Tagarchief: ouders

Saskia de Coster – Nachtouders; kwakkie uit de bezemkast.

Wat blijft er uiteindelijk hangen van een roman. Wat herinner je nog na een tijdje. Bij de roman ‘Nachtouders’ van Saskia de Coster weet ik het wel. Het verhaal van de vader van het kind. Meer specifiek: aftrekken in de bezemkast van een ziekenhuis. Walgelijk. Niet dat aftrekken, maar de liefdeloosheid en de eenzaamheid. De roman gaat in grote lijnen over het niet-biologische ouderschap van een vrouw in een lesbische relatie. Als lesbisch stel heb je een overschot aan eicellen, maar wil je als stel dan een kind, dan heb je zaadcellen nodig. Dat moet wel van een man zijn. Hij woont in dit geval aan het andere eind van de wereld. Volgens de vertelster is het de ideale man. Speciaal voor het doneren van wat sperma komt hij over…vervolgens mag hij masturberend in het bezemhok van het ziekenhuis zijn zaad in een potje plengen. Het beeld heeft me de hele roman niet meer losgelaten. Je moet mannen wel heel erg haten om zoiets te verzinnen. Wat een liefdeloos begin van een nieuw mens; laten we hopen dat het kind er nooit achter komt. Helaas is de kans dat het jochie erachter komt vrij groot want de roman is sterk autobiografisch. Gezien het feit dat om het stel Saskia en Juli gaat en de schrijfster Saskia heet en een relatie heeft met Juli en bovendien ze het sterk autobiografische karakter van haar roman beaamt in een interview dat ik las, kan je er van uit gaan dat dat verwekte jochie de roman gaat lezen en zo zijn liefdeloze oorsprong leert kennen. Er zal dus ook wel in werkelijkheid een man vanaf de andere kant van de wereld zijn overgevlogen met het doel om een kwakkie te leveren dat hij in de liefdeloze bezemkast moest concipiëren… Sjonge. Dat beeld… Ik raak het nauwelijks kwijt. In mijn ogen getuigt het wel van heel erge mannenhaat. In haar plaats zou ik me diep hebben geschaamd om het op te schrijven… Maar Saskia de Coster dus niet…

Mannenhaat doordrenkt deze roman. Homomannen, oke, maar van hetero’s moet ze niets hebben: “Op familiefeesten durven hitsige ooms met een glas te veel op te vragen: wat twee vrouwen met elkaar doen. Ze maken dan schaarbewegingen.” Kortom hetero’s zijn er alleen maar op uit om over de rug van lesbische vrouwen geil te worden. “…weg uit het labyrint van de eeuwenoude mannelijke privileges van onverschilligheid en afwezigheid.” Schrijft ze. Nu het onmiskenbaar het tijdperk van de vrouw is geworden, doet het allemaal een beetje belegen aan. Net alsof de schrijfster in een vorig tijdvak is blijven hangen. En…geen man deugt: “Saskia zelf heeft de ravenzwarte haren van haar moeder en ze is even halfzacht als haar vader.”

Toch is ‘Nachtouders’ een goed te lezen boek. Als lezende man moet je je af en toe over je weerzin heen zetten want dat Saskia mannen haat, dat staat voor mij als een paal boven water. Dat het betreffende kind een jongetje is, doet mij bij voorbaat verdriet; wat voor beeld zal dat arme joch uiteindelijk over zichzelf hebben? De ‘vader’ van de wurm blijkt in de loop van de roman nauwelijks geïnteresseerd in het kind. Sterker nog, de man blijkt kinderen seksueel uit te buiten. Pedofiel, dus. Echt, volgens Saskia de Coster deugen mannen niet.

Het verhaal speelt zich af op een eiland ergens in de buurt van Noord-Amerika. Een eiland voor de ene helft bewoond door indianen. Zij hebben het alleenrecht om de verbinding tussen eiland en vaste land te verzorgen; iedereen die naar of van het eiland wil, moet dat met behulp van deze stam doen. De andere helft van het eiland wordt bewoond door hippies. Eén van de hippies, Molly, is de moeder van de zaaddonor. Zij is de reden waarom het stel naar het eiland komt. Ze zijn op weg naar Alaska en onderweg doen ze het eiland aan om kennis te maken met de biologische grootmoeder van hun kind. Eenmaal op het eiland wordt het schier onmogelijk er weer af te komen want de indianen gaan in staking. Zo komen de twee vrouwen onder de plak te zitten van hun pseudo schoonmoeder. Ze propt haar – min of meer – kleinzoon vol. Terwijl de verteller dat met groeiende boosheid optekent, heeft de partner Juli meer oog voor een andere vrouw op het eiland, Tammy. Zo ontstaan er ook nog spanningen in de relatie en komt Saskia allengs meer in een isolement. Ondertussen vraagt ze zich af wat het moederschap van een niet-biologische moeder voor betekenis heeft. In hoeverre kan zij van het kind houden, in hoeverre is ze verantwoordelijk, in hoeverre heeft ze iets te zeggen over het kind dat genetisch niet aan haar verwant is.

Kortom: Ik heb medelijden met het jochie dat op moet groeien bij een mannen hatende vrouw. Maar dat is de ethiek… Verder is het een goed te lezen boek. Helemaal niet mijn favoriet. Het staat wel op de shortlist van de Libris literatuurprijs. Ach, het kan. Zeker geen winnaar wat mij betreft. Naast de kanonnen op de lijst is het een katapult met onderbroekenelastiek. Ik ben wel slechter te lezen boeken tegengekomen op die shortlist in de loop van de jaren. Zeker geen roman die me bij blijft, behalve misschien dat masturberen in de bezemkast…

Metamorfose

We stonden op het pleintje bij ons huis. Mijn moeder tilde mijn zusje in het stoeltje achter op haar fiets. Ik had mijn eigen fiets. Toen we wilden wegfietsen, kwam de auto van mijn vader de hoek om. Mijn moeder was duidelijk geërgerd; wil je net opstappen, komt hij weer langs. Ik was wél blij, want sinds hij niet meer thuis woonde, miste ik hem verschrikkelijk. Mijn vader stapte uit. Het gesprek tussen mijn ouders ontaardde al snel in heftige ruzie. Midden op straat. Ik vond het niet fijn dat mijn ouders, voor iedereen zichtbaar, stonden ruzie te maken. Bovendien vervulde me dat met angstige voorgevoelens. De laatste ruzie binnenshuis was rottig afgelopen. Mijn moeder had een fikse klap in haar gezicht gekregen. Omdat ze daarna de politie wilde bellen, sleepte mijn vader mijn moeder aan haar haren van de telefoon weg. Huilend en krijsend. Dat beeld verdween maar niet van mijn netvlies. Ik heb geen idee waar die ruzie midden op straat over ging, maar de ruzie eindigde ermee dat mijn vader de huissleutel uit zijn zak haalde en triomfantelijk in de lucht hield: ‘Ik kom en ga wanneer ik wil, begrijp je dat?’

Daarna stapte hij in zijn auto en reed woest weg. Op dat moment onderging mijn vader een metamorfose. Hij veranderde van geliefde vader in een ware bedreiging. Een gevaar. Hét gevaar. Er was niets ergers meer dan mijn vader die het huis binnen zou dringen. De gebeurtenissen volgden elkaar snel op. Mijn moeder kocht grote schroefogen en hangsloten. De buurman werd er met zijn boormachine bijgehaald om de huisdeur met schroefogen en de hangsloten te beveiligen. Mijn moeder bibberde van angst. Eén nacht brachten we zo door. Met een hele bange moeder. Bang voor de gewelddadige krachten van mijn vader. Toen gingen we met het hele gezin naar opa en oma. De stretchers in mijn opa’s studeerkamer werden voorlopig onze slaapplek. Ik moest naar de buurtschool in Westzaan. Tussen allemaal vreemde kinderen. Boerenkinderen. Veel slimmer dan de kinderen in mijn eigen klas, dacht ik, want er werden dingen in die klas behandeld waar ik nog nooit van gehoord had. Ik moest erg goed opletten want de meester die ik kreeg was niet erg blij met mij. Dat voelde ik wel. Ik deed mijn uiterste best. Ik kreeg zelfs een beetje verkering in die klas, maar daarover later misschien meer.

Na veertien dagen gingen we terug naar huis. Opa bracht ons naar huis. Mijn opa had zware schuiven gekocht die hij voor ons op de deur bevestigde. Die vervingen de hangsloten. En toen voelde mijn moeder zich veilig genoeg. Voor het slapengaan werden de schuiven op de deur geschoven en nog eens extra gecontroleerd.

Ik had ooit een vader waar ik gek op was. Die vader was zomaar veranderd in een gewelddadig monster waartegen we beschermd moesten worden. Dat was een ommezwaai waar je best een lenige geest voor nodig hebt. Een heel lenige geest. Die had ik niet. Teruggekomen op school verviel ik in apathie. Ik deed mijn best om van dat monster dat mijn vader was geworden niet te houden. Maar dat ging vanzelf fout. Want ik dacht aan voetballen samen. Ik dacht aan stoeien en zijn stevige handen die me vastpakte. Ik dacht aan muziek luisteren bij hem op schoot. Ik was gek op die kerel waar we zo verschrikkelijk bang voor waren. Daarover dacht ik de hele dag na en verder deed ik niets. Helemaal niets. Zeker niet op school.

 

Scheidingsperikelen

Ik vond het helemaal niet gemeen. Echt niet. Maar inderdaad, een kind van zes doe je dat niet aan. Ik zie mijn vader nog zo zitten. Ietwat onderuitgezakt en duidelijk in zijn nopjes. Een jonge lentedag. De zon scheen dwars door het zijraampje in de woonkamer. Het licht viel op de vloer naast de rotanstoel waar mijn vader op zat. Er trilde stofdeeltjes in de baan van licht. Ik dacht dat het licht die deeltjes had opgetild. Mijn moeder deed iets in de keuken. Ik voelde me erg gelukkig, want mijn vader leek blij. Mijn vader en moeder waren niet vaak blij. Als zij blij waren, dan was ik dat ook. Naast hem op de grond een fles. Ik liep naar zijn stoel toe en leunde ertegenaan. Ik vroeg wat hij dronk. ‘Water’, antwoordde hij: ‘Wil je ook een slokje?’ Ik zei daar geen nee tegen. Ik nam een fikse teug uit dat kleine glaasje. Ik wist niet wat me overkwam. Mijn mond, mijn keel en mijn slokdarm voelde ik in de fik vliegen. Mijn vader moest lachen. Maar het lachen verging hem toen mijn moeder de kamer binnenstormde.

De brand was zo weer verdwenen, maar de sfeer was wel compleet verpest. Daaraan had ik schuld. Waarom moest ik zo nodig een slok nemen? Dat, terwijl de verhouding tussen mijn ouders toch al zo broos was. Om het minste geringste brak er oorlog uit. Mijn vader kon heel hard schreeuwen en eng boos kijken en mijn moeder kon heel stil maar intens huilen. Met veel tranen. Ik vond dat allemaal niet leuk. Ik ben van nature iemand die op zoek is naar harmonie. Vandaar dat ik ook zo gek ben op ‘Zicht op Delft’ van Johannes Vermeer. Maar dat terzijde. De harmonie was ver te zoeken in het huwelijk van mijn ouders. Het ging van hard tegen zacht. Maar zacht zou uiteindelijk overwinnen, tenminste als je het vertrek van mijn vader een overwinning kunt noemen.

Voor mij was het in ieder geval geen overwinning maar een groot verlies. Desalniettemin: De oorlog vond haar absolute hoogtepunt op een dag in de winter. Mijn ouders hadden heftige ruzie. Mijn broer en ik zaten op ons kamertje. Het huis was een enorme puinhoop. Mijn vader was zijn fiets aan het repareren geweest in de huiskamer. Hij was daar weliswaar mee klaar, maar alles stond er nog. Het meubilair had hij verschoven en het gereedschap lag over de vloer verspreid. Het voelde niet fijn zo’n rommel. Maar mijn ouders trokken zich daar weinig van aan. Mijn broer en ik wisten niet wat te doen en uiteindelijk gingen we toch maar naar de huiskamer. Juist op dat moment kwam de ruzie tot een hoogtepunt. Mijn vader haalde uit en mijn moeder greep naar haar wang. Hij sloeg haar. Gillend holde mijn moeder naar de telefoon: ‘Ik bel de politie’, riep ze. Met grote stappen stapte mijn vader naar haar toe en sleurde haar aan haar haar van de telefoon weg.

Ik voelde een golf van misselijkheid opkomen. Mijn moeder..een klap…aan haar haren…de politie…mijn lieve vader… Alles spookte door mij heen. Door dat sleuren kwam mijn vader ietsje tot zichzelf. Mijn moeder lag snikkend op de bank. Toen zagen ze ons. ‘Geef een kusje want ik moet weg’, zei mijn vader. Werktuigelijk deed ik wat hij zei. Maar mijn broer, die ietsje anders in elkaar zit dan ik, liep naar hem toe en gaf hem op zijn hardst een schop tegen zijn schenen. Daar had mijn vader niet van terug en ik vond mijn broer een rotzak. Maar achteraf…oké achteraf…had hij natuurlijk wel gelijk, die broer van mij.

Om me heen overal scheidingsperikelen…ik moest dit even kwijt.

Armageddon in Syrië

De wereld lijkt nogal boos op dit moment. Ik kan me haast voorstellen dat Islamitische jongeren met een wat smalle geest, massaal denken dat de Armageddon begonnen is. De grote strijd van de rechtvaardigen tegen de onrechtvaardigen. Aanslagen in Parijs en Brussel, Amerikaanse moordaanslagen met drones op Taliban- en IS leiders in Pakistan en Afghanistan. Ik kan me voorstellen dat die jongeren dat allemaal interpreteren als onderdeel van de laatste strijd. Als je dat eenmaal denkt, dat past er van alles in dat straatje. De simultane opkomst van bewegingen als IS, Al Shabab of Al Qaida. De oorlog in Libië, Yemen, Syrië, Irak en ga zo maar door. Als je gelooft in die laatste strijd, dan is het best logisch dat je je wilt aansluiten bij zo’n groep. De toekomst zal je even helemaal niets zeggen. De toekomst is immers de hemel na de overwinning van de rechtvaardigen. Jij bent een rechtvaardige!

Nederland en Europa houden niet van deze jongeren. Nederland en Europa geloven absoluut niet dat er een laatste slag bezig is. Helemaal juist niet. Ze zien ook geen rechtvaardigen en ook geen onrechtvaardigen. Nederlandse en Europese leiders zien een bedreiging van de rechtsorde en een gevoel van onveiligheid. Een aanslag hakt er bijzonder hard in bij de bevolking. Voor jongeren die zich bij IS hebben aangesloten en gehard zijn in de strijd en dan weer in het verwende Europa terugkomen is een aanslagje plegen peanuts, zo redeneert men hier. En hoewel het aantal terreuraanslagen in West-Europa heus niet het aantal aanslagen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw overtreft, zit de angst er goed in. Parijs en Brussel heeft iedereen behoorlijk zenuwachtig gemaakt.

Harde maatregelen doen het goed bij het zenuwachtige electoraat. Nederland komt met nieuwe wetten. Nu is er een wet aangenomen die een jongere met de Nederlandse nationaliteit maar die ook een andere nationaliteit heeft, het Nederlanderschap ontneemt als hij zich bij een groep als IS aansluit. Bovendien wordt hij meteen tot persona non grata verklaard. Kortom, officieel komt hij Nederland niet meer in. Je zou zeggen; opgeruimd staat netjes. We verkleinen het risico op een aanslag en bovendien zijn we een lastig persoon kwijt…

Maar toch denk ik er genuanceerder over. Ik ben namelijk ook vader. Jongeren die naar Syrie vertrekken zijn doorgaans pubers. Jongens en meisjes rond de twintig. Dat is een leeftijd waarop je wel de trekker kunt overhalen, maar nog niet kunt beredeneren wat voor gevolgen dat heeft. Een gevaarlijke periode in je leven. Een periode in je leven waarin je in staat bent om onherstelbare schade aan te richten.

Maar, zoals gezegd, ik ben ook vader. Hun zonen en dochters zijn een beetje ook mijn zonen en dochters. Ik zie daarom mijn kinderen naar Syrië vertrekken. Ik wil dat niet. Ik denk dat ik ze nog moet beschermen. Dat moet ik ook want hun oordeel is nog troebel. Eigenlijk kunnen ze nog niet zelfstandig hun weg vinden. Maar ik kan ze niet tegenhouden om af te reizen. Mijn enige hoop is dat ze snel, ongeschonden, weer thuiskomen. Dat maakt de regering onmogelijk. De nieuwe wet van de Nederlandse regering treft de ouders het hardst.

 

75 jongens zijn gearresteerd

Sommige mensen geloven erin dat je invloed hebt op je kinderen. Dat jij, als ouder, ervoor kunt zorgen dat ze het verkeerde pad niet opgaan. Dat kan je vergeten! Natuurlijk heb je invloed want je kinderen houden van je en kinderen willen hun ouders niet teleurstellen. Maar, vaak zijn de verleidingen groter of trekt het ideaal sterker dan de liefde die ze voor jou als ouder hebben. Kinderen gaan hun eigen gang en laten jou in vertwijfeling achter.

Maar je kinderen blijven wel je kinderen. Neem mij nou. Ik hou onvoorwaardelijk van mijn zoons. Nu ze volwassen zijn even hard als toen ze nog in de wieg lagen. Mijn zoons zijn m’n alles en als het hun slecht gaat, gaat het mij slecht. Zo simpel is dat. Maar gelukkig gaat het hun redelijk voor de wind. Teveel recht voor de wind maakt het leven saai dus gelukkig deelt het leven hier en daar een tikje uit,

Als je kind iets uitvreet dan komt er veel onder druk te staan. Als je verpleegkundige dochter ineens uit liefde voor de mens een reeks lijken achterlaat; met de beste bedoelingen uit hun lijden verlost, dan is er een groot loyaliteits- en liefdesprobleem. Natuurlijk blijf je van je dochter houden, maar hou rijm je dat met wat ze gedaan heeft? Je wordt verscheurd als ouder. Mensen die er niets vanaf weten hebben hun vernietigende mening klaar terwijl jij als ouder hetzelfde gevoel voor haar houdt dat je had toen je haar kwetsbare hoofdje boven het badwater hield.

Gisteren het nieuws dat er 75 jongens zijn gearresteerd. Jongens die uit idealisme naar een land ver hier vandaan zijn getrokken om daar mee te strijden voor de perfecte maatschappij. Ik zie hun 150 radeloze ouders voor me en heb met hun te doen. Het maakt me veel milder ten opzichte van hun kinderen. Ik kan het leed van die ouders haast niet aanzien. Ze krijgen ramp op ramp te verduren en ze kunnen er niets aan veranderen. Die ouders hebben vaak alles goed gedaan; echt alles goed. Ze werden geboren in een kansarm land. Voor hun kinderen verhuisden ze naar een kansrijk land. Een land waar je vrij was en waar je kinderen kans op een toekomst hadden… Hoeveel meer kan je als ouders doen?

Die ouders hebben gezien hoe hun kinderen in eerste instantie dreigden te ontsporen maar zich, tot hun ouders’ opluchting tot de religie keerden. Daarna zal er vage onrust zijn geweest dat de religie wat doorschoot en later de wanhoop. Ouders hebben hun zonen zien veranderen in extremisten. Wat ze ook deden, niets kon hun zonen stoppen. Wat een ramp!

Gisteren kwam dus het nieuws naar buiten dat 75 jongens zijn gearresteerd. Gevangengenomen door mensen in wiens handen je je kinderen niet wenst. Ik denk dat de ouders zullen moeten berusten in het idee dat hun zonen niet meer terugkomen en dat ze een akelige dood gaan sterven. Om die ouders… Zij kunnen er niets aan doen. Om die ouders vind ik dat er geen hard oordeel mag worden uitgesproken over die 75 jongens daar in de politieke rimboe op de grens van Irak en Syrie en op de grens van leven en dood. Dat vind ik.

Maar weinigen luisteren naar mij.