Tagarchief: NSB

Lucebert

Inderdaad, ik had het nooit gedacht. Dat Lucebert tijdens de oorlog het nazisme omarmde. Dat hij antisemitische dingen schreef aan zijn toenmalige vriendin. Ik had het nooit gedacht en vandaag komt het als een klap bij heldere hemel. De vijftigers, waarvan hij de keizer was, straalde revolutie uit. Linkse revolutie. De arbeidersklasse, daar gingen ze voor terwijl diezelfde arbeiders hun poëzie nooit zou kunnen begrijpen. Ben ik er kapot van dat dit nu naar boven komt? Nee. Helemaal niet. De tijd heeft heel wat scherpe kantjes van mijn kijk op het verleden afgeschuurd. De tijd heeft me mild gemaakt. Dat wegslijpen van die scherpe kantjes van mijn kijk op de geschiedenis heb ik heel bewust meegemaakt.

Als ik naar mezelf kijk toen ik een jaar of twintig was dan schrik ik nu best van mijn denkbeelden van toen. Zo fanatiek anti-Duits. Ik herinner me kinderen van ouders die aan het oostfront hadden gestreden of die lid waren geweest van de NSB. Hoe fout kon je zijn…  En die foute ouders gaven die fouten door aan hun kinderen. Ook zij waren fout. Het onnoemelijke leed dat het joodse volk was aangedaan was mede hun schuld. Ik wist toen nog niet wat er met mijn omaatje was gebeurd, maar ik vermoedde veel. Haar leed was zo enorm dat we niet met haar durfde te praten over die periode. Zij was goed; zo verschrikkelijk goed.

Oké, goed De Klerk, hou maar op! ‘Totdat je je geliefde in de ogen keek. ‘ Wat een sentimenteel geneuzel! Maar toch is het wel zo.  Met haar heb ik mijn eerste trip naar Duitsland gemaakt en ervan genoten. Maar het belangrijkste is natuurlijk Ank. Mijn schoonmoedertje. Nu alweer een paar jaar geleden overleden. Ik mis haar erg. Een onafhankelijke denkster hoewel ze daar zelf heel erg anders over dacht. In de oorlog was het gezin waar ze uitkwam fanatiek en prominent lid van de NSB. Ik besefte door haar dat de NSB een foute keuze was van goede mensen.  Ik besefte door haar hoe dicht fout of goed bij elkaar lagen. Dat het op dat moment vaak aan de omstandigheden lag welke keus je maakte. Dat mijn schoonmoeder net zomin een keus had gehad als mijn oma. Mijn schoonmoeders familie leefde in NSB-kringen en dachten de wereld goed te doen door die keus te maken. Mijn schoonmoeder had geen enkele keus want ze was kind. Mijn oma was joods. Daar had ze uiteraard niet voor gekozen.

Lucebert koos in eerste instantie dus ook fout. Dit gedicht van hem, dat schuurde bij mij. Het gebruik van het woord ‘neger’. Terwijl ik het zo’n mooi gedicht vind, heb ik het er niet lekker mee. Aan de andere kant…onthult Lucebert hier iets over zijn zwarte periode tijdens de oorlog?

Er is een grote norse neger

Er is een grote norse neger in mij neergedaald
die van binnen dingen doet die niemand ziet
ook ik niet want donker is het daar en zwart

maar ik weet zeker hij bestudeert er
aard en structuur van heel mijn blanke almacht

hij morrelt wat aan halfvermolmde kasten
dat voel ik – splinters schieten door mijn schouder
nu leest hij oude formulieren dit is het lastigst
teveel slaven trok ik af van de belasting

Ze moet er toch van geweten hebben?

Wist ze het of…had ze het kunnen weten? Dat zijn vragen die ik mezelf stel als de NSB voorbijkomt. En als ze het geweten heeft, hoe reageerde ze daar dan op? Was zij in staat om afwijzend te reageren of liep ze dan gevaar? De afgelopen dagen kwam de NSB vaak voorbij. En dan ga ik piekeren: Hoe kan een zo geliefd, onafhankelijk denkend mens, lid zijn geweest van de NSB. Hoe kan dat. Ik kan er voor mezelf haast niet mee wegkomen dat ik het accepteer. Niet met mijn familiegeschiedenis. Niet helemaal mijn eigen geschiedenis misschien, maar toch komt het heel dichtbij.

Toen ik, vijftien jaar na de oorlog, geboren werd, was de oorlog nog een periode die bij iedereen vers in het geheugen zat. Hoewel de ketels van de gaarkeuken allang waren opgeruimd, knaagde het hongergevoel nog steeds. Bij mij op school was er een sterk bewustzijn over wat goed en wat fout was geweest in de oorlog. Wisten we dat iemand een nazaat was uit een fout gezin, dan waren we niet vergevingsgezind; terwijl er niets te vergeven viel. De afkomst straalde af op de persoon. Elke misstap of vermeende misstap van de persoon werd in verband gebracht met de familie waar hij uit voortkwam. De NSB was het kwaad. Duitsers waren schuldig. Daders. Zelfs toen ik de twintig al gepasseerd was had ik nog moeite met Duitsland. Met enorme tegenzin verbleef ik een paar dagen in Keulen omdat daar een fantastische kunstbeurs was. Wat had ik destijds graag gewild dat die beurs elders gehouden werd!

Maar dat verblijf in Keulen veranderde toch wel wat in me. Niet veel later keek ik in de ogen van mijn geliefde. Zij maakte de hele wereld milder. Ze sleep de scherpe kantjes van het bestaan. Bovendien leefden we toen in een tijd dat alles ‘moest kunnen’. En toen bekende mijn schoonmoeder dat ze uit een NSB-gezin kwam. Moest kunnen, dus, dacht en vond ik. Maar het voelde heel anders. Maar ik was ook erg nieuwsgierig. Ik wilde alles weten en hoorde haar helemaal uit. Ik kwam erachter dat bij hun thuis de NSB even gewoon en vanzelfsprekend was, als bij mijn moeder en oma het jodendom en het socialisme. Het was de realiteit van alledag en aan die realiteit van alledag viel weinig te veranderen. Er was geen keus; het was er gewoon. Anderen maakten een keus. Ze is nu een paar jaar geleden overleden, die schoonmoeder van me en ik merk dat ik haar enorm mis. Net als de rest van de familie. Een zeer geliefd en eigenzinnig persoon; we hielden van d’r.

Maar dat neemt niet weg dat ik in deze periode van herdenkingen toch soms terugval in oude gewoontes. Op de televisie werd verteld over de invoering van de Jodenster zeventig jaar geleden. Nederlanders steunden de joodse bevolking met de Februaristaking en met het opzichtig groeten van joodse medeburgers en het negeren van NSB’ers. Het programma toonde een cartoon uit NSB-kringen waar de houding van verzet werd uitgelegd als dat Nederlanders kropen voor de gemene jood. En toen dacht ik: Ze moet er toch van geweten hebben? Ze moet toch gezien hebben hoe racistisch de NSB was? En dan kan ik er niet over uit dat een zo geliefd mens zo fout dacht!