Tagarchief: Martin Michael Driessen

Martin Michael Driessen – De Heilige; De waarheid van een oplichter.

Ik leid een aangenaam leven. Ik heb genoeg inkomen, een lieve partner, heerlijke kinderen waarmee ik goed contact heb. Ik heb een lekker huis en een betrekkelijk uitdagende baan. Ik ben best tevreden. Maar toch…toch knaagt er soms iets. Dan moet ik denken aan wat mijn immer beschonken pa me vaak toevoegde. Dat hij dan misschien wel zoop, maar dat hij ook leefde. Dat hij feest vierde. Dat hij van alles meemaakte. En dan keek ik beschaamd in de spiegel, want inderdaad, wat maakte ik nou helemaal mee. Wat mijn pa destijds zei, heeft vandaag de dag nog steeds wel impact. Ergens heb ik een weggestopt verlangen naar een groots en meeslepend leven. Maar dat gevoel heb ik diep weggestopt; zo belangrijk is het niet. Bovendien is mijn tijd voorbij. Zo jong ben ik niet meer. Ik heb mijn pa al jaren overleefd. En hoe meeslepend was het leven van mijn pa dan wel niet? Zo ver is hij ook niet gekomen. Doorgaans eindigde een reis in de kroeg om de hoek waar hij brallend uiteindelijk de pleiterik moest maken. Achtervolgd door drinkschulden. Ach, ik ben best tevreden met mijn lekkere huis, mijn carrière mijn liefje en mijn leven. Heel gewoon allemaal. Ik heb weinig mensen kwaad gedaan en mijn steentje bijgedragen. Ik heb nog een fijne tijd te gaan zonder al te grote zorgen en ik kijk terug op een fijn verleden.

Martin Michael Driessen spreekt dat verborgen kleine beetje verlangen naar een groots en meeslepend leven in mij aan. Zijn romans lees je alsof je een film aan het kijken bent. Met decors die je wel herkent, maar dan toch zo vervormt dat het ook weer helemaal nieuw is. Met nieuwe perspectieven. Ook de personages zijn herkenbaar maar ook weer niet. Ze handelen herkenbaar maar gedragen zich alsof ze met een andere moraliteit zijn grootgebracht. Zijn romans voeren je weg uit je vertrouwde omgeving en zetten je in een tegelijkertijd bekende- en vreemde wereld. De tijd en ruimte van zijn romans komen bijna haarscherp overeen met de werkelijkheid. In die herschapen werkelijkheid dolen vreemde personages. Neem nou de roman ‘De Pelikaan’. Het decor en de historische tijd zijn haarscherp; het Joegoslavië van de jaren negentig van de vorige eeuw. Tegen dat decor speelt zich het verhaal af van de wederzijdse chantage van twee vrienden die het niet van elkaar weten.

Ook in de roman ‘De Heilige’ zijn tijd en ruimte heel precies aangegeven. Het grootste deel van de roman speelt zich af in Elzas-Lotharingen rond de steden Colmar en Metz. De historische tijd is ook precies beschreven: De hoofdpersoon vertelt dat hij geboren is in het jaar van de grote revolutie, 1789. Op 7 juni 1839 eindigt het verhaal…in Metz.

De hoofdpersoon, Donatien, vindt op het slagveld van Craonne de Duitse gewonde soldaat Ewald. Hij steelt van Ewald een medaillon met het portret van Ewalds verloofde, Lieselotte, en een brief van haar. Hij laat Ewald voor dood achter en vertrekt naar de stad waar de verloofde woont. Hij palmt haar in en ze krijgen samen een kind. Maar dan blijkt Ewald niet dood en moet Donatien vluchten. Vanaf dat moment komt Donatien in allerlei situaties terecht achtervolgt door Lieselotte en Ewald. Donatien komt terecht bij wetenschappers die willen meten hoe snel wolken gaan. Later bij iemand die onderzoekt wat elektrische schokken met het brein doen. Uiteindelijk wordt hij rover in de bossen bij Colmar. Voor zijn eigen gevoel een soort van Robin Hood. Als hij tegen de lamp dreigt te lopen weet hij aan te monsteren op een schip dat op weg gaat voor een wetenschappelijke missie. Ze gaan de Israëlische stam van Ruben zoeken in Chili. Maar dan, als het schip na vele avonturen teruggekeerd is naar Frankrijk, wordt Donatien gearresteerd. In de gevangenis ontpopt hij zich tot een heilige heremiet die mensen door handoplegging geneest.

Ook deze roman van Driessen leest als een trein. In geen enkele roman heb ik zoveel ‘opzoeken’ aantekeningen gemaakt. Er wordt zo vaak naar de ‘werkelijkheid’ verwezen en dan wil ik graag weten of het echt de werkelijkheid is of een bedachte. Zo zou er bijvoorbeeld in de kathedraal van Metz een altaarstuk hangen waar Donatien het zijne aan heeft bijgedragen. Hij zou geposeerd hebben als Christus en tijdens dat poseren zou hij de schilder aanwijzingen hebben gegeven over hoe het kruis stond toen Jezus van het kruis gehaald werd. Het kruis had namelijk nooit rechtop kunnen staan, want dan moet je het lichaam van Christus verminken.  Niet als het kruis op de grond ligt. Op het altaarstuk zou zodoende de kruisafname zijn geschilderd waarbij het kruis op de grond is neergelegd. Ik wil weten of er inderdaad zo’n schilderij hangt. Helaas geeft de website van de kathedraal daar geen uitsluitsel over; ik zal ernaartoe moeten.

Al met al een heerlijk boek om te lezen. Heel veel verwijzingen in het boek heb ik niet nagelopen; daarvoor ben ik gewoonweg te lui. Ik had het wel willen doen, als ik ook wat meer tijd had gehad (denk ik). Ik wil steeds weten over de waarheid en dat is best lastig als de hoofdpersoon – die ook de verteller van het verhaal is – een oplichter is.

Martin Michael Driessen – De Pelikaan: Een prachtige parabel

Je vraagt je af in het begin waarom een verhaal van een Nederlandse auteur zich afspeelt in een Kroatisch plaatsje ergens aan de kust. Waarom Kroaten? Het geeft je een beetje een ongemakkelijk gevoel. Maar naarmate het boek vordert wordt alles duidelijk en is Kroatië precies de juiste plek voor de parabel over het menselijk tekort en het menselijk verlangen. Ik heb de roman ‘De Pelikaan’ in één ruk uitgelezen; boeiend van het begin tot het eind ondanks dat je het vage gevoel hebt dat een verhaal over afpersers niet speciaal heel ver weg moet worden gesitueerd; we hebben hier oplichters en chanteurs in overvloed. Maar de keuze voor Kroatië wordt heel erg duidelijk en kan uiteindelijk ook niet anders.

Aan de hand van de pelikanen die elk jaar terugkwamen en bezitnamen van de boulevard in dat kleine onooglijke kustplaatsje in Kroatië illustreert Martin Michael Driessen zijn verhaal. In het begin van de roman zijn het ‘onwaarschijnlijke creaturen, haast messiaans in hun verschijning, die zich een paar maanden lieten voederen eer zij weer naar Afrika terugkeerden’. Ze zijn haast het symbool van voorspoed en geluk. Maar, zoals je wel vermoeden kunt, de situatie aan het eind van de roman is geheel anders als de Balkanoorlog is losgebarsten. Op zee drijft een dikke laag stookolie die de veren van de dieren besmeuren en waaraan ze sterven. Ze sterven samen met alle eendrachtigheid die in het dorp leefde. Daarna volgt een epiloog waarin de situatie zich weer ten goede lijkt te hebben gekeerd.

In het jaar waarin men hoopt dat Dukakis president van Amerika wordt, begint het verhaal van de machinist en oorlogsveteraan en oorlogsheld Josip Tudzman van de plaatselijke water gedreven kabelspoorweg en de postbode Andrej. Josip heeft een zeer slecht huwelijk en een zwakbegaafde dochter. Andrej ontdekt dat Josip een stiekeme verhouding heeft met een vrouw in Zagreb. De postbode chanteert Josip met deze verhouding. Omdat scheiden geen optie is en hij bang is alles te verliezen geeft Josip toe aan de chantage en betaalt hij. Op het moment dat hij de voor hem onbekende chanteur niet meer kan betalen, ontdekt Josip dat de postbode brieven opent en geld steelt. Met die ontdekking wordt Josip de onbekende chanteur van Andrej. De twee mannen chanteren elkaar zonder het van elkaar te weten en het geld wordt heen en weer gegeven. Er ontstaat een nieuw evenwicht.

Ondanks de chantage (waarvan ze beiden niet weten dat de ander hun kwelgeest is) groeien de mannen naar elkaar toe en ontstaat er een vriendschap. Andrej kan uitstekend overweg met de zwakbegaafde dochter van Tudjman.

De spanningen in het land stijgen. Ook in het stadje. De Servisch groenteman wordt weggepest. In de grote steden begint de oorlog. Het Servische leger tegen de Kroatische politiemacht die in snel tempo omgevormd wordt tot een leger. De schrijver maakt haast voelbaar hoe de oorlog zich als een olievlek verspreid. Kroatie wordt onafhankelijk verklaard en daarmee verliezen beide mannen hun baan. Postbode Andrej is de tot grote woede van Tudzman, net aangestelde machinist van de kabelspoorbaan als de oorlog het stadje bereikt en de granaten van het Servische leger links en rechts inslaan. De mensen proberen met behulp van de kabelspoorbaan te ontkomen aan het geweld. Maar één van de granaten raakt het rijtuig. Andrej komt om, net als de vrouw van Josip.

Na de oorlog vinden we Josip terug. Hij heeft een naoorlogs evenwicht gevonden en leeft samen met de vrouw waarmee hij eerst slecht een verhouding had. Het evenwicht is weergekeerd.

‘De Pelikaan’ is een heerlijke roman die ik iedereen van harte aanbeveel. Na het lezen houdt de roman je nog een tijd bezig. Een roman over alle aspecten van het menselijk bestaan. De personen zijn fraai getekend. Neem bijvoorbeeld de antisemiet Schmitz. Je ziet hem haast zitten in het dorpscafé en onzin uitkramen over joden.

Deze roman werd genomineerd voor de Libris literatuurprijs. Een roman die het waardig is om op vele lijstjes te staan. Vooralsnog een roman die in mijn ogen hoog zou moeten eindigen.