Tagarchief: landbouw

Tussen Otterlo en Harskamp.

Als je van Otterlo naar Harskamp fietst, krijg je ongeveer halverwege te maken met een varkensbedrijf die je in een klap duidelijk maakt wat er mis is in de vleessector. De stank is adembenemend. Dat is geen gezonde boerenlucht meer, dit is de reinste luchtvervuiling. Je denkt dat je een bos nadert, maar nog voor je de loods tussen die rijen bomen ontdekt, slaat de stank al op je keel. Zelfs als het flink doorwaait. En wij staan op gepaste afstand van die stal en relatief gezien hebben we een slecht ontwikkeld reukorgaan. Vergelijk dat eens met een varken; het beest ruikt een truffel onder de grond op meters afstand. Hoe moet het voor een varken met zo’n gevoelige neus zijn om in de ondragelijke ammoniak- en strontgeur te bivakkeren? Nee, niet voor die twee minuten die het mij kost om erlangs te fietsen, maar zijn hele verrotte leven lang. Denk daar eens aan! Ja, Frits, denk daar eens aan als je weer eens een lekkere sappige varkenshaas staat te bakken… Het maakt duidelijk dat het dus heel anders moet. Die ene varkensmesterij halverwege Otterlo en Harskamp maakt het duidelijk dat er heel wat mis is in de Nederlandse landbouw.

Ik ben een stadse jongen en weet te weinig van het boerenbedrijf om de weg te kunnen wijzen, maar dat we een verkeerde kant op zijn gegroeid, dat is mij wel duidelijk. Helemaal als je bedenkt dat er in de omgeving van Harskamp slechts enkele van deze vleesproducerende bedrijven staan terwijl het er in Brabant helemaal mee volstaat. Dat is gewoon verkeerd, fout en niet goed. Men kan mij van alles wijsmaken over de moderne boerderij, maar ik weet zeker dat we niet op deze manier door kunnen gaan. Bij het kweken van ons voedsel, moeten we met meer respect omgaan met de natuur. We zijn afhankelijk van de natuur en dus moeten we de natuur koesteren. Dat is nu niet het geval.

Mijn trots dat ik in Spanje, Italië, Duitsland, Tsjechië en eigenlijk overal in Europa, bijna uitsluitend Nederlandse tomaten kan kopen, is omgeslagen in zorgen. Als dat voor tomaten geldt, dan zou het best zo kunnen zijn dat Nederland ook een groot deel van het varkensvlees van Europa produceert. En het rundvlees. En het kippenvlees. De vraag is: Moet een klein dichtbevolkt land voedsel produceren voor heel Europa? Hebben wij daar wel de ruimte voor? Gaat dat niet ten koste van heel veel plaatselijke vervuiling? Veroorzaakt dit niet onevenredig veel dierenleed? Ik denk dat we zo niet door kunnen gaan. Ik denk dat het anders moet.

Het moeilijke van het hele verhaal is, dat ik de boer zijn inkomen gun en ook wil dat het eten van bijvoorbeeld vlees, niet voorbehouden is aan de rijken van het land. Zo doorgaan zoals het nu gaat, kan niet, maar wat het alternatief is…Ik vrees toch dat we ons consumptiepatroon moeten veranderen. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de gehele vleessector flink moet krimpen. Ik denk ook dat we flink veel meer moeten gaan betalen voor onze varkenshaas. Het zij zo…

Fiets eens van Otterlo naar Harskamp en laat me weten wat je denkt als je langs de betreffende ‘vleesproducent’ rijdt…Ik denk: Het kan zo niet langer.

Spitten

Als het winter wordt en je een moestuin hebt op de zware polderklei, dan moet je spitten. Een boer ploegt dan zijn grond. De moestuinliefhebber spit zijn tuintje om. De aarde moet gevoed met compost. Compost moet niet te lang op de aarde liggen, maar moet ondergespit. De afgelopen seizoenen is de aarde ingeklonken. Keihard is de aarde. Daarom heeft de grond lucht nodig. Met een schep steek je plakken uit de aarde en die leg je omgekeerd weer terug. Kluiten zijn het. Glanzend van het vocht. In de spitvore, verdeel je de compost en de omgekeerde kluiten bedekken de compost. De winter zal de kluiten bevriezen. De bevroren waterdruppels in de kluit, drukken de klomp aarde uit elkaar. Als de winter voorbij is, vallen de kluiten uit elkaar in fijne korreltjes. In een laag zachte korrelige aarde waarin het goed zaaien en planten is.

Maar voor het zover is. Voor het zover is dat de winter de kluiten bevriest, moet je spitten. Juist op de zware polderklei is dat geen feest. Natuurlijk probeer je er een feest van te maken. Lekkere lichaamsbeweging in de natuur! Maar het is hard werken. Zwaar werk ook. De kluiten zijn dicht en nat. Je kunt ervoor kiezen om hele kleine kluitjes om te leggen, maar dan schiet het niet op. Honderd vierkante meter spitten lijkt niet zoveel, maar dat is het wel.

Gisteren waren Josien en ik op de tuin. Onze tuin van honderd vierkante meter is door stenen tegels verdeeld in twee gelijk stukken. Het eerste stuk hebben we grotendeels het vorige weekend gespit. Behalve het achterste stukje. Daar staan onze aardbeien. Naast de aardbeien een stukje tuin waar dit jaar vrijwel niets gegroeid heeft. Ons frusto stukje. We zijn van plan om daar wat bloemen op te zetten. Kan ons het schelen, maar we gaan er geen tijd insteken laat staan een schop. De rest van dat eerste stuk glanst ons wittig toe. De rijp van de nacht ervoor zit er nog op. De gespitte grond lijkt in slaap. Je krijgt het gevoel dat de aarde rustig en regelmatig ademhaalt. Is natuurlijk onzin…maar ik maak het mezelf graag wijs.

Terwijl Josien met een schoffel en spa de paden weer terugbrengt tot de oorspronkelijke breedte, begin ik te spitten in het tweede stuk tuin Na zo’n slordige vier vierkante meter moet ik voor het eerst een poos rusten. Vooral mijn rug protesteert. Maar ik ben ook behoorlijk oververhit geraakt. Behalve mijn voeten. Het is vier graden boven nul en op een licht bevroren ondergrond raken mijn voeten in de rubber kaplaarzen snel onderkoelt. Dat terwijl ik haast nooit koude voeten heb. Daar heeft Josien het patent op. Ik doe de dunnere jas aan, die ik daarvoor speciaal meegenomen heb. Ik ga een kruiwagen compost halen om mijn voeten weer een beetje warm te lopen. Met gevoelloze, pijnlijke voeten loop ik naar de compostplaats. Maar het helpt wel. Want als ik terugloop, is de pijn verminderd. Dan gaan we weer spitten. En spitten… en spitten.

Als ik in de late namiddag in de auto ga zitten, voel ik hoe mijn botten en lichaam zich krakend laten vormen naar de autostoel. Alles ontspant in mijn lichaam. Maar het voelt zo moe. Maar wel bevredigend moe. Ondertussen vraag ik me af in hoeverre spitten en ploegen nog van deze tijd is. Josien en ik hebben het geleerd van Josien d’r vader. Hij was zijn leven lang tuinder. Maar er worden tegenwoordig ook andere dingen gezegd. Permacultuur is het jé van hét op het ogenblik. Die houden niet van spitten. Die willen de structuur van de grond de structuur van de grond laten. Hoogstens de bovenlaag een beetje los maken… Zelfs de gangbare landbouw begint haar geloof in ploegen te verliezen. Misschien moet ik me eens een keertje wat meer gaan verdiepen. Volgend jaar dan maar. Dit jaar blijf ik spitten. Blijven wij spitten.