Tagarchief: noorwegen

Jaap Robben – Birk; een kleine grote roman

Toen we er 8 jaar geleden voor het laatst waren, vonden we het eigenlijk al verpest. Datgene wat we op Kleppe zochten, daar aan die fjord in zuid Noorwegen, dat was verleden tijd. Wat we zochten was voor even het gevoel te hebben dat we alleen op de wereld waren en dat we het helemaal met onszelf moesten zien te rooien. Eén keer per dag een schapenboer die van het dorp aan de overzijde van de fjord kwam overvaren om te kijken of alles nog goed ging met zijn schaapjes die door prikkeldraad noch gaas gehinderd konden grazen waar ze wilden. Op dat eenzame paradijs stond een piepklein houten boerderijtje waar wij onze vakantie mochten doorbrengen. De zomervakantie, want tijdens de andere vakanties was het boerderijtje door stadsmensen zoals wij zijn niet te bereiken. Om er te komen reden we van Flekkefjord naar het gehucht Fiedsel. Daar konden we onze auto parkeren en laadde we onze rugzakken op onze schouders. Daarna een wandeling van drie kwartier door een betrekkelijk onherbergzaam landschap. Met paadjes die nauwelijks zichtbaar waren, over half vergane planken door een moeras. Glibberend over de Noorse rotsen. We voelden ons daar helemaal thuis. Helemaal weg van alle stadse onrust. Hoewel de temperatuur soms in de zomer best aardig was, namen we de vele regen voor lief. Ons paradijsje in het zuiden van Noorwegen.

Ik moest een beetje denken aan deze afgelegen plek bij het lezen van de roman Birk van Jaap Robben. Toch heel anders. De sfeer van afgelegen en ver van de bewoonde wereld is hetzelfde maar onze vakantiestemming ontbreekt in de roman helemaal. Waar onze plek daar in de leegte van Noorwegen een omgeving is vol vrolijke associaties, is het eiland van Mikael, de hoofdpersoon in Birk, één grote dreiging. Dat begint al meteen op de eerste bladzijde waar de hoofdpersoon getuige is van de verdrinking van zijn vader Birk. Mikael ziet zijn vader niet meer bovenkomen nadat hij hem van de verdrinkingsdood heeft gered toen hij zijn bal uit de zee wilde halen. Omdat Mikael zijn vader niet dood en verdronken heeft gezien, blijft er iets van hoop op een levende terugkeer mogelijk. Maar wij als lezer weten wel beter. Na het verdrinken van vader blijven er drie levende mensen achter op het eiland plus twee doden; Birk en de oude mevrouw Augusta. De drie levenden, Mikael, zijn moeder Dora en de oude visser Karl. Deze personages gaan het gevecht aan met het kleine eiland. Af en toe een interventie van de boot die voorraad aflevert en een enkel uitstapje naar het stadje aan de overkant van het water.

De beklemming en de dood zijn er al meteen. Ook de schuldgevoelens. Hoewel hij bij de verdrinkingsdood van zijn vader nog maar negen jaar oud is, beseft hij heel goed dat hij gered werd door zijn vader omdat Mikael zijn bal uit het water ging halen. De dood van Birk heeft beklemmende gevolgen voor de relatie moeder en zoon. Langzamerhand eist moeder dat de opgroeiende Michael de plaats inneemt van zijn vader. Daarin gaat moeder erg ver. Ondertussen probeert visser Karl bij zowel moeder als zoon tevergeefs toenadering te zoeken. Ondertussen ontwikkelt Mikael zich tot volwassen mens. Daarbij speelt het vervallen huis van de overleden mevrouw Augusta een belangrijke rol.

Ik heb het gevoel dat ik een nieuwe schrijver heb ontdekt in Jaap Robben. Een rasverteller die sfeer fantastisch weet op te roepen. Hij is begonnen als kinderboekenschrijver, maar dat is zeker geen slecht voorteken. Joke van Leeuwen is zo ook begonnen en is één van mijn favorieten op dit moment. Heldere taal, realistische dialogen en een spannend, beetje horror-achtig verhaal. Een kleine maar heel grote roman!

Liever opgegeten dan gecremeerd

Er zijn vijf potvissen aangespoeld op Texel. Prachtige dieren. Erg jong nog. Vijf mannetjes die waarschijnlijk een verkeerde afslag hebben genomen en toen per ongeluk in de Noordzee terecht zijn gekomen. In de ondiepe wateren rond Texel kwamen ze in de problemen en strandden ze dus. Het strand werd afgezet, want de dieren waren nog in leven en wie weet konden ze nog vlot getrokken worden. Maar nee, alle moeite ten spijt, het lukte niet. Alle vijf de potvissen stikten. Ongelukkigerwijs waren ze alle vijf op hun verkeerde kant terecht gekomen en daardoor werd hun spuigat afgesloten.

Wat doe je met vijf aangespoelde potvissen? Wat doe je met vijf enorme dieren die dood zijn. Vernietigen…zeggen de mensen van goede wil. De beesten in behapbare stukken zagen, afvoeren en verbranden… Ik kan daar erg boos om worden. Nogal hypocriet. Zo’n beetje alles uit de zee vreten we op. Tot vijftig jaar geleden gold de potvis als een lekkernij, en nu gaan we zo’n kostelijk stuk vlees ‘vernietigen’. Waarom? Omdat we met z’n allen actie hebben gevoerd om te zorgen dat die beesten niet uitstierven. Hartstikke goed! Actie gelukt! Er is een wereldwijd verbod op de jacht op potvissen. Maar…als ze toch al dood zijn…eet ze dan lekker op.

Walvis is echt lekker. Het spijt me Greenpeace, ik heb van de verboden vrucht geproefd. In Noorwegen heb je in de haven van Bergen een vismarkt. Zelden zo’n toeristische vismarkt gezien.

Goed, het blijft een vismarkt. Daar kan je stukken gerookte walvis kopen. Geen idee of het potvis was of blauwe vinvis of bultrug. Geen idee. Maar lekker dat het was. De twee ons die ik gekocht had, was zo op. We hebben toen nog een stuk gekocht om te laten proeven aan de jongens. Echt een delicatesse. Ook onze Japanse vriendin Mizue begon te stralen toen we over de smaak van walvis hadden. Voor de zoveelste keer bezwoer ze ons om snel bij haar op bezoek te komen en dan een lekker maaltje…walvis te komen eten.

Ja, ik ben tegen de jacht op walvissen, maar als die dieren toch dood zijn en ook nog lekker vers, eet ze dan op. Het is zo zonde om ze te vernietigen! Ik weet bijna zeker dat die potvissen ook liever opgegeten willen worden dan gecremeerd!