Tagarchief: reorganisatie

Bedrijfsovername…

Ik zou er nu toch zo langzamerhand wel aan gewend moeten zijn. Maar nee, het raakt me nog steeds diep. We zijn net bekomen van de grote reorganisatie en nu kondigt zich de volgende al weer aan. Steevast wordt zo’n reorganisatie voorafgegaan door veel peptalk vanuit het hogere management. Gezever dat vooral bedoeld is voor henzelf; voor degenen die buiten schot zullen blijven. “We gaan toe naar een organisatie die klaar is voor de komende decennia. Sterk en flexibel en die snel kan reageren op maatschappelijke veranderingen en wijzigingen in de markt. Een organisatie die duurzaam is en die de concurrentie aan kan gaan met de andere spelers op de markt…” et cetera, et cetera. Iedereen weet dat het slap gelul is en iedereen weet dat ze daarmee vertellen dat velen hun baan gaan verliezen.

Afgelopen donderdag (geloof ik) kwamen de aandelen van mijn verzekeraar in handen van de grote andere verzekeraar. Onverwacht snel had dat enorme gevolgen. De hoogste baas, onze hoogste baas, dus, hield op dezelfde dag zijn afscheidsborrel. De man ging even snel en als hij gekomen was en hij leerde ons dat je niet alleen met stille trom kunt vertrekken, maar ook kunt komen. Hij kwam, zag (iets) en verloor…daarna dus de pleiterik. Niemand die er echt een traan om laat.

Gisteren werden alle divisiedirecteuren gepresenteerd. Die waren ondertussen ook aangesteld. En we kregen praatjes over hoe nu verder. Eén ding werd glashelder gemaakt; mijn bedrijf wordt in zijn geheel het andere bedrijf ingezogen. Dat wil zeggen dat al ónze klanten, klant van de ánder worden. Al onze klanten, die dan dus hun klanten worden, gaan naar hun systemen overgezet worden. Onze systemen zullen dan geen bestaansrecht meer hebben, want ze zijn…leeg. Het verder ontwikkelen van hun systeem is business as usual; daarbij zijn verder geen extra mensen meer nodig dan er nu al werken… Met de ondergang van mijn werkgever houdt ons werk op te bestaan. Ik ben daar somber over.

Ik weet dat ik een oude zeur ben, maar toch nog maar eens dit: Ik kwam van Simac Onderwijs. Een bedrijf waarvan ik de langzame afdaling heb mogen meemaken van marktleider naar faillissement. Dat was geen leuk bedrijf. Daar heerste geen leuke sfeer. Bij zo’n bedrijf wilde ik niet meer werken. Daarom ging ik op zoek naar een rijke jongen. Naar een bedrijf dat niet hoefde te knokken voor haar bestaan. Naar een bedrijf waar gewoon veel als vanzelf ging. Waar ik, en dat klinkt wel heel erg oubollig, met gemak mijn pensioen zou halen…

Reorganisatie…alweer.

De reorganisatie van het bedrijf waar ik werk is deze week tot een hoogtepunt gekomen. Amechtig hijgend hangen we in de ring. We weten nu zo ongeveer wie mag blijven en wie weg moet. Van de mensen die worden ontslagen is een aanmerkelijk deel gelukkig met die beslissing. Dat zijn de mensen die de zestig zijn gepasseerd. Ze gaan met vervroegd pensioen, hoewel je dat natuurlijk officieel niet zo mag noemen. Vaak zijn het mensen met een enorm aantal dienstjaren. Daardoor krijgen ze een ontslagvergoeding mee die zo groot is dat het de AOW, die ze natuurlijk niet krijgen, makkelijk kan compenseren. Vaak hadden ze al recht op wat pensioen. Het gaat helemaal goed met die mensen; geen medelijden noodzakelijk en ik hoop dat als ik op die leeftijd ben er nog eens zo’n reorganisatie komt. Ik zou juichen!

De tweede categorie mensen die het bedrijf moeten verlaten doen het zeker niet vrijwillig. Ze willen graag bij mijn werkgever blijven werken, maar mijn bedrijf wil ze niet meer. Zuur voor hen maar gelukkig voor de achterblijver. Het gaat hier om mensen die niet kunnen samenwerken en met iedereen ruzie krijgen. Het zijn  mensen die op de één of andere manier niet sporen. In sociaal opzicht dan. Moeilijke mensen waarvan je je afvraagt wie ze ooit hebben aangenomen en hoe het komt dat ze er nooit in een eerder stadium uitgevlogen zijn. Dat maakt het namelijk nogal onrechtvaardig. Als je iemand dertig jaar voor je laat werken en na dertig jaar ongeschikt verklaard, dan zou je heel goed naar je organisatie moeten kijken. Maar over het algemeen kan je stellen dat zij ongelukkig zijn met hun ontslag, maar wij, de achterblijvers die hun baan dus niet verliezen, zijn blij dat ze opkrassen; het ging nooit makkelijk met hen.

Dan zijn er de nuttelozen. Die moeten nu ook weg. Nutteloos is niemand, maar in vorige rondes zijn mensen op een zijspoor gezet. Niet omdat ze per se slecht functioneerde. Helemaal niet. Dat kwam vooral doordat het bedrijfsleven ineens niet veel meer op heeft met management. Het gemiddelde opleidingsniveau heeft een fikse klim naar boven gemaakt. Bij hoogopgeleiden is de trend naar zelfsturende teams hot. Heel erg hot. Teamleiders hebben nu teams van vijftig man terwijl dat voorheen vijfentwintig man was. Teamleiders van nu beoordelen mensen niet meer, maar verzamelen feedback die de medewerker zelf heeft opgehaald…zoiets. Logisch dat de helft geen werk meer heeft en nutteloos is geworden voor de organisatie. Ik zie ze met pijn in mijn hart vertrekken want het waren vaak fijne mensen; ik zal ze missen, maar hun ontslag zagen ze mijlenver aankomen.

Dan de laatste categorie mensen die ontslagen worden. Een raadsel. Ik begrijp het niet. Wij begrijpen het niet. Goede mensen die hun werk goed doen. Mensen die goed in het team liggen en een wezenlijke bijdrage leveren aan de werkzaamheden. Geen idee waarom ze weg moeten. Voor hen komt het als een slag bij heldere hemel. Ze krijgen het wel uitgelegd, maar ze begrijpen het niet. Wij begrijpen het ook niet. Dat doet pijn. Niet alleen bij de mensen die het betreft maar ook bij de achterblijvers. Waarom? Eén van mijn directe collega’s is dit overkomen en wij staan compleet verstomd langs de kant. Verslagen. Het zorgt ervoor dat je moeilijk in slaap komt. Ik zie voor me hoe hij thuis zit. In dat huis dat ineens een dreigend hoge hypotheek heeft; kan hij dat straks nog wel betalen? Ik voel hoe het is om niet goed genoeg bevonden te zijn. Verschrikkelijk!

Nu even rust…

Mijn bedrijf voert reorganisatie na reorganisatie door. Per divisie is er altijd wel een reorganisatie aan de gang, zo lijkt het. Steeds voorzien van klinkende namen die voor insiders – denk ik – iets betekenen, maar voor mensen daaromheen een volkomen raadsel zijn. Namen als ‘Sluitende ketens’ of ‘organisatie 2020’; volkomen nietszeggend, maar het kost altijd heel veel mensen hun baan. De IT-divisie bleef lange tijd buiten schot. Er moest juist meer geïnvesteerd worden in IT zodat er beter bezuinigd kon worden in andere divisies. Maar aan die bevoordeelde positie kwam afgelopen september een eind. Dure organisatieadviseurs werden binnengehaald. Ze deden – ongetwijfeld goed betaald – onderzoek; interviewde hier en daar en vergeleken onze divisie met vergelijkbare divisies elders en trapten toen een open deur in: Het kon beter en het moest beter. Met minder kosten meer doen, was het devies. Ook wij moesten aan de bak.

Er werd een plan geschreven waarbij mijn bedrijf het aantal werknemers kon inkrimpen maar de besten kon behouden. Men wilde niet volgens een rechtvaardige formule mensen ontslaan, maar selecteren op kwaliteit. Dat is zowel makkelijk als moeilijk want hoe meet je kwaliteit? Wie zegt dat iemand die nu niet helemaal voldoet, straks niet medewerker van het jaar wordt? En in hoeverre is zo’n selectie subjectief? Willen we niet liever die vrolijke, gezellige dikkerd die er eigenlijk niet veel van terecht brengt, dan die magere, immer kritische, chagrijnige collega die wel heel veel kan? Moeilijk, moeilijk. Er werd een nieuwe methodiek omarmd en men moest mee kunnen komen met die nieuwe methodiek. Je kon passend worden verklaard en dan mocht je verder en niet-passend en dan moest je weg.

Dat was behoorlijk zweten voor mij. Want ik wil passend zijn. Ik vind niet-passend een zwaar oordeel. Ik zou niet-passend als een afwijzing beschouwen van mijn persoon. Ik als mens zou mij dan niet-passend voelen. Dat was niet zo bedoeld, maar zo voelt het wel. Het voelt alsof een commissie een oordeel velt over jou als persoon. Collega’s proberen onderwijl aan het werk te blijven maar er hoeft maar niet dit te gebeuren en alles schiet in de emotie. Vaak in de vorm van grappen, maar we weten met z’n allen wel beter: We zijn bang. Bang om afgewezen te worden en – maar dat is veel minder belangrijk – bang om onze welstand te verliezen. Aan je collega’s moeten vertellen dat je niet-passend bent…daar ziet iedereen echt tegenop, weet ik zeker. De gesprekken vinden deze week plaats…

Dus moest ik gisteren naar de toren komen voor mijn ‘plaatsingsgesprek’. Een torenflat naast het gebouw waar ik werk en waar mijn bedrijf nog wat verdiepingen huurt. Ik liep over het door zon overgoten plein naar de toren. Ik had het benauwd. Ik was al wel gaan geloven in mijn passendheid (hoewel ik dat niet zeker wist, maar ik hield de moed erin), maar bij een teveel aan passenden kon ik alsnog via een objectieve formule ontslagen worden. Met kloppend hart zoefde ik naar de achttiende verdieping. Ik liep naar dé kamer. En daar ontmoette ik mijn piepjonge maar zeer briljante teamleidster. Breedlachend…en ja, met mij geen moeilijk gesprek…

Op naar de fusie-reorganisatie met die grote oranje verzekeraar….maar dat is pas over een tijdje…nu even rust.

Ingelegde gele pekelkomkommer?

In ons huis staat inmiddels overal iets te fermenteren. Een uitvloeisel van de cursus die ik eergisteren heb gehad. Als ik de deur van de koelkast opendoe, komt me een stevige zuurkoollucht tegemoet. We hebben met verschillende groentes geëxperimenteerd. Wat er in mijn koelkast staat te geuren is half rodekool, half rettich met diverse ‘rodekool kruiden’; laurier en kruidnagel en om het allemaal wat extra pit te geven, een stukje rode peper. Het is een zachte, paarse kool geworden. Zachtzuur met een lekkere bite. We mengen een pluk van deze gezuurde salade door de ijsbergsla. Heerlijk. Bij deze pot is het fermentatieproces succesvol verlopen. Verder heb ik een pot miso op de afzuigkap. Van miso kan je nu nog moeilijk spreken. Een pot gestaafmixerde bonen met gefermenteerde rijst. Ik reken erop dat ik pas over een maand of drie iets van de miso ga zien. Tot die tijd zal het een soort ongedefinieerde, niet bijster lekker ruikende, bonenpuree zijn.

Het belangrijkste nu, zijn mijn pekelkomkommers. Ik ben heel benieuwd wat dat gaat worden. Ik heb twee supermarkt komkommers in stukken gesneden en in een weckpot gestopt. Daarover heb ik pekelwater gegoten tot de komkommerstukken onderstonden en de pot afgesloten. Tweemaal daags doe ik de pot eventjes ietsje open om de gassen eruit te laten. Vanochtend de eerste ochtend zonder gassen en ik zie dat de komkommerstukken zijn veranderd. Ze lijken ietsje glaziger te zijn geworden. Ik denk dat ik zaterdag ga proeven. Als dit experiment slaagt, dan weet ik wat ik met een deel van mijn gele komkommers ga doen. Tenminste, als het weer lukt om ze te kweken.

Behalve afgelopen jaar, toen alle kiemplantjes door de slakken werden opgegeten, hebben wij alle afgelopen seizoenen gele komkommers in onze tuin gehad. Doorgaans legde ik daar een groot deel van in. Zoetzuur met diverse kruiden. Het jaar voor het afgelopen jaar, hadden we zo verschrikkelijk veel komkommers, dat we er nog steeds potten van hebben. Afgelopen zaterdag maakte ik er eentje open om bij mijn broodjes zelfgemaakte worst te eten. De komkommer was, na anderhalf jaar, nog knapperig en heerlijk qua smaak. Maar…deze jongen is diabetespatiënt… Pekelkomkommers zijn wellicht veel gezonder dan de zoetzure. Vandaar mijn experiment. Anders kan ik natuurlijk altijd nog zoet zure komkommers maken met zoetstof. Het voelt wat minder puur en deze hobbykok houdt erg van puur, vandaar: liever niet.

Met fermenteren en dromen van het komende seizoen hou ik de ellende van mijn werk goed op afstand. Afgelopen september kregen we te horen over het onderzoek naar een reorganisatie; in november hoorden we wat dat inhield (hoeveel mensen er ontslagen zouden worden); in februari mogen we solliciteren op onze eigen functie en in maart krijgen we te horen of je ontslagen bent of niet. Sommige van mijn collega’s zijn zo’n beetje dag en nacht bezig met de vraag of ze het zullen overleven. Ik zet het van me af met hobbykok spelen en fermenteren. Lukt me aardig. Maar ik merk dat ik toch meer met die reorganisatie bezig ben dan me lief is.

Leve het leven!

Pas na het tellen van mijn zegeningen lukt het me om mijn kop weer boven water te krijgen als ik ’s ochtends wakker word. Op het ogenblik is het hopeloos. Ik begrijp niet waarom mijn werk zoveel invloed kan hebben op mijn leven. Juist op de momenten dat ik op mijn onschuldigst ben – als ik slaap – komt alle ellende op me af van de komende reorganisatie. Terwijl ik het al een keer heb meegemaakt. Ik heb het al twee keer meegemaakt. Maar nu raakt het me dieper. Het is lang van tevoren aangekondigd met als gevolg dat ik me inmiddels al maanden voel bungelen. Een ander verschil met vorige keren is dat men je het gevoel geeft dat je er iets aan kunt veranderen. Als je goed uit de bus komt tijdens een bepaald gesprek, dan zou je mogen blijven, anders vlieg je eruit. In vorige rondes, bij andere werkgevers vloog je er gewoon uit of niet. Klaar. Zonder dat je daar iets aan kon veranderen.

De hele bliksemse zooi landt tijdens mijn slaap bovenop me. Het boort zich een weg door mijn hoofd naar mijn maag en daar legt het zich als een baksteen neer. Gevolg is dat ik met hoofd- en maagpijn wakker wordt, en dat er een grote doem op mij drukt. Terwijl werk maar werk is en mijn vangnet uiteindelijk een zachtverend warm bed. Maar dat besef ik dus niet op het moment dat ik wakker word. Ik begin met het verdragen van de pijn en het verjagen van de doem. Dat kost zoveel energie!

Gelukkig is er nu de video van Lubach waarin Nederland wordt aangeprezen voor Trump. Heel erg sterk. Het maakt Lubachs drammerige, gelijkhebberige uitzending over inenten weer helemaal goed bij me. Ik heb de video alweer een paar keer bekeken. Echt heel erg leuk en heel erg origineel. Dat beurt me op. En dan denk ik aan mijn huis. We dreigen toch rond juni weer te mogen verhuizen naar ons eigen gerenoveerde en gerestaureerde huis. Ik heb gezien dat ze de eerste steigers rond de woningen verderop alweer weggehaald hebben; er gebeurt dus wat! Meteen staaltjes zeil opgevraagd en die zitten Josien en ik te vergelijken. Wat zou mooi staan in de slaapkamer? Ah, en Josien met haar nieuwe werk. Ze is enthousiast. Ze is weer druk bezig. Hoe zal ik die en die leerling aanpakken, wat werkt wel en wat werkt niet? Dan komt mijn middelste om samen lekker een hapje te gaan eten in de stad. Waar dan? In de sushi bar. En dan stap ik onder de douche en rij ik naar mijn werk en ga ik bezig met het automatiseren van de automatisering. Jazeker! En vandaag komen de worstpijpjes die ik besteld heb. Kan ik eindelijk wat sneller worst maken. Misschien kan ik als ik ontslagen wordt wel hotdogs verkopen van eigen gemaakte broodjes, worst en kimchee. Wie weet gaat dat wel als een tierelier verkopen! En dan pas voel ik me weer een beetje goed. Weggedrukt is de reorganisatie. Leve het leven!

Zelfs raciste Bernadette de Wit kan me er niet meer onder krijgen. Ik ga helemaal geen aandacht aan haar besteden. Ook crimineel Aydin C. die kleine meisjes chanteert en voor hem geile shows laat opvoeren (wat een jerk!!!) laat ik links liggen. Niet denken aan Syrië of IS. Nadenken over vluchtelingen, Gloria Wekker, Sunny Bergman, slavernij, racisme…NIET DOEN!!!

Ga naar je werk. Doe wat je doet en geniet van het leven!

Leve het leven!

Zwaar tegen de wind in trappen

De afgelopen weekenden hebben we gebruikt om de tuin om te spitten. Spitten in een tijd van onzekerheid en reorganisatie is best lekker. Niet dat het spitten daar minder zwaar van wordt, maar het voelt wel lekkerder. Fysieke arbeid verzet je gedachten. Je houdt je bezig met details die er in het gewone leven helemaal niets toe doen. Is de kluit niet te groot of te klein? Loopt mijn spitvore schuin? Is hij te breed? Moet ik alweer compost in de vore strooien? Dat zijn de dingen waar je mee bezig bent. Niet: Heb ik over een maandje nog een baan? Kunnen we ons onbezorgde leventje voortzetten of wordt het eindeloos solliciteren? Vind ik überhaupt nog wel een baan? De gedachten tijdens het spitten zijn op zich boeiender bij wat je aan het doen bent dan die gedachten over je baan. De gedachten over baan en toekomst zijn volkomen vruchteloos omdat het niets verandert. Toch heb je het gevoel dat die simpele gedachten tijdens het spitten je minder vooruithelpen.

De reorganisatie die ik nu meemaak is niet de eerste. Mijn God, nee. Afentoe heb ik het gevoel dat vooral bedrijven met mij in zee willen die aan de verliezende hand zijn. Ik maak de laatste bloei mee en vanaf dat moment gaat het bergafwaarts. Ik werd bij het trotse Iosys binnengehaald. De marktleider met hun software. Alle scholen gebruikten hun product. Wat kleine concurrentjes in de marge. Nog even een geheel vernieuwde versie van de software aanbieden en iedereen had het nakijken. Dat hebben we dus geweten. Nog nooit zo’n glijbaan richting ondergang meegemaakt. Zoveel sussende woorden. Vruchteloos sussende woorden want het faillissement met eventuele doorstart was al van verre in zicht.

Juist tegen de grote vakantie ging Iosys failliet. Ik zat bij de mensen van de doorstart. Ik mocht blijven. Maar Jaap niet. Jaap die zo’n beetje de uitvinder van het softwarepakket was dat we maakten. Dat raakte mij diep. Ook omdat hij niet huilend maar met een strak gezicht uit het kamertje kwam waar de ongelukkigen een voor een naar binnen werden geroepen. Anderen kwamen snikkend naar buiten, maar Jaap niet. Jaap was geen makkelijke man, maar ik mocht hem erg graag. Ik gunde Jaap dit lot niet. Dat gonsde door mijn hoofd. Tot diep in de nacht zag ik snikkende collega’s en Jaap-met-het-strakke-gezicht. Maar we hadden onze vakantie al geboekt en dus vertrokken we. De hele reis tot aan Saint Jean Pied de Port in Zuid-Frankrijk zag ik die ongelukkige gezichten voor me. Maar toen begonnen we aan de klim over de Pyreneeën. Op de fiets met volle bepakking. Vragen die er in het gewone leven niet toe deden werden belangrijk. Waar slapen we vanavond? Komen we op tijd een plek tegen waar we vers water kunnen tappen? Zitten we al in Spanje? Houdt Josien het vol? En ik? Hoe laat ik Josien weten dat ik moet rusten terwijl ze al zo ver vooruit is? Dat soort dingen. Ik voelde me ontspannen. Ik vergat Jaap. Ik vergat mijn snikkende collega’s.

Spitten duurt eigenlijk te kort. Ik ben wel even ontspannen, maar alles komt zo weer terug. De reorganisatie waarbij zovelen hun baan zullen verliezen. Ik verlang naar een lange vakantie met zwaar tegen de wind in trappen. Dat zal me ontspannen, hoop ik.

Reorganisatie

Eigenlijk zou ik vandaag mijn tekstverwerker moeten laten zwijgen. Hoewel ik me voorgenomen heb om me niets aan te trekken van de komende ontslaggolf bij mijn werkgever, doe ik dat wel. Ik had me voorgenomen om te denken dat alles al beslist was en dat ik er nauwelijks invloed op kan uitoefenen. Dat klopt wel, maar desalniettemin ben ik er nu dag en nacht mee bezig. Het gaat mij niet in de koude kleren zitten. ‘Ze willen gewoon van een aantal rotte appels af’, wordt er gezegd, maar wie zegt dat ik zelf niet tot die rotte appels behoor? Wat is precies de definitie van ‘rotte appel’? Ik weet het niet.

Overdag heb ik last van migraineaanvallen. Bij mij geen hoofdpijn maar een zich uitbreidende blinde vlek. Ik kan dan nauwelijks nog zien. Je wordt er behoorlijk moe en misselijk van. Ook hoofdpijn. Echte spanning. Ik merk dat ik niet goed tegen zo’n reorganisatie kan.

Inmiddels hebben we gehoord dat ruim tien procent van het vaste personeel weg moet. Dat is veel. Heel erg veel. Je troost jezelf dat er van die en die waarschijnlijk heel veel eruit moeten, maar zekerheid, dat heb je niet. Geeft ook niemand. Bovendien zijn er al lijstjes gemaakt en op welk lijstje sta ik? En bij wie sta ik op een lijstje. Om gek van te worden!

Maar zo erg is het nou ook weer niet om eruit gestuurd te worden. Je krijgt een zak geld mee en een outplacementtraject… Wat kan je gebeuren? Niets! Zeg ik dan. Van alles! Denk ik dan. Ik word helemaal gek! Voel ik dan. Maar pensioenen, dat is toch niets voor mij? Wat een saaiheid. Alleen al als je aan pensioenen denkt, verval je in één grote gaapkramp. Ja, dat is ook zo. Maar het verschaft mij wel welstand. Die is heus niet heilig, maar toch…

Zo’n reorganisatie doet mij geen goed. Zelfs het idee dat het anderen nog veel meer treft dan mij is helemaal geen pleister op de wond. Ik wil ook niet dat het een ander treft. Ik heb het echt moeilijk. Sorry dat ik een beetje zeur. Ik ben nou eenmaal iemand die best geeft om zekerheid en die zekerheid staat op de tocht. Was ik wat dat betreft maar iets meer als mijn pa; hem kon het allemaal helemaal niets schelen. Pfff, mijn pa. Hij zou er een pilsje op genomen hebben en gedacht hebben aan de zak met geld die hij mee zou krijgen.