Tagarchief: Louis Couperus

De dingen die voorbijgaan – Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis

Gezien op 17 december in de Stadsschouwburg Amsterdam

Ik was een grote fan van Couperus. Toen ik zo rond de twintig was, verslond ik veel van zijn romans. Ik vond ze toen behoorlijk verslavend. De eerste zestig pagina’s is doorbijten, maar daarna…dan ontspint zich een heerlijk verhaal tegen een decor van ruisende rokken, sigaar rokende mannen; vaak verdwaald in hun onmacht om mee te doen. Soirees in Den Haag. Dienstmeisjes en gaslantaarns. Maar ook verveling en onvervuld verlangen naar iets… Samen met mijn verschrikkelijk veel te jong overleden vriend Chi konden we geen genoeg krijgen van Louis Couperus. Een paar mooie verfilmingen in de jaren zeventig hadden het hunne bijgedragen aan Couperus populariteit bij ons. ‘De stille kracht’ bijvoorbeeld. Een mijlpaal in het Nederlands televisiedrama.

Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis, brengt in drie opvolgende jaren, romans van Louis Couperus voor het voetlicht geregisseerd door Ivo van Hove. Vorig jaar was het de ‘Stille kracht’, dit jaar ‘De dingen die voorbijgaan’. Met, gek genoeg, muziek die die stukken verbindt. De muziek van Harry de Wit. De musicus is op het podium aanwezig en zorgt voor een constante stroom aan klanken en klankjes. Soms ondersteunt hij de teksten op het toneel, soms ook helemaal niet. Maar sfeerbepalend is het zeker. Eén van de kernen van de bijgeluiden op het toneel is de tikkende klok. Dat is goed getroffen want als iets me bijblijft in het werk van Couperus dan is het wel het gevoel van de trage tijd. Verveling is een belangrijk gevoel in het werk van Couperus; vrouwen die niet veel anders te doen hebben dan soirees (laten) organiseren, mooi zijn en manlief behagen.

Van Hove laat het verhaal zich afspelen op de vloer. Geen verhoogd toneel. De achterwand is een grote spiegel die het publiek reflecteert. Het begint ermee dat je jezelf als onderdeel van het decor ziet zitten. Een vreemde gewaarwording. Voor de spiegel stoelen in ‘wachtkamer’ opstelling in twee rijen tegenover elkaar. In die setting zal alles zich gaan afspelen. Eén stoel staat achter de rijen; voor de dienstbode Anna. Anna zit al vroeg op het podium, nog voordat iedereen in de zaal z’n stoel gevonden heeft.

Wat ik geconstateerd heb is dat Ivo van Hove op twee belangrijke verhaallijnen de nadruk legt: De misdaad die in het verleden gepleegd is en die een doem over de familie heeft gebracht en het ‘uit de kast’ komen van Lot. Weliswaar op de verhullende manier die Couperus zo eigen is, maar wat mij betreft wel erg duidelijk. Vond ik de hele avond geslaagd? Nee, dat niet. Sommige stukken waren te lang; dat had wel wat minder gemogen. Vooral de slotmonoloog had wat mij betreft korter gekund. Het verhaal was gedaan, de acteurs en actrices hadden het toneel verloten, op Lot na. En toen nog een monoloog van een minuutje of wat. Ik zou het achterwege hebben gelaten.

Aan de andere kant heb ik ook prachtige dingen gezien. De opkomst van de ‘oude mensen’ bijvoorbeeld. Gespeeld door Frieda Pittoors en Gijs Scholten van Aschat. Ze namen goed de tijd voor hun wandeling van achterin het toneel naar de voorgrond. En in die wandeling transformeerden zij zich in twee stokoude mensen met een zwaar belast gezamenlijk verleden. Heel erg fraai.

Ik stoor me makkelijk aan bloot op het toneel. Het geeft me een gluurderig gevoel en daar houd ik niet van. Mag je nou wel of niet kijken naar die blote mensen op het toneel. Het stelt als het ware je eigen perversiteit op proef. Bloot op het toneel daagt je eigen normen en waarden en je eigen seksualiteit uit. Vaak zit ik daar helemaal niet op te wachten. Maar in ‘De dingen die voorbijgaan’ had ik daar helemaal geen last van. Lot en Elly lijken een bacchanaal aan te richten van geile lust, maar dat is het juist niet; Lot wijst de lust tussen man en vrouw af. Het wordt duidelijk dat hij helemaal niet veel om lust met vrouwen geeft. Als mamma Otilie in kleurige bloemetjesjurk met haar gespierde lover op het toneel verschijnt heeft Lot vooral aandacht voor de torso van moeders lover. Niet meer voor het fragiele blote lichaam van Elly; Haar lichaam wekte geen lust. Wel lust wekken de etenswaren op haar lichaam; aardbeien, slagroom. Dat is niet wat Elly wil. Een erg mooie scene.

Al met al heb ik een lekkere avond gehad. Soms net iets te langdradig, maar over het algemeen prima.

 

There’s no way out of here

Ik ga geen reclame maken, maar ik heb tegenwoordig een app waarmee ik alle muziek uit heden en verleden kan beluisteren. Díé app dus! Ik ben er ongewoon tevreden over. Omdat ik geen reclame tussendoor wil, ben ik meteen betalend abonnee geworden (hoewel ik nu nog in mijn gratis proefmaand zit). Als klassiek muziekliefhebber, heb ik natuurlijk het abonnement genomen vanwege het grote aanbod aan klassieke muziek. Binnenkort gaan we het celloconcert van Dutilleux horen. Kon ik dus niet vinden in de bieb. Nergens Dutilleux. Eigenlijk had ik nog nooit van Dutilleux gehoord. Onze cd-kast puilt uit; kopen is geen optie. Dus…mijn app. Er zijn verschillende uitvoeringen van het celloconcert beschikbaar; kiest u maar! Of…kies niet en beluister ze alle vijf!

Met zoveel muziek tot je beschikking ga je natuurlijk zoeken. Naar muziek van vroeger. Dan ontdek je hoezeer muziek het vervoermiddel van de herinnering is. Zo kwam ik dus bij David Gilmour. Was onderdeel van Pink Floyd, maar heeft ook een paar soloplaten gemaakt. Nog voordat Pink Floyd rollebollend over straat uit elkaar viel maakte Gilmour soloalbums. Als ik ‘David Gilmour’ van David Gilmour hoor dan komt er van alles boven. Geuren, smaken, sferen en het gevoel van verlangen. Het gevoel van verlangen naar een groots en meeslepend leven en onbeperkte liefde heeft me lange tijd begeleid en komt weer terug bij de muziek van David Gilmour. Maar vooral Chi komt boven. Chi is lange tijd mijn beste vriend geweest. Chi is al een lange tijd geleden overleden. Zijn overlijden kreeg ik van verre te horen omdat we toen niet meer met elkaar omgingen. Daarom deed het me zoveel pijn, destijds.

Chi had een Chinese achtergrond en was het levende bewijs dat integratie een succes kan worden. Maar ik moet vaak denken aan zijn verhalen over toen hij in Nederland kwam. Hij sprak geen woord Nederlands. Zijn juf begreep niet veel en was ook niet bereid om te leren. Als Mao Zedong in die klas had gezeten, dat had de goede man niet Mao geheten, maar Ze. Zo kwam Chi aan zijn naam; het was het tussenvoegsel. Daarna de overgang van penseel naar kroontjespen bij het schrijven. Dat ging dus niet goed. Hij drukte zo hard op de kroontjespen dat die verboog. Juf boos. Chi vol onbegrip voor de koeterwaals sprekende juf. Uit wanhoop beet hij in de arm die veel te dichtbij kwam. Arm klein Chinees jongetje.

Maar zo heb ik hem niet leren kennen. Met Chi heb ik jarenlang alle bioscopen van Amsterdam afgelopen en tot diep in de nacht zitten bomen over de betekenis van de film en de zin van het leven. We verslonden boeken. Ongeveer dezelfde. Zo kregen we tegelijkertijd een klap van de Louis Couperus molen. Maar ook muziek, dus. David Gilmour!

Zijn dood kwam zo onverwacht en het bericht van zo ver en ook zo laat. Om de rouwadvertentie te vinden heb ik twee maanden oude kranten doorgespit. In het Paroolgebouw aan de Wibautstraat. Ik moest het zeker weten. En ik vond de advertentie… vier dochters!

There’s no way out of here, when you come in you’re in for good!