Tagarchief: Rutger Bregman

Ondergang

De ondergang is op dit moment niet ver weg, bij mij. Niet mijn eigen ondergang. Nee, godzijdank niet. De ondergang als gevoel. Ik verdiep me in het leven en werk van de joodse kunstenaar Fre Cohen en dat brengt je vanzelf naar ondergangsgevoelens. De vrouw pleegde zelfmoord toen ze in 1943 werd gearresteerd. Ze voorvoelde kennelijk precies welk onheil eraan kwam. Achteraf gezien nam ze met haar eigen gekozen dood, denk ik, de minst slechte beslissing en voorkwam ze heel veel ellende en een even zekere aanstaande dood. Ik verdiepte me gisteren in de laatste jaren van haar leven. Ze werkte toen als docent aan de W.A. van Leer-school. Een joodse middelbare kunstnijverheidsschool. Die school bleek ietsje meer connectie met mij te hebben dan ik in eerste instantie dacht. Mijn te vroeg gestorven en – ik mis hem nog steeds – zeer geliefde opa, speelde zonder dat hij het wist een sleutelrol. Zijn broer Leo was, toen 23 jaar oud, een collega van Fre Cohen. Mijn opa’s oorlogsverhaal las ik in ‘Overleven een kunst’ van Ies Jacobs. Samen met Ies vluchtte mijn opa en dook hij onder op het Friese platteland. Ies Jabobs was leerling op de Joodse kunstnijverheidsschool en dus leerling van Fre Cohen en Leo. Mijn opa’s oorlogsverhaal kwam ik puur toevallig op het spoor want er zelf over vertellen deed hij niet. Ik liep in voormalig kamp Westerbork aan tegen het boek van Ies Jacobs en terwijl ik het doorbladerde zag ik tot mijn verbazing foto’s van mijn toen nog zo jonge opa. Al die geschiedenissen hebben een prominente ondergangscomponent. En omdat ik me gisteren naast alle ellende die ik las, ook nog wel wilde ontspannen en dus ging netflixen zette ik pardoes de film Sobibor op. Tsja, wat er allemaal niet onbewust en bewust op je afkomt op een sombere, bewolkte miezerige zondag. Je zou haast blij zijn dat het weekend weer voorbij is…

Maar ik overleefde het weekend en las vanochtend de krant met daarin een artikel van historicus Willem Melching. Gelooft het of niet; het gaat over de vernietiging van het Europese jodendom. Met name over Auschwitz. Hij stelt zichzelf de vraag of de moord op zoveel joden van tevoren bedacht was of dat er een vaag idee was dat per ongeluk eindigde in de genocide. Ik vraag me af in hoeverre er historisch bewijs is voor de dingen die hij beweert. De historicus schrijft over de gevoelens en de redeneertrant van mensen van toen. Beetje vaag. Hij beweert dat de Duitse leiders van toen de joden weg wilde hebben uit West-Europa en ze wilden verhuizen naar Siberië…heel ver weg in ieder geval. Maar omdat operatie Barbarossa minder gunstig en snel verliep dan gepland en Siberië een brug te ver was, maar ze aan de andere kant wel van de joden af wilden, vatte men het plan op om de joden dan maar te vernietigen. De vernietiging van de joden was dus, volgens Willem Melching, niet van tevoren uitgedacht, maar toevallig tot stand gekomen. Ik heb daar wat bedenkingen bij. Was de stap naar massale moord niet al veel eerder ingezet? Hadden ze destijds niet al geoefend op geestelijk gehandicapten? Kampcommandant Niemann van Sobibor had daar een rol in gespeeld. Maar goed, de redenering van Melching past beter in het beeld dat Rutger Bregman in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ schetst van de natuur van de mens; in beginsel was er niet de pure slechtheid die we er nu aan verbinden, maar was er echt het plan om de joden te verplaatsen. Alleen waarnaartoe? De plek waar de joden konden verblijven kon nog niet bereikt worden. Vermoorden was dan een goede tussenoplossing. Maar wacht eens even…mensen naar Siberië verplaatsen…is dat niet hetzelfde als genocide? Doet je dat niet een beetje denken aan het verplaatsen van de Armeniërs naar de woestijn en ze daar zonder iets achterlaten?

De ondergang. Laten we hopen dat de werkdag van vandaag me op andere gedachten brengt.

Deugen de meeste mensen?

Wat Rutger Bregman wil zeggen in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ is wel duidelijk en roept meteen al weerstand op bij zoon R. ‘De titel lijkt me getuigen van een nogal naïef mensbeeld’, vond hij. Dat is nou juist ook waar Bregman steeds naar verwijst; het is geen naïef mensbeeld, maar gewoon zoals het is; de meeste mensen gaan voor het goede en hebben een afkeer van geweld en het slechte. Het beeld dat we graag van onszelf schetsen, namelijk een wreed dier geleid door lage instincten waar een heel dun laagje beschaving omheen zit, klopt niet. De mens is niet zondig geboren. De mens is in wezen goed, maar sommige mensen hebben een weeffout en kunnen andere mensen ertoe brengen datgene in hen dat goed is te gebruiken voor het slechte. Omdat ik heilig geloofde in het idee dat de beestachtige mens omhuld wordt door een laagje beschaving en omdat dat mensbeeld goeddeels gebaseerd is op de tweede wereldoorlog en de jodenvervolging, ben ik in dit boek begonnen in Deel 2. Na Auschwitz. Mijn idee was dat er in ieder van ons een nazi schuilt die mensen zonder blikken of blozen de gaskamer injaagt. Dat in ieder van ons een beest schuilt die met plezier groepen mensen vermoordt, inclusief vrouwen en kinderen. Dat je van wat er in Auschwitz gebeurde overal om je heen voorbeelden ziet. Anders, dat wel, maar dezelfde wreedheid.

Maar stel je nou eens voor, zo betoogt Bregman, dat er heel veel mensen waren in Duitsland en in Polen en in Rusland maar zelfs ook in Nederland, die ervan overtuigd waren dat het jodendom een plaag was waarvan Europa en de wereld bevrijd moest worden? Nu, met onze belaste blik op de geschiedenis en de schaamte voor wat daar in Polen gebeurde, nauwelijks nog voor te stellen, maar er waren natuurlijk massa’s mensen die echt het idee hadden dat ze de mensheid hielpen door de joden uit te roeien. En…als je iets goeds doet, zijn veel mensen bereid om je te helpen bij het verrichten van de goede daad. Daarom werden er eerst massa’s joden doodgeschoten, maar dat bleek psychisch te belastend voor de schutters, daarom kwam men op vergassen en dwong men de gedoemden zelf om het vuile werk op te knappen. Interpreteer je het zo, dan is er in Auschwitz iets positiefs te herkennen, namelijk het vooruithelpen van de mensheid door het van de joden te bevrijden… En, kijk je naar andere genocide voorbeelden, dan zie je eigenlijk wel hetzelfde patroon. Zo moesten in Rwanda de Tutsi’s dood omdat het kakkerlakken waren die profiteerden in de ogen van opruiende Hutu’s waarvan het land bevrijd moest worden. Gevolg was een massaslachting. Natuurlijk zitten bij de oorlogshitsers mensen met een weeffout die gewetenloos zijn, maar de massa wil gewoon graag helpen bij het mooier maken van het land/wereld; zonder joden, Hutu’s, moslims, ongelovigen of wat voor andere groep dan ook.

Bregman komt in zijn boek vaak terug op de roman ‘Lord of the flies’ van William Golding. Een schrijver die de Nobelprijs voor literatuur kreeg voornamelijk voor deze roman. De roman bevestigd volgens Bregman datgene dat we graag willen geloven over hoe de mens is. ‘Lord of the flies’ vertelt het verhaal van een groep jongens die op een onbewoond eiland terecht komen. Eerst organiseren ze zich zo goed mogelijk om dit avontuur te overleven, maar al snel slaat het om en gaan de botte instincten, met alle wreedheden van dien, met hen op de loop. Uiteindelijk worden de jongens op hun eiland gevonden. Een paar zijn er vermoord (de goeden) en de anderen blijken slechteriken die in een soort van gewetenloze, gewelddadige chaos voor zichzelf gekozen hebben. Dat ‘Lord of the flies’-verhaal wordt ons dagelijks verteld; een heel filmgenre vertelt over de post apocalyptische wereld; de wereld is door een ramp getroffen en enkelingen hebben het overleefd. De overlevers staan elkaar naar het leven omdat ze in een concurrentiestrijd verwikkeld raken om te overleven. Allemaal verzonnen verhalen, betoogt Bregman. Vervolgens gaat hij op zoek – en vindt, uiteraard – het echte ‘Lord of the flies’. Een groep jongens wilde met elkaar naar een ander land varen om daar een nieuwe toekomst op te bouwen. Ze waren slecht voorbereid en er overkwam hen onderweg een ramp waardoor ze niet in het gewenste land kwamen, maar op een onbewoond eiland. Daar verbleven en overleefden ze anderhalf jaar. Wat de man die hun vond aantrof bleek diametraal te staan tegenover ‘The lord of the flies’; De jongens hadden zich georganiseerd en werkten samen. Als er ruzies waren dan werden die opgelost omdat ze wisten dat ze moesten samenwerken om te overleven; sterker nog ze wilden elkaar koste wat kost helpen om dit avontuur gezamenlijk te overleven. Er ontstond, in tegenstelling wat men verwacht had, een harmonische eenheid waar men alles voor elkaar overhad. Voor dit mooie verhaal bleek weinig belangstelling. Liever las men ‘Lord of the flies’.

Ik vond het boek in eerste instantie erg inspirerend. Het heeft mij op een andere manier laten kijken naar menselijk gedrag. Inderdaad vind ik nu ook dat de mens over het algemeen het goede wil. Dat moet ons niet minder kritisch maken; je moet op je hoede blijven. Er zijn altijd mensen met een weeffout die je erg kunnen schaden; je moet daar alert op blijven. Auschwitz en Rwanda tonen aan dat het, hoe erg de mens ook deugd, het gruwelijk mis kan gaan. Aan de andere kant denk ik dat je houding over hoe je denkt dat mensen in elkaar zitten wel degelijk invloed kan hebben op je omgeving en jezelf…

Een inspirerend boek, maar helaas wel ietsje te dik. Afentoe slaat Bregman de plank, in mijn ogen, erg mis. Het stuk over kinderen opvoeden had hij er, wat mij betreft zo uit kunnen laten. Hoewel hij alles van voetnoten voorziet, bekroop mij regelmatig het ‘wachttoren’ gevoel. Dat blaadje van de jehova’s getuigen waarin veelvuldig wordt vermeld dat ‘wetenschappers’ dit of dat hebben ontdekt of uitgevonden of whatever. Het wekt bij mij irritatie. Maar ondanks dat toch een aanrader.