Tagarchief: Richard Strauss

Nicole Kidman als Virginia Woolf

Vanochtend vroeg mijn computer voor de zoveelste maal of hij updates mocht installeren. Gisteren had ik het uitgesteld en gevraagd of hij het ’s nachts wilde doen. Maar ‘s nachts had ik mijn computer uitgezet en kon de softwaregigant er niet bij. Dus vanochtend de zoveelste smeekbede. Omdat ik weet dat updates ellende voorkomen, gaf ik toe en liet ik mijn pc haar ding doen. En toen vroeg de computer of ik een paar minuutjes kon wachten en dat ik absoluut mijn computer niet uit mocht zetten en zat ik te kijken naar het getal vier prominent in het midden van het beeldscherm. Dat was het percentage van wat hij al verwerkt had aan updatecode. En die vier bleef er maar staan. Zo lang, dat ik begon te vrezen dat hij vastgelopen was. Net op het moment dat ik mijn pc een reset wilde geven, sprong het cijfer naar vijf en wist ik dat het heel erg lang ging duren, die update. Een paar minuutjes? Aan mijn neus. Niet voor niets had de grote leverancier voorgesteld om het ’s nachts in alle stilte te doen. En zo zat ik dus te staren naar cijfers op mijn beeldscherm die tergend langzaam opliepen. Ik voelde me volkomen hulpeloos, want wat kon ik doen? Maar gelukkig, na heel lang wachten zag ik op het beeldscherm dat we op 100 zaten. Dacht ik. Want nadat de computer opnieuw was opgestart, begon de teller gewoon weer opnieuw. En nu nog veel langzamer. Terwijl ik zo graag wilde schrijven!

Over gisteren. Gisteren had ik een dag waarop ik heel weinig gepresteerd heb. We waren van plan geweest om stiekem ons bijna affe huis in te sneaken en gewapend met onze nieuw gekochte meetlinten en notitieboekjes alvast aan het werk te gaan. Ramen opmeten zodat we gordijnen konden bestellen. Daarom gingen wij naar het museum en probeerden we via de binnenplaats onze tuin in te komen en zo via de openstaande deuren naar binnen te gaan. Onze tuin insluipen bleek nog altijd geen probleem. Maar helaas, men had alle deuren afgesloten dus ons huis binnenkomen zat er niet in. Een beetje teleurgesteld keerde we met onze ongebruikte meetlinten huiswaarts. En toen begon het te sneeuwen. En ik hou helemaal niet van sneeuwballen. Sneeuwballen zijn koud en nat en heeft zo’n snotneus zijn bal iets te lang in zijn hand dan zijn ze nog hard ook. Die wil ik in ieder geval niet tegen mijn hoofd.

Dus bleef ik thuis en deed de hele dag helemaal niets. Filmpje kijken. Op Netflix is de film Hours beschikbaar. Terwijl het toch echt in deze film niet om de muziek gaat, hebben ze bijzondere muziek op de achtergrond gekozen. Prachtige muziek van Philip Glass. Zo mooi, dat ik het verhaal dreigde kwijt te raken. Ook één van de orkestliederen van Richard Strauss kwam langs. De meest verstilde maar tegelijkertijd zo dynamische liederen die er ooit geschreven zijn. De film ging onder anderen over Virginia Woolf in de periode dat ze Mrs Dalloway schrijft. Een fascinerend persoon.

Virginia Woolf had een fascinerende lelijke kop, als je haar foto’s bekijkt. In de film leek haar gezicht best goed gelukt; leek redelijk veel op de foto’s van de schrijfster. Alleen niet lelijk. Een oneindig mooi en levendig en intelligent gezicht waar je graag naar kijkt. Men had de actrice Nicole Kidman gemetamorfiseerd naar Virgina Woolf. Vrijwel onherkenbaar. Wat een fascinerende metamorfose! En dat terwijl het stuk Metamorfose van Philip Glass ten gehore werd gebracht. Heel speciaal. Ik heb de film nog niet helemaal uitgekeken. Wie weet vandaag. Het is mijn parttime dag. En…vandaag gaat het weer sneeuwen!

Nederlandse Reisopera – Ariadne auf Naxos van Richard Strauss

Gezien en gehoord op 8 oktober 2016 in Carre Amsterdam

Ik had moeite met het verhaal daarom gaf ik me compleet over aan de muziek. Ik volgde de verhaallijn wel, maar die was zo dun dat ik er nauwelijks chocola van kon maken. Maar die muziek, wat is die mooi! En wat werd die goed uitgevoerd. Goed uitgedachte decors. Veel humor ook. En dat alles tot stand gekomen met weinig subsidie terwijl de kaartjes betaalbaar bleven. Niets slechts over de akoestiek in Carre, maar wat had ik deze uitvoering graag in de Stopera willen zien en horen. De akoestiek van Carre is niet optimaal, maar viel mij alleszins mee. Aan het eind van de avond stapte ik gelouterd uit Carre. Een heerlijke avond! Ik liep Carre uit terwijl ik uitrekende hoe ver het was naar Essen…Of ik heen- en terugrijden ervoor over had…

Goed…het verhaal…De rijkste man van de Wereld geeft een diner. Na afloop van het diner biedt de gastheer zijn gasten een serieuze, net geschreven opera aan. Daarna een klucht en de avond zal beëindigd worden met een vuurwerkshow. Maar helaas, het diner loopt nogal uit en daarom wil de gastheer dat opera en klucht tegelijkertijd worden uitgevoerd. Ondanks hevige artistieke protesten van de componist, wordt aldus besloten. Einde eerste acte. In de tweede acte, na de pauze, zien we opera en klucht tegelijkertijd. Ariadne zit eenzaam op het onbewoonde eiland Naxos nadat ze door Theseus verlaten is. Ze wacht op de dood. Maar dan komen Zerbinetta en de haren om haar op te vrolijken. Het leven heeft zoveel meer dan treurnis te bieden. Het is aan dovemans oren gericht; Ariadne wordt er niet vrolijker van. Totdat Bacchus verschijnt. Bacchus brengt haar weer terug op aarde waar ze zich kan overgeven aan de liefde.

Voordat de voorstelling begon deelde directeur Nicolas Mansfield ons mede dat de tenor Martin Homrich, die de rol van Bacchus zou zingen, plotseling ziek was geworden en dat hij niet kon optreden. Daarom werd de rol overgenomen door een tenor wiens naam ik vergeten ben, maar die slechts drie-en-een-half uur repetitietijd had gehad. Voor mij als toeschouwer is mij niet opgevallen dat Bacchus zo vers op de planken stond. Hij deed het prima en leek organisch opgegaan in het geheel. Knap, want de rol van Bacchus is niet direct de kleinste en de makkelijkste. Ook qua regie heeft hij veel in korte tijd tot zich moeten nemen. Met veel mensen op een hele kleine plek vergt fysiek uitgekiend gedrag. Maar hij bracht het er goed vanaf. Ook muzikaal.

Strauss heeft minder met mannenstemmen. Als je wilt schitteren als mannelijke zanger, dan moet je je repertoire niet bij Strauss zoeken. Strauss was gek op de vrouwenstem. Daar schreef hij de mooiste aria’s, duetten en terzetten voor. Voor een typische mannenrol nam hij vaak een vrouwenstem. In Der Rosenkavelier bijvoorbeeld. De schitterende rol van Octavian. Maar ook in Ariadne op Naxos. De rol van de componist. Tuurlijk zijn er ook vrouwelijke componisten, maar in de ogen van Strauss niet. De door een sopraan gezongen componist is een man, en daarmee basta. In de componist zal hij toch elementen van zichzelf gezien hebben. Aan de ene kant zijn schreeuw op artistieke integriteit maar aan de andere kant zijn omarming van het lichte en vrolijke en het entertainment. De componist krijgt een onstuimige verhouding met het frivole lichtgewichtje Zerbinetta.

De rol van de componist wordt gezongen door Karin Strobos. De ster van de avond. Heus, anderen deden het ook goed…maar Karin Strobos…Sjonge, ik word er helemaal stil van. Niet alleen een voortreffelijke stem waar ze met zoveel muzikaliteit gebruik van maakt, maar haar overtuiging, haar acte de présence. Wat staat ze daar. Kwetsbaar en oersterk tegelijkertijd. Met de manier waarop ze haar rol invulde geeft ze kracht aan de wereld en verheft ze je. Geweldig. Onbegrijpelijk maar tegelijkertijd fantastisch dat ze niet allang de Met van New York veroverd heeft. Daarom kan ik haar hier nog horen op een zaterdagavond in Carre. Ze droeg de eerste acte en hoe ik ook hoopte dat ze nog van zich liet horen in de tweede acte, het gebeurde niet. Als Strauss had geweten dat Karin Strobos de rol van componist zou zingen, dan… Zo, dat is wel weer genoeg. Je kan het ook overdrijven. Laat ik het samenvatten, ik ben serieus van plan om af en toe naar Essen af te reizen om haar te horen zingen. Daar heeft ze een vast contract en is ze heel regelmatig te zien en te horen. Wat een zangeres.

Ook Soojin Moon-Sebastian heeft een meer dan voortreffelijke stem. Ook over haar kan ik weinig slechts schrijven; ze deed het prima. Maar de overtuigingskracht van Strobos, die ontbreekt. Maar dat deed niets af aan haar prestatie. Ze zette Ariadnes eenzaamheid prima neer. Mij overtuigde het wel en ze zong echt heel goed, maar voor haar ging ik niet op het puntje van mijn stoel zitten, dat niet.

Jennifer France als Zerbinetta compenseert haar mindere zangtalenten met een heel goed gevoel voor humor, een soepel lichaam en eindeloos veel lol in haar vak. Als ik haar zo zag, heeft ze lang getwijfeld tussen zang en dans; ze leek geen genoeg te krijgen van gelift worden door een danser. Zelfs tijdens het applaus zat ze hoog en droog op de schouder van een danser. Ze combineerde de zang en dans heerlijk. Ook de regie moet ik hier een enorm compliment maken want jongens wat was dat gejongleer met die pauwenstaart mooi uitgekiend en wat klopte het allemaal precies. Complimenten.

Ik wilde nog wat zeggen over de muziek van Richard Strauss. Ik wilde zeggen dat hij misschien een beetje onderschat wordt in vergelijking met tijdgenoot en vriend Gustav Mahler… Maar ik ga dat toch niet zeggen, want zo erg wordt hij niet onderschat. Zijn werk wordt nog dagelijks overal ter wereld uitgevoerd en trekt dagelijks volle zalen. Wat ik wel denk is dat er weinig componisten zijn die zo kunnen schilderen met klankkleuren als Richard Strauss. Laat ik het daar maar bij laten.

Het was de laatste voorstelling van Ariadne auf Naxos door de Reisopera. Op naar de volgende! La Traviata onder anderen, hoorde ik. Yes!

Salome; een herkansing in de Stopera

Vraag je mij naar het mooiste lied dat ooit is geschreven, dan twijfel ik daar niet lang over: Het laatste Letzte Lied van Richard Strauss; Im Abendrot. Er bestaat echt geen lied dat mooier is. Ik zeg dat inmiddels al zo’n jaar of twintig, dan kan je aannemen dat ik het meen. Richard Strauss schreef goddelijke muziek voor sopraan. Zijn liederen en rollen voor mannenstemmen…nou ja, daar wil ik het nog weleens over hebben…ik ben er in ieder geval niet zo gek op. Maar wat hij voor sopranen schreef is echt doorgaans absoluut de top. De man was dan ook getrouwd met één van de beroemdste sopranen die destijds op de wereld rondliep. Best een goed huwelijk want ze bleven bij elkaar tot de dood er een einde aan maakte. Een waardeloos huwelijk als je de memoires van Alma Mahler mag geloven. Het doet er niet toe; Het beste schreef hij voor sopraan. In Der Rosenkavelier laat hij zelfs de rol van het testosteron mannetje zingen door een sopraan. Dat resulteert in een prachtig sopraan-sopraan liefdesduet waar de stemmen tegen elkaar aan leunen, om elkaar heen dansen en tegen elkaar aan schuren. Heerlijk. Een duet dat je door moeilijke tijden heen helpt.

Als de Nationale Opera een opera van Strauss uitvoert, dan ben ik erbij. Ik ben gek op Der Rosenkavelier met het testosteron-sopraan-mannetje maar ook op twee vroege opera’s Elektra en Salome. Van alle drie de opera’s heb ik uitvoeringen in de Stopera gezien. Ik heb wat met vrouwen, maar Richard Strauss had nog veel meer met vrouwen. Elektra en Salome stammen uit dezelfde periode. De vroege Strauss. In die periode was de componist gecharmeerd van wat experimentelere muziek die soms wat atonaal aandoet.

De laatste keer dat ik kaartjes kocht voor Salome is een paar jaar geleden. Enkele weken voor de uitvoering kregen wij een brief thuis die ons waarschuwde voor wat we te zien zouden krijgen. Ik koester mijzelf als een ruimdenkend mens dus wuifde de waarschuwing weg. Josien ook trouwens. Maar de voorstelling bleek niet zozeer schokkend, maar dodelijk saai. Een wanvertoning. Geregisseerd door een man die juist hersteld was van een diepe psychiatrische inzinking. Waarom had de nationale opera deze man de opdracht gegeven om Salome te regisseren? Wij begrepen er niets van. De muziek leed onder de dramatische regie. Het was echt niet om aan te zien en dat leidde zo verschrikkelijk af, dat de muziek niet meer klonk. Een afgang van jewelste.

Dit seizoen een nieuwe enscenering en uitvoering van Salome. Omzichtig meldde ik dat aan Josien. Ze reageerde zoals ik verwachtte: Dat nooit meer. Maar, begon ik, met een nieuwe enscenering. Kijk, dat vond ze wel leuk. Van wie dan precies? Van Ivo van Hove. Shit! Shit! En nog eens shit! Dat is die regisseur die zijn actrices op het toneel laat schijten en die zijn actrices door de blauwe verf laat rollen. Dat is die regisseur waarbij je na een kwartier al compleet de draad kwijt bent en waarvan de acteurs dan zeggen: De man moet dit maken om zichzelf te ontwikkelen als regisseur.”  Die regisseur dus. Maar…probeerde ik, Ivo van Hove is wereldvermaard…

Ik weet niet of ik Josien zo ver kan krijgen dat ze nog een keer zo’n Salome avontuur met mij aangaat. Zeker niet nu Ivo van Hove in de picture is. Jammer, want de muziek is zo mooi!

Heksensabbat

Toen Rinke net geboren was, leefde mijn vader nog. Ik was hem uit het oog verloren. De laatste keren dat ik bij hem was, waren niet fijn geweest. Maar omdat ik ineens vond dat hij op de hoogte moest zijn van het feit dat hij drie kleinzoons had, ging ik hem zoeken. Na wat vijven en zessen had ik zijn adres. Met een geboortekaartje op zak ging ik daar naartoe. Dat kaartje wilde ik in zijn brievenbus gooien; een lijfelijke ontmoeting vond ik toen nog te ver gaan.

Ik fietste de Potgieterstraat in en zocht het nummer. Ik draalde. Ik fietste een rondje en keek naar het raam waarachter zijn woning moest zitten. Toch maar geen kaartje in zijn bus, dacht ik. Josien zou me niets verwijten. Ik had haar erg buiten mijn vader en mij gehouden. Vond ze begrijpelijk, maar wel jammer. Tien jaar had ik me intensief niet met hem beziggehouden. Zo gaat dat tussen vaders en zonen, soms. Maar als ik naar dat kwetsbare, net geboren jongetje in mijn armen en zijn broertjes keek, hoopte ik dat het tussen hen en mij anders ging dan tussen mij en mijn vader. Toch maar weer terug naar de Potgieterstraat.

In mijn hoofd speelde de Symphonie Fantastique. De Heksensabbat. De klok slaat. Twee keer hoog en één keer laag. Dan de strijkers. Dan weer terug naar de klokken. Op het kerkhof. Je hoort de graven opengaan. De lelijkste gedrochten komen uit de aarde. Ze komen hun ellende verspreiden op aarde. In een wilde dans wordt het besmettelijke kwaad aan de atmosfeer vrijgegeven. Het was de eerste plaat die ik kocht. Van geld dat ik van oma en opa gekregen had. Achterop de fiets bij mijn vader togen wij naar de Utrechtse straat. Naar Concerto. Een tweedehands grammofoonplaat! Kom daar nu nog maar eens om… Ik vraag me af of ik die plaat nog heb. Jarenlang heb ik deze grammofoonplaat met me meegesleept alsof het mijn paspoort was. Alsof daarop stond wie ik werkelijk was.

Ik fietste naar de portiek. Ik zette mijn fiets neer en liep naar de voordeur. Ik haalde het geboortekaartje tevoorschijn en op dat moment zwaaide de voordeur open en stond mijn vader voor mij.

Als ik me nu, vijfentwintig jaar later, inleef in die situatie en ik zou mijn zoon na tien jaar ineens weer voor mij vinden, dan zou ik me rot schrikken. Ik zou me tot op het bot schamen dat ik mijn zoon zo verwaarloosd had. Ik zou diep treuren omdat ik zijn leven gemist had. ‘Wat leuk dat je langskomt’, zei hij betrekkelijk onbewogen. ‘Ik wilde net boodschappen gaan doen. Loop even mee, dan gaan we daarna bijkletsen.’ Van enige verbazing was geen sprake. Hij vond het best leuk om te horen dat hij drie kleinzonen had…

Hij had het drinken eraan gegeven omdat zijn lichaam niets meer verdragen kon. Hij is een keer op bezoek geweest bij ons en ik ben een paar keer bij hem geweest. Hij bracht me in die periode in contact met de Vier Letzte Lieder van Richard Strauss. Naast muziek hadden we heel weinig. We hadden elkaar weinig te zeggen. Ik kende hem niet nuchter. In zekere zin een ander mens. Dat duurde maar even want drank is een trouwe geliefde. En inderdaad, zijn lichaam kon nauwelijks meer iets verdragen.

Geen idee waarom ik vandaag aan mijn vader moet denken. Misschien vanwege de Letzte Lieder waar ik een paar dagen geleden over schreef.

Heksensabbat Van Hector Berlioz