Tagarchief: seksueel misbruik

Manon Uphoff – Vallen is als vliegen; een complexe roman

Halverwege de jaren negentig kocht ik nauwelijks boeken. Ik had het veel te druk om veel te lezen en te krap bij kas om boeken te kopen. Ik had drie niet meer hele kleine jongetjes in een te kleine bovenwoning met een nauwelijks toereikend inkomen. Laat er geen misverstand over bestaan, ik klaag niet; we waren grenzeloos gelukkig. Maar op dat moment had ik wel wat anders te doen dan lezen. Maar toch kocht ik ‘Begeerte’ van Manon Uphoff vlak nadat het uitkwam in 1995. Men sprak er destijds over. Een opmerkelijk debuut. Dat is de reden denk ik dat ik het kocht. Misschien ook omdat ik de schrijfster op de foto een knappe vrouw vond. Wie weet. Het eerste verhaal – het titelverhaal – schokte me. Het trok me aan en het stootte me af. Tot op de dag van vandaag staat het verhaal me nog steeds bij. Alle andere verhalen in het boek zijn weggespoeld met de tijd. Geen idee meer wat er verder in dat boek stond, maar dat eerste verhaal was indringend. Nu, na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’, vallen de stukjes van de puzzel ‘Begeerte’ op zijn plek. ‘Begeerte’ is het verhaal van een jong meisje dat zich laat ontmaagden in een pension voor gastarbeiders. Behoorlijk expliciet beschreven; indringend, agressief en zwart. Ik kon het niet plaatsen. Het refereerde aan stoere meisjesverhalen op de middelbare scholen. Zij ‘deden’ het veel eerder dan wij, timide jongetjes. Maar ‘Begeerte’ was geen stoer meisjesverhaal maar een zwart meisjesverhaal; ik raakte ervan in de war. Ik begreep het niet. Misschien dat het verhaal me daardoor zo bij gebleven is.

Na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’ begrijp ik ‘Begeerte’. Na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’ zoek ik. In mijn poging tot een verklaring vergeleek ik het met ‘Mijn ware verhaal’ van Karin Bloemen. Maar dat slaat nergens op want het zijn twee onvergelijkbare boeken. Karin Bloemen heeft in mijn ogen een soort van schoon schip gemaakt door haar incestverhaal te vertellen terwijl Manon Uphoff een bijna abstracte roman geschreven heeft waarin ze misbruik binnen het gezin in een literaire vorm giet. Ik vond het een fantastisch boek om te lezen terwijl de woordenstroom nauwelijks houvast geeft; het scheert als het ware langs gebeurtenissen waardoor je steeds niet weet of het dit is of dat wordt. Het boek boeit verschrikkelijk terwijl ik steeds niet wist wat ik eigenlijk aan het lezen was. Een boek in een nieuwe taal. Nederlands, dat wel, maar in een nieuwe vorm.

‘Vallen is als vliegen’ is een woordenstroom en uit die vloedgolf aan taal komt een zeer kinderrijk gezin naar voren. Beide ouders hebben ook nog kinderen uit een eerder huwelijk. Ze wonen in een bekende (achterstands) wijk van Utrecht. Moeder is een prachtige vrouw om te zien, maar haast afwezig. Ze bemoeit zich nauwelijks met haar kinderen. Vader daarentegen verzorgt het gezin. ’s Nachts is hij de Minotaurus terwijl hij overdag best voldoet aan het beeld van een liefdevolle vader aangeduid met zijn initialen HEHH wat staat voor Henri Elias Hendrikus Holbein. Wat we over hem te weten komen is dat hij een verdienstelijke amateur kunstschilder is en dat hij met Anna Alida voor de tweede keer een gezin sticht. Ook Anna Alida heeft al twee dochters uit een eerder huwelijk: Henne Vuur en Toddiewoddie. HEHH en Anne Alida krijgen samen nog zes kinderen. Het verhaal wordt verteld door de vierde op rij die zichzelf aanduidt met ‘Ondertekende’. ‘Ondergetekende’ denkt na over het lot van Henne Vuur waarmee de familie, inclusief de vertelster, geen contact meer heeft en die sterk vermagert en van de trap valt en eenzaam sterft.

Een reeks beelden en gebeurtenissen trekt voorbij waarbij er steeds iets ‘raars’ aan de hand is en waarbij HEHH een rol speelt. De gebeurtenissen lijken in volgorde van associatie te komen en niet in die van tijd. Maar vaak kan je moeilijk van gebeurtenissen praten en meer van impressies; sfeerbeelden. Eén van de beelden die ik moeilijk kan loslaten is het beeld van een klein meisje dat verzorgt moet worden om het één of ander. Verzorging van de kinderen wordt gedaan door HEHH. Ze zit met haar blote billetjes op zijn hand en één vinger gaat er tussenin. Een afgrijselijk pijnlijk en pervers beeld; jonge kinderen hebben het recht op verzorging van hun hele lichaam. Dat moet een volledig eenrichtingverkeer zijn van ouder naar kind met maar één doel; de verzorging van het kind. Dat beeld van dat kleine meisje dat tot lustobject wordt gemaakt staat op mijn netvlies gebrand en gaat er maar moeilijk van af.

Ik heb deze uitermate complexe roman geboeid gelezen en vaak bij mezelf afgevraagd ‘waar ik in het verhaal zat’. Maar dat verhaal is er niet echt, tenminste geen chronologisch verhaal.

Wie zonder zonde is…

Mij wordt vaak verweten dat ik veel te mild denk over daders. Ik denk dat dat mijn calvinistische culturele achtergrond is (waarvan ik vaak denk dat ik die niet heb). Een beetje een gemankeerde calvinistische achtergrond. Zeg maar, dat kleine stukje van die leer waarin beweerd wordt dat we allemaal zondig zijn. Waar calvinisten dan streng gaan vervolgen denk ik…tsja, misschien had ik zelf ook wel graag die zonde begaan. Maar…het klopt. Ik denk mild over daders. Dat komt omdat ik denk dat we allemaal potentiele daders zijn. We zijn in wezen allemaal goed, maar worden makkelijk verleid tot het kwade. Het kwade heeft vrijwel altijd te maken met lust. En verleid worden tot een beetje lust, ja, daar kan ik over meepraten. Ik leef me dan ook graag in in de wereld van de dader.

Neem bijvoorbeeld Rijkman-Groenink. De ex-CEO van de ABN-AMRO. Een niet veroordeelde boef van het zuiverste water. Een exhibitionistische graaier van het eerste uur. Mede door zijn toedoen was de overheid gedwongen om de bank te nationaliseren. Dat heeft de belastingbetaler miljarden gekost. Ondertussen was hij er, nota bene legaal, met zo waanzinnig veel geld vandoor dat hij wel een hele knappe big spender moest zijn om dat er in één mensenleven doorheen te kunnen jassen. De boef zit nu legaal op zijn krent te genieten van ik weet niet wat. Ik zeg dat allemaal vrij plat en vrij heftig, maar ik had graag Rijkman-Groenink willen wezen en mijn leventje vol zwoegen, proberen, falen, uithuilen en opnieuw beginnen achter me gelaten en ingeruild voor een leventje elders in een immer warm oord met knappe jonge vrouwen die me op z’n tijd een koel drankje kwamen serveren. Ik bedoel maar.

Veel schrijnender zijn de hulpverleners in ontwikkelingslanden. In door oorlog, honger en ellende geteisterd gebied. Een gebied waar elke moraal op vakantie is. Als hulpverlener zie je daar de meest walgelijke dingen. Je hebt een enorme machtpositie alleen al doordat je honderd keer zo rijk bent als de omgeving waarin je verkeert. Bovendien kan je naar je eigen veilige kacheltje in je ‘echte’ land zodra je dat wil. Kortom: Als hulpverlener zit je in een omgeving van radeloze mensen die elke moraal vaarwel hebben gezegd en die alles in ruil doen voor ‘iets’. Zit je een beetje lustig in elkaar (deze man kijkt in de spiegel), hoe verleidelijk is het dan om jezelf op een pijpbeurt te trakteren als iemand graag een half gesneden wit wil. Ik noem maar wat. En dan kan je het allemaal nog heel goed verantwoorden ook, want dat sekswerkertje heb je toch maar mooi even geholpen. Wat had ze moeten eten als jij er niet was geweest? En…een paar minuutjes, dat is toch helemaal niet erg? Je hebt je zo weer boven Jan geluld want heus, je lusten botvieren in zo’n situatie knaagt best aan je geweten, denk ik. Dat is dan ook precies waarom je deze jongen niet onder de hulpverleners van welke organisatie dan ook in een rampgebied zal aantreffen. Omdat ik flink naar mezelf kijk, vind ik het behoorlijk lullig dat de hulpverleners voor de verleiding zijn bezweken, maar wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Ik trek mijn gulle donaties ook niet terug. Ik vind het niet fraai, maar ja…wie zonder zonden is…

Er zijn ook daden die zo ver van mij afstaan dat de walging overwint. Daar heb ik het dan ook meteen erg moeilijk mee. De lust die leidde tot de daad is mij vreemd en de slachtoffers zijn er erg aan toe. Ik hou dan maar liever mijn mond. Ik weet niet. Ik weet niet of ik dan mild ben.

Toekijken bij het badderen

Objectief gezien was ‘Shakespeare in love’ gewoon een tearjerker. Laten we eerlijk zijn. Maar wat heb ik ervan genoten! Wat een heerlijke film om in weg te zinken. Met een Gwyneth Paltrow die om op te vreten was. In een verhaal met zowaar een literaire tint; de totstandkoming van Romeo en Juliet. Heerlijk geacteerd. Vlot gefilmd. Met behoorlijk wat humor erin. Echt een leuke film. Ik heb hem meer dan eens gezien. Opmerkelijk is dat mooie mannen als Ben Affleck en Collin Firth juist niet de lover spelen maar wel de nauwelijks bekende Joseph Fiennes. Die film werd geproduceerd door Harvey Weinstein. Harvey Weinstein staat momenteel te kijk omdat hij vrouwen seksueel belaagd heeft.

Iedere gek zijn gebrek. Zelfs ik. Ook Harvey Weinstein. Hij vraag actrices om naar zijn hotelkamer te komen. Daar ontvangt hij ze slechts gekleed in zijn badjas. Dan vraagt hij hen om hem te masseren en tenslotte vraagt hij hen toe te kijken als hij poedeltje naakt onder de douche stapt. Mijn ding zou het niet zijn. Als een mooie vrouw mij in mijn blootje masseert en kijkt hoe ik lekker sta te badderen; zou ik daar niet warm of koud van worden. Laat staan heet. (Wel beschaamd, vrees ik.) Ik ben Harvey Weinstein niet en híj wordt daar juist wel beregeil van. Niemand heeft zichzelf gemaakt.

Ik kan me levendig voorstellen dat de gevraagde actrices dat niet willen. Laten we zeggen dat de man op geen enkele manier ook maar iets wegheeft van een Ben Affleck. Helemaal niets. In zekere zin heb ik qua fysiek meer overeenkomsten met hem. Enigszins gezet en op leeftijd. Maar stel dat ik me nou eens inleef in iemand met een ander voorkomen. Actrice Katja Schuurmans bijvoorbeeld. Razend intelligent maar tegelijkertijd met een heerlijk lichaam en een open en lief gezicht. Stel ik speel in een film die door Harvey Weinstein geproduceerd wordt. Grote kans dat ik vanwege mijn magnifieke borsten en billen een uitnodiging zou krijgen om bij hem op visite te komen op zijn hotelkamer. ‘Waarom?’ zou ik vragen. ‘Om een gezellig borreltje te drinken.’ Wat zou ik dan doen. Ik zou denken: Die man wil met mij het gevecht met de engel aangaan. Ik zou naar hem kijken en denken…Nee, bedankt. Ik heb mooiere en geilere mannen waar ik naartoe kan. Maar ik kan ook denken: Wie weet, een nieuwe rol voor de toekomst. En dan klop ik op zijn deur en doet hij open…in zijn badjas. Ik kan de pleiterik maken als ik wil. Hij vraagt me om een massage…ik kan hem uitlachen als ik wil. Hij vraagt me om toe te kijken als hij zich onder de douche inzeept. Ik kan schaterend zijn hotelkamer verlaten als ik wil.

Hij vroeg de vrouwen om iets en dwong ze nergens toe. We zijn allemaal volwassen mensen. Je mag iemand iets vragen en dan kan ze instemmen of niet. Als het bij een ‘nee’, even goede vrienden is, dan is de kous af, lijkt me. Maar niet in Amerika. Daar wordt Harvey Weinstein voor de internationale pers en de rechter gebracht en moet hij zwaar boeten. Verschrikkelijk. Wie wil nou dat er naar buiten komt dat jij geil wordt als er een mooie vrouw staat toe te kijken als jij aan het badderen bent?

De verdringingstheorie verdrongen.

Ik dacht dat het nu wel bekend was dat Freud destijds theorieën volledig uit zijn duim gezogen heeft. Dat blijkt dus niet zo te zijn. Mensen geloven het nog steeds. Personen die er meer van zouden moeten weten omdat ze er voor doorgeleerd hebben, zeggen dat er weinig bewijs is voor zo’n theorie. Ze verwerpen hem niet. Eén van die theorieën is de verdringingstheorie. Als je in je jeugd iets verschrikkelijks hebt meegemaakt dan ben je er, als mens, toe in staat om het te vergeten. In je dagelijkse leven speelt het wel een rol, maar je weet er niets van; je hebt de herinnering aan de traumatische gebeurtenis verdrongen. Je hebt het ergens in een apart kamertje opgeborgen waar je nauwelijks bij kan. Maar in je dagelijks leven speelt het je wel degelijk parten want je hebt niet de gelegenheid om het te verwerken. De zielenknijper brengt uitkomst; met speciale technieken weet hij de verdrongen herinnering weer actueel te maken en daardoor krijg je de mogelijkheden om de nare herinnering een plek te geven; te verwerken.

Deze theorie heeft voor heel veel ellende gezorgd. Heel wat mannen zijn voor langere of kortere tijd opgesloten omdat dochter, nicht, zus en weet ik veel, zich ineens seksueel misbruik herinnerde. Vrouwen voelden zich niet lekker in hun vel zitten en consulteerde een therapeut. Die therapeut wist allerhande verborgen verleden boven te halen waardoor het ongenoegen van nu te verklaren leek. Een drama was het. Mannen werden onterecht opgesloten en neem van mij aan, de vrouwen met een herinnerd verdrongen seksueel misbruik verleden zijn niet gelukkiger geworden van het openen van die mogelijke beerput. Ik geloof niet in verdringing en ik had het idee dat er onder geleerden consensus was dat deze theorie gewoon niet waar was. Als er zoiets als verdringing bestaat, waarom was mijn omaatje dan dagelijks met Auschwitz bezig? Waarom ben ik dan nog regelmatig met de scheiding van mijn ouders bezig? Of…kan ik me het ongenode gefoezel door een huisvriend aan mijn lijf me levendig herinneren? Waarom lukte het niet om deze herinneringen diep weg te stoppen terwijl bij anderen ineens allerhande verborgen herinneringen opkomen. Zeer onwaarschijnlijk.

Griet op den Beeck gelooft er in ieder geval wel in. In haar nieuwste roman haalt ze haar overleden vader fiks door het slijk. Terwijl ze gek op hem was. Ik heb de roman nog niet gelezen maar de inhoud is al vooruitgesneld. Tijdens lange therapiesessies zijn er bij Griet op den Beeck herinnering vrijgekomen aan een verdrongen incestueuze verhouding met haar vader. Schokkend. Jammer voor d’r. Ze haalt niet alleen haar vader in haar roman door het slijk maar ook in diverse talkshows om haar roman te promoten. Ik vraag me af of ze daar geen verschrikkelijke spijt van krijgt. Ik vraag me af waarom niemand haar tegen zichzelf in bescherming neemt. Als ik het goed begrijp koesterde ze de herinnering aan haar pa. Arme Griet op den Beeck.

De schrijfster heeft een enorme aaibaarheidsfactor en met haar licht verlegen pose en afwijkende kapsel neemt ze menigeen voor zich in. Ik had haar graag tegen zichzelf in bescherming genomen.

Kijken in de ziel van de dader

Gisteren kwam er een jonge vrouw op de televisie aan het woord die een jeugd vol seksueel misbruik moest zien te verwerken. Samen met de programmamaakster en een psychologe maakte ze een reis door de periode van haar leven waarin het misbruik plaatsvond. Of het de vrouw zelf hielp valt te betwijfelen, maar dat was ook niet het doel van het programma, vertelde de maakster; doel was het probleem ‘seksueel misbruik’ bespreekbaar te maken. Ik denk dat het programma daar best goed in geslaagd is. Helemaal omdat de vrouw zo verschrikkelijk moedig was om te vertellen dat ze ongewild opgewonden raakte tijdens het misbruik. Je eigen lichaam maakt het je voor je gevoel haast onmogelijk om negatief te denken over iets verschrikkelijks dat je overkomt. Je eigen geilheid als vijand. Ik had grote bewondering voor de vrouw en ik hoop dat het kinderen die zich nu in dezelfde situatie bevinden als zij toen was, helpt om eruit te komen.

Wat ik wel mis in het programma is de dader. Natuurlijk is het slachtoffer het belangrijkst, maar haar of zijn lijden begrijp ik. Ze is per slot niet de eerste die dit onderwerp bespreekbaar maakt. Eigenlijk heb ik best een goed beeld van de slachtoffers en hun lijden. Van de dader, echter, begrijp ik weinig. Ik zou daar meer van willen weten. Hoe denkt zo’n dader? Heeft hij een grens ervaren? Waarom stapte hij over de grens? Wat voelde hij voor het slachtoffer? Hoe dacht hij over het slachtoffer terwijl ze smeekte om haar met rust te laten? Hield hij van het slachtoffer? Wat dacht hij achteraf, nadat hij haar verkracht had? Praatte hij het voor zichzelf goed? Hoe kon hij het rijmen met de relatie die hij had met de moeder van het slachtoffer? Dat zijn zo’n beetje de dingen die ik zou willen weten over de dader van het misbruik dat gisterenavond aan bod kwam. Wellicht dat het antwoord op die vragen ook het slachtoffer verder kan helpen. Wellicht zou het potentiele daders kunnen helpen om te voorkomen dat ze daders worden. Heus, ik ben niet naïef; een echte dader laat zich door niets of niemand tegenhouden, maar misschien zijn er ook wel mensen die geen dader zijn, maar die wel de potentie hebben om het te worden en help je juist die mensen om beter grenzen te zien. Wie weet zorg je ervoor dat een enkeling erdoor weerhouden wordt om een slachtoffer te maken. Wat zou dat fijn zijn voor dat potentiele slachtoffer! Ik begrijp wel dat een televisieprogramma maken over dit onderwerp onmogelijk is. Je zou dan daders aan het woord moeten laten. Daders, waar we eigenlijk ook nog allemaal een pesthekel aan hebben, zou je op een manier moeten bevragen waardoor ze niet in het beklaagdenbankje zitten maar open en vrij kunnen vertellen over wat ze voelden en dachten en deden. Het zou buitengewoon interessant zijn, denk ik, maar onmogelijk.

Soms zijn helaas de meest interessante en belangrijke programma’s niet te realiseren. Bij een dader van seksueel misbruik gruwen we. Helemaal als de dader kinderen misbruikt heeft. Veel mensen zouden het liefst bij zo iemand overgaan tot een openbare lynchpartij. Dat maakt het de dader onmogelijk om te verschijnen in een programma als ‘Kijken in de ziel’. Want zo’n soort programma zou ik graag zien. Jammer dat dat niet kan!