Tagarchief: rotterdam

Shadow, een nieuw meesterwerk van Zhang Yimou.

Uit Azië kwam niet veel, qua film. Destijds was het de Japanse cinema die Azië vertegenwoordigde. Ik had het idee dat Bollywood alles bepaalde in Azië en dat Japan het enige land was waar de filmkunst enigszins westers was en voor ons te pruimen. Ik was gek op de films van Akira Kurosawa. Natuurlijk was er een cultuurschok, maar een schok die te overwinnen was. Mijn eerste film die ik zag was Dodeskaden. Alleen de titel was al fascinerend. Daarna natuurlijk gesmuld van The Seven Samourai. Dat was dus voor mij de Aziatische filmkunst. En toen was daar ineens Het Rode Korenveld van Zhang Yimou. Naast een fantastisch verhaal en een actrice om nooit te vergeten, het summum van esthetiek in de beeldvoering. Elk shot bijna overdreven mooi. Zelden zoiets gezien. Dan die actrice. Gong Li was haar naam. Altijd een onafhankelijke vrouw of in ieder geval een vrouw die voor onafhankelijk strijdt. Zhang Yimou opende een tot dan toe gesloten wereld voor mij. Misschien was Raise the Red Lantaren wel de meest tot de verbeelding sprekende film met Gong Li. Een verhaal dat zo ver van mij afstond maar zo dichtbij kwam. Ik smulde ervan samen met heel veel anderen.

Gong Li in Raise the Red Lantarn

Voor mij was de film Hero een dubbele cultuurschok. Van films waarin menselijke relaties centraal staan naar een onvervalste martial arts film. Een genre waar ik überhaupt niet naar keek en waar ik nu wel toe gedwongen was want…wie wil er nou een film missen van de Chinese grootmeester? Het leek alsof Zhang Yimou niet alleen zichzelf opnieuw uitvond, maar ook het genre. Hij goot de oude Chinese knokfilm in een vernieuwende esthetische en artistieke jas. Als muze nu niet de zoetgevooisde maar opstandig en onafhankelijke Gong Li, maar de niet minder knappe Zhang Ziyi. Knap, maar ook nog van elastiek; en dat heb je nodig in een martial arts film. Wie kan haar trommeldans vergeten in The House of the Flying daggers?

Zhang Ziyi in House of the flying Daggers

Op het Internationaal Filmfestival Rotterdam heb ik de nieuwste film van Zhang Yimou gezien. De man heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Weer een nieuwe draai. Maar weergaloos. Shadow heet zijn nieuwste film. Alleen al qua kleurvoering een breuk met elke film die hij in het verleden maakte. De vrijwel afwezigheid van kleur, kenmerkt deze film. Een film in constante regen. Met elementen die aan martial arts doen denken, maar toch anders. Het verschil met een film als House of the Flying Daggers is levensgroot. Met Zhang Yimou weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent; dat is een van zijn krachten. Maar wat voor film hij ook maakt, doorgaans is hij fantastisch.

Afwezigheid van kleur in Shadow

De koning van het land heeft recht op een grensstad in het naburige koninkrijk. Maar hij kent zijn beperkingen; hij zal de stad niet kunnen veroveren omdat hij het andere koninkrijk te sterk vindt. Maar dan komt ineens de generaal op de proppen en die vertelt zomaar dat hij bij de andere koning is geweest en op eigen houtje heeft onderhandeld. Hij heeft de zus van de koning als bruid voor de kroonprins beloofd als hij zich terugtrekt uit de stad. Hooghartig heeft de vijandige koning het aanbod van de hand gewezen en de aangeboden koningsdochter niet als bruid geaccepteerd maar als concubine. Een grove belediging. Met deze mislukte onderhandeling heeft de generaal een oorlog uitgelokt.

De generaal die de onderhandelingen voerde, blijkt niet de generaal zelf, maar een dubbelganger. De echte generaal zit gewond verstopt en heeft zijn dubbelganger (zijn shadow) aan een touwtje. Aldus wordt de oorlog tegen het vijandige land gestart. In tegenstelling tot eerdere films, met veel bloed en dood. In tegenstelling tot eerdere films met veel dood en drama en verlies.

Ik heb zitten smullen van deze film en ik hoop van harte dat hij binnenkort ook buiten het Rotterdamse filmfestival gedraaid wordt. Hij behoort bij mij tot de favoriete films van het festival…laat ik eerlijk zijn, het is de enige film die ik gezien heb.

Antigone

Toen ik nog studeerde, lazen wij Antigone. Sophocles wist wat hij deed en aan de orde stelde! Antigone gaat over een vrouw die worstelt met een dilemma. Een persoonlijk -, maar ook politiek dilemma. Aan het begin van het toneelstuk zijn Creon ’s zoons Eteokles en Polyneikes beiden dood. De één streed voor Creon en de ander tegen hem. Creon begraaft Eteokles als een held, maar Polyneikes laat hij in het veld liggen; overgeleverd aan de gieren en de honden. Creon vaardigt een wet uit die het iedereen verbiedt om Polyneikes te begraven. Op straffe van de dood. Maar Creon ’s dochter Antigone begraaft Polyneikes toch want ze vindt dat de wetten van de Goden zwaarder wegen dan de wetten van de staat. Ze laat haar gevoel voor rechtvaardigheid prevaleren boven de regels die ze door haar vader opgelegd krijgt. In dit toneelstuk, kies ik voor Antigone; zij heeft gelijk.

In de politiek van vandaag zie ik het dilemma van Antigone terug…

Het krijgen van kinderen is een grondrecht van iedereen. Niemand mag een ander verbieden om zichzelf voort te planten. In onze maatschappij is het zelfs zo dat uiteindelijk de vrouw bepaalt of ze een kind krijgt. De man is alleen maar de baas over zijn seksualiteit. Maar over het voorkomen van zwangerschap en het afbreken van zwangerschap beslist de vrouw. Zo hebben wij dat geregeld. Laten we dat zien als de wet van de Goden! Maar wat als je de beslissing over het geboren laten worden van een kind eigenlijk niet aan een vrouw kunt overlaten?

In Rotterdam heeft het gemeentebestuur te maken met de praktijk van alledag. Men heeft daar te maken met een zwakbegaafde mensen die van zichzelf niet weten dat ze niet tot opvoeden in staat zijn. Die kind op kind krijgen die stuk voor stuk afgenomen moeten worden. En vervolgens raakt zo’n vrouw weer zwanger: Zij in de hoop dat ze het kind mag houden terwijl de hulpverlening dat risico niet aan mag gaan.

In Rotterdam zien ze dat dergelijke kinderen in tehuizen of gastgezinnen worden grootgebracht en hoe positief je de jeugdhulpverlening ook wilt zien, het is het niet. Kinderen moeten door hun eigen ouders worden opgevoed, elke ander oplossing is slechter. Daarom zouden ze bij een vrouw, zoals in dit voorbeeld, anticonceptie willen verplichten. Een wet als de wet van Creon om Polyneikes niet te begraven.

Staand voor dit dilemma (het recht op voorplanting (recht van de goden) tegenover de plicht tot anticonceptie (recht van de staat) zou ik kiezen voor het laatste. Tegengesteld aan Antigone, dus. Mijn gevoel dat iedereen het recht heeft om zich voort te planten maak ik ondergeschikt aan het voorkomen van zwangerschappen bij vrouwen die niet in staat zijn om kinderen op te voeden. Ik vind het leed van de ouders die geen kinderen mogen krijgen net even minder zwaar dan het recht van kinderen op een gelukkig leven. Maar het blijft een moeilijk dilemma!

Alex Boogers – Alleen met de goden

Uitgeverij Podium, 2015

Een roman in de traditie van schrijvers als Hemingway, Andre Gide en Bukowski. Boogers gebruikt de Rotterdamse zelfkant als decor voor een ontwikkelingsroman. Een jongen groeit op onder slechte omstandigheden en weet zich eruit te vechten. Als kickbokser wordt hij wereldkampioen terwijl zijn opa, vanuit Japan, hem zachtjes stuurt naar de vechter via de spirituele weg. Uiteindelijk overwint de jongen alles. Hoewel geen wereldkampioen meer, en met een gebroken lichaam, wint hij het meisje en de liefde en weet hij zich een weg te vinden naar een toekomst als intellectueel. Daarnaast is het ook het verhaal van een groep jongens die in een moeilijke buurt met elkaar opgroeien. Hoewel de roman mij regelmatig diep raakte, blijft alles toch een vraagteken. Achteraf vind ik het teveel in de stijl van genoemde schrijvers. Wat dat betreft te weinig origineel. Maar taalgebruik, vergelijkingen en de plot zijn volkomen origineel. Deze roman werd ook genomineerd voor de Libris-literatuurprijs. Voor mij het laatste boek van de shortlist die ik gelezen heb. Al met al een goede roman die zeker wel op de shortlist thuishoort.

Aaron Bachmann groeit op in een moeilijke buurt in Rotterdam. Een ongewenst kind verwekt door een jongen die het leven als vader niet aandurfde en verdween uit moeders leven. Leen werd de vader die Aaron zou opvoeden. Pappa Leeuw, zoals hij door Aaron wordt genoemd, en Aaron is tijgerwelp. Een schreeuwende, scheldende en vloekende man maar met een hart van goud. Zo wordt de pleegvader voorgesteld. Moeder is te vergelijken met de pleegvader, maar heeft een hart vol gif. Gekregen om wat haar is aangedaan als ongehuwde moeder. Hoewel nou niet meteen een ideaal gezin om in op te groeien toch een omgeving met liefde.

Maar het noodlot slaat toe. Pleegvader pleegt per ongeluk een moord en moet daarvoor de gevangenis in. Het gif dat in moeder zit, bepaalt vanaf dat moment zijn opvoeding. Aaron staat er alleen voor. Pleegvader blijkt het gezin ook nog diep in de schulden te hebben achtergelaten. Aaron klopt aan bij de sportschool van Art en belooft hem dat hij, in ruil voor geld om zijn Mavo af te ronden, kickbokskampioen zal worden zodat hij met zijn gages alles terugverdiend. Zogezegd zo gedaan. Aaron wordt kickboks wereldkampioen in zijn gewichtsklasse.

Ondertussen schrijft Aaron veel. Hij schrijft de woede die in hem zit van zich af. Beelden. Losse verhalen. Of ze goed zijn of slecht, we komen het niet te weten omdat hij vrijwel niet over zijn schrijfsels communiceert in de roman. Hij schrijft. Schriften vol die hij onder zijn bed bewaart.

Tijdens een bok gala ontmoet hij zijn grote liefde Nadine. Zij zal ook de uiteindelijke hoofdprijs zijn voor Aaron. Maar ze moet hem nog wel leren wat de liefde is.

Zoals gezegd, ik heb wat moeite met deze roman hoewel hij me ook verschrikkelijk geraakt heeft. Veel staccato in lange zinnen als: ’De meeste mensen denken dat zij de enigen zijn die knokken en tijgeren, en die de klappen moeten vangen, maar volgens mij stak het leven in elkaar als zo’n waardeloze musical op de lagere school: iedereen speelt en acteert en leest een tekst op die van je wordt verwacht, en uiteindelijk zingen we allemaal hetzelfde liedje en is er geen woord van gemeend.’ Ik hoe wel van dit soort taalgebruik. Ook erg mooie vergelijkingen soms: ‘We reden langs de kust en we hoorden het ruisen van de zee, en het aanspoelen van de golven en het gesis van de schuimkoppen die als cobra’s in het zand beten.’ Erg mooi, vind ik.

Uiteindelijk een erg mooie roman die zeker op de shortlist van de Libris-literatuurprijs thuishoort. Ik heb een paar bedenkingen. Vooral omdat Boogers naar mijn smaak te veel de traditie opzoekt van andere schrijvers. Dat geeft een beetje het gevoel van een would-be zelfkanter. Maar kijk ik daar overheen, dan zie ik een fantastische roman. Ik heb hem in ieder geval in een ruk uitgelezen.

Pakistan

Gisteren was er een protestdemonstratie in Rotterdam tegen terrorisme. Het bijzondere van deze demonstratie was dat hij georganiseerd was door Moslimorganisaties en dat burgemeester Aboutaleb meeliep en de menigte toesprak. Ik zie dat moslimorganisaties duidelijker van zich willen laten horen; dat ze hun trouw aan Nederland en de Nederlandse grondwet willen tonen. Wellicht slaat het Wilders wat argumenten uit handen. In die zin vind ik het allemaal wel positief. Aan de andere kant voelt het allemaal niet erg lekker. Niet echt spontaan. Net alsof men gezegd heeft: Goed, we willen wel demonstreren, maar dan niet alleen voor aanslagen in Europa maar ook tegen alle terreurdaden buiten Europa… Alsof men voorwaarden gesteld heeft. Dat maakt het allemaal een beetje onecht. Op een paar idioten na is echt iedereen tegen terreur; waar ook ter wereld. Maar hoe dichterbij, hoe meer media-aandacht. In Pakistan zullen de kranten niet vol gestaan hebben met nieuws over de aanslagen in Brussel; dat is daar een ver-van-mijn-bed-show. Zelfs aan het overlijden van Johan Cruijff zal men daar nauwelijks aandacht hebben besteed, schat ik zo in.

Ik verplaats mij nu dus buiten Europa… Gisteren werd Pakistan getroffen door een bomaanslag. Een terreurdaad. Doorgaans maak ik me niet schuldig aan racisme, maar hier op mijn eigen blog, moet ik toegeven…. Ik schreef al eerder over Pakistan. Daar gebeuren zulke gekke dingen, schreef ik, dat je je soms afvraagt of er geen sprake is van een weeffout. Uit de binnenlanden van Pakistan komen soms berichten door… Lachwekkend, maar als je beseft wat het voor de slachtoffers betekend, dan rijzen de haren je te berge. Een meisje van veertien die veroordeeld wordt tot verkrachting door alle mannelijke dorpsgenoten omdat haar neef een geit gestolen heeft. Dat soort dingen. Hoe kom je erop!

Gisteren werd er dus in Pakistan een bomaanslag gepleegd. Bomaanslagen zijn daar aan de orde van de dag. Ben je het met een politicus niet eens, blaas haar op. Ben je het met een godsdienst niet eens, blaas de mensen op. Dat is zo de gewoonte in Pakistan. Vind ik dat erg? Ja, dat vind ik erg. Ik gun elk mens alle voorspoed en geluk, maar in Pakistan lijkt me dat moeilijk haalbaar; te veel idioten op een kluitje, vrees ik. Een groot deel van de huidige vluchtelingenstroom bestaat uit Pakistani. Kan ik me voorstellen; als ik in dat land woonde, wilde ik er ook weg.

Die bomaanslag, dus…Gisteren heeft iemand zich opgeblazen vlak bij een plek waar kinderen aan het spelen waren en hun moeders toezicht hielden. Ik stel me de zandbak in het Vondelpark voor op een mooie zomerse dag, zo moet het er hebben uitgezien. Op die plek speelden vooral Christelijke kinderen. Dus…wat doe je als rechtgeaarde terrorist, je vult al je zaken met spijkers en andere voorwerpen die goed wonden kunnen veroorzaken, je maakt een bomgordel en je blaast je op in de buurt van de zandbak. Zo doe je dat in Pakistan.

Pakistan, is dat niet een land waar men de beschikking over atoomwapens heeft? De wereld zou bang moeten zijn…heel erg bang.