Tagarchief: Middeleeuwen

Jan van Aken – De Ommegang; Fantastisch!

Heb ik het winnende boek van de Libris literatuurprijs net uit? Dat zou best wel kunnen. Wat een verschrikkelijk goed boek! Het is dat ik een verstandig man ben en veel verplichtingen heb, anders had ik aan één stuk door gelezen. Bijna de ideale roman: Spannend van het begin tot het eind, een intellectuele zoektocht van heb-ik-jou-daar; geweldig! Ik heb de afgelopen jaren weinig boeken gelezen die dit boek overtreffen. Het moet haast wel de winnaar worden van de Libris literatuurprijs en waarschijnlijk wordt het ook mijn winnaar. Zeker weten doe ik dat natuurlijk nog niet, want ik heb pas een derde van de boeken gelezen. Maar wat kan deze roman nog overtreffen? De Ommegang van Jan van Aken; helaas heb ik het uit.

De wereld is roerig aan het begin van de vijftiende eeuw: Er zijn drie pausen die geen van allen willen wijken voor de ander. Een groot concilie zou aan dit schisma van de kerk een eind moeten maken. Maar ondertussen lopen de gemoederen overal hoog op. Het grote concilie dat alles zou moeten regelen wordt gehouden aan de huidige Duits-Zwitserse grens in het plaatsje Konstanz. In deze gevaarlijke periode van de geschiedenis ligt de arts en architect Isidorus van Rillington, hoofdpersoon van de roman, beschuldigd van ketterij, geketend, in een volkomen duistere cel. Hij ziet niets en hoort niets…behalve de ademhaling van een ander. Of niet. Isidorus weet het niet, maar de duisternis en een mogelijke celgenoot doen Isidorus besluiten om hem – en dus ons – deelgenoot te maken van zijn levensverhaal en aldus te vertellen van zijn ommegang door het leven en hoe hij op deze plaats des onheils terecht is gekomen. De brandstapel is zijn vooruitzicht zonder dat dit met name genoemd wordt.

Isidorus wordt te vondeling gelegd bij het klooster Bellalande in Engeland. Hij wordt daar opgevoed door een monnik die vroeger bibliothecaris is geweest van een ander klooster, maar nu de functie van poortwachter uitoefent. De poortwachter leert Isidorus lezen en bovendien leert hij hem een manier om al het gelezene te onthouden. Dat doet hij door in zijn brein geheugenplaatsen te definiëren in de vorm van een gebouw en de opgedane kennis te koppelen aan een bepaalde ruimte in dat gebouw. Later kan hij dan een ommegang maken door de gebouwen en de ruimtes en lezen welke kennis er opgeslagen ligt in zijn brein. In het klooster is een vleugel afgesloten nadat een groot deel van de monniken aan de pest waren overleden. Die onbekende vleugel openen de poortwachter en Isidorus opnieuw en vinden daar een bibliotheek. Met deze bibliotheek worden de eerste geheugenbouwwerken opgezet. Een apart plekje in zijn geheugenbouwwerk wordt ingenomen door een boek over de bouwkunde van Vitruvius. Zoals later uit de roman blijkt wil Isidorus maar één ding doen in zijn leven; bouwen. Grootse bouwwerken maken. Vooral kathedralen.

Om zijn bouwambities waar te maken gaat hij studeren. Bisschoppen en aartsbisschoppen bouwen kathedralen en dus moet hij een hoge positie in de kerk krijgen. Om een hoge geestelijke te worden moet je geen theoloog worden. Je moet rijk zijn want een bisschopszetel koop je. Om rijk te worden, moet je arts worden want daar betalen de mensen grif voor en dus wordt Isidorus arts zodat hij later in staat zal zijn om een bisschopszetel te kopen en zijn kathedraal te bouwen. Isidorus wordt een arts die qua kennis en kunde zijn tijd ver vooruit is. Zijn ambities om te bouwen kan hij niet waarmaken. Daarom reist hij naar het verre oosten omdat daar de wrede Timoer Lenk heerst die de beste architecten samenbrengt om een oogverblindende stad te bouwen. Uiteindelijk lukt het Isidorus om bij Timoer Lenk als bouwmeester op te treden. Helaas voor de hoofdpersoon wel onder extreme druk – al zijn voorgangers-bouwmeesters, zijn op bamboestaken gespietst – en moet hij het ontwerp van een grote moskee van een ander, in tien dagen, realiseren. In die tijdspanne kan hij een moskee bouwen die er mooi uitziet maar dat is ook alles. Bij de eerste dienst begint de grote koepel in te storten. Wonder boven wonder weet Isidorus weg te komen en via heel veel omzwervingen op de weg te komen die naar Konstanz leidt. Hij sluit zich aan bij Maelgys en zijn dochter die onderweg zijn naar deze stad. Maelgys onthult Isidorus iets dat het geheim van het leven is, de kern van alle waarheid, het summum… Daarna valt de dochter van Maelgys in een ravijn en slaat Isidorus Maelgys de hersens in.

De rest van de roman speelt zich in Konstanz af waar Isidorus zich vestigt als arts. Hij doet er alles aan om zijn kathedraal in Konstanz te mogen bouwen, maar het gaat hem niet lukken. Ondertussen heeft hij wel een gigantisch geheugenbouwwerk gemaakt in zijn hoofd waarin zo’n beetje alle kennis van de wereld zit. Isidorus maakt regelmatig ommegangen door zijn geheugenbouwwerk. Verwikkelingen met zijn Boheemse vrouw Galina die een aanhangster blijkt te zijn van de in die periode op de brandstapel geëindigde kerkhervormer (ketter) Johannes Hus, zorgen ervoor dat Isidorus in de kerker terecht komt waar hij zijn hele verhaal aan ons vertelt. Op zijn rechtzitting vertelt hij dat hij aan de koning een geheim moet vertellen dat zo belangrijk is dat het de hele wereld zou kunnen veranderen. Als de koning Isidorus een gewillig oor biedt, kan de geheugenkunstenaar zich niet meer herinneren wat het geheim van Maelgys was…

De Ommegang is echt een heerlijke roman; een aanrader. Als gesjeesd geschiedenis student val er verschrikkelijk veel te genieten van alle historische gebeurtenissen en personen die voorbijkomen. Ook de sfeer van pest en ketters is raak weergegeven. De levens van de mensen die de roman bevolken hangt steeds aan een zijden draadje. Is het zo dat Isidorus steeds ommegangen maakt door zijn geheugenbouwwerk, wijzelf maken eenzelfde soort ommegang door het bouwwerk van de roman. Wat is werkelijkheid wat is verzonnen; wat is de kern van een verhaal, van de roman. De vragen kan je impliciet en expliciet vinden in deze roman en daarmee nodigt het je uit tot het doen van intellectuele hoogstandjes; Wat verschrikkelijk fijn dat deze roman geschreven is!

Septembre en het chateau van Saumur.

Als ik hoogtepunten moet benoemen in kunstevents die ik de afgelopen jaren heb meegemaakt, dan is één daarvan het wel de tien pagina’s uit één van de getijdenboeken van de gebroeders van Limburg in de Valkhof in Nijmegen enkele jaren geleden. Josien en ik komen niet vaak in Nijmegen maar die dag dus wel. Oog voor de stad hadden we niet. Snel het museum in zodat we onze tien heilige minuten niet zouden mislopen. Alsof we naar het vliegveld gingen en af zouden reizen naar een ver land, zoveel te vroeg waren we er. Gelukkig maar, want er was een hele tentoonstelling gebouwd rond de tien pagina’s. En toen naderde het uur U. We stonden in de rij voor een deel van het museum dat voor even was omgebouwd tot het heiligste van het heiligste. In een groepje van ongeveer twintig mensen mochten we naar binnen. En daar hingen ze dus; nog veel kleiner dan ik had gedacht. Maar zo mooi, zo verfijnd. De prachtige miniatuur met de sierlijke letters. Onze heilige tien minuten waren zo voorbij. En toen moesten we het zaaltje weer uit want een volgende groep stond te wachten. Met pijn in mijn hart en in het besef van het unieke dat ik zojuist gezien had, stapten we naar buiten. Sindsdien ben ik helemaal verkocht aan het werk van de broertjes Van Limburg. Alleen al in de buurt van het meesterwerk komen is al een genot. Vorig jaar dus. Josien en ik bezochten het chateau van Chantilly. Daar ergens diep in het duister ligt het boek der boeken: Les Très Riches Heures du Duc de Berry. In de vitrines een facsimile uitgave…niet de echte. Dat kan ook niet en dat mag ook niet anders zou het heel snel kapot zijn…

Kan je dat werk dan helemaal niet zien? Tuurlijk wel, er zijn heel wat min of meer geslaagde kopieën op de markt. Ook een website. Voordeel van een website is dat je lekker kunt inzoomen op de plaatjes in Les Très Riches Heures du Duc de Berry.

Het kasteel zoals de gebroeders van Limburg het vastlegden in de 14e eeuw

Onverwacht waren we deze vakantie ook ineens heel dicht bij het werk van de Van Limburgs. We waren dus in Saumur. Dat stadje wordt gedomineerd door een kasteel dat fier boven het stadje uittorent. Het doet ‘echt’ middeleeuws aan. Wijs geworden door

heel wat jaartjes kasteel- en middeleeuw ervaring, wilde ik het eerst zien dan geloven. Je staat ervan versteld hoeveel kastelen er in de romantiek zijn gebouwd. Men vond een ruïne en verzon en bouwde er vervolgens een kasteel op. Maar niet bij het kasteel van Saumur dus. Dat was echt oud. In ieder geval zo oud dat de gebroeders van Limburg het in hun kalender bij de Tres riche heures opnamen. September toont het kasteel in al haar glorie. Het kasteel dat er nu staat heeft vele restauraties moeten doorstaan om het sloopwerk van Napoleon ongedaan te maken. De man had het fantastische kasteel omgebouwd tot gevangenis en celramen in de wanden laten uitzagen. Hoe durft hij!

Maar nu staat het er weer. Lang niet zo stralend als toen de gebroeders van Limburg het in de veertiende eeuw vastlegde, maar toch wel een bezoekje waard.

Het kasteel nu

De vredelievende twintigste eeuw

Wellicht ga ik het laatste nummer van Nature kopen. Er staat een verslag in over een zeer belangwekkend onderzoek. Onverwachte resultaten ook. Het gaat over de mate van moordzuchtigheid van de mens in vergelijking tot andere dieren en wat de meest moorddadige periode in de menselijke geschiedenis is geweest. Vandaag doet Cor Speksnijder in de Volkskrant verslag van dat onderzoek. Bij dat verslag een intrigerend lijstje. In welke periode in de geschiedenis zijn de meeste mensen door menselijk geweld overleden?

Ik dacht altijd dat de afgelopen eeuw de meest gewelddadige eeuw was die er ooit geweest is.  De twintigste eeuw met twee wereldoorlogen, tal van bloedige bevrijdingsoorlogen en enkele wrede revolutionaire oorlogen. Miljoenen doden. Een eeuw waarin mensen fabrieksmatig werden vermoord. Hoe kan die eeuw met betrekking tot intermenselijk geweld overtroffen worden door andere perioden in de geschiedenis? Voor de zekerheid er ook nog een lijstje bijgehaald. Over de doden die in de tweede wereldoorlog gevallen zijn. Dat slaat de schrik je om het hart. Procentueel heeft Polen het meeste doden te betreuren: Een slordige twintig procent van de Polen heeft de oorlog niet overleefd; één op de vijf. Haast niet voor te stellen. Hele gebieden moeten ontvolkt zijn geraakt. Maar dat zegt nog niets over absolute aantallen mensen. Dan is de voormalige Sovjet-Unie de kampioen: Een kleine vierentwintig miljoen mensen lieten daar het leven. Zo’n vijftien procent van de bevolking. Wat een boel mensen. De Benelux zou volledig ontvolkt zijn als die doden hier gevallen waren.

Terug naar het lijstje in de Volkskrant. Is mijn aanname juist dat in de laatste eeuw de meeste mensen door menselijk geweld zijn omgekomen of niet. Mijn aanname lijkt onjuist. In de twintigste eeuw kwam slechts anderhalf procent van de wereldbevolking door geweld om het leven. Daarmee is dat het laagste percentage in het lijstje. In de moderne tijd werd maar liefst tweeëneenhalf procent van de mensen door mensen van het leven beroofd. Maar daar gaat het wel weer om een periode die vier keer zo lang is: Van 1500 tot 1900. De middeleeuwen lijken in het lijstje het aller gewelddadigst. Twaalf procent van de mensen vond een onnatuurlijk einde. Een periode van duizend jaar. Maar ook tijdens de 800 jaar van de IJzertijd was niet mis: Zes procent van de mensen kwam om door mensenhanden.

De eeuw waarin ik geboren ben is een periode in de geschiedenis van pais en vree als je het vergelijkt met andere perioden.  Ik kijk ervan op, maar kan er niet onderuit. Ik ga ervan uit dat het een degelijk onderzoek is geweest. Dat de Middeleeuwen een gewelddadige periode is geweest waarin het mensenleven niet erg telde, dat wist ik. Maar ik had altijd aangenomen dat dit geweld op kleine schaal was. Iemand onthoofden of ophangen of een oorlog uitvechten met knots en bijl leek mij niet zoveel zoden aan de dijk te zetten. In ieder geval niet vergelijkbaar bij de lijken-productie in de verschillende vernietigingskampen in de tweede wereldoorlog. Toen werden er echt meters gemaakt op de geweldsindex, zou je zeggen. Maar nee dus: De twintig miljoen Chinezen en de vijfentwintig miljoen Sovjets, Zeven miljoen Duitsers die omkwamen…(om maar eens de kampioenen te noemen), het maakt de twintigste eeuw tot een eeuw die gekenmerkt werd door vredelievendheid en zachtmoedigheid…volgens de statistieken.