Tagarchief: Rembrandt

Night Watching – Video-opstelling van Rineke Dijkstra in het Rijks

Ik heb al veel geschreven over fotografe Rineke Dijkstra. Niet zo gek, want wat ze ook maakt, het boeit. Ze weet in haar portretten van mensen de ziel van de gefotografeerde te vangen. Als je voor haar foto’s staat vraag je je af of het een bepaalde verborgen techniek is; je ziet het gezicht van een mens en op de een of andere manier geeft Dijkstra je het gevoel dat je dat mens al heel lang kent. Een heel bijzonder fenomeen dat je vooral bij grote kunstenaars tegenkomt, volgens mij – en vele anderen – is Rineke Dijkstra zo’n grote kunstenaar. In elk ander geval – namelijk – hebben veel musea het bij het verkeerde eind, want Rineke Dijkstra wordt ook door de museumwereld als een hele grote gezien en behandeld. Een grote overzichtstentoonstelling, om maar een voorbeeld te noemen, in het Stedelijk museum, nog niet zo lang geleden en waarvan ik hier op mijn eigen website verslag deed. Wat ik vrijwel onbesproken liet van die tentoonstelling waren haar video-opstellingen. Wat me daarover is bijgebleven is een groep kinderen die ze filmt terwijl ze naar een schilderij van Picasso kijken en met elkaar bespreken wat ze zien. Een bijzonder fascinerende video waar ik lang naar heb staan kijken.

Het Rijksmuseum heeft Dijkstra de opdracht gegeven om zo’n zelfde soort video-opstelling te maken over mensen die naar De Nachtwacht staan te kijken. Deze video-opstelling is te bekijken in de eregalerij van het Rijks vlak naast het glazen huis waarin de Nachtwacht wordt gerestaureerd. Deze video-opstelling is een absoluut hoogtepunt in het van hoogtepunten wemelende Rijks. In de video komt de ene groep mensen na de andere voorbij en je leest de karakters en moeiteloos weet je wat hun beweegredenen zijn; wat ze van de wereld vinden en hoe ze met de wereld om gaan en wat ze ervan verwachten. Je kijkt naar de mensen die samen met hun vrienden, klasgenoten, studiegenoten, collega’s of familieleden een schilderij bekijken en aan elkaar vertellen wat ze zien. Natuurlijk niet zomaar een schilderij, maar De Nachtwacht. Mensen van heel verschillend pluimage.

Twee Japanse jongens: Ze hebben geen idee waar ze naar staan te kijken. Complete verwarring. Kennelijk is het belangrijk om dit schilderij te bekijken, maar wat het is of wie erop staat…geen idee. Zeelieden?

Japanse zakenlieden: Voor hen gaat het al snel over de waarde en hoe je met behulp van zo’n schilderij enorme winsten kunt maken. Met elkaar bedenken ze hoe Japanners zo’n beroemd schilderij zouden vermarkten: een nachtwacht met gaten erin op de plek van de gezichten zodat je er, tegen betaling, met je eigen gezicht kan laten fotograferen. Ze zouden nachwacht cakejes verkopen.

Drie directeuren: Zij zien de macht en kracht en hadden best zichzelf door Rembrandt geportretteerd willen zien; macht en kracht voor de eeuwigheid. Eén van hen had voor zijn grote verdiensten voor de stad de Frans Banning Cocq-penning gekregen; hij vond eigenlijk wel dat hij ook het recht had om op het schilderij te staan. Vooraan. En heus niet daar ergens achter in de schaduw.

Prepuber jochies: Wat doet dat meisje daar op dat schilderij. Zo’n meid moet wel Frederique heten. Nou, zegt een ander: Eerder Monique. Nee Frederique. Waarom moet er altijd een meisje de jongens- en mannenorde verstoren? Onderzoekende pretogen!

Een groep meiden waarvan maar één een witte huid heeft: Ze weten het zeker; zo’n groep kerels moet geweldig gestonken hebben want ze waren zo onhygiënisch in die tijd. Of…waren het alleen de armen die zichzelf niet verzorgden? Waren dit niet de rijke stinkerds aan wie de enge ziektes voorbijging?

Een groep studenten van de kunstacademie: In hoeverre was Rembrandt bezig met de mogelijkheid dat hij eeuwige roem zou kunnen vergaren met zijn schilderij. In hoeverre moet je je als schilder bewust zijn dat je iets voor de eeuwigheid maakt. Hoe ga je om met de roem en hoe zuur is het als de roem je pas na je dood ten deel valt.

Een groep klasgenoten meisjes: Eentje heeft de hoed van een tovenaar op. Zo’n puntige. En…wat is dat voor ding linksonder? Is het een steen? Is het soms een knikker? Wie speelt er met die knikker?

Kortom iedereen projecteert zijn of haar wereld in het schilderij. Wordt er over een abstract schilderij vaak gezegd dat je erin mag zien wat je wilt; Rineke Dijkstra laat zien dat iedereen altijd – en dus ook in een beroemd schilderij uit de zeventiende eeuw – ziet wat men wil zien. Iedereen wil er een stukje van zichzelf in zien en door de film van Rineke Dijkstra leren we de ziel van een aantal geportretteerden zien en leren we wat hun beweegredenen zijn om te zijn wie ze zijn. Meteen leren we ook wat het belang van kunst is; kunst laat je namelijk op een hoger vlak over jezelf nadenken. Het leert je reflecteren op wie je bent en wat jouw plaats in de wereld is.

Na de video wilde ik meteen kijken naar wat al die mensen zo fascineerde in het schilderij, maar helaas, De Nachtwacht wordt op dit moment gerestaureerd en heus, je kan het schilderij steeds blijven zien…maar wel met een hele installatie ervoor en van een wat grotere afstand. Die video Van Dijkstra is echt fantastisch!

Hollandse meesters in de Hermitage Amsterdam

Terwijl ik over de tentoonstelling ‘Hollandse Meesters’ liep in de Hermitage Amsterdam, besefte ik hoe gewoon de schilderijen op mij overkwamen en hoe bijzonder het was dat ik ze nu kon zien. De schilderijen ademen de sfeer van het Rijksmuseum. Dat museum waar ik al zo lang zo vaak kom. De atmosfeer in de schilderijen die de Hermitage van Sint Petersburg uitleende verschilt natuurlijk niet veel van de schilderijen die hier hangen. Daarom klopt het voor mijn gevoel zo goed dat de tentoongestelde schilderijen weer even ‘thuis’ waren. Ik was diep onder de indruk. Wat een prachtige werken hangen er. Niet alleen de Rembrandts zijn uniek. Bijna elk schilderij is bijzonder. Is het niet vanwege zijn kunsthistorische waarde, dan wel vanwege de historische waarde. Neem bijvoorbeeld een schilder als Gerrit Berckheyde. Had ik nooit van gehoord. Ik denk dat ik niet de enige ben, zelfs niet onder zeventiende-eeuwse kunstliefhebbers. Maar van Berckheyde hing een doek met de achterkant van het Paleis op de Dam daterend van luttele jaren nadat het paleis, als stadhuis, was opgeleverd. Doorgaans vinden we het paleis terug op schilderijen vanaf de Dam. De plek waar zo’n beetje alles plaatsvond en zeker niet vanaf de Nieuwezijds Voorburgwal. In die tijd nog een gracht waarboven Atlas zijn vervaarlijke wereldbol torste. Heel bijzonder.

BERCKHEYDE, Gerrit Adriaensz_El Nieuwezijds Voorburgswal con mercado flores de Amsterdam, 1686_42 (1959.3)

De gratis audiotour werd ingesproken door Jan Six en Geert Mak. Een fantastische keuze en het laat meteen zien wat er zo interessant is aan deze tentoonstelling: Enerzijds de onschatbare kunsthistorische waarde waarover Jan Six zo boeiend kan vertellen en anderzijds de historische waarde, waarvoor we commentaar kregen van Geert Mak. Jan Six associeer ik ogenblikkelijk met Rembrandt en het mooiste portret dat Rembrandt ooit gemaakt heeft, namelijk het portret van Jan Six, die verre verre voorvader van de huidige eigenaar van het schilderij dat een kort poosje in het Rijks heeft gehangen; Jan Six. Bij het portret van een oude Jood van Rembrandt verklaarde Jan Six wat mij bij het portret van Jan Six (destijds in het Rijks) was opgevallen; Rembrandt schildert de gezichten bijzonder scherp en nauwgezet en bovendien op een manier waarop je het gevoel hebt dat de geportretteerde zo uit de lijst kan stappen. Maar kijk je heel kritisch naar de rest, dan zie je dat het vage penseelstreken zijn. Je hebt het gevoel dat je naar een fijnschilder zit te kijken die de focus heeft gelegd op het hele schilderij, maar kijk je goed dan zijn er twee lagen; datgene waar Rembrandt de nadruk op wil leggen en alles daar omheen. Dat viel mij vooral bij het portret van Jan Six op in de manier waarop de knopen op diens jas waren geschilderd; een verfstreep en meer ook niet. Ook de handschoenen zijn niet meer dan dat. Dit typische van de Rembrandtstijl – die je ook terugvindt bij de oude Fans Hals, trouwens – legt Jan Six uit bij het portret van een oude jood. Het gezicht en de handen van de man krijgen de focus. Rembrandts meesterschap blijkt juist hoe hij de man schildert buiten die focus. Grove streken die je de illusie van fijnschilderkunst geven, maar het echt niet is. Het brengt de focus nog nadrukkelijker op de delen waarop hij het wil. Rembrandt dwingt als het ware, je te kijken naar dat wat hij wil. De wallen onder de ogen, het slaphangende vel. De borstelige baard en de ogen die turen in zijn eigen ziel. En de handen. In elkaar gevouwen. Alsof die handen weergeven dat ze eindelijk rust gevonden hebben. De rest van het schilderij neem je waar en vul je bijna zelf in.

Dit kunsthistorische verhaal wordt aangevuld door Geert Mak. Aan de baret ziet Mak dat het hier om een ashkenazische jood gaat. Hij vertelt dat in de periode dat het schilderij ontstond er een joodse vluchtelingenstroom op gang was gekomen vanuit Oekraïne. Daar werden verschrikkelijke pogroms gehouden tegen de joodse bevolking. Geert Mak ziet vooral de angst in de ogen van de man; het doorstane leed. Bovendien ziet hij dat Rembrandt in die periode vlakbij de oude jodenbuurt woonde en dat hij de man zo van straat had kunnen oppikken.

Hoewel je van de ongemakkelijke audiotour makkelijk oorpijn krijgt, en de verhalen behoorlijk uitgebreid zijn, zijn ze mateloos interessant. Daarom is het ook zo leuk dat je op het eind van de tentoonstelling je audiotour in een lezer mag stoppen. Geef je dan je e-mailadres op, dan worden je de verhalen, met de tijd hoe laat je ze beluisterd hebt, plus plaatjes van de schilderijen, toegestuurd. Fantastisch! Ik heb er thuis nu ook plezier van.

Twee Rembrandts verdienen zeker nog aandacht. Als binnenkomer op de tentoonstelling, nog voor je de eerste zaal binnenloopt hangt een heerlijk portretje van een jonge vrouw die haar oorbellen indoet. Wat mij betreft één van de hoogtepunten. Het hangt er vrijwel zonder uitleg en zelfs Jan Six en Geert Mak laten verstek gaan. Zo beschouwt hangt ze er moederziel alleen. Rembrandt moet uitzinnig verliefd op haar zijn geweest. Wat een portret. Uitdagend kijkt ze de wereld in; jong en vol verlangen.

Een ander portret is natuurlijk het portret van zijn nog piepjonge vrouw Saskia, als Flora. Eén van de liefste gezichtjes die hij ooit geschilderd heeft. Wat het genie nog niet beheerste, maar zo fantastisch deed in zijn latere jaren, was de focus leggen op datgene wat het belangrijkst was. Ook in dit geval het gezicht en de beschermend op haar bollende buik gelegde handen. Rembrandt heeft in dit schilderij nog alles de focus gegeven. Daardoor staan de bloemen stijf en statisch op haar hoofd. Hij heeft er als beginnende schilder, zo te zien, uren aan staan prutsen maar het heeft juist het tegenovergestelde opgeleverd. Alleen daarom al is het een bijzonder portret in de ontwikkeling van de schilder. Maar hoe dat gezicht is weergegeven weet je al dat de man minstens geniaal moet zijn geweest.

Er hangen op de tentoonstelling zo verschrikkelijk veel mooie en interessante schilderijen dat ik het haast onbeleefd vind om niet ook die andere doeken van commentaar te voorzien. Ik denk dat je het best zelf die tocht naar het museum kunt maken. Ik was behoorlijk onder de indruk! En terwijl ik dit laatste zinnetje typ denk ik aan het aan haar tenen pulkende blote meisje van Gerard Dou en het portret van Arent de Gelder en aan zo veel meer moois.

Ga zolang het nog kan want wacht je te lang, dan moet je naar Sint Petersburg en krijg je de uitleg in het Russisch…

Vleiend penseel; Caesar van Everdingen (1616/1617 – 1678)

Gezien op 27 december 2016 in het Stedelijk Museum Alkmaar

In het Rijksmuseum behoort het schilderij van het meisje dat haar handen warmt als allegorie op de winter van Caesar van Everdingen tot een van mijn favorieten. Heel glad geschilderd tegen een rustgevende achtergrond. Een test vol gloeiende kolen om haar handen aan te warmen. De gloed van de kolen is zo realistisch geschilderd dat je de warmte haast tegen je wang voelt als je voor het schilderij staat. Een erg lief gezichtje met een enorme detaillering. Lange wimpers en prachtige oorhangers. Een kanten mutsje dat je hoort ruisen als ze haar hoofd zou bewegen. Erg fraai. In het Stedelijk Museum van Almaar ontdekte ik dat er twee van deze schilderijen bestaan. Een kopie ergens in Amerika. Maar wat mij betreft is er geen twijfel mogelijk waar het origineel hangt; dat is het Rijksmuseum. Tenminste als het niet, zoals nu, in bruikleen is gegeven.

Een fraaie tentoonstelling gewijd aan de schilderkunst van Caesar van Everdingen in het Stedelijk Museum van Alkmaar. Een zeventiende eeuwer die wat in de schaduw staat van zijn tijdgenoten. Hij past in het rijtje mindere grootheden als je hem vergelijkt met Vermeer of Rembrandt. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen hele fraaie schilderijen heeft gemaakt. De allegorie op de winter is daar een voorbeeld van. Maar toch niet in het rijtje van de allergrootsten.

De tentoonstelling in het Alkmaarse Stedelijk lijkt in de huidige trend te passen van tentoonstelling van streekmusea van schilders die in hun stad of streek geboren zijn. In de lijn van Jeroen Bosch in Den Bosch of Alma-Tadema in het Fries Museum. Wat mij opvalt is, dat de schilders weliswaar in de betreffende streek geboren zijn, maar die streek al lang zijn ontgroeid. Op zich niet erg. Zo reist schrijver dezes ook eens naar een paar plaatsen buiten de randstad. De in Alkmaar geboren schilder Caesar van Everdingen heeft een mooi eerbetoon gekregen in de stad waar hij 400 jaar gelden geboren werd.

Een opmerkelijk verhaal vertelt de restaurateur van het schilderij ‘De wijnoogst’ op de gratis audiotour. Ze vertelt dat het schilderij tijdens vorige restauraties nogal overgeschilderd was. Het bladerdek bijvoorbeeld was gewijzigd in een effen kleur groen. Deze oude restauraties werden tijdens de laatste restauratie verwijdert om zo het oorspronkelijke schilderij weer terug te krijgen. Tijdens dat verwijderen kwam er een vijfde vrouw tevoorschijn. Klein en in de linkerbenedenhoek. Ik kan me voorstellen dat je daar als restaurateur blij van wordt. Ik bekijk zo’n schilderij toch net even anders; die vijfde vrouw is zo slecht geschilderd dat ik het helemaal niet zo’n raar idee vind om haar onder een dikke laag verf te verstoppen.  De vijfde vrouw vind ik ook helemaal niet lijken op de rest van de vrouwen op het schilderij; een slecht geschilderd buitenbeentje…maar dat is helemaal mijn mening.

Het laatste schilderij op de tentoonstelling wordt in de auditor besproken door Frits Wester. Het toont een trotse zeevaarder met op de achtergrond de haven van Batavia.  Koelte wordt hem toegewuifd door een slaaf en zijn kleren worden voor hem gedragen door een kind slaafje.  Wester ziet dat als de lichte en de duistere kant van de VOC. Aan de ene kant de gewone jongen die zich met behulp van de VOC kon opwerken naar een hoge post maar aan de andere kant het donkere verleden met slavernij en slavenhandel. Ik begrijp wel wat Wester zegt, maar toch vind ik dat een beetje te hedendaags geredeneerd.

Een zwak aspect van de audiotour was het aan het woord laten van kinderen over portretten van kinderen. De basisschoolleerlingen beschreven de schilderijen vanuit hun perspectief.  Aardig, maar daar kom ik niet voor naar het museum.

Al met al een tentoonstelling die leuk is om te bezoeken. Verwacht geen hemelbestorming van de hemel. Aardig…dat is denk ik wel het juiste woord.

 

Jan Weissenbruch in het Teylers museum

Ik heb romantiek altijd geassocieerd met iets moois tussen twee mensen. Weliswaar een kunststroming. Maar een kunststroming waarbinnen dat moois tussen mensen tot ongekende proporties wordt opgeblazen. De afgelopen tijd heb ik twee tentoonstellingen bezocht van Nederlandse romantische schilders. Eén van hun overeenkomsten was dat ze nooit getrouwd zijn geweest. Eerder bezocht ik in het Joods Historisch museum de tentoonstelling over de broers Verveer. Alle drie ongetrouwd gebleven. Afgelopen zondag zijn we naar Haarlem gefietst en daar bezochten we in het Teylers museum de tentoonstelling over Jan Weissenbruch. Net zo goed ongetrouwd gebleven. Leed de Nederlandse romantiek aan een testosteron gebrek? Ik weet het niet, maar wat wel opvalt op de schilderijen van Weissenbruch is dat er weinig passie uit spreekt, weinig emotie. Emotie suggereert beweging, woeling. Het tegenovergestelde zie je op zijn schilderijen. Stilstand en harmonie is veel meer van toepassing.

Weissenbruch wordt wel de Vermeer van de negentiende eeuw genoemd. Op zich hou ik daar niet van omdat elke schilder op zichzelf staat. Maar toch…in het geval Weissenbruch voel ik wel wat voor deze vergelijking. Op de tentoonstelling wordt de verwantschap tussen Vermeer en Weissenbruch vooral gezocht in de weergave van het licht en zijn realistische stijl. Ik ben het daar niet mee eens. Een ander aspect bindt Weissenbruch aan Vermeer.

Wat mij betreft (en wie niet) kent de zeventiende eeuw twee giganten in de schilderkunst die tegengestelde schilderijen creëerden: Rembrandt en Vermeer. Realisme en licht zijn bij beiden belangrijke componenten. Maar wat beide schilders scheidt is hun benadering van de beweging. Waar Rembrandt de beweging neemt als uitgangspunt zoekt vermeer naar het stilzetten van de beweging. Waar Rembrandt de emotie schildert, geeft Vermeer de verstilde emotie weer. Beiden doen dat trouwens weergaloos. In het portret van Jan Six zie je de goede man al het huis uitlopen op weg naar een belangrijke vergadering. Dat kan alleen maar van Rembrandt zijn. De melk die uit het kannetje van het melkmeisje stroomt, is tot verstilling gekomen. Harmonie en stilstand; mooier kan het haast niet zijn. Dat is dus Vermeer.

Ik zie in het werk van Weissenbruch dezelfde verstilling en de zoektocht naar harmonie als in het werk van Johannes Vermeer. In die zin geloof ik in de verwantschap tussen Weissenbruch en Vermeer. Dat is ook het prettige van het werk van Weissenbruch: Als je voor zijn schilderijen staat voel je de rust in je hoofd neerdalen. De wereld zit mooi in elkaar; ellende en verdriet bestaan niet. De wereld is fantastisch zoals die is, verandering is niet nodig…en dan staat het stil… Zo zie ik zijn schilderijen. Zelfs de mensen die op zijn schilderijen zijn afgebeeld en die dingen doen, lijken bevroren in hun beweging. Bevroren in de harmonie die de schilder met hun aanwezigheid heeft gecomponeerd. Neem zijn schilderij ‘De Delftsekade en Peperbus te Leidschendam’. Er worden zo’n vijftien personen afgebeeld. In beweging. Aan het werk. In de namiddagzon. Het water van de gracht is spiegelglad. De wereld is bevroren. Hoewel de mensen de trap aflopen, staan ze stil. Verstild. In harmonie. Zelfs het hondje heeft zijn verstilde plek op het schilderij gevonden.

De Delftsekade en Peperbus te Leidschendam
De Delftsekade en Peperbus te Leidschendam

Weissenbruch lijkt steeds de vroege ochtendzon of de namiddagzon op te zoeken. Het geeft een ongewone glans en lange schaduwen. Dat zie ik niet terug in het werk van Vermeer. Neem mijn favoriete schilderij ‘Zicht op Delft’. Volgens mij een schilderij van midden op de dag. Kleine schaduwen en een subtiel lichtspel. Heel anders bij Weissenbruch; bij hem zijn het de lange schaduwen die het hem doen. Wel fraai overigens. En…realisme? Ja, wat Weissenbruch schilderde ziet er realistisch uit. Maar het blijkt een aangepaste realiteit te zijn. Weissenbruch veranderde de werkelijkheid naar eigen inzicht om zo zijn perfecte compositie te krijgen. De kerk Saint Denis in Luik bijvoorbeeld stond in een te smal straatje. Daarom veranderde Weissenbruch het stadsbeeld door de straat wat te verbreden. Ook in dit schilderij weer de lange en grote schaduwen.

Op de tentoonstelling ook schetsboekjes van Weissenbruch. Schetsboekjes met de voorstudies van zijn schilderijen naast het uiteindelijke werk. Dat had ik nog nooit gezien, maar is echt leuk om te zien. In die schetsboekjes zie je wat de kunstenaar van belang achtte of wat hij niet wilde vergeten.

Wat mij niet duidelijk was, en dan kom ik eigenlijk weer terug op mijn beginzinnen, is wat er romantisch is aan de schilderijen van Weissenbruch. Dat zie ik dus niet. Ik zie erg fraaie schilderijen, ontstaan in een periode in de geschiedenis waarin de romantiek haar hoogtepunt had, maar van die stroming lijkt Weissenbruch geen deel uit te maken. Leg de schilderijen van Jan Weissenbruch naast de schilderijen van romanticus Turner die ik in de Fundatie heb gezien, dan zijn ze toch wel heel anders. Onvergelijkbaar. De verstilde beelden van Weissenbruch tegenover de verzuipende, hozende, in doodsnood verkerende zeelieden op de zinkende schepen in volle storm van Turner. Ik zie dus helemaal niets van de romantiek terug in de schilderijen van Weissenbruch. Misschien dat iemand mij dat nog eens kan uitleggen.

Al met al is de Weissenbruchtentoonstelling een aanrader. Het Teylers Museum is sowieso een aanrader. Wat een heerlijk museum. Zelfs als je je geen klap interesseert voor fossielen en mineralen en natuurkundige instrumenten…zelfs dan is het museum nog meer dan de moeite waard. De fietstocht waard! Zelfs met stevige wind tegen op de terugweg!

Het meisje met de parel

Ongeveer een jaar geleden was ik in het Mauritshuis. Ik kom niet vaak in het Mauritshuis. Ik moet er eerst voor naar Den Haag en dat is toch best wel ver voor een museumbezoek. Verder heb ik niet zoveel met Den Haag. Maar een jaar geleden waren we er dus. Ik had Het Puttertje van Dona Tartt gelezen en ik wilde dat vogeltje weleens in het echt zien. Bovendien was ik erg nieuwsgierig naar het Meisje met de Parel. Josien en ik besloten er een leuk dagje van te maken.

Het Puttertje had, na alle ophef, een wat prominentere plaats gekregen in het Mauritshuis. Leuk om dat schilderijtje in het echt te zien. En toen liep ik naar het meisje met de Parel. Een prachtig schilderij. Ik heb een tijdje naar dat gezichtje zitten kijken. En toen draaide ik me om en zag harmonie in optima forma. Het evenwichtigste schilderij dat ooit geschilderd is. Er vloeide pure rust door mijn hoofd en ik voelde me ontspannen. Een schilderij dat ik de eerste vijfenvijftig jaar van mijn leven gemist had: Gezicht op Delft. Wat een schilderij! Het Meisje met de Parel stak daar wat bleekjes tegen af. Ik was van het ene op het andere moment het geschilderde kind vergeten en zag alleen nog maar Delft op een licht bewolkte zomerdag.

Maar dat Meisje met de Parel was wel onderwerp van de eerste aflevering van een nieuw televisieprogramma. Jasper Krabbé (jazeker, uit die familie…) presenteert het programma ‘Het geheim van de meester’. Een erg leuk programma. Een team van specialisten maakt een reconstructie van een hoogtepunt uit de Nederlandse kunstgeschiedenis. Ze nemen een bepaald schilderij onder de loep en gaan er dan vanuit verschillende disciplines naar kijken. Met de kennis die daarmee wordt opgedaan, wordt er een reconstructie gemaakt van het betreffende schilderij. Die reconstructie wordt dan naast het origineel gehangen. Tot slot komen diverse specialisten kijken naar de reconstructie. De eerste aflevering ging over Het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer. Ik kan me voorstellen dat men niet gekozen heeft voor Gezicht op Delft. De complexiteit van dat schilderij is zoveel groter dan van het Meisje met de Parel. Maar ook dat schilderij was absoluut geen kattenpis. In de daaropvolgende afleveringen werden reconstructies gemaakt van de Victory Boogiewoogie van Piet Mondriaan en vanochtend heb ik op Uitzending gemist gekeken naar de reconstructie van één van de vroegste zelfportretten van Rembrandt.

Het origineel
Het origineel

Ondanks dat ik veel respect heb voor de andere teamleden, komt de meeste eer toch toe aan Charlotte Caspers. Zij schildert de reconstructies. Ik zit met heel veel plezier naar haar te kijken. Ook naar haar te luisteren trouwens. Een frêle lijf en een knap gezicht dat ons mateloos intelligent aankijkt. Zij praat vooral over de moeilijkheden die ze op te lossen heeft en dat is zó interessant! Je weet dat ze die problemen zal oplossen; daar is zij wel de persoon naar. Gefascineerd zie ik hoe ze met fijne penseelstreken het schilderij opbouwt. Haar dunne lange vingers en het ouderwetse schildersgereedschap. En ze brengt er zeker wat van terecht. Bij de Rembrandt kon ik vrij makkelijk het origineel van de reconstructie onderscheiden. De kleuren waren hier en daar wat anders en de vorm van Rembrandts gezicht klopte niet helemaal. Maar desalniettemin had ze er wel de dynamiek in gekregen die een schilderij van Rembrandt zo eigen is. Die dynamiek was nog beter gelukt in de Victory Boogiewoogie. De verschillen waren best talrijk, maar de sfeer van de twee schilderijen kwam toch goeddeels overeen. Het meisje met de Parel, was qua reconstructie haast perfect; ik kon de twee schilderijen niet uit elkaar houden.

Geschilderde voorgevels…

Als wij het als jongetjes vroeger hadden over iemand met een flinke voorgevel, dan spraken we niet over iemands neus. Sterker nog, de helft van de bevolking had geeneens een voorgevel. Een voorgevel is een vrouwending. Een vrouwending waar wij jongens nogal van onder de indruk waren. Borsten. We mochten ernaar kijken, naar de voorgevel van ons buurmeisje, maar er aankomen… Nee, dat deed je niet. Ik durfde het in ieder geval niet want ons buurmeisje was nogal bazig en kattig; we hadden behoorlijk ontzag voor haar.

Vandaag schrijft Stefan Kuiper een stukje over ‘De Voorgevel’ in de Volkskrant. Boven het artikel foto’s van geschilderde mensengezichten maar weinig tiet. Het blijkt dat wij het woord ‘voorgevel’ verkeerd gebruikte. Het heeft helemaal niets met tieten te maken, maar met neuzen. Het woordenboek is er duidelijk over. Kuiper geeft een soort van lofzang op de neus in het Rijksmuseum. Vooral de neus geschilderd door Rembrandt. Daar is inderdaad wel wat over te zeggen. Want in het Rijksmuseum is een nieuwe neus gearriveerd; de neus van Oopjen. Ik ben dit weekend naar het Rijks geweest en heb haar nu in het ‘echt’ mogen bekijken.

Inderdaad, Oopjen heeft een opmerkelijke neus. Kuiper schrijft alsof hij in dialoog is met diverse neuzen. De neus van Oopjen klaagt dat men te ver staat om haar gezicht goed te kunnen zien. Kuiper antwoord haar neus, dat hem dat in haar geval onmogelijk lijkt, want dan zou je in het Vondelpark moeten staan. Oopjens neus is enorm. En lelijk. Arme Oopjen. Onwillekeurig moet ik denken aan de brief die de vader van Jan Veth aan zijn zoon schreef over het portret van zijn drie zusters (die ook in het Rijks hangt). De gelijkenis is verbluffend…Jammer, het had wel wat minder gemogen. En inderdaad als je zijn drie zussen ziet dan zijn het nou niet direct gezellige dames om te zien; strenge, jong oud geworden muurbloempjes.

Maar dat is Oopjen niet. Oopjen heeft een lelijk gezicht, maar is (was) een gelukkige vrouw. Met haar enorme gok staat ze trots te wezen op haar rijkdom, haar juist verworven huwelijksgeluk, en haar vooruitzicht op de geboorte van haar kind. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Rembrandt haar vooral als zwangere vrouw geschilderd heeft. Haar buik. Maar ook haar gezicht. Gelukkig en stralend, maar ook bleek en met roodomrande ogen; alsof ze net haar ontbijt heeft uitgebraakt.

Rembrandt was vooral een eerlijke schilder, denk ik. Hij schilderde wat hij zag. Oopjen had nou eenmaal die…voorgevel.

Over Rembrandt en voorgevels gesproken. In het Louvre ontmoette ik een Rembrandt waarop hij ook de nodige aandacht had besteed aan de voorgevel in de betekenis die ik ken. Het bad van Batseba. Geheel alleen in het zaaltje heb ik haar lang bewonderd. Wat ook hier opvalt is Rembrandts eerlijkheid. Het allerliefste gezicht boven een niet al te fraai lichaam. Ze heeft te kleine borsten, een te bol buikje en te brede heupen. Niet echt een vrouw die je hormonen in beroering brengt…maar wat een lief gezicht; het moet een vrouw zijn geweest waar Rembrandt eindeloos veel van gehouden heeft…

Arm Engeland, alles zit hun toch al tegen…

In Engeland is onlangs campagne gevoerd. Men bracht geld bij elkaar om één van de Armada-portretten van koningin Elisabeth I te behouden voor Engeland. Een lord wilde het doek kwijt en bood het te koop aan. De bevolking vreesde dat er belangstelling zou zijn vanuit het buitenland en vandaar deze actie.

Vroeger op school leerde ik dat Phillips II een ongekend grote vloot liet bouwen om Nederland eronder te krijgen. De Armada. Met die vloot koerste hij recht op ons opstandige landje af. Maar de admiraals van Spanje waren niet met hun tijd meegegaan, zo bleek. Was het in de middeleeuwen zaak om een zo hoog mogelijk schip te bouwen, in de ‘Armada tijd’ hadden dat juist lage schepen moeten zijn. Dat zat namelijk zo: Knokken met zwaard of speer en desnoods met musket doe je het liefst van boven naar beneden. Degene die het hoogst staat heeft het voordeel; De middeleeuwse manier van vechten, kortom, ook op zee. In de renaissance daarentegen had men betrouwbare kanonnen uitgevonden. Wilde je geen schietschijf zijn, dan diende je een zo laag mogelijk schip te hebben. De stoere Nederlanders hadden (uiteraard) lage schepen. Kogels die door de Armada werden afgevuurd raakten de Hollandse schepen niet, want ze vlogen er overheen. Dat was even anders met de kogels die de kranige Hollanders afvuurden op de Spaanse fregatten. We schoten ze tot zinkende gatenkaas.

Zo ging het dus niet. Spanje trok met haar Armada richting Engeland en nauwelijks richting Holland (hoewel…beide landen lagen natuurlijk, vanuit Spanje gezien, in dezelfde richting.) De overwinning werd door Engeland behaald en omdat Engeland een verbond had gesloten met de Hollanders en er dus ook Nederlandse schepen meevochten, straalde er iets van de overwinning af op de Hollanders.

Hoe dan ook. De Engelsen waren zo trots op hun overwinning dat ze hun zegevierende koningin enkele malen geportretteerd hebben. Een van die portretten dreigde op de vrije markt te komen en om dat schilderij voor het land te behouden, werd de campagne opgezet om het schilderij te kopen.  Helaas lijkt het erop dat destijds iets van de Zeeuwse zuinigheid naar Engeland was overgewaaid, want de schilder die men had aangezocht behoorde niet tot de top. Zo te zien lieten ze er een goedwillende amateur mee aan de haal gaan. Sjonge wat heeft hij Elisabeth lelijk gemaakt… Laten we wel wezen, met grote gevolgen. Sindsdien gaan ze actrices die de Elisabeth-rol spelen, lelijk schminken als de Armada in zicht komt. Naar verluid is de schilder na het produceren van zijn misbaksel met stille trom vertrokken; niemand weet meer wie hij was.

Zo lelijk kan ze gewoonweg niet geweest zijn!
Zo lelijk kan ze gewoonweg niet geweest zijn!

Engelse kindertjes hebben taartjes gebakken en daarna op school verkocht om een bijdrage te leveren. Met hulp van half Engeland kon het lelijkste staatsieportret ooit gekocht worden. Je krijgt haast medelijden met Engeland. Het maakt me ook wel trots op ‘onze’ laatste aanschaf qua kunst. Aangeschaft samen met de Fransen. Marten en Oopjen geschilderd door Rembrandt. Veertig jaar na ‘Elisabeth’ gemaakt. En het moet gezegd, Oopjen is moeders mooiste niet, maar wat is ze fantastisch geschilderd. Bijna een levende vrouw. Rembrandt heeft een lelijke neus geschilderd, maar wel Oopjens lelijke neus. Ik had het die kinderen in Engeland gegund dat ze collecteerden voor een Armada portret van Elisabeth geschilderd door Rembrandt. Maar dat heeft niet zo mogen zijn.

Arm Engeland, alles zit hun toch al tegen… Brexit…Elisabeth…

Het Prado in Madrid

(Geschreven op 4 mei 2016 in Madrid)

Gisteren waren we dus in het Prado. Een zonovergoten dag in Madrid. Bijna te warm om buiten te lopen. Van dat heerlijke weer hebben we slechts het puntje van de neus en het staartje meegekregen. De rest van de tijd hebben we doorgebracht in dit fantastische museum. Hoe begin je aan zo’n museum…en hoe eindig je ermee? Dat bleken twee moeilijke dingen. Je tijd is gewoon beperkt en in die beperkte tijd wil je in ieder geval de hoogtepunten hebben gezien. Maar wat zijn precies de hoogtepunten?

El Bosco natuurlijk. Jheronimus Bosch. Daar heb ik al eerder over geschreven. Ik moest die schilderijen echt zien. Dus we begonnen met de Vlaamse en Nederlandse kunst.

De Tuin der Lusten. Adembenemend! Er staat, jammer genoeg, zoveel op het schilderij dat je echt niet aan elk detail toekomt. Ik zou over ieder verfpuntje willen weten wat het betekent. Een boek dat dat beschrijft is een metertje of twee dik. Ik zou dat wel willen lezen, maar ik weet zeker dat ik er niet aan toe kom. Daarom een paar details die me opvielen in het paradijs. Ik weet vrij zeker dat Bosch in het paradijs een kangoeroe heeft geschilderd. Hij zal van zijn leven zo’n beest nog nooit gezien hebben. Van horen zeggen dus. Een dier dat op geen enkel ander dier lijkt. Twee springpoten en twee kleine bokspootjes…dat had hij goed doorgekregen, die Jeroen Bosch. En…lange oren. Ook dat, maar in plaats van staande oren, schilderde hij ze hangend. Ook erg mooi! Wist hij veel?

In een meertje lieftallige meisjes. Ze staan lekker te badderen zo te zien. Niet echt in beweging, maar toch lekker in het koele water. Allemaal blanke mooie meisjes en een paar zwarte meisjes. Zusterlijk door elkaar. Wist Bosch van het bestaan van zwarte mensen? Beschouwde hij zwarte mensen als zijn gelijken? Dat zijn meteen vragen die bij me op komen. Een klein groepje van die meisjes hebben een appeltje op hun hoofd. Alsof Willem Tell het appeltje eraf gaat schieten. Maar deze held is op het schilderij niet te vinden. Waarom de appeltjes?

Sinds ik de conservator van het Prado op de televisie heb horen uitleggen, is me duidelijk hoe Bosch kwam aan het beeld van de laaiende stad en waarom hij dat alleen maar kan linken aan de hel. Wat me verder opviel waren de vogeltjes. Herkenbare soorten. Een ijsvogel herkende ik en een vink en een koolmees. Alleen al voor dit schilderij zou je naar het Prado moeten.

Eerlijk gezegd, voordat ik De tuin der lusten had gezien, was mijn dag in het Prado al geslaagd. Ik was tegen het schilderij Ecce Homo aangelopen van Quinten Massijs. Wat een schilderij! Het past prima bij het werk van Jeroen Bosch. Ik vond dat het heel veel weg had van De Kruisdraging van (ineens niet meer) Jeroen Bosch. Het serene lijdende gezicht van Jezus temidden van grotesk lelijke vertrokken en spottende gezichten van de beulen. Was het bij de kruisdraging zo dat Jezus in het midden staat en alle koppen er omheen, bij het schilderij van Massijs is een ander standpunt gekozen; je bent onderdeel van de toeschouwers en aan jou wordt de lijdende Jezus getoond.

massys_quentin_509_ecce_homo

Zo gingen we van Vlaams/Nederlands meesterwerk naar meesterwerk. Neem bijvoorbeeld De Kruisafneming van Rogier van der Weyden of de triptiek van Memling.

We gingen naar de eerste verdieping omdat we minstens de Rembrandts wilden zien die er hingen. Maar in de hal of fame hingen ze niet. Daar hingen een aantal schilderijen van Titiaan met Karel V als onderwerp. Verder heel erg veel schilderijen van Rubens. Sommige fantastisch anderen wat minder. Het was in ieder geval compleet duidelijk dat Rubens (Pedro Pablo!) populair was aan het hof. Ik denk dat er wel dertig of veertig doeken van hem hingen. De aanbidding der koningen viel me positief op. Vooral door de compositie. In de rechterbenedenhoek straalde het kindeke Jezus. Alle figuren die er verder opstonden vormden met zijn allen een pijl naar het kindeke Jezus. Verder zag ik een schilderij van de drie gratien. Dat maakte het begrip ‘Rubensvrouw’ volkomen duidelijk. Met grootse billen en romige buiken dansten ze zo’n beetje rond op het schilderij.

Daarna de Rembrandts…dat was dus één Rembrandt. Niet zijn topstuk maar toch zo onmiskenbaar Rembrandt. Saskia als Judith die net Holofernes van zijn hoofd ontdaan heeft. Op de achtergrond een oude vrouw met een gevulde zak in haar handen (Met Holofernes’ hoofd, dus).

Ik zei Josien dat ik in ieder geval de schilderijen van Goya wilde zien waarin de verzetshelden worden doodgeschoten. We gingen op zoek naar de trap. En toen zag ik een crucifix zoals ik er nog nooit een gezien had. De crucifix van Valesquez. Magnifiek! De achtergrond bijna effen donker. Het kruishout tot in de details geschilderd. Jezus, die er tegenaan gespijkerd is, is dood. Haren hangen voor zijn gezicht. Een deel van het haar wordt tegengehouden door de doornenkroon. Waar de spijkers in het hout gedreven zijn, is het hout licht gespleten. Heel bijzonder schilderij. Tegenover deze crucifix een portret van een jonge vrouw. En profiel. Zo sterk! Josien en ik beseften ons toen dat we eigenlijk, in een madrileens museum, alleen maar naar Nederlandse kunst hadden gekeken. Daarom gingen we verder met de schilderijen van Valesquez…

A 4158
A 4158

Als lopend van zaal naar zaal, lieten we Valesquez achter ons. We liepen een zaal binnen met schilderijen die erg modern aanvoelden. Qua manier van schilderen, namelijk met grove rake streken, maar ook het kleurgebruik voelde erg modern. In zekere zin deden de schilderijen me een beetje denken aan de schilderijen van Peter Klashorst. Maar de kunstenaar wiens werk we bewonderde, leefde enkele eeuwen eerder; El Greco. Wat een ontdekking! Wat anders dan al het andere dat we eerder gezien hadden. Wat een bijzondere stijl. Vanaf het moment dat ik zijn eerste schilderij zag, De Annunciatie, werd ik gek op zijn werk.

Sjongens wat een rijk museum. Dan te bedenken dat we die beroemde schilderijen uit de Napoleontisch tijd, van Goya nog niet eens gezien hadden.

Jammer dat het lichaam niet echt meer wilde meewerken want strompelend kwamen we aan in de zaal met de executie van de verzetshelden. Voor mij vielen de twee schilderijen wat tegen. Neemt niet weg dat het topstukken van het Prado zijn, maar deze schilderijen had ik al te vaak gezien op plaatjes.

Gelouterd stapten we uit het museum. Zoveel mooie kunst! Buiten in het warme Madrid. We strompelden in trance naar de metro. Echt, alleen al door het Prado is onze vakantie in Madrid al helemaal geslaagd.

Een domper is dat we nog lang niet alles gezien hebben. Er was nog zoveel! Ik weet zeker dat het allemaal de moeite waard is, maar helaas, ik ben ook maar een mens!

 

Opnieuw Maarten en Oopjen.

Zie je wel, ik heb weer eens te snel geoordeeld. Ergerlijk is dat. Na mijn bezoek aan het Louvre en de eerste commotie rond de schilderijen Oopjen en Maarten van Rembrandt, vertelde ik over de toestand van de Hollandse meesters in het Louvre. Ik was niet erg te spreken over hoe men omging met deze schilderijen. Nu is duidelijk dat ik in het geheel niet deskundig ben. Dat deskundigen er anders over denken en dat ik dus eigenlijk veel beter mijn mond had kunnen houden. So be it.

Ik vertelde dat de schilderijen er dof en vies uitzagen. Ik vond dat ze verwaarloosd waren; dat ze er in ieder geval verwaarloosd uitzagen. Vandaag lees ik in de Volkskrant dat er verschillende opvattingen zijn over het restaureren van zeventiende-eeuwse meesterwerken. In Nederland vindt men de oorspronkelijke penseelstreek het belangrijkst. Ze vinden dat de verf die de meester op het doek bracht het belangrijkste onderdeel van het schilderij is en daarom proberen ze daar zo dicht mogelijk bij te komen. Om dat te doen moet je de vernislagen die de schilder over zijn schilderij smeerde eraf halen. Dit is een gevaarlijk proces omdat je het schilderij dan makkelijk kunt beschadigen. Kan ik begrijpen.

Nee, zeggen ze in Frankrijk, die vernislaag moet je niet verwijderen. Want, je bekijkt een schilderij dat in het verleden is gemaakt, door de ogen van nu. In de tussenliggende periode is er van alles met zo’n schilderij gebeurd. Die historie is vooral zichtbaar aan de vernislagen. Als je de vernislagen weghaalt, dan haal je als het ware ook de historie van het schilderij weg. Daarnaast dus ook nog het risico dat je met het verwijderen van de vernislaag (op oliebasis) ook de verf (ook op oliebasis) zou beschadigen.

Nu ik dit zo hoor, weet ik het niet echt meer. Ik moet wel zeggen dat ik veel méér beleef aan de schilderijen in het Rijksmuseum dan in het Louvre. In het Louvre blijf je de indruk houden dat ze in een rokerige kamer hebben gehangen terwijl de schilderijen in het Rijks zo uit het atelier van Rembrandt lijken te zijn gekomen. Dat laatste vind ik mooier. Maar wat zegt ‘mooi’? Wat is je mening over ‘mooi’ waard.

Het Louvre heeft dus een ietsje andere opvatting over het restaureren van oude schilderijen dan het Rijksmuseum. Dat kan. Neemt niet weg dat ik de Hollandse meesters in het Louvre verwaarloosd vond. Laat ik het zo zeggen; ik sta nog steeds achter mijn mening die ik ventileerde vlak na mijn bezoek aan het Louvre. Door de plek waar ze hangen en op de manier zoals ze hangen, krijgen de schilderijen absoluut niet de waardering die ze in mijn ogen verdienen. Wil je de Rembrandts van het Louvre zien, dan moet je naar een uithoek in de nok van dat immense museum. Daar heeft Rembrandt een heel klein zaaltje. Volgestouwd met schilderijen. Niet alleen naast elkaar maar ook boven elkaar. Niemand komt er ooit. Verweesd hangen ze daar. Eenzaam en alleen. En met mij toen ik ze bewonderde door hun gelige vernislaag heen… Zouden Maarten en Oopjen zich daar nou net zo thuis gaan voelen als in het Rijksmuseum? In de eregalerij?