Tagarchief: onderwijs

Juf Kiet

Eergisteren heb ik de veelgeprezen documentaire ‘De kinderen van Juf Kiet’ gezien. Indrukwekkend. Als er één woord van toepassing is, dan wel dit woord. Ik zat naast Juf Josien op de bank en we zagen een andere Juf aan het werk. Dat was buitengewoon moedig. Juffen laten niet graag in hun keuken kijken maar Juf Kiet durfde dat aan. Juf Kiet had niet een ‘gewone’ keuken, maar een getraumatiseerde keuken. Kinderen die van ellende niet goed wisten wat ze moesten en het maar nauwelijks konden uitleggen omdat ze hun moedertaal niet konden gebruiken om te vertellen wat hen bezighield. Ook hun moedertaal zou trouwens te kort hebben geschoten. Juf Kiet gedroeg zich alsof er geen camera stond. Waarschijnlijk was ze daar ook helemaal niet (meer) mee bezig. De kinderen ook niet. Iedereen was zichzelf en dat maakte het zo ontroerend. Een aantal kinderen zal ik nooit meer vergeten. George, bijvoorbeeld, met zijn zelfbeeld van nul komma nul. Of Haya die alles en iedereen tot haar eigendom bombardeerde. Onderdeurtje Rianna met haar sprekende gezichtje en haar wijduitstaande oren. Worstelende kinderen en een juf die de juiste weg wees. Zelf de grootste criticaster moet wel toegeven dat Juf Kiet dat geweldig deed.

Juf Kiet bleek een volhoudster die de balans wist te vinden tussen meevoelen met de kinderen en haar professionele opdracht. Ze leert de kinderen lezen, schrijven en rekenen en hoe je te gedragen in de wereld en daar doet ze geen enkele concessie aan. Aan de andere kant een juf die de ziel van getraumatiseerde kinderen ziet en hoort en er alles aan doet om de kinderen weer kind te laten zijn. De belangrijkste wapens van Juf Kiet: Stug volhouden, positieve bekrachtiging en haar eigen persoonlijkheid.

Omdat de klas over een langere periode gefilmd wordt zie je de kinderen zich ontwikkelen. Om dat in beeld te brengen focust de film op een paar kinderen. Haya is een van de rode draden die door de film loopt. Het eerste wat we van haar zien zijn haar dikke tranen; ze is gevallen en ze heeft een vieze broek. Ze wil dat Juf haar moeder belt om haar te komen ophalen. Dat begrijpt Juf Kiet best, maar daar komt niets van in; kinderen moeten leren om barrières te overwinnen. Maar Haya denkt dat haar juf haar niet begrijpt omdat ze geen Nederlands spreekt. Daarom gaat ze langs alle Syrische kinderen om te vragen of ze voor haar willen tolken. De strijd tussen Haya en Juf Kiet gaat je door merg en been en als de juf uiteindelijk wint (Haya heeft een schone, geleende, broek aangetrokken en zit tevreden te spelen met de andere kinderen) weet je dat het goed zit met deze onderwijzer; ze weet wat ze doet. Haya ontpopt zich als een kind dat zich van alles toe-eigent. Ook de kleine Rianna. Rianna wordt Haya’s eigendom. Je ziet het haast fout lopen. Aan haar capuchon wordt Rianna over de speelplaats gesleurd. Hoe juf Kiet dit negatieve gedrag weet te stoppen en van Haya een behulpzaam sociaal meisje weet te maken is haast ongelofelijk. Positieve bekrachtiging is het wapen dat de juf in haar strijd gebruikt en waarmee ze ook overwint!

Het jongetje George vergeet je niet snel. Een koppie vol negatiefs. Een koppie dat niet wil openstaan voor de lessen. Een jochie dat zich het liefst weg zou toveren van deze aarde. Maar aan het eind van de film staat hij te glunderen met zijn tafel-van-vijf-diploma. Wat is dat diploma nog ver weg, halverwege de film als je hem samen met de juf naar zichzelf in de spiegel ziet kijken en hij alleen maar dat ongewenste, lelijke, door oorlog verwoeste jongetje ziet.

Rianna, Haya en nog een ander meisje worden met z’n drietjes verliefd op het uiterst aaibare Macedonische jongetje Branche. En dan zijn het ineens hele gewone kinderen uit groep drie of vier.

Ongeschikt voor het onderwijs

Vandaag in de Volkskrant een column van Izz ad-Din Ruhulessin. Deze maand is hij de gastcolumnist, staat er boven zijn stukje. We gaan dus meer van hem lezen! Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen; ik heb het stukje gelezen en werd al bij de eerste alinea compleet in de war gebracht. Ik geloof dat deze columnist het Nederlandse onderwijs niet goed vindt. De column begint met een ervaring die hij, kennelijk, had in het Hoger Beroepsonderwijs. Dat zou hij slechts één dag hebben genoten. Wat ik lees is dat de docent een vraag stelt aan zijn leerlingen. Dat de schrijver zijn vinger opsteekt. De docent negeert zijn vinger en gaat door met de les. Hevig gepikeerd staat de columnist op, constateert dat het onderwijs niet aan zijn verwachtingen voldoet en beent de klas en het HBO uit. Daadkrachtig, dat wel, maar waar slaat het op?

Het zou kunnen dat hij zich onderschat voelde: Alsof híj nooit het juiste antwoord zou kunnen geven. Of voelde hij zich overschat: Waarom deze vraag gesteld als je toch het antwoord gaat geven. Of…hij voelt zich achtergesteld omdat zijn culturele achtergrond niet de Nederlandse is? Of wilde hij zijn medestudenten laten zien hoe superieur hij is, en vanuit dat perspectief hulp bieden bij het pleiten voor beter onderwijs? Ik heb er geen idee van. Ruhulessin heeft een andere culturele achtergrond dan de Nederlandse, dat is duidelijk. Daar gaat zijn stukje, geloof ik, over. Maar wat hij nou precies wil zeggen? Hij hangt in ieder geval met veel plezier de boze allochtoon uit.

Als je iemand leert kennen, dan probeer je hem in te schatten. Wat kan hij wel, wat kan hij niet. Het overkomt me regelmatig dat ik iemand over- of onderschat. Andersom gebeurt dat bij mij ook. Hoe vaak is het niet gebeurd dat iemand die ik maar nauwelijks ken iets gaat uitleggen dat ik allang weet? Of dat iemand iets uitlegt en verschillende stappen heeft overgeslagen omdat hij die al bekend veronderstelde? Geen enkel probleem. Vriendelijk corrigeer je diegene en klaar is Kees (of Izz ad-Din). Zo gaan we met elkaar om; zo leren we elkaar kennen. Izz ad-Din Ruhulessin hangt zijn oordeel over het HBO in Nederland op aan een sessie van zo te zien nog geen tien minuten. Omdat een docent een (verkeerde?) inschatting maakt voelt Ruhulessin zich op zijn pikkie getrapt en loopt de collegezaal uit om nooit weer terug te keren. Onbegrijpelijk!

Ik denk dat het hier ging om zijn eerste dag op de PABO. Wat dat betreft ben ik wel blij dat hij de klas uitliep. Ik denk niet dat we zitten te wachten op onderwijskrachten met zo’n klein lontje en zo weinig doorzettingsvermogen. Wat moet je met iemand die alles opgeeft omdat hij zich (onterecht?) een keer niet begrepen voelt? Ik zou geen leerkracht voor de klas van mijn kind willen die bij het eerste beetje tegenwind wegloopt. Ik vraag me af wat voor beeld Izz ad-Din Ruhulessin van zichzelf wil neerzetten. In het vervolg van zijn warrige column pleit de man, denk ik, om de kwaliteit van het HBO en vooral de PABO niet te verlagen om meer allochtone studenten binnen te halen. Ben ik het mee eens. Ik vind dat mensen die aan een PABO gaan studeren aan de normen moeten voldoen. Zeker qua kennis, maar ook psychisch. Dat laatste is veel moeilijker meten. Gelukkig dat Izz ad-Din Ruhulessin er zelf al uit is gestapt; hij lijkt me niet geschikt.

Veni, vidi, foetsie

Het ziet er toch naar uit dat ik een nieuwe baan moet gaan zoeken. Het is treurig…Het lijkt alsof dit nieuws niet tot mij door wil dringen. Ik voel er haast geen emotie bij. Ik las net in de Volkskrant dat het kantoor van Delta Lloyd in Amsterdam dicht gaat. Dat is het kantoor waar ik doorgaans mijn werk zit te doen. Op het ogenblik hebben we reorganisatie op reorganisatie en aanvankelijk leek het erop alsof de overname van Delta Lloyd wat extra banen ging kosten. Niets nieuws onder de zon, dus. Maar het gaat veel verder. Ik ben niet emotioneel maar wel wat beduusd. Ik kan me niet voorstellen dat ze met de overname van Delta Lloyd en het wegbezuinigen van het kantoor in Amsterdam ook meteen al het personeel gaan ontslaan. Maar waar willen ze ons anders gaan huisvesten? Ik heb geen idee… Het gaat wel om een slordige vierduizend mens. Spannende tijden. Ik zet het van me af. Eerst de kerstdagen, OudEnNieuw en op vakantie naar Texel. Daarna zien we wel weer verder. Ik ga het helemaal van me afzetten. Ik vrees dat er voor mij ook helemaal niets anders op zit. Ik ben geen aandeelhouder dus er is niets dat ik eraan kan doen. Helemaal niets.

David Knibbe wordt mijn nieuwe bovenbaas. Gisteren zat hij tijdens het journaal naast ónze roerganger; Hans van der Noordaa. Qua uitstraling gaan we er flink op vooruit, dat moet gezegd. Als Van der Noordaa zijn mond opendoet verwacht je gestotter en ge-uh, maar dat valt wel mee. Het is zijn afwezige charisma dat opvalt en zijn uiterlijk van een gemiddelde boekhouder. Ik begrijp niet waarom deze man ooit op deze plek is gekomen. Niek Hoek was ook niet echt een flamboyante persoonlijkheid. Pas achteraf bleek dat hij een economische schuinsmarcheerder was. Wellicht dat ze daarom een extra saaie, compleet nietszeggende man op de hoogste positie hebben gezet; zodat ze zeker wisten dat Delta Lloyd zich aan de regels hield.

Inhoudelijk gaat het werk bij Delta Lloyd over helemaal niets. Over geld. Voor mij zijn mensen interessant, geld niet. Maar helaas we kunnen niet zonder geld omdat ons verlangen naar dingen zo groot is. Bij Delta Lloyd zorgen we ervoor dat je ook, nadat je gestopt bent met werken, dingen kunt blijven kopen. Meer niet. Maar er wordt heel gewichtig over gedaan, terwijl dat het natuurlijk nauwelijks is. Zorg en onderwijs…dat zijn belangrijke dingen. Vooral het onderwijs. Jonge mensen begeleiden in het omgaan met de wereld. Mensen leren wat er leuk en mooi is aan alles om ons heen. Jonge mensen leren nieuwsgierig te zijn naar alles. Dat is werk dat ertoe doet. Daartegen valt de betekenis van mijn werk bij Delta Lloyd in het niet. Maar toch wil ik mijn baan niet verliezen. Maatschappelijk weliswaar wat minder relevant, maar toch behoorlijk complex. En…complex werk maakt mij blij. Ik hou van het oplossen van puzzels en…ik wil mijn welstand niet verliezen.

Een jaartje of twee geleden stelde men Hans van der Noordaa aan als bovenbaas van Delta Lloyd. Alsof ze de ondergang van het bedrijf zagen aankomen. Van der Noordaa; onze bangige Caesar in Asterix: Veni vidi foetsie: Ik kwam, ik zag, en ik maakte de pleiterik.

Engelstalig onderwijs

Toen mijn zonen naar de middelbare school gingen, ben ik in rap tempo grijs geworden. Tongen beweren dat ik daarvoor precies de juiste leeftijd had, maar dat is niet zo. De combinatie zoon-middelbare school heeft alle pigment uit mijn haar verdreven; niet mijn leeftijd. Mijn zoons in de pubertijd. De hormonen vertroebelde hun zicht op het doel. Het onderwijs op de lagere school gleed er bij hen in als Gods woord in een ouderling. Ze waren de bollebozen van hun klas. Maar tegen dat ze naar de middelbare school gingen, verdampte hun trots om nummer één te zijn. Tenminste nummer één van de slimste en de ijverigste. Ze wilden een ander imago dan de nerd; ze wilden spiermassa en hysterische meiden. School paste daar nauwelijks bij.

De bolleboos van hun klas. Desalniettemin was taal voor alle drie een moeilijk probleem. Doorgaans moest ik hun schrijfsels hardop lezen om het te begrijpen; ze schreven puur fonetisch; ze zochten op goed geluk de karakters bij de klanken. De goede spelling of spellingregels beklijfden niet in hun cijfermatige brein. Een woord als bijvoorbeeld ‘kachel’ kon qua spelling in hun ogen alle kanten op. ‘caggel’ bijvoorbeeld, maar ook ‘kaggel’ of ‘chaghel’ (er zat toch ergens een ‘ch’?) of ‘cachel’. Zie maar. Moeilijk te lezen in ieder geval. Met cijfers konden ze alles, die zonen van mij, maar talig, nee, dat zijn ze niet.

Mijn middelste zoon had de geschiedenisleraar als mentor. Geschiedenis is talig. Dat vond mijn middelste dus helemaal niets. In zijn werkstuk moest hij ook vertellen wat hij van het onderwerp van het werkstuk vond. ‘Saai’ (foutloos) schreef hij onder het halve a4-tje dat hij een werkstuk noemde. Zijn mentor was de wanhoop nabij en vroeg hem wat hij in het leven niet saai vond. Daar hoefde zoonlief niet lang over na te denken: Een som. Een lekkere, verschrikkelijke moeilijke som waar je pas na lang denken en puzzelen uitkomt. Dat is pas leuk. Dat zijn dus mijn zonen… Terwijl ik zo gek ben op taal…en ook op geschiedenis. Als ik iets geleerd heb dan is het dat je kinderen autonome personen zijn. Waar je als pa ontzettend veel van houdt maar die je maar heel beperkt kunt vormen. Grotendeels worden ze gevormd door hun talenten en hun omgeving. Pappa staat erbij en kijkt ernaar.

Maar wat was deze pappa trots toen zijn zoon in Delft met hoge cijfers zijn master haalde in computerscience. Dat hij in goed verstaanbaar Engels zijn in goed leesbare Engels geschreven thesis verdedigde. Uiteindelijk is het helemaal goed gekomen tussen taal en hem; ze hebben een verstandshuwelijk.

Ik moet nogal aan mijn zonen denken nu er een discussie woedt over Engelstalig onderwijs. Wat zou er van hen terecht komen als ze ook nog die taalbarrière van het Engels hadden moeten overwinnen? Ik vrees dat het hun dan niet gelukt was. Jammer, want nu staan de werkgevers te dringen. Laten we die taalbarrière niet opwerpen; geen Engelstalig onderwijs op middelbare scholen.