeer, maar ik neem het voor lief. Ben ik al bij het gevecht tussen Hunding en Siegmund? Ik weet het niet meer, maar ik zal het weldra gaan horen!

Bedankt, pa!

Ik ben nu tweeëntwintig jaar Richard Wagner-fan. Dat schreef ik gisteren. Mijn alcoholische vader overleed tweeëntwintig jaar geleden. Bij de notaris hadden we een akte getekend waarbij we de erfenis van mijn vader weigerde. Wij vreesden dat wij op moesten draaien voor de alimentatie die hij niet voor ons had betaald, bijvoorbeeld. We hadden mijn vader al veel gegeven en zelden wat gekregen. Daarom namen we, ondanks onze akte, zijn muziek mee. In die verzameling een cassette grammofoonplaten met Siegfried van Richard Wagner.

Het was de tijd van de walkman. Van de draagbare cassettespeler. De voorloper van de mp3-speler, zullen we maar zeggen. Ik zette de grammofoonplaten op cassettebandjes. Vanaf dat moment klonk immer Siegfried uit mijn walkman. Ik rookte nog sigaretjes in het computer- en rookkamertje en ik had onderwijl jochies op schoot. Vooral Sandor in die tijd. We programmeerden een rekenmachientje samen en ik was zijn held. En ondertussen speelde Wagner. Siegfried vloeide en donderde in dat kamertje. En Sandor wilde natuurlijk weten wat er gebeurde. Waarover zingen die mannen en die vrouwen? ‘Wie sah mijn Vater wohl aus? – Ha, gewiss wie ich selbst!’ zingt Siegfried en ik vertelde dat Siegfried in het bos zit te mijmeren over wie hij is en wat hij wil worden en dat Mime hem in het bos gebracht heeft om de draak te verslaan.

Als Fafners diepe bas klonk: ‘Trinken wollt’ ich: nun treff’ ich auch Frass!’ dan hoefde ik weinig meer uit te leggen. Van top tot teen gelukzalig stroomde het epische gevecht tussen held en draak door zijn tienjarige oortjes naar zijn brein. Hij voelde en zag de held in zichzelf die streed voor de goede zaak. Als het in die dagen had gekund dan had hij de gevechtsscene op eindeloos herhalen gezet….zo fantastisch vond hij dat. Ik ook, trouwens. Maar ik kon ook verschrikkelijk genieten van de liefdesduetten in de laatste akte. Dat hoefde van hem niet zo; gaf hem maar het gevecht met de draak.

En toen dachten Pierre Audi en de Nederlandse opera: Wat zullen we eens gaan spelen. En het werd de Ring des Nibelungen. Met natuurlijk Siegfried als derde opera in de reeks. Alleen al het idee dat we daar naartoe konden, maakten Sandor en mij al blij. Het was toen nog een rib uit mijn lijf, maar ik kocht twee kaartjes voor de zondagmatinee. Ik zie Sandor en mij nog staan in de foyer met onze meegenomen pakjes brood in een plastic tasje op die heerlijke zomerse dag. Sindsdien heb ik nauwelijks ooit meer zulke mooie plaatsen in de Stopera gehad. Op rij één op het eerste balkon een beetje aan de zijkant. Dertienjarige Sandor en ik konden alles zien. Vlakbij het bed waarop Mime ligt op het moment dat de opera begint. Vlak boven het aambeeld waarop Siegfried anderhalf uur later onder jubelend gezang zijn eigen zwaard smeedt. Daar dus!

En toen begon de opera. Het magische spel met de fantastische muziek. Ademloos genot. Zo verschrikkelijk mooi! Na vijf uur kwamen vader en zoon gelouterd uit de Stopera. Sandor hield het bij één Wagneropera; Siegfried. Bij hem moest er veel House, Acid en Rock naast. Bij mij paste er nog heel veel Wagner bij. Maar Siegfried zijn we beiden trouw gebleven. We zijn samen naar diverse uitvoeringen geweest in binnen- en buitenland. Maar de eerste uitvoering blijft toch de mooiste.

Bij nader inzien hebben Sandor en ik wel wat van mijn vader gekregen; Liefde voor Siegfried! Bedankt, pa!

Richard Wagner-fan

Ik kan precies aangeven vanaf welk moment ik een fan ben geworden van de muziek van Richard Wagner. Dat was vlak na het overlijden van mijn vader. Aanstaande juni ben ik tweeëntwintig jaar Wagner-fan! Sindsdien heb ik al zijn opera’s leren kennen op één na. Eigenlijk op drie na, want zijn twee jeugdopera’s ken ik ook niet. Der Meistersinger heb ik wel gehoord, maar die is nooit goed tot me doorgedrongen. De anderen ken ik goed of heel erg goed.

Toen mijn vader in 1994 overleed liet hij een enorme puinhoop achter. We wisten, qua erfenis, echt niet wat ons te wachten stond. Schulden maakte hij even makkelijk als kinderen. Hij beschouwde kinderen ook op dezelfde manier als schulden; je maakt ze en je kijkt er nooit meer naar om. Dat was mijn vader. (Dan te bedenken dat ik geeneens boos op hem ben.) Broers, zus en ik waren na zijn overlijden naar de notaris gestapt en lieten een akte opstellen waarin we verklaarden van de erfenis af te zien. Veel hadden we al van hem geërfd; daar hoefden zijn schulden niet bij. De notaris bezwoer ons dat we niets uit zijn huis mochten halen.

Aan die regel hadden we ons meteen al niet gehouden want in zijn huis leefde nog poes Maria Magdalena. Veertien dagen voor mijn vaders dood waren we opgetrommeld. Mijn vaders familie hoopte dat wij, als kinderen, zijn glijpartij richting de dood konden keren. Nee, dus. We maakten wel kennis met zijn kat. Volgens mijn vader een allemanshoer. Maria Magdalene kwam bij ons en voor de zekerheid hernoemde Josien haar naar Emmeke; dat had Marieken van Nimweghen tenslotte ook gered.

Maar we lapten de notaris nog verder aan onze laars. Muziek vormde het lichtpuntje in mijn relatie met mijn vader en dat lichtpuntje liet ik mij niet afnemen. Zijn platen en zijn cd verzameling heb ik meegenomen. Ook zijn muziekinstallatie. Die ging naar mijn broer. Mijn zus wat schilderijen van zijn hand en verder niets. Het was een bijzonder goor karweitje om die spullen uit dat huis te halen. Huizen zoals het huis van mijn vader zie je vooral in freak-shows. Je kan je niet voorstellen hoe vies. Maar zijn muziek namen we dus mee.

Thuis bij mijn moeder werd Richard Wagner geassocieerd met Duitse Hoempapa muziek en antisemitisme. Geassocieerd met de foutste kant van de tweede wereldoorlog. Wagner was gewoon fout. Niet naar luisteren dus. Dat had ik meegekregen. Maar Wagner was wel aanwezig in mijn vaders verzameling. In onbeschadigde cassettes vond ik Lohengrin en Siegfried. De naald had het vinyl amper geraakt… De eerst tonen van Siegfried klonken… Ik was volkomen verkocht. Wat een muziek!

Ik heb nog vaak proberen te horen waarom deze muziek zo ‘typisch Duits’ gevonden werd terwijl Beethoven, toch ook een volbloed Duitser, dat etiket niet kreeg. Zijn muziek is zo heftig en subtiel tegelijk. En zo vernieuwend in zijn tijd. Ik weet niet wat ‘typisch Duitse’ muziek is. Als Wagner dat is, dan moet het een compliment zijn. Voor mij zit Wagner op een gelijk niveau met Beethoven en Mozart. Dat vond hij zelf trouwens ook. Wagner had geen last van bescheidenheid.

Draken op de schat van Amsterdam

Amsterdamse criminelen kennen hun klassieken. Dat is wel duidelijk! Ferry T. is lid van een bende, zo lijkt het. Een bende die zich inlaat met synthetische drugs. In die handel valt veel geld te verdienen. Klinkende munt en mooie briefjes. De geldstroom binnen de criminaliteit gaat ouderwets. Niks geen pinpas of internetbankieren. Geen bits en bytes. Nummers in computers zijn achterhaalbaar. In computers gaan getallen van A naar B en dus ook naar T. Dat willen criminelen niet. Geld komt van nergens en gaat naar nergens. Dat is lekker geld. Je hoeft er geen verantwoording over af te leggen. Het bestaat gewoon niet, maar je kan er mee doen wat je wilt.

Krijg je veel van dat anonieme geld in handen, wat doe je er dan mee? Er zijn een aantal mogelijkheden. Je kunt het witwassen. Dat is niet eenvoudig en kost een hoop geld. Van die berg echt, maar anoniem geld, blijft een stuk minder over. Het overgebleven geld kan je vanaf het moment dat het witgewassen is, investeren in allerlei zaken en zo blijft de berg, in zekere zin, in stand. Er wordt gefluisterd dat de tientallen nutteloze wafelbakkers in de Kalverstraat en Nieuwendijk er dank zij witgewassen geld gekomen zijn. Ik weet het niet. Een wafelwinkel op zo’n locatie…hoeveel wafels moet hij bakken om alleen al de huur te kunnen betalen? Ik hou me er verder buiten…ik ben diabetes patiënt en die zoete wafels mag ik toch niet.

Wat doe je met heel veel anoniem geld en je vindt witwassen veel te duur? Je gaat nadenken… zo zie ik het voor me. Een tafeltje met daaromheen een groep zware jongens. Zoals in de Donald Duck. ‘Hoe zorgen we ervoor dat onze zuurverdiende centjes veilig opgeborgen zijn?’ In het brein van een van de mannen klinkt muziek. Wagneriaanse muziek… ‘Wache, Fafner! wache du Wurm! Ein starker Helde naht, dich heil’gen will er bestehn.’ En dan de diepe stem van Fafner: ‘Mich hungert sein’. Langzaam gaat er een licht branden. De zware jongen lacht. De anderen kijken hem aan. ‘Wat valt er te lachen?’ vraag de sterkste dreigend: ‘Zal ik die grijns even van je porem timmeren?’ Maar dan vertelt onze cultuur minnende zware jongen wat hij bedacht heeft: We stoppen ons geld in een loods en we leggen er draken bovenop. Twee krokodillen. Wat een idee!!!

De anderen hebben pasgeleden de Hobbit gezien. Wat lag er op de dwergenschat? Juist ja. Iets waar niemand omheen kan. Levensgevaarlijk en daardoor afschrikwekkend. De zware jongens moeten er een biertje op genomen hebben. Wat een idee!

Maar helaas voor de boeven: Fafner ontmoet op een dag Siegfried en Smaug stuit op Bilbo Balings. De draken worden gedood en het goud gaat terug naar de oorspronkelijke (vermeende) eigenaar. Maar omdat er een vloek rust op het goud, brengt het meer ellende dan vreugde.

In Amsterdam zullen de draken uiteindelijk door de dierenarts uitgeschakeld zijn. Daarna stapte een ambtenaar de loods binnen om het geld mee te nemen. Niks geen held, niks geen romantiek. Jammer! Waarschijnlijk rust er zelfs geen vloek op het geld.