Tagarchief: Leusink

Een verschrikkelijke man

De lente kan voor ons niet beginnen als er geen muziek van Bach geklonken heeft. Speciale muziek; passiemuziek. Het moet of de Mattheuspassion of de Johannespassion zijn. Sinds mijn geliefde en ik bij elkaar zijn, hebben we geen jaar overgeslagen. Maar ook voordat we elkaar kenden, was het elke lente raak. We hebben echt een heleboel uitvoeringen gehoord en gezien. Lang selecteerden we de goedkoopste uitvoering in het Concertgebouw; een slechte uitvoering vonden we in ieder geval beter dan geen uitvoering. Maar langzamerhand kwamen we wat in betere doen en sindsdien nemen we een uitvoering die ons bevalt.

In de loop der jaren zagen we diverse passie-modes voorbijkomen. We begonnen met twee enorme orkesten met ieder een eigen klavecinist. Daarna uitvoeringen op originele instrumenten, met minimale bezetting of alleen maar mannen. Die uitvoering met alleen maar mannen (uitgezonderd de zware sopraansolo’s) werd zo’n vijftien jaar geleden geleid door een toen nog redelijk onbekende Pieter Jan Leusink.

Een hele speciale uitvoering was het. Jongetjes vanaf een jaar of tien op het podium. Allemaal met dezelfde soort kleren aan. De allerjongsten playbackte wat mee. De andere kinderen en de volwassen mannen maakte er samen met het orkest een mooie uitvoering van. Tenminste ik heb die avond echt genoten en ook Josien was erg onder de indruk. Wat we ook leuk vonden was dat Leusink een nieuwe cultuur wilde beginnen van kinderkoren waar ook echt wat van gevraagd werd. Geen sinterklaasliedjes met een discostamp eronder. Nee, echte, serieuze muziek. Bach. Ik denk dat Leusink om zijn aanpak enorm geprezen is.

Terwijl wij hoopten dat Leusink doorging op het ingeslagen pad, gebeurde dit niet. Hij ging meer traditioneel bemenste uitvoeringen geven. Met mannen en vrouwen, dus. Volwassenen. Waar je geil op wordt. Waar hij geil op werd. Bovendien verloor hij ineens de nederigheid die hoort bij het uitvoeren van de muziek van Bach. Die Leusink raakte nogal vol van zichzelf. Bovendien ontdekte hij kennelijk de zakenman in zichzelf. Wij gingen naar een uitvoering van Leusink op zijn nieuwe manier en wij vonden de uitvoering grotendeels waardeloos. De roem was hem kennelijk compleet naar het hoofd gestegen. Naar nu blijkt, uit dit zich ook in zijn contacten met vrouwen die hij onder zijn bewind heeft. Werk in de klassieke muzieksector is schaars sinds Halbe Zijlstra een bijna geslaagde poging deed om de hele cultuursector om zeep te brengen. Werkgevers in die sector zijn daardoor oppermachtig. Dat maakt musici kwetsbaar. Helemaal vrouwen. Het schijnt dat Leusink zich al billen en borsten knijpend en in broekjes voelend wentelt in zijn macht. Verschrikkelijk. En ondertussen is het ook nog eens zoeken naar een mooie uitvoering van de Mattheus naast al dat passiegeweld van Leusink; hij heeft zo’n beetje het hele passieseizoen het concertgebouw afgehuurd. Met agressieve campagnes lokt hij zijn publiek; Een verschrikkelijke man.

Het Pieter Jan Leusink geweld

In muziekland lijkt een revolutionaire kaping plaats te vinden. In de popmuziek? Nee, in de klassieke muziek. Kan je je haast niet voorstellen, maar toch is het zo. In de muziekgeschiedenis zijn twee werken geschreven die (bijna) strikt horen bij een tijd van het jaar. Heel veel mensen zijn die werken gaan zien als een overgangsritueel van het ene seizoen naar het andere. Ben je eenmaal toegetreden tot de mensen die van zo’n ritueel zijn gaan houden, dan laat je dat niet zo makkelijk meer los. Ik heb daar helemaal niets op tegen. Eerlijk gezegd behoor ik ook wel tot diegenen die de nieuwe rituelen omarmen. Zo heb je in de donkerste tijd van het jaar behoefte aan een ritueel waarbij je hoopt dat het licht weer terugkeert. In onze beschaving is dat de Messias. Daarover heeft Georg Friedrich Händel een fantastisch oratorium geschreven dat prima in de kersttijd past: Messiah. Een fenomenaal stuk waarin zo’n beetje alle hoop is gevestigd op de wederkomst van het licht. En ja…als de Messiah geklonken heeft, dan worden de dagen weer korter.

Een andere overgang die een ritueel behoeft, is de overgang naar de lente. Het licht is weer terug en nu moet alles gaan groeien en bloeien. Daarvoor heeft Johann Sebastiaan Bach twee oratoria geschreven: Eentje naar het evangelie van Johannes en een naar het evangelie van Mattheus. Als zo rond Pasen deze stukken gespeeld worden, dan stromen de concertzalen en kerken vol. Niet gewoon vol, maar afgeladen vol. En echt niet alleen in de Randstad; elk gat ken haar eigen Mattheus. Het is natuurlijk wel zo dat de Mattheus in Amsterdam heel vaak uitgevoerd wordt.

Op deze hang naar rituelen in combinatie met muziek is één man handig ingesprongen. Was het zo dat tot voor kort diverse orkesten en koren elk jaar de Mattheus en de Messiah opnamen in hun repertoire, deze man heeft alleen deze twee oratoria in zijn repertoire. Hij doet gewoon niets anders dan de Messiah en de Mattheus uitvoeren. Om mensen naar zijn uitvoeringen te lokken, heeft hij een ongekende reclamecampagne opgezet. Pieter Jan Leusink. Inmiddels is het al zo ver dat Pieter Jan Leusink zo’n beetje dé Mattheus is en dé Messiah. Rond het eind van maart is het concertgebouw in zijn geheel in bezit genomen door Leusink en zijn medewerkers. Op dit moment is het best moeilijk om een uitvoering in Amsterdam te vinden zonder Leusink; Leusink is de Mattheus en de Messiah aan het kapen. Dat is niet zo leuk, vind ik. Want wat is precies de kwaliteit van Leusinks uitvoeringen? Schrijft de man muziekgeschiedenis? De Mattheus heb ik een paar keer van hem gehoord. In het begin nog met het jongenskoor dat hij opgericht had. Dat waren best aardige uitvoeringen. Toen probeerde hij nog de muziek van Bach te benaderen zoals Bach het ook zelf gehoord zou kunnen hebben. Met dat succes is hij aan de haal gegaan (of is het andersom?). Nu voert hij de muziek op een heel klassieke en toegankelijke manier uit. Niet verschrikkelijk slecht, maar ook zeker niet goed. Ik heb heel wat betere uitvoeringen gehoord. Krijgen die andere uitvoeringen nog wel een kans? Dat was best even zoeken voor het komend jaar. Tuurlijk waren de twee uitvoeringen van Ton Koopman al uitverkocht, maar gelukkig heb ik nog een andere goede uitvoering kunnen vinden tussen al het Pieter Jan Leusink geweld.