Tagarchief: Saskia Noort

Bonus – Saskia Noort; als je eenmaal begonnen bent…

Als er iets traumatisch in mijn kindertijd is geweest, dan is het wel het liefdesleven van mijn ouders. Als het goed is, dan krijg je daar als kind niets van mee. Je ouders zijn je ouders. Ze zijn er en ze blijven er. Of ze van elkaar houden, het boeit je pas tijdens je pubertijd. Daarvoor is de liefde tussen je ouders even vanzelfsprekend als de liefde die ze voor jou – hun kind – hebben. Mijn pa, zo bleek, was een feestneus tot en met terwijl mijn moeder veel serieuzer in het leven stond. Veel feesten betekent veel drinken en veel drinken betekent een lagere drempel om gehoor te geven aan allerlei leuke impulsen. Om een lang verhaal kort te maken, toen ik net acht jaar oud was, ging mijn pa er met B. vandoor. Ik verviel in volkomen apathie omdat de wereld niet meer klopte en B. werd de meest gehate vrouw in mijn universum. Maar daar eindigde het verhaal niet, want mijn ma kwam ietsjes na de scheiding thuis met T. Een persoon die mijn pa had moeten vergeten, vervangen, overklassen. Na een maandje of wat, werd T. de onbetwist meest gehate man in mijn universum. Scheiden was voor mij lijden, zonder meer. Omdat sindsdien veel ouders het voorbeeld van mijn ouders volgden, vraag je je af of dat lijden van de slachtoffer-kinderen kleiner is geworden. Als ik Saskia Noort mag geloven in haar nieuwe roman ‘Bonus’, dan is dat zeker niet verandert.

In ‘Bonus’ gaat het om een vechtscheiding. De vader in het verhaal gaat er niet alleen met een ander vandoor, maar laat dit volgen door een strijd met de moeder – zijn ex-partner, dus – over van alles en nog wat. Vooral over de vraag wie het over de kinderen voor het zeggen krijgt. En dat zo’n vechtscheiding ver kan gaan, laat dat maar aan Saskia Noort over. ‘Bonus’ is een thriller en bespreek je een thriller dan ben je een vervelende klier als je te veel over de inhoud van het boek zegt. Dat ga ik dan dus ook niet doen. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de vijftienjarige dochter. Pa is er met zijn secretaresse vandoor gegaan en ja hoor, secretaresse Laura is de meest gehate vrouw in het leven van de hoofdpersoon. Hoe Laura ook haar best doet om het de hoofdpersoon en haar broertje naar de zin te maken, ze blijft tot op het bot gehaat. Zelfs als Laura laat zien dat ze een bondgenoot is in de strijd die de hoofdpersoon voert, wordt ze afgewezen.

Het liefdesleven van de moeder na het huwelijk wordt in geheime video’s en een door moeder opgeschreven verhaal uit de doeken gedaan. Eigenlijk meer haar seksleven. Ongekuist en grof. Als er iets is dat je als kind niet wilt weten en zeker niet mee wil worden lastiggevallen, dan is het wel het seksleven van je ouders. Bij de vijftienjarige hoofdpersoon wordt het seksleven van haar moeder er, bij wijze van spreken, ingeramd. Van dik hout zaagt men planken. Je moeder als hoofdpersoon in een soort van pornovideo, dat is echt niet fijn. En ja, moeders partner wordt de meest gehate man in het universum van de hoofdpersoon.

Saskia Noort schrijft echt verschrikkelijk lekker. Ze weet je aan het boek te binden als geen ander. Na twee hoofdstukken heeft ze je te pakken en laat ze je pas weer los als je het uit hebt. Ik vind dat verschrikkelijk knap want de laatste tijd ben ik een regelrechte bofferd want ik heb veel heel goede boeken gelezen, maar mij zo extreem aan een verhaal binden, dat lukt alleen Saskia Noort. Gisteren werd ik wakker en een van mijn eerste gedachten was om snel dat boek weer op te pakken. Zo ken ik mezelf niet!

Toch, en dat is het rare, blijft Saskia Noort oppervlakkig. Ik heb geen idee waar dat precies aan ligt. Ook als je deze roman leest dan heb je het gevoel dat het om oppervlakkige mensen gaat. Heb je het gevoel dat het verhaal oppervlakkig is. Ik heb lang nagedacht over waarom ik dit denk en voel en lees, maar ik kom er niet echt uit. Het kan zijn omdat Saskia Noort mensen en situaties kiest waarin lusten en instincten de hoofdrol spelen. Misschien. Het kan net zo goed zijn dat het vrijwel geen intellectuele inspanning kost om de roman te lezen. Ik weet het dus echt niet.

Wat jammer is, is dat er een dijk van een fout in de roman zit die ik hier niet kan bespreken. In dat geval zou ik te veel de inhoud van de roman prijsgeven. Dat dit een fout is, is evident. Saskia Noort zal dit zelf ook wel gezien hebben. Ik denk dat ze gewoonweg geen andere oplossing kon bedenken om de roman naar dit punt te brengen. Als ik er iets meer over zeg…nee, doe ik niet; lees zelf maar.

Kortom, de roman ‘Bonus’ van Saskia Noort is een ideaal vakantieboek. Je bent wel een hele vakantiedag kwijt, want stoppen met lezen voordat je het boek uit hebt, gaat je niet meer lukken!

Anna Enquist – Want de avond; verlies, verdriet en ellende

In mijn pubertijd las ik veel. Heel veel. Ik vluchtte van het ene boek in het andere. Elke wereld anders dan de mijne leek leuker en aantrekkelijker. Kinderboeken las ik weinig; ik stootte meteen door naar het zwaardere literaire werk. Daar was ik eigenlijk nog veel te jong voor, denk ik nu. Maar toen vond ik van niet. Ik las het oeuvre van Wolkers en Hermans in zijn geheel. Ook alle essays. Woord voor woord spelde ik Hermans’ essay over Wittgenstein. Woorden die nooit zinnen werden, laat staan betekenis kregen; maar het was van Hermans en alleen daarom al de moeite waard. Kinderboeken…nee, die las ik niet. Of…ja, toch. Deeltjes van een serie waarvan ik nu de titels niet meer weet, laat staan de schrijfsters. Later hadden Josien en ik het wel eens over die puberboekjes en zij wist meteen waar ik het over had: De Zweedse kommer en kwel serie. Boekjes waarin de ellende van de puberende hoofdpersoon niet te overzien was. Geslagen door haar vader, aangerand door de buurjongen om vervolgens te ontdekken dat ze lesbische gevoelens hebt voor d’r lerares Engels terwijl haar muziekleraar steeds naar d’r tieten kijkt en haar probeert te verleiden. Dat soort verhalen dus. Aan deze kommer en kwel serie moest ik een heel klein beetje denken toen ik het laatste boek van Anna Enquist las. Qua ellende kan het niet op.

De roman ‘Want de avond’ gaat over afscheid en rouwverwerking. Waar kan het anders overgaan bij Anna Enquist? Het is een vervolg op haar eerdere roman ‘Kwartet’ waarin een crimineel de woonboot van musicerende mensen binnendringt en ellende veroorzaakt. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief Carolien en haar echtgenoot Jochem de celliste en de altviool van het kwartet. Aan het begin van de roman is Carolien vervallen tot apathie. Ze zit thuis en doet eigenlijk helemaal niets meer. Ze is haar rechterpink kwijtgeraakt, daardoor kan ze niet meer op haar cello spelen. Bovendien vindt ze niet dat ze haar werk als huisarts voort kan zetten omdat alle mensen zullen gruwen van haar verminkte hand, denkt ze. Daartegenover staat haar echtgenoot Jochem. Hij begraaft zich in zijn werk als vioolbouwer. Het atelier aan huis dat hij had, heeft hij ingeruild voor een beter te beveiligen ander atelier. Het is duidelijk dat het huwelijk tussen Carolien en Jochem uitermate gespannen is. Carolien en Jochem hebben in het verleden twee zoons gehad, maar die zijn al een tijd geleden omgekomen bij een busongeluk op schoolreis. De kamers van de jongens zijn nog intact. Carolien had vroeger de ambitie om celliste te worden, maar was niet goed genoeg, daarom werd ze huisarts. Afscheid en verdriet alom.

De andere leden van het kwartet, de eerste en de tweede viool, Hugo en Heleen, zijn hun eigen weg gegaan en hebben nauwelijks nog contact met Carolien en Jochem of met elkaar. Behalve dat ze samen in het kwartet speelde, was Heleen verbonden aan de huisartsenpraktijk als verpleegkundige en was ze Caroliens beste vriendin. Ze speelden destijds op de boot van Hugo, maar die boot is vernield tijdens de overval door de crimineel. Heleen is verpleegkundige geworden bij een fitness-keten en Hugo probeert allerhande muziekevenementen van de grond te krijgen in China. Heleen voelt zich erg schuldig omdat zij correspondeerde met de crimineel toen hij nog in de gevangenis zat en meer met hem gedeeld heeft dan men haar had geadviseerd.

Aldus de stand van zaken aan het begin van de roman.

Carolien reist naar Hugo in China omdat ze te horen krijgt dat hij daar geld zoekt om violen te bestellen bij Jochem. In China bij Hugo, leert ze Max kennen. Als arts bekommert hij zich over verschoppelingen in diverse weeshuizen. Carolien reist met Max mee om te helpen. Maar ze worden verliefd en beginnen een verhouding. Maar na een reis die het begin leek van iets nieuws, beëindigd Max de relatie omdat hij verantwoordelijkheid voelt voor vrouw en zwaar gehandicapt kind. Weer terug in Nederland overlijdt haar ouden cello-leraar bij wie ze gestudeerd heeft en met wie ze sindsdien altijd innig bevriend is gebleven. Ze erft zijn uitermate kostbare cello.

Terwijl het proces eraan komt waarin ze alle vier moeten getuigen tegen de crimineel, pakt Carolien het cellospelen weer op. Tijdens het proces voelen de leden van het kwartet zich als naïeve kinderen weggezet. Maar erna gaan ze met z’n vieren uit eten en lijkt er iets terug te komen van de intimiteit en saamhorigheid die ze zoveel jaren samen als kwartet hebben gehad.

Een boek met heel veel ellende, kortom, maar met een onverwacht positief eind. Ik weet inmiddels dat als ik een boek van Anna Enquist ter hand neem dat ik geen vrolijke roman ga lezen; om de humor moet je het niet doen. Maar dat wil niet zeggen dat het geen roman is die lekker wegleest. Anna Enquist is gewoon een zeer bedreven schrijfster en wat ze schrijft is altijd van belang. De titel kan ik helaas niet thuisbrengen.

Wat ik wel interessant vind is het verschil tussen deze roman en een andere roman die ik laatst gelezen heb. In beide romans gat het een deel van het verhaal over het op knappen staan van het huwelijk. Die andere roman is Stromboli van Saskia Noort. Zonder dat ik er precies de vinger op kan leggen waar het door komt, voelt de beschrijving van het huwelijksleed in Enquists roman als zeer diepzinnig, en van Saskia Noort als heel oppervlakkig. Is het omdat Enquist dat gevoel van depressie zo goed weet op te roepen of omdat Saskia Noort het bij oppervlakkige seks houdt? Ik weet het niet maar het blijft me fascineren.

Saskia Noort – Stromboli; Leest heerlijk weg, maar…

Op de middelbare school was er een groep meiden waar ik het liefst bij uit de buurt bleef. Meisjes gaven mij toch al snel het gevoel dat ik op het randje van de vulkaan liep, maar die groep meiden, daar was ik pas echt bang voor. Ik had het idee dat ik om alles door hun uitgelachen en vernederd zou worden…het idee?..ik wist dat zeker. Ze stonden bij elkaar, lachten met elkaar, feesten met elkaar, dronken met elkaar en gingen met elkaar naar de disco. Feestbeesten. Op veel terrein voorloopsters, dacht ik. Terwijl mijn vriendjes en vriendinnetjes vaag droomde van liefde en seks, kreeg je het idee dat voor dat groepje vriendinnen geen taboe meer bestond. Verlegenheid en gêne kwam niet voor in hun gevoelsleven terwijl ik er vol mee zat. Mijn te grote voeten en handen, mijn geschonden gebit, mijn puistjes; het maakte mijn leventje in die dagen tot een hele uitdaging. Maar die meiden in dat groepje hadden daar schijnbaar geen enkele last van. Ik benijdde ze en ik begeerde ze (want ze waren allemaal best knap) en ik haatte ze, vanwege hun vermeende oppervlakkigheid. In dat groepje van oppervlakkige, drinkende, feestende meiden situeer ik Saskia Noort. Doe ik haar daarmee tekort? Ik weet het niet. Zelfs haar eerste niet-thriller-roman straalt, in zekere zin, oppervlakkigheid uit, ondanks het zware onderwerp. De oppervlakkigheid die ik in dat groepje feestbeestende meiden dacht te zien.

Net als haar andere boeken, leest haar nieuwe roman ‘Stromboli’ als een trein. Saskia Noort is een begenadigd vertelster. Het boek leeft en bruist en je leest jezelf van de ene stroomversnelling naar de volgende. Noort is een absolute vakvrouw; ook dit boek is een belevenis. Maar toch…het voelt ergens wat oppervlakkig zonder dat ik precies kan aangeven waar ‘em dat nou precies in zit.

In de Volkskrant van enkele maanden geleden tijdens één van de hoogtepunten van de #metoo discussie, las ik in de Volkskrant een stukje van Saskia Noort waarin ze vertelde hoe ze op haar veertiende werd verkracht. Dit stukje vond ik vrijwel letterlijk als laatste hoofdstukje in de roman Stromboli. Nu niet geschreven door de schrijfster Saskia Noort, maar door het romanpersonage Sara Zomer uit ‘Stromboli’ ; net als Saskia Noort een zeer succesvolle schrijfster. Of je het nu wilt of niet, schrijfster en romanpersonage passen in deze roman behoorlijk op elkaar, zo lijkt het. Uiteindelijk doet dat niet ter zake want het gaat om de roman en niet om de schrijfster, maar toch heeft dat zo z’n invloed op je als je het boek leest.

De succesvolle schrijfster Sara Zomer vindt zichzelf in een vreugdeloos huwelijk met de grote, maar veel minder succesvolle, schrijver Karel. Ze hebben twee thuiswonende kinderen en vormen samen met de hond het ideale gezinsplaatje. Sara en Karel hebben samen een kolom waarin ze verslag doen van hun mooie huwelijk en hun gezamenlijke leven. Maar ietsje dieper dan dit oppervlakkige verhaal blijkt het huwelijk een puinhoop. Karel is een problematische drinker, maar ook Sara houdt best van wat drank. Sara heeft een affaire met de mannelijke helft van een bevriend echtpaar. Bevredigende seks binnen hun huwelijk hebben ze niet; Sara laat Karel af en toe zijn gang gaan… De bewondering en adoratie die Sara voor Karel ooit had, is omgeslagen in regelrechte haat en ze ziet geen andere mogelijkheid dan van hem te scheiden. Als de affaire van Sara bekend wordt en ze alleen gaat wonen, raakt Sara geïsoleerd; zelfs haar kinderen benaderen haar vol verwijten. Daarom gaat ze op retraite naar het vulkaaneiland Stromboli. Daar wordt het haar steeds duidelijker dat de verkrachting in haar puberteit nog steeds een grote rol in haar leven speelt. Ze ontdekt dat haar seksuele leven zwaar lijdt onder de vernedering van destijds.

Tijdens de eerste weken van de scheiding lezen we de column die ex-echtgenoot Karel schrijft als intermezzo’s in de roman; nu gaat het niet over het succesvolle huwelijk maar over de, schijnbaar, gelukkige kant van de scheiding. De column met hun tweeën over hun huwelijk was vals, de column die hij in zijn eentje schrijft is vals. Aan het eind van het boek lezen we de laatste column van Sara en dat is de eerste eerlijke… Met deze column eindigt het boek en als ik eerlijk ben had Saskia Noort die column weg mogen laten. Hij kwam bij mij over als een koude douche; het ontkrachtte het verhaal. Ondanks de eerlijkheid.

Het valt mij op dat de hoofdpersoon voortdurend op zoek is naar drank. De wijntjes, borrels, biertjes; ze gaan erin als Gods woord in een ouderling. De retraite was juist bedoeld om je te onthouden van alle geneugten van het leven en jezelf te vinden in allerhande vage therapieën. Wat mij opvalt is de vreugdeloosheid van seks. Saskia Noort beschrijft de seks uitermate expliciet. Bijna Wolkeriaans. Maar het is liefdeloos en vreugdeloos; als functies van het lichaam en sensaties van het lichaam. Sara laat zich vaak bijna willoos neuken. Ze wil lichamelijke nabijheid, zoekt dat op, maar beleeft weinig plezier als puntje bij paaltje komt. Ik moet zeggen dat ik dat best verwarrend vond; feitelijk gaat ze met alle mannen naar bed die ook maar even aandringen. Vervolgens spoelt ze het weg met liters sterke drank. Dat gevoel hou ik eraan over.

Al met al een lekker boek om te lezen. Ondanks het zware onderwerp hou je een smaak van oppervlakkigheid. Die smaak kan ik niet echt duiden. Stromboli van Saskia Noort is en blijft een aanrader want, jongens, wat leest dat boek lekker weg!

Wat heb ik allemaal fout geïnterpreteerd?

In het Algemeen Dagblad van afgelopen zaterdag staat een artikel dat mij weer het vertrouwen geeft dat er ondanks alle ellende die laatste tijd gepasseerd is via #metoo, toch ook hoop is dat alles beter kan. Het gaat om de kracht van het individu en niet zozeer om de kracht van mannen en vrouwen in zijn algemeenheid. Het artikel van Carla van der Wal vertelt het verhaal van Thordis Elva en Tom Stranger. Het begint in de jaren negentig en speelt zich af op IJsland. Thordis is dan zestien en valt als een blok voor de twee jaar oudere Australische uitwisselingsstudent Tom Stranger. Ze worden verliefd en samen gaan ze naar een kerstbal. Thordis drinkt daar voor het eerst van haar leven rum. Dat valt helemaal fout. Tom is zo lief om zijn zieke meisje naar huis te brengen. Bij haar thuisgekomen, in haar meisjeskamer in haar eigen bed blijkt Tom minder lief en verkracht hij haar. Daarna stilte. Zij lijdt en hij is weer naar Australië. Ze blijft lijden onder wat er met haar gebeurd is. Ze zint op wraak. Ze zint op genoegdoening. Ze is vanbinnen kapot. Ze denkt dat ze schuldig is, want zij had toch teveel gedronken?

Op een dag besluit ze hem jaren na de verkrachting een brief te schrijven waarin ze vertelt wat hij haar aangedaan heeft. Die brief komt bij hem aan als een mokerslag. Hij leed aan een getroebleerde geest want ook hem was de verkrachting niet in de koude kleren gaan zitten. Hij was er zich heel erg van bewust dat hij haar iets aangedaan had. Dat hij fout zat. Heel erg fout. Op dezelfde manier waarom zij zich medeschuldig voelde aan haar verkrachting (ze had gezopen) wist hij niet hoe hij het kon goedmaken (en dat kon natuurlijk ook niet zomaar). Thordis Elva en Tom Stranger beantwoordde haar brief en daarna volgde een correspondentie van jaren waarin de wandaad van destijds tot op het bot werd besproken. Maar, zo dachten ze, dat gesprek blijft betrekkelijk veilig zolang je achter je eigen computer zit en je de woorden via cyberspace naar elkaar verzendt. Daarom besloten ze tot een ontmoeting. Ze rekende uit wat zo ongeveer het midden was tussen IJsland en Australië en spraken in Zuid-Afrika af. Daar spraken ze een week met elkaar. Toen pas ontstond er een soort vergeving en konden ze verder gaan met hun leven. Thordis schreef een boek over dit alles en samen gaven ze een TED-speech. Ik was diep onder de indruk.

Gisteren wandelde ik met Josien door het Westerpark en vertelde over de Thordis-Tom zaak en hoeveel indruk dat op mij gemaakt heeft en ondertussen kwam het schrijnende verhaal van Saskia Noort boven. Haar was iets dergelijks overkwam toen ze zelfs nog twee jaar jonger was dan Thordis. Ik vertelde Josien hoe ongemakkelijk ik me over het verhaal van Saskia Noort voelde. Nee, ik ben geen dader, geen verkrachter, heus niet, daar gaat het niet om. Ik voelde me klote omdat ik dat wat Saskia Noort overkwam hoogstwaarschijnlijk in die tijd niet als verkrachting had herkend en hoewel ik natuurlijk graag achteraf de held had willen zijn die haar van d’r belager verlost had, ik dat zeer waarschijnlijk niet had gedaan. Ik had niet gezien dat het foute boel was. Terwijl het absoluut zeker wel zo was. Met terugwerkende kracht voel ik me daar rottig over. Dat terwijl ik er niet bij was en dus zeker niet gezien heb. Als ik goed naar de jongen kijk die ik toen was dan was ik vooral jaloers op jongens die zoveel gedaan kregen van meiden. Dus komt bij mij de vraag op: Wat heb ik wel gezien maar fout geïnterpreteerd?

Ondertussen gun ik Saskia Noort zo graag een Tom Stranger!

Kinderen van veertien

Als kind van veertien ben je weerloos. Volkomen weerloos. Maar mateloos aantrekkelijk voor anderen. Als kind van veertien was ik stomverbaasd over mezelf en seks. Het minste geringste deed mij ontvlammen en ik dacht dat de hele wereld dat zag. Zelfs op school was er maar een geringe aanleiding nodig om de boel op stelten te zetten. Niet dat ik me schaamde, maar het was van mij. Van mij alleen. Privé. Niemand had daar iets mee te maken. Gevoelens die ik kreeg overvielen me. Strakke broeken en strakke truitjes, het opgroeiende meisjeslichaam; ik dacht dat ik eraan kapot ging. Ik wilde dat helemaal niet delen, die gevoelens. Met niemand niet. Ook niet met diegenen die die gevoelens opwekten. Ik moest er eerst zelf mee in het reine komen als veertienjarige,

Mijn moeder was op dat moment bevriend met een man. Ze had een oogje op hem, denk ik, want in die tijd was ze alleen en had vast haar verlangens. Bovendien kon die man zo verschrikkelijk goed met kinderen (ons dus) omgaan. Vooral met jongetjes van dertien, veertien. Omdat mijn zusje pas negen was en mijn moeder graag in een orkest speelde, vond mijn moeder het een leuk idee als hij dan bij ons bleef als zij weg was. Eerst bij ons eten en daarna kon zij met een gerust hart naar haar orkest. Leuk, vonden we dat, want we waren gek op hem. Maar de stemming werd erg verwarrend toen hij de tweede keer bij ons oppaste. Ons zusje werd vroeg naar bed gestuurd. Té vroeg. Ze protesteerde hevig. Maar omdat ik een opstandig zusje had, viel me dat niet echt op. Mijn broertje en ik mochten televisiekijken. Omdat dat streng gelimiteerd was bij ons thuis, verheugden we ons daar op.

Hij posteerde zichzelf op de middelste plek van onze driezitter pal voor de tv. Wij aan weerzijden van hem. Zo zat hij dus gezellig tussen twee pre-puberende jongetjes; het moet een homo-pedo-paradijsje zijn geweest. Rechts een jochie van twaalf en links ikke; veertien jaar oud met gevoelens waar hij het liefst vanaf wilde maar die hem steeds overvielen. En toen begon het foezelen. En jongens wat werd dit persoontje geil van dat foezelen. Een diepe en schaamtevolle en vernederende geilheid. Ik wilde niet befoezeld worden en zeker niet door een kerel. En ik kon er helemaal niets tegen doen want het was een hele, extreem, goede vriend van mijn moeder. Bovendien leken alle aanrakingen per ongeluk te gaan en wat kan je zeggen als iets per ongeluk gaat. En…wat kan je zeggen van iets dat je zo verschrikkelijk hitsig maakt. En zo ging het een jaar lang wekelijks door.

Vandaag in de krant het verhaal van Saskia Noort. Mijn verhaal valt daarbij helemaal in het niet; Ik ben slechts een beetje lastiggevallen en ik ondervind er geen schade van, denk ik. Wat Saskia Noort schrijft over wat haar overkwam als veertienjarige, snijdt door mijn ziel. Als ik me verplaats in de feestjes van veertig jaar geleden en me verplaats in de jongen van zestien, zeventien of achttien die ik toen was, dan moet ik tot mijn diepe ongenoegen en spijt erkennen dat ik haar verkrachting niet herkend zou hebben. Ik zou hebben gedacht dat ze de seks zelf gewild had. Gewone seks, dus, en geen verkrachting.  Ik merk dat ik het met heel veel aarzeling opschrijf. En ook schuldbewust. Want dat Saskia Noort verkracht is, is zonneklaar.